Online platformen in steeds meer domeinen samenleving en economie

Foto omschrijving: Man loopt langs 2 scooters van thuisbezorgd.nl in winkelstraat

Capita selecta

Auteurs: Nico Heerschap, Bart Klijs (CBS)

7.1Online platformen

Inleiding

Deze bijdrage gaat in op het verschijnsel ­van zogenoemde ‘online platformen’. Daarbij gaat het, globaal gezegd, om digitale dienstverlening in de vorm van bemiddeling tussen twee of meer groepen aanbieders en afnemers van goederen, diensten en/of informatie, waarbij de dienstverlener meestal geen eigen aanbod inbrengt. In toenemende mate spelen online platformen een rol in allerlei domeinen van de samenleving en de economie. Sommige online platformen hebben zich zo snel ontwikkeld, dat ze op dit moment behoren tot de grootste bedrijven van de wereld. Bekende voorbeelden zijn Airbnb, Google, Facebook, Spotify, Thuisbezorgd (maaltijden), Peerby (buurt), Werkspot (arbeid) en (deels) Amazon. De eerstvolgende paragraaf gaat in op de achtergrond van online platformen. In de paragraaf daarna komen enkele resultaten van een in 2019 uitgevoerde enquête onder online platformen in Nederland aan bod. Ten slotte wordt in de laatste paragraaf kort ingegaan op vervolgonderzoek.

Achtergrond online platformen

Of men nu een specifiek product zoekt en koopt, met familie en kennissen communiceert, muziek draait of een game speelt, een partner zoekt, op vakantie gaat, eten laat bezorgen, een loodgieter nodig heeft of wil deelnemen aan het sociale leven in de buurt, bij al deze activiteiten zal tegenwoordig hoogstwaarschijnlijk een online platform een rol spelen. Daarbij gaat het om open digitale diensten, die interacties en mogelijk transacties faciliteren tussen twee of meer groepen aanbieders en afnemers van goederen, diensten en/of informatie en waarbij deze digitale diensten meestal zelf geen eigen aanbod inbrengen. Bij de aanbieders en afnemers van online platformen kan het gaan om zowel particulieren en huishoudens (c) als om bedrijven (b) en overheid (g). Hierdoor is er sprake van verschillende typen online platformen met verschillende relaties tussen de gebruikers daarvan, zoals b2c, c2c, c2b, g2c, b2b enz. Bij online platformen gaat het niet alleen om traditionele ‘marktplaatsen’ in allerlei vormen, maar het kan bijvoorbeeld ook gaan om sociaal gerichte platformen (buurt en participatie), platformen die gericht zijn op de gezondheidszorg, innovatieplatformen (o.a. ontwikkelen van apps), zoekmachines, sociale media, streamingdiensten en vergelijkingssites.

7 .1.1 P art i j e n e n r e l a t i e s d i e e e n r o l s p e l e n b i j o nl i n e p l a t f o r m e n I n v estee r de r s C ontent aanbiede r s In f o o v er inzet ad v e r tenties A d v e r tenties Inte r actie Goede r en , diensten en/of in f ormatie Aanbod , ad v e r tenties , r evie w s Inte r actie , data en r evie w s A d v e r tee r de r s Aanbiede r s Online plat f orm A lgoritmen/data A fneme r s

Naast de platformen zelf en de aanbieders en afnemers, spelen vaak ook adverteerders en investeerders een rol bij het functioneren van online platformen. Advertenties kunnen een belangrijke bron van inkomsten zijn voor online platformen. Met deze inkomsten kunnen bijvoorbeeld de kosten voor aanbieders en/of afnemers om gebruik te maken van dit soort diensten laag worden gehouden. In sommige gevallen kunnen de diensten zelfs gratis worden aangeboden. Advertenties kunnen een platform helpen concurrentievoordeel te verkrijgen, waardoor zij meer gebruikers trekken met netwerkeffecten als gevolg. Hetzelfde geldt voor de inkomsten uit investeringen. Investeringen zijn niet alleen nodig om een online platform van de grond te laten komen, maar ook om het online platform concurrerend te maken en te houden. Zie de figuren 7.1.1 en 7.1.2.

