ICT en innovatie belangrijk in open Nederlandse economie

Foto omschrijving: In een, jaren dertig, arbeiderswijk (wijk Dieze, buurt Bollebieste) worden glasvezelkabels onder het trottoir gelegd.

Inleiding

Auteur: Ron de Heij

ICT en innovatie spelen een belangrijke rol in een open economie als de Nederlandse. In dit hoofdstuk worden eerst de speerpunten van Nederlandse beleidsmakers op het terrein van ICT en innovatie beschreven. Vervolgens is er aandacht voor de rol die Europa speelt. Daarna volgt een korte beschrijving van het doel van deze publicatie. Het hoofdstuk sluit af met een leeswijzer.

1.1Beleidskader ICT en innovatie

In een open economie, zoals de Nederlandse, die niet zozeer op prijs maar vooral op kennis concurreert, spelen ICT en innovatie een belangrijke rol. Kennis is voor Nederland een belangrijk middel voor economische groei. Bedrijven en instellingen investeren in onderzoek en ontwikkeling (R&D) om nieuwe producten en processen te realiseren, en daardoor een voorsprong te verwerven op concurrenten. Daarbij is het ook van belang om de kennis en vaardigheden van de beroepsbevolking op peil te houden. ICT speelt hierbij een centrale rol.

Nederland vierde meest geavanceerde digitale economie

In 2018 had Nederland de vierde meest geavanceerde digitale economie van de Europese Unie (figuur 1.1.1). Alleen Denemarken, Zweden en Finland gingen Nederland voor. Sinds 2014 wordt de top-4 gevormd door deze vier landen en bezet Nederland de vierde plaats. Nederland is vooral sterk op het gebied van ‘connectiviteit’, de mate waarin internet beschikbaar is voor iedereen, en de relatief hoge snelheid van internetverbindingen. Van alle EU-lidstaten scoorde Nederland het hoogst op dit gebied. Op het terrein van menselijk kapitaal – een maat voor de computervaardigheden van mensen – had Nederland de één na hoogste score van de Europese Unie. Wat betreft het gebruik van internetdiensten stond Nederland op de derde plaats van de 28 EU-landen. Uitdagingen liggen op het vlak van integratie van digitale technologieën (onder ander andere elektronische facturen en e-commerce) en van digitale overheidsdiensten, zoals open data en e-health. Op beide onderdelen van de index scoorde Nederland een zesde plaats.

De goede kwaliteit van de Nederlandse ICT-infrastructuur is één van de onderdelen waardoor Nederland, volgens het World Economic Forum (WEF), tot de meest concurrerende economieën van Europa (derde) en zesde wereldwijd kan worden gerekend in 2018 (World Economic Forum, 2018). Het WEF stelt dat naast de infrastructuur (zowel fysiek als digitaal), de kwaliteit van instituties (efficiënte overheid) en het stabiele macro-economische beleid een positief effect hebben op de concurrentiepositie van Nederland. Ook de kwaliteit van het onderwijs draag hieraan bij. Op de terreinen toepassing van ICT en innovatie blijft Nederland echter achter. Zo liggen de uitgaven aan R&D door bedrijven en publieke researchinstellingen structureel op een lager niveau dan in andere landen.

Nederland proeftuin voor digitale innovatie

Met de ‘Nederlandse Digitaliseringsstrategie’ geeft het kabinet-Rutte III richting aan de Nederlandse digitaliseringsagenda (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 2018). Drie ambities staan hierin centraal. Zo streeft het kabinet ernaar om de digitale koploper van Europa te worden door te experimenteren en als proeftuin te dienen voor digitale innovatie. Het Nederlands verdienvermogen wordt daarmee versterkt en tevens kan beter richting gegeven worden aan technologische ontwikkelingen. Daarnaast ligt de focus van het kabinet op het vroeg aanleren van digitale basisvaardigheden, en dat mensen op latere leeftijd blijven leren en zich ontwikkelen voor veranderende beroepen en taken. Dat waarden en grondrechten gewaarborgd blijven in een economie en samenleving die getransformeerd wordt door digitalisering, is een derde ambitie van de Nederlandse regering.

Om deze ambities te realiseren, zet het kabinet in op een aanpak met twee sporen. Enerzijds wordt maximaal ingezet op de maatschappelijke en economische kansen van digitalisering op domeinen als zorg, mobiliteit, energie en agrifood. Hierbij is ook de verdere digitalisering van het openbaar bestuur zelf een belangrijke opgave. Anderzijds ligt de focus op een goed fundament voor digitalisering – waaronder privacybescherming, cybersecurity, digitale vaardigheden en eerlijke concurrentie.

