Inleiding

Dit hoofdstuk start met een beschrijving van het kabinetsbeleid voor digitalisering. Wat zijn de speerpunten van de Nederlandse beleidsmakers? Daarna volgt een korte beschrijving van het doel van de publicatie. Het hoofdstuk sluit af met een leeswijzer.

1.1Beleidskader digitalisering

Voor de Nederlandse economie is kennis een belangrijk middel om economische groei te realiseren. Bedrijven en instellingen investeren in onderzoek en ontwikkeling om nieuwe producten en processen te realiseren, en daardoor een voorsprong te verwerven op concurrenten. Succesvol innoveren heeft een grotere kans van slagen in een goed functionerend netwerk van bedrijven en kennisinstellingen (CBS, 2010). Een economie heeft daardoor baat bij overheidsbeleid gericht op gezamenlijke kennisontwikkeling van bedrijven en instellingen. ICT speelt hierbij een centrale rol.

De DESI (Digital Economy and Society Index) laat zien hoe ver een land is op het gebied van digitalisering. De indicator bestaat uit vijf onderdelen die ieder ook weer zijn opgebouwd uit meerdere indicatoren. Zo kunnen de prestaties van alle EU-lidstaten met elkaar worden vergeleken. In 2018 stond Nederland op de vierde plaats (Figuur 1.1.1).

Nederland dankte zijn notering vooral aan de ‘connectiviteit’, de mate waarin internet beschikbaar is voor iedereen, en de relatief hoge snelheid van de Nederlandse internetverbindingen. Op dit terrein was Nederland de koploper in de EU. Op het gebied van menselijk kapitaal – een maat voor de computervaardigheden van mensen – was Nederland tweede van de EU, na Finland (Europese Commissie, 2018). Wat betreft het gebruik van internetdiensten stond Nederland op de derde plaats van de EU-28-landen. En op het vlak van integratie van digitale technologie en van digitale overheidsdiensten behaalde Nederland in 2018 de zesde plek van de EU.

Nederlandse digitaliseringsstrategie

In de ‘Nederlandse digitaliseringsstrategie’ worden de ambities van het kabinet Rutte III beschreven op het gebied van digitalisering (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 2018). Het regeerakkoord bevat de nodige ambities en acties als het gaat om digitalisering:

  • Nederland kan digitaal koploper worden van Europa.
  • Digitalisering is nodig op terreinen als de zorg, mobiliteit, en het openbaar bestuur.
  • Het kabinet versterkt noodzakelijke basisvoorwaarden als digitale veiligheid, privacy, digitale geletterdheid, mededinging, innovatie, en modernisering van wetregelgeving.
  • Het kabinet zet in op verdere versterking van de Europese digitale interne markt.

Met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie geeft het kabinet verdere invulling en richting aan deze opgaven. Daarbij staan drie ambities centraal:

  1. Vooroplopen en kansen benutten. Het kabinet streeft ernaar om digitale koploper van Europa te worden. Nederland als pionier en proeftuin op het gebied van digitale innovatie. Daarmee wordt ook het Nederlands verdienvermogen versterkt en beter richting gegeven aan technologische ontwikkelingen.
  2. Verhogen van digitale vaardigheden Bij een snelle ontwikkeling als digitalisering is het van belang om iedereen binnen boord te krijgen én te houden. Op de arbeidsmarkt en in de samenleving als geheel. Dit vergt dat iedereen al vroeg basisvaardigheden aanleert, en dat mensen op latere leeftijd blijven leren en zich ontwikkelen voor veranderende beroepen en taken.
  3. Vertrouwen in de digitale toekomst. Voor het kabinet is het vanzelfsprekend dat ook in het digitale tijdperk waarden en grondrechten als veiligheid, privacybescherming, zelfbeschikking, eerlijke concurrentie, en toegankelijk en goed openbaar bestuur gewaarborgd blijven. Vertrouwen is het fundament voor de digitale transformatie: vertrouwen dat onze data veilig is, en vertrouwen dat digitale technologie zorgvuldig gebruikt wordt.