Bemiddeling tussen verschillende groepen is niet nieuw. Daarvan was ook al sprake voor het digitale tijdperk. Denk bijvoorbeeld maar aan een krant, een prikbord, een uitzendbureau of een makelaar. Echter door de digitalisering ervan is zowel de omvang als de reikwijdte van die bemiddeling explosief toegenomen. In steeds meer domeinen van de samenleving en de economie komen grote maar ook kleine online platformen voor: sommige zijn heel belangrijk en sommige minder belangrijk in de bedrijfstak waarin ze actief zijn. Door hun digitale karakter stoppen online platformen ook niet meer bij de grens. Veel online platformen, en dan vooral de grote, opereren internationaal. Dat maakt ze minder grijpbaar, ook voor de statistiek. Hiermee dragen online platformen, als een van de transformerende digitale ontwikkelingen van het laatste decennium, bij aan de verdere verdienstelijking en globalisering van de samenleving en de economie.

7 .1.2 W i e , w a t e n h oe b i j o nl i n e p l a t f o r m e n Aanbiede r s Door wie? P r oduct W at? Wijze Hoe? A fneme r s Aan wie? P e r sonen en huishoudens Bedrij v en/zzp’e r s O v erheid W etenschap Rest v an de W e r eld Goede r en Diensten In f ormatie (data) Open online plat f ormen E- c omme r c e Gesloten online inn o v atieplat f ormen Gesloten online plat f ormen (o.a . v oor werk) F ysiek P e r sonen en huishoudens Bedrij v en/zzp’e r s O v erheid W etenschap Rest v an de W e r eld

De opkomst van online platformen heeft er ook voor gezorgd dat particulieren en huishoudens niet alleen als consument, maar ook steeds meer als producent of aanbieder actief kunnen zijn. Denk bijvoorbeeld aan het verhuren van een kamer of appartement, het doen van (kleine) klussen voor anderen, het uitlenen van de eigen auto, het verkopen van goederen via een digitale marktplaats en het plaatsen van content op sociale media. Als de aanbieders op een online platform vooral particulieren of huishoudens zijn, wordt veelal gesproken over de ‘deeleconomie’. De deeleconomie is dus onderdeel van de platformeconomie en richt zich, in enge zin, vooral op het inzetten van zogenoemde ‘onderbenutte goederen en diensten’. Van deze onderbenutte goederen en diensten is het nooit de bedoeling geweest om ze in te zetten in het economisch verkeer (figuur 7.1.3). Ten slotte, maken ook bedrijven steeds meer gebruik van online platformen als een van de kanalen om hun goederen en diensten af te zetten.

Veel online platformen zijn begonnen in het begin van deze eeuw. Een deel daarvan, zoals Airbnb, had een ideëel motief (vooral na de crisis van 2008). Om te blijven bestaan zijn deze platformen echter in de loop van de tijd vercommercialiseerd. Andere online platformen, zoals Google, Amazon en eBay, zijn eerder begonnen (eind vorige eeuw) en komen voort uit reeds bestaande bemiddelingsactiviteiten of betreffen bijvoorbeeld meer algemene zoekmachines. Andere online platformen zijn van meer recente aard. Dat geldt bijvoorbeeld voor platformen die in werk bemiddelen.

7 .1.3 V e r s chil l e n d e v e r s ch i j n s e l e n g e r e l a t ee r d a an o nl i n e p l a t f o r m e n Online plat f orme c onomie Digitale e c onomie Deele c onomie (b r ede definitie) Deele c onomie (sma l le definitie) - Plat f ormen v oor tweedehands goede r en (c2c) - Open plat f ormen v oor werk (‘gig e c ono m y’) - Financiële plat f ormen (c r o w dfunding) - Plat f ormen v oor onderbenutte middelen - Inn o v atieplat f ormen - Ontwikkelplat f ormen (o.a . apps) - V e r gelijkingssites en st r e amingdiensten - Sociale media en zoekmachines