Nederlands innovatiebeleid richt zich op maatschappelijke thema’s

De belangrijkste Nederlandse beleidslijnen op het thema innovatie liggen vast in het nieuwe Missiegedreven Innovatiebeleid dat voortbouwt op de samenwerking uit de Topsectoren­aanpak (TK, 2018). Hierin zijn vier maatschappelijke thema’s en sleuteltechnologieën aangewezen die niet alleen belangrijk zijn voor vernieuwing, maar ook voor de toekomstige samenleving en economie. De thema’s die centraal staan zijn: Landbouw, water & voedsel; Gezondheid & zorg; Energietransitie & duurzaamheid en Veiligheid. Sleuteltechnologieën als fotonica, kunstmatige intelligentie en nano-, quantum- en biotechnologie kunnen helpen om te komen tot innovaties op deze terreinen.

Europa: grensoverschrijdende onlineactiviteiten en open innovatie bevorderen

Door de Europese Unie wordt een groot deel van beleid en wetgeving vastgesteld voor de lidstaten. In 2015 werd ‘The Digital Single Market Strategy’ van de Europese Commissie (EC) door het Europees Parlement (EP) aangenomen (Europese Commissie, 2015). In deze strategie, die op drie pijlers rust, omschrijft de EC haar beleidsprioriteiten voor een digitale eengemaakte markt voor Europa. De eerste pijler wordt gevormd door beleid voor een betere toegang online tot goederen en diensten voor consumenten en bedrijven in heel Europa. Het doel daarbij is om belangrijke verschillen tussen de online- en offlinewereld te laten verdwijnen zodat hindernissen voor grensoverschrijdende onlineactiviteiten worden weggenomen. Randvoorwaarden die bevorderlijk zijn voor digitale netwerken vormen de tweede pijler. Het gaat hierbij om een goede infrastructuur, maar ook om passende regelgeving op het terrein van innovatie, investering en concurrentie. Zorgen voor een maximaal groeipotentieel voor de Europese digitale economie is de derde pijler. Dit vereist onder andere investeringen in ICT-infrastructuur en onderzoek en innovatie.

De drie hoofdoelstellingen van het EU-beleid voor onderzoek en innovatie zijn open innovatie, open wetenschap en open zijn naar de wereld (Europese Commissie, 2016). Zorgen voor vrije circulatie van kennis, snellere verspreiding van kennis en stimulering van internationale samenwerking zijn hierbij belangrijke speerpunten.

Met het aantreden van een nieuwe Europese Commissie in 2019, zal een nieuwe Europese beleidsagenda van kracht worden.

1.2Doel van de publicatie

Het doel van ICT, kennis en economie is om een samenhangend, accuraat en actueel beeld van de Nederlandse kenniseconomie te schetsen. Statistieken over het ICT-gebruik bij bedrijven, ICT-gebruik van huishoudens en personen, research en development (R&D) en innovatie vormen hiervoor de kern. Daarnaast worden gegevens uit de nationale rekeningen, vacature-enquête en enquête beroepsbevolking gebruikt. De nationale ontwikkelingen op deze terreinen worden daarbij veelvuldig in internationaal perspectief geplaatst. Deze publicatie biedt achtergronden, kennis en toetsingskaders voor een brede doelgroep van beleidsmakers, onderzoekers en bedrijven. Om die reden beoogt de publicatie een breed overzicht te geven van beschikbaar cijfermateriaal en de samenhang te tonen tussen de beschreven onderwerpen.

De begrippen en statistische gegevens in deze publicatie zijn grotendeels vastgesteld in overleg met andere statistische bureaus in de EU. Eurostat, het statistisch bureau van de EC, vervult hierbij een coördinerende rol. Hierdoor is een vergelijking van de prestaties van Nederland met andere Europese landen goed mogelijk. De definities en classificaties die Eurostat hanteert, sluiten vaak aan op die van de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Dit maakt het mogelijk om de cijfers over Nederland ook te vergelijken met niet-Europese landen.

1.3Leeswijzer

In ICT, kennis en economie zijn drie thema’s met elkaar verweven. Het eerste thema is gebaseerd op de economische betekenis van de ICT-sector voor de Nederlandse economie. Langlopende statistieken over onder andere omzet, werkgelegenheid en aantal bedrijven in de ICT-sector zijn aangevuld met de laatste inzichten. Hiermee krijgt de lezer een goed beeld van de langetermijnontwikkelingen in de ICT-sector vanuit economisch perspectief. Het tweede thema handelt over de wijze waarop huishoudens en bedrijven ICT gebruiken. Beide thema’s komen jaarlijks aan bod. Kennis, dat bestaat uit de onderwerpen R&D en innovatie en kennispotentieel, vormt het derde thema van deze publicatie. De inhoud van de hoofdstukken die handelen over deze onderwerpen wisselt jaarlijks. De belangrijkste reden hiervoor is de tweejaarlijkse cyclus van de innovatie-enquête. Eens in de twee jaar voeren alle EU-lidstaten op geharmoniseerde wijze een onderzoek uit naar innovatie: de ‘Community Innovation Survey’ (CIS). Zodra de uitkomsten van dit onderzoek beschikbaar zijn, komen ze in de publicatie aan bod. Dat betekent dat deze publicatie in even jaren de nationale cijfers over innovatie uitvoerig bespreekt. In de oneven jaren zijn ook de internationale uitkomsten van de CIS beschikbaar. Het onderwerp R&D kent hierdoor – in ICT, kennis en economie – ook een tweejaarlijkse cyclus. In de oneven jaren bevat het een uitgebreider hoofdstuk over R&D dan in de even jaren. Nieuwe uitkomsten over R&D verschijnen overigens wel jaarlijks. Naast de genoemde onderwerpen heeft deze publicatiereeks ook aandacht voor het kennispotentieel in Nederland. Dit onderwerp komt samen met het gerelateerde thema R&D in de oneven jaren uitgebreid aan bod. In de even jaren maakt het onderwerp kennispotentieel geen deel uit van de publicatie. De afwisseling van onderwerpen resulteert in een publicatiereeks waarvan het accent in de oneven jaren ligt op kennisontwikkeling en in de even jaren op technologie en toepassing.