Hoewel de snelle ontwikkeling van de informatietechnologie de basis heeft gelegd voor de opkomst van online platformen, zijn het andere factoren die vooral hebben geleid tot het succes ervan. Zo zorgen online platformen onder meer voor meer informatie en transparantie bij de interacties tussen groepen gebruikers (het verminderen van de zogenoemde informatieasymmetrie), meer keuze, gemak van gebruik, lagere prijzen, meer innovatie en zijn deze diensten vaak gratis of tegen relatief lage kosten te gebruiken. Deze voordelen kunnen vervolgens leiden tot netwerkeffecten waarbij meer gebruikers van het platform juist ook weer meer andere gebruikers aantrekken enz. Als zo’n vliegwieleffect doorzet, kan een online platform in de bedrijfstak waarin het actief is een dominante of monopoliepositie verwerven. Bij bedrijven gaat het niet alleen om een nieuw kanaal om producten en diensten af te zetten op de (internationale) markt, maar bijvoorbeeld ook om mogelijkheden om arbeid flexibeler in te zetten, samen te werken en infrastructuur en resources te delen. Dit leidt voor bedrijven tot voordelen zoals een directe toegang tot de (wereld)markt, gemak, betere afstemming van middelen (effectiviteit), innovatie, lagere transactiekosten en mogelijk hogere productiviteit en meer groei.

Ondanks deze positieve effecten, worden de discussies over met name de grotere en commerciëlere online platformen veelal gedomineerd door negatieve invalshoeken, zoals disruptie van de markt en oneigenlijk concurrentie, monopoliepositie, lock-in-effecten, belastingontwijking en het ontberen van privacy en consumentenrechten. Deze discussies leiden vaak tot de wens tot regulatie. De nadruk op de negatieve kanten van online platformen heeft er bijvoorbeeld ook toe geleid dat de laatste paar jaar de aandacht is verschoven van platformen in de deeleconomie naar platformen die bemiddelen in werk. Bij dit type platform gaat het veelal niet over de positieve effecten, maar vooral over de negatieve kanten van de arbeidspositie van zogenoemde platformwerkers: toenemende flexibilisering, druk op hun inkomen, het ontbreken van goede arbeids- en oudedagsvoorzieningen en onzekerheid over geldende rechten.

Al deze discussies zijn slechts ten dele gebaseerd op gefundeerd statistisch onderzoek. Er is wel veel kwalitatief onderzoek gedaan naar vooral de grote online platformen, maar cijfers over het functioneren van online platformen in het algemeen ontbreken. Dit terwijl er juist behoefte is aan ‘harde’ cijfers over bijvoorbeeld de omvang, het (economische) belang en de daadwerkelijke effecten van online platformen.

Om die reden is het CBS op verzoek van onder meer het ministerie van Economische Zaken en Klimaat begonnen met onderzoek naar online platformen. Vanuit statistisch perspectief is daarvoor eerst gekeken naar allerlei verschillende definities en concepten van online platformen, nationaal en internationaal. De resultaten van dit onderzoek, waarbij ook is gekeken naar gewenste indicatoren en beschikbare statistische bronnen, zijn beschreven in de notitie ‘Measuring online platforms’ (Heerschap et al., 2019). Vervolgens is een eerste stap gezet om meer statistische gegevens over online platformen te verzamelen. Om dat mogelijk te maken, is onder meer een enquête uitgezet bij een groep online platformen. Daarnaast zijn vragen opgenomen in bestaande enquêtes. De resultaten hiervan zijn beschreven in het rapport ‘Meer zicht op online platformen in Nederland’ (Heerschap et al., 2020). Om zo’n enquête mogelijk te maken is veel tijd besteed aan het samenstellen van een populatie. Een populatie van online platformen was namelijk niet direct voorhanden. Er is bijvoorbeeld geen aparte groep van bemiddelingsdiensten in de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) of het Algemeen Bedrijvenregister (ABR) van het CBS. Om toch een populatie van online platformen samen te stellen, is gebruikgemaakt van bestaande (externe) populaties en zijn eenheden toegevoegd op basis van een analyse met trefwoorden van de teksten van websites van het Nederlandse internetdomein.noot1 Dat betekent dat internationaal opererende online platformen die wel in Nederland actief zijn, maar hier geen vestiging hebben, buiten beschouwing zijn gebleven.

Het onderzoek naar online platformen is ook gerelateerd aan het onderzoek van het CBS om de Nederlandse economie beter in beeld te brengen: het project Adequaat Meten van de Economie (AME). Dit onderzoek van het CBS is erop gericht om allerlei nieuwe economische verschijnselen rond digitalisering, verdienstelijking en globalisering beter in kaart te brengen, waardoor onder meer een beter beeld van de Nederlandse economie, via de Nationale Rekeningen (NR), kan worden geschetst en ontstane witte vlekken kunnen worden opgevuld. Online platformen is een van die nieuwe verschijnselen, maar het AME-programma richt zich ook op gerelateerde onderwerpen zoals free services, de waarde van data, de productie van huishoudens en particulieren, en globalisering. Andere verschijnselen, die vaak ook genoemd worden in relatie met online platformen, betreffen onder meer de on demand-economie, de klusjeseconomie en de circulaire economie. Deze verschijnselen hebben wel een relatie met online platformen, maar vallen er niet geheel onder.

Verschijnselen rondom online platformen

Free services

Free services zijn alle diensten die gratis ter beschikking worden gesteld door bedrijven en huishoudens aan huishoudens, bedrijven en overheid.noot2 Voorbeelden zijn sociale media, Wikipedia, zoekmachines, navigatie-apps (o.a. Google Maps), digitale opslag (o.a. Dropbox), informatie-apps en markten (o.a. eBay). Een deel van deze free services verlopen via online platformen, maar voor een deel ook niet. Een belangrijke relatie tussen free services en platformen zijn de gehanteerde verdienmodellen, waarbij inkomsten via andere wegen, zoals advertenties en de verkoop van data, worden verkregen. Hierdoor kan de dienst vaak gratis worden aangeboden.

On demand-economie

De on demand-economie is dat deel van de economie dat wordt gekenmerkt door consumenten die niet alleen meer gemak willen bij het aanschaffen van producten en diensten, maar die vooral ook willen dat de aflevering direct of op afspraak geschiedt (on demand). De snelheid en stiptheid waarmee het product of de dienst beschikbaar komt voor de consument zijn bepalende factoren voor de concurrentiekracht van bedrijven in de on demand-economie. Online platformen kunnen hierbij een rol spelen. Het kan echter ook gaan om producten en diensten van bedrijven zelf, dus e-commerce.

Circulaire economie

De circulaire economie is een economie waarbij energie, grondstoffen, onderdelen en producten in een kringloop zoveel mogelijk worden hergebruikt (‘reuse’), dan wel zo zuinig mogelijk worden ingezet (‘reduce’). Ook hier geldt dat online platformen een rol spelen in de circulaire economie, maar dat de circulaire economie ook plaatsvindt buiten online platformen om.

Enkele resultaten van de enquêtes

Zoals in de vorige paragraaf is aangegeven, is in 2019 door het CBS een eerste enquête onder online platformen uitgevoerd. Ook zijn er enkele vragen over online platformen opgenomen in de CBS-enquêtes over het ICT-gebruik bij bedrijven en ICT-gebruik van huishoudens en personen. In deze paragraaf wordt kort ingegaan op enkele resultaten van dat onderzoek. Alvorens dat te doen, moet iets worden gezegd over de gehanteerde populatie.

Populatie

De gebruikte populatie van online platformen is samengesteld op basis van een samenvoeging van reeds (extern) bestaande populaties van online platformen. Deze bestaande populaties zijn aangevuld met eenheden, die als online platform zijn getypeerd op basis van een analyse met trefwoorden op teksten op alle websites van het Nederlandse internetdomein. De set van trefwoorden is verkregen door zogenoemde ‘word clouds’ te maken van de teksten van de websites van de reeds bestaande populaties (‘true cases’). Dit leverde een samengevoegde populatie op van zo’n 1 100 potentiële eenheden. Potentieel, omdat van tevoren van de toegevoegde eenheden niet was vastgesteld of de website of app ook daadwerkelijk een online platform was. Van deze circa 1 100 potentiële platformen is uiteindelijk ‘maar’ een analysebestand overgebleven van een kleine 200 online platformen. Daarvoor was een aantal redenen. Ten eerste was sprake van een vrijwillige enquête, waardoor een groot deel van de benaderde bedrijven geweigerd heeft om aan het onderzoek mee te doen. Daarnaast heeft een aanzienlijk deel, vaak ten onrechte, aangegeven geen online platform te zijn. Ten slotte was er een klein deel waar sprake was van veel item-non-respons (o.a. bij de financiële vragen en de vragen naar aantallen gebruikers). Bij de bruikbare respons ging het om zowel grote als kleine online platformen. De online platformen waren redelijk over de verschillende bedrijfstakken van de Nederlandse economie verdeeld. Het is echter moeilijk vast te stellen of de respons van deze groep platformen een enigszins representatief beeld geeft van de totale populatie.