De editie 2019 is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 behandelt de bijdrage van ICT aan de Nederlandse economie. Het heeft als onderwerpen de ICT-sector en de Nederlandse economie, ICT-gerelateerde werkgelegenheid, ICT-bestedingen en de internationale handel in ICT-goederen en –diensten. Hoofdstuk 3 richt zich op het ICT-gebruik door huishoudens en personen. Er wordt achtereenvolgens ingegaan op de ICT-voorzieningen bij huishoudens, communiceren, informatie zoeken en vermaak via internet en het gebruik van diensten als cloud-computing en internetbankieren. Het hoofdstuk wordt afgesloten met cijfers over online winkelen en gegevensbescherming op smartphones. Hoofdstuk 4 bespreekt hoe bedrijven ICT toepassen. Wat voor internetverbindingen hebben bedrijven en hoe gebruiken zij het web? Ook hoe het personeel van bedrijven ICT gebruikt komt aan de orde. Vervolgens wordt aandacht besteed aan elektronische facturering, e‑commerce en beveiligingsmaatregelen. Een beschrijving van het gebruik van relatief nieuwe ICT-toepassingen als big-data-analyse, cloud-computing, robotica en 3D-printing completeren dit hoofdstuk. In het volgende hoofdstuk staat het kennispotentieel dat in Nederland aanwezig is centraal. De deelname aan de verschillende onderwijsniveaus en de geslaagden per studierichting in Nederland komen aan bod. Vervolgens wordt ingegaan op het opleidingsniveau van Nederlanders, ook in vergelijking met andere Europeanen. Het hoofdstuk sluit af met een beschrijving van cijfers over buitenlandse studenten in Nederland en Nederlandse studenten in het buitenland. Hoofdstuk 6 over R&D beschrijft de investeringen in kennis; van belang voor innovatie en (ICT-)technologie. Achtereenvolgens wordt aandacht besteed aan R&D in Nederland, bij bedrijven, in het hoger onderwijs en bij publieke researchinstellingen. Ook is er aandacht voor de financiering van R&D in Nederland. In hoofdstuk 7 worden de uitkomsten van het meest recente Europese onderzoek naar innovatie bij bedrijven besproken, met als verslagperiode 2014–2016. In dit hoofdstuk staan internationale vergelijkingen op onderwerpen als het aandeel innovatieve bedrijven, samenwerking bij innovatie en omzet behaald met innovatie producten dan ook centraal. Het afsluitende hoofdstuk van deze publicatie bevat een capita selecta. Dit betreft een verdiepende bijdrage die nader ingaat op leven lang leren.

1.4Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Europese Commissie (2015). Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa. Europese Commissie, Brussel.

Europese Commissie (2016). Open innovation, Open Science, Open to the World – a vision for Europe. Europese Commissie, Brussel.

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2018). Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Den Haag.

TK(2018). Naar Missiegedreven Innovatiebeleid met Impact. Brief van de minister en staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. Tweede Kamer, vergaderjaar 2017/2018, DGBI-I&K/18148309.

World Economic Forum (2018). The Global Competitiveness Report 2018. World Economic Forum, Cologny/Geneva.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2018–2019 2018 tot en met 2019
2018/2019 Het gemiddelde over de jaren 2018 tot en met 2019
2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2018 en eindigend in 2019
2016/’17–2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2016/’17 tot en met 2018/’19

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Judit Arends-Tóth

Raymond Kleingeld

Laura Wielenga-van der Pijl

Rik van Roekel

Ron de Heij

Astrid Pleijers

Francis van der Mooren

Overige bijdragen

John Bechholz

Marijke Hartgers

Cor Kragt

Kasper Leufkens

Linda Muller-Geuzinge

Hugo de Bondt

David Gies

Jacqueline van Beuningen

Yuri Boskamp

Eric Wassink

Eindredactie

Ron de Heij