Omvang en gebruik

Een veel gestelde vraag is hoeveel online platformen er nu precies zijn in Nederland en hoeveel gebruikers zij hebben. Zoals eerder aangegeven, is deze vraag moeilijk te beantwoorden aan de hand van dit eerste onderzoek. Ook speelt het probleem dat een groot aantal internationale platformen, die in Nederland wel worden gebruikt, hier geen vestiging hebben en vaak ook niet specifiek op het Nederlandse internetdomein actief zijn. Wel kan een ondergrens worden bepaald. Er wordt geschat dat er minimaal zo’n 700 (grotere) online platformen, met een vestiging in Nederland, actief zijn. Ook kan iets meer worden gezegd over het gebruik van online platformen. Als gekeken wordt naar particulieren en huishoudens, gebruiken alle mensen die van internet gebruikmaken in feite weleens een online platform, al is het maar een zoekmachine zoals Google. In 2019 gebruikte iets meer dan 90 procent van de bevolking van twaalf jaar of ouder de laatste drie maanden weleens internet, dus een online platform.noot3 Als wordt ingezoomd op de deeleconomie dan blijkt uit de enquête ‘ICT-gebruik van huishoudens en personen’ dat in 2019 bijna 60 procent van de Nederlandse bevolking van 12 jaar of ouder wel eensnoot4 gebruik heeft gemaakt van een online platform om goederen of diensten te bestellen of uit te wisselen. Daarbij gaat het vooral om het bestellen van maaltijden (36 procent), het kopen van tweedehands goederen (32 procent) en het boeken van een accommodatie (18 procent). Minder vaak wordt gebruikgemaakt van het huren van een vervoersdienst, zoals een taxi (7 procent), het inhuren van een persoon voor een klusje (4 procent) of het huren van een auto van een particulier (2 procent). Van de bedrijven in Nederland met 2 of meer werkzame personen maakte in 2018 circa 8 procent gebruik van een website of app van een ander bedrijf, dus een online platform. De belangrijkste redenen voor bedrijven om gebruik te maken van online platformen zijn een grotere potentiële markt (83 procent), gemak (75 procent) en het behouden of vergroten van het marktaandeel (68 procent).

Type aanbieder en afnemer

Meer dan 80 procent van de online platformen, die gerespondeerd hebben op deze eerste enquête, faciliteert vooral bemiddeling voor professionele aanbieders (bedrijven en zzp’ers). Voor de niet-professionele aanbieders (particulieren en huishoudens) is plaats op 46 procent van de online platformen (figuur 7.1.4.).noot5

7.1.4 Online platformen, naar type aanbieder, 2019 (n=179)
cat Faciliteert bemiddeling
Zowel niet-professioneel als professioneel 26,8
Niet-professioneel 19,6
Professioneel 53,6
7.1.5 Online platformen, naar type afnemer, 2019 (n=179)
cat Faciliteert bemiddeling
Zowel niet-professioneel als professioneel 33,5
Niet-professioneel 34,6
Professioneel 31,8

Het percentage online platformen dat bemiddelt voor niet-professionele afnemers (68 procent) is iets groter dan de bemiddeling van professionele afnemers. Zie figuur 7.1.5. Tabel 7.1.6 laat de combinaties zien van beide typen aanbieders en afnemers van online platformen.

7.1.6Online platformen, naar type aanbieders en type afnemers, 2019 (n=179)

Afnemers
beide1) niet-professioneel professioneel totaal
%
Aanbieders
Beide1) 16,2 8,4 2,2 26,8
Niet-professioneel 2,2 15,1 2,2 19,6
Professioneel 15,1 11,2 27,4 53,6
 
Totaal 33,5 34,6 31,8 100

Bron:CBS

1) Beide: zowel professioneel als niet-professioneel.

Opvallend is dat een groot deel van de onderzochte platformen zich richt op professionele aanbieders en professionele afnemers (b2b; 27 procent). Daarbij moet rekening worden gehouden met het feit dat zzp’ers bij zowel de afnemers als de aanbieders tot de groep professioneel behoren. Als gekeken wordt naar de smalle definitie van de deeleconomie (c2c-relatie), dan betreft het 15 procent van de hier responderende online platformen. Het aantal online platformen met niet-professionele aanbieders, maar professionele afnemers is, conform verwachting, klein.

Verdienmodellen

Bij 56 procent van de online platformen moet voor het gebruik door de aanbieders op een of andere wijze worden betaald. Bij 44 procent van de online platformen is het gebruik van het online platform voor de aanbieders gratis. In deze gevallen worden inkomsten op een andere manier verkregen, bijvoorbeeld door advertenties te plaatsen, investeringen aan te trekken of door de afnemers te laten betalen. Niet-professionele aanbieders hoeven minder vaak te betalen dan professionele aanbieders (figuur 7.1.7). Als er moet worden betaald voor het gebruik van het platform door de aanbieders geschiedt dat vooral via een percentage van de transactieprijs.

7.1.7 Online platformen, naar wijze van toegang en type aanbieder, 2019 (n=179) (%)
cat Niet-professioneel Professioneel Zowel niet-professioneel als professioneel Totaal
Betalen 45,7 59,4 56,3 55,9
Gratis 54,3 40,6 43,8 44,1

De afnemers op online platformen hoeven minder vaak te betalen voor het gebruik dan de aanbieders: 47 procent tegen 57 procent (figuur 7.1.8). Bij 53 procent van de online platformen is het gebruik voor de afnemers gratis. Hier is nog duidelijker dan bij de aanbieders dat niet-professionele afnemers minder vaak hoeven te betalen voor het gebruik van online platformen dan professionele afnemers. Als moet worden betaald door de afnemers gaat het vooral om een vast bedrag per transactie.

7.1.8 Online platformen, naar wijze van toegang en type afnemer, 2019 (n=179) (%)
cat Niet-professioneel Professioneel Zowel niet-professioneel als professioneel Totaal
Betalen 54,8 47,4 38,3 46,9
Gratis 45,2 52,6 61,7 53,1

Wordt een combinatie gemaakt van de betalingswijze van aanbieders en afnemers, dan is ongeveer een derde van de platformen gratis voor zowel aanbieder als afnemer; bij een derde moet door beide groepen gebruikers worden betaald; en bij een derde van de online platformen subsidiëren óf de aanbieders óf de aannemers de andere groep gebruikers van het online platform (tabel 7.1.9).

7.1.9Online platformen, naar wijze van betaling door aanbieders en afnemers, 2019 (n=179)

Toegang afnemers
betalen gratis totaal
%
Toegang aanbieders
Betalen 33,0 22,9 55,9
Gratis 14,0 30,2 44,1
Totaal 46,9 53,1 100,0

Bron:CBS

Scope

Van de hier geanalyseerde online platformen richt twee derde zich specifiek op de Nederlandse markt. 20 procent van de online platformen richt zich ook op de Europese markt. Het overige deel van de online platformen, 14 procent, richt zich ook op de wereldmarkt (figuur 7.1.10). Een belangrijke reden voor online platformen om zich niet direct te richten op de Europese of wereldmarkt is dat de producten en/of diensten waarin men bemiddelt, vaak specifiek passen bij die Nederlandse markt.

7.1.10 Marktoriëntatie online platformen, 2019 (n=179)
cat Marktoriëntatie
Nederland 66,5
Europa 19,6
Wereld 14,0

Financiële situatie

Opvallend is dat ruim een derde van de platformen aangeeft in 2018 verlies te hebben geleden; ook ruim een derde geeft aan in 2018 quitte te hebben gespeeld (neutraal). ‘Slechts’ drie op de tien hier responderende bedrijven geven aan in 2018 winst te hebben gemaakt (figuur 7.1.11). Dit past bij het beeld dat veel online platformen er in het begin vooral op gericht zijn om meer gebruikers aan te trekken dan om winst te maken (‘ubiquity now, revenue later’).

7.1.11 Online platformen, naar financieel resultaat, 2018 (n=179)
cat Financieel resultaat
Neutraal 34,6
Verlies 35,8
Winst 29,6

Gebruik algoritmen

Naast het vergaren van data over het gedrag en de achtergrondkenmerken van de gebruikers, is een belangrijk element bij het functioneren van online platformen de inzet van algoritmen. Algoritmen zijn geautomatiseerde scripts die op basis van regels zelfstandig, dus zonder tussenkomst van de mens, beslissingen nemen. Bij platformen gaat het daarbij vooral om het bevorderen van de interacties tussen de gebruikersgroepen van de platformen. Concreet moet gedacht worden aan bijvoorbeeld welke aanbieders bovenaan of juist onderaan het lijstje van de zoekopdracht van de afnemer komen te staan, het aanpassen van de prijs afhankelijk van vraag en aanbod of om individueel gerichte advertenties te plaatsen.

Echter niet voor alle hier geanalyseerde platformen zijn algoritmen even interessant: 20 procent van de hier geanalyseerde online platformen geeft aan geen gebruik te maken van algoritmen. Online platformen, die wel gebruikmaken van algoritmen, doen dat vooral voor het zo goed mogelijk matchen van aanbieders en afnemers en voor het plaatsen van gerichte advertenties (figuur 7.1.12). Daarnaast worden algoritmen onder meer ingezet om het aanbod (automatisch) af te stemmen op de vraag, de prijs te laten fluctueren op basis van vraag en aanbod, het functioneren van het platform in het algemeen en data over gebruikers te verwerven en te analyseren.

7.1.12 Online platformen, naar gebruik algoritmen1), 2019 (n=144‍) (%)
cat
Koppelen aanbieders - afnemers 54,9
Gerichte advertenties plaatsen 20,1
Bij slechte beoordeling ontzeggen toegang aanbieder/afnemer 11,8
Sturing aanbod (beschikbaarheid aanbieders) 11,8
Flexibele prijsstelling bij fluctuatie vraag en aanbod 5,6
Functioneren platform 3,5
Meer of minder werk afhankelijk beoordeling aanbieder 2,8
Analyseren data 2,8
Anders 16,0
1)Meerdere antwoorden mogelijk. Telt niet op tot 100 procent.

Online platformen die in werk bemiddelen

Een aparte groep online platformen betreft platformen die bemiddelen in werk (o.a. Werkspot) of online platformen die zelf gebruikmaken van werkenden (o.a. maaltijdbezorging). Voor dit soort online platformen is op dit moment veel aandacht. De focus van die aandacht ligt vooral op de arbeidspositie en -omstandigheden van de zogenoemde platformwerkers. In het onderzoek zijn online platformen gevraagd naar de voorzieningen die ze bieden aan hun werkers, en de eisen die ze stellen om voor of via hun te kunnen werken.

7.1.13 Eisen online platformen aan platformwerkers1), 2019 (n=39‍) (%)
cat
Minimum leeftijd 35,5
Werkervaring 22,6
Werkvergunning 19,4
Inschrijving KvK (en BTW-nummer) 16,1
Diploma's 16,1
Vast woonadres 12,9
Minimum aantal beschikbare uren 9,7
Account met profielgegevens 6,5
Verklaring goed gedrag 3,2
Aantal transacties dat geweigerd kan worden 3,2
Anders 25,8
1)Meerdere antwoorden mogelijk. Telt niet op tot 100 procent.

Als gekeken wordt naar de eisen, dan stelt ongeveer een vijfde van de platformen, die bemiddelen in werk, geen eisen aan de mensen die via of voor ze werken. Voor de platformen die dat wel doen, geeft figuur 7.1.13 een overzicht van de eisen, die het meest door de online platformen worden genoemd. Het gaat onder meer om een minimumleeftijd, werkervaring en een werkvergunning. Ook kan het zijn dat het gaat om online platformen, die binnen hun bedrijfstak aan bepaalde wettelijke eisen moeten voldoen, zoals het geval is bij internationale vervoerders. Vaak komen bepaalde eisen in combinatie voor. Het gaat dan bijvoorbeeld om een minimumleeftijd in combinatie met een werkvergunning of een vast woonadres, of om werkervaring in combinatie met bepaalde diploma’s.

Andere onderwerpen

Naast de hierboven beschreven aspecten van online platformen, is in het onderzoek onder meer ook gekeken naar aspecten zoals vestigingsplaats, oprichtingsjaar, aantallen aanbieders en afnemers, transacties, transactiewaarden, concurrentie, bedrijfsvoering, (effecten van) beoordelingssystemen, (gebruik van) data en extra ondersteunende diensten. Voor de resultaten daarvan zij verwezen naar het eerdergenoemde rapport ‘Meer zicht op online platformen in Nederland’.

Vervolgonderzoek

In het onderzoek naar online platformen in 2018 heeft het CBS eerst gekeken naar nationaal en internationaal geldende definities en concepten van online platformen. Ook is gekeken naar gewenste indicatoren en beschikbare statistische bronnen. In 2019 en 2020 is vervolgens de stap gezet naar het daadwerkelijk statistisch meten van online platformen. Naast het opzetten van een enquête onder online platformen, zijn ook vragen opgenomen in de enquêtes ‘ICT-gebruik bij bedrijven’ en ‘ICT-gebruik van huishoudens en personen’. De resultaten hiervan zijn eveneens beschreven in het al meermalen genoemde rapport ‘Meer zicht op online platformen in Nederland’. Op basis van de opgedane ervaring is in 2020 gestart met vervolgonderzoek.

Dit vervolgonderzoek richt zich onder meer op een verbetering van de methode om een structurele populatie van online platformen in Nederland vast te stellen. Zo wordt er onder meer gekeken naar de mogelijkheid om zogenoemde ‘classifiers’ te ontwikkelen, die geautomatiseerd vaststellen of een website of app een online platform is. Handwerk kent namelijk zijn grenzen. Deze classifiers werken op basis van machine learning-technieken. Een aandachtspunt blijft de internationale dimensie van online platformen. Dat is nu nog een witte vlek in de waarneming. Een positieve ontwikkeling is dat er in de komende revisie van de SBI (internationaal de NACE) mogelijk een aparte bedrijfstak komt voor bemiddelingsdiensten. Nu zijn online platformen verspreid terug te vinden in verschillende bedrijfstakken van de SBI en dan vaak gerelateerd aan de informatietechnologie of webportals.

Op basis van de verbeterde populatie zal in de tweede helft van 2020 een nieuwe enquête bij online platformen worden uitgezet. De intentie is om de resultaten van deze enquête begin 2021 te publiceren.

Bij de analyse van de eerste enquête is vooral sprake geweest van beschrijvende statistiek. Het streven is echter om met inachtneming van alle geldende geheimhoudingsregels meer diepgravende analyses uit te voeren, die aansluiten bij de verwachte effecten van online platformen. Een koppeling van de populatie van online platformen of de bedrijven, die online platformen gebruiken, met bijvoorbeeld het Algemeen Bedrijvenregister van het CBS kan daarbij helpen. Dit geeft namelijk de mogelijkheid om die eenheden te koppelen aan andere statistieken binnen het CBS.

Niet alleen het CBS houdt zich op dit moment bezig met online platformen. Zowel nationaal als internationaal is er veel belangstelling voor dit onderwerp. Op dit moment geldt dat vooral voor de arbeidssituatie en –positie van zogenoemde platformwerkers. Het is van belang voor het project om deze ontwikkelingen en initiatieven te blijven volgen, bijvoorbeeld ook als het gaat om definities en concepten.

7.2Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Elp, M. van en Mushkudiani, N. (2019). Free services. Working Party on Financial Statistics OECD, Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, Parijs.

Heerschap, N., Pouw, N. en Atmé, C. (2019). Measuring online platforms. Centraal Bureau voor de Statistiek, in samenwerking met Universiteit van Amsterdam, Heerlen, Den Haag, Bonaire.

Heerschap, N., Klijs, B. en Ortega-Azurduy, S. (2020). Meer zicht op online platformen in Nederland. Centraal Bureau voor de Statistiek, Heerlen, Den Haag, Bonaire.

Noten

Zoals in kaart gebracht door het bedrijf Dataprovider.

Zie o.a. Elp, M. van en N. Mushkudiani (2019).

Zie StatLine.

Minimaal een keer per jaar.

Doordat een deel van de online platformen bemiddelen voor zowel professionele als niet-professionele aanbieders, is de som van de percentages groter dan 100.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Judit Arends-Tóth

Nico Heerschap

Ron de Heij

Raymond Kleingeld

Bart Klijs

Rik van Roekel

Overige bijdragen

John Bechholz

Hugo de Bondt

Linda Bruls

David Gies

Cor Kragt

Ilham Malkaoui

Eelco van Vliet

Eric Wassink

Eindredactie

Ron de Heij