Het streven is dat Nederland voorop blijft lopen met digitalisering: met onderzoek, met experimenten en met het toepassen van nieuwe techno­logie. Het kabinet zet daarbij in op een aanpak met twee sporen:

  1. Maatschappelijke en economische kansen benutten (versnellen)

Digitalisering vindt voor een belangrijk deel plaats in maatschappelijke sectoren waar de overheid een relatief grote rol heeft. Denk aan de zorg, mobiliteit, energie en het agrifood-domein. Ook de verdere digitalisering van het openbaar bestuur zelf is een belangrijke opgave. De uitdaging voor het kabinet is om in deze sectoren de digitale transitie te versnellen en te ondersteunen.

  1. Versterken van het fundament (basisvoorwaarden)

Het fundament voor digitalisering – waaronder privacybescherming, cybersecurity, digitale vaardigheden en eerlijke concurrentie – moet op orde zijn en verder worden versterkt. Het kabinet zet hiervoor in op vijf speerpunten, zodat burgers en bedrijven de kansen kunnen benutten die digitalisering biedt:

  1. Grensverleggend onderzoek en innovatie
  2. Ander werk, nieuwe vaardigheden en een leven lang leren
  3. Een dynamische digitale economie
  4. Weerbaarheid van burgers en organisaties versterken
  5. Grondrechten en ethiek in de digitale tijd

1.2Doel van de publicatie

Deze publicatie beschrijft de economische en maatschappelijke rol van kennis en technologie. De verschillende hoofdstukken vergelijken de ontwikkelingen in Nederland veelvuldig met die in het buitenland. Deze uitgave is de achtste editie in een jaarlijkse reeks. ICT, kennis en economie heeft een beschrijvend karakter. Officiële statistieken over het thema ICT vormen de leidraad voor de structuur van deze publicatie. Deze publicatie biedt achtergronden, kennis en toetsingskaders voor een brede doelgroep van beleidsmakers, onderzoekers en bedrijven. Om die reden beoogt de publicatie een breed overzicht te geven van beschikbaar cijfermateriaal en de samenhang te tonen tussen de beschreven onderwerpen.

De begrippen en statistische gegevens in deze publicatie zijn grotendeels vastgesteld in overleg met andere statistische bureaus in de Europese Unie. Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Commissie, vervult hierbij een coördinerende rol. Hierdoor is een spiegeling van de prestaties van Nederland aan andere Europese landen goed mogelijk. Deze internationale vergelijkingen komen dan ook veelvuldig aan bod. De definities en classificaties die Eurostat hanteert, sluiten vaak aan op die van de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Dit maakt het mogelijk om de cijfers over Nederland ook te vergelijken met niet-Europese landen.

1.3Opzet van de publicatie

Om nieuwe economische activiteiten te kunnen ontwikkelen, is het belangrijk dat bedrijven innoveren. Als de kennis en vaardigheden van de beroepsbevolking internationaal achterblijven, kan Nederland minder goed concurreren met andere economieën. Een actueel beeld van de Nederlandse kenniseconomie is onmisbaar om de ontwikkelingen goed in kaart te brengen. Deze publicatie schetst dit beeld dit keer hoofdzakelijk op basis van ICT-gerelateerde cijfers. Van oudsher bevat de publicatie ook cijfers over R&D en innovatie, maar door omstandigheden was dat dit keer niet mogelijk.

1.4Leeswijzer

Het volgende deel geeft een korte beschrijving van de hoofdstukken in deze publicatie.

Hoofdstuk 2 behandelt de bijdrage van ICT aan de Nederlandse economie. Het hoofdstuk heeft als onderwerpen de ICT-sector en de Nederlandse economie, ICT-gerelateerde werkgelegenheid, ICT-bestedingen en internationale handel in ICT-goederen en -diensten.

Hoofdstuk 3 richt zich op huishoudens en personen. De eerste paragraaf inventariseert de ICT-voorzieningen. De tweede paragraaf geeft een overzicht van de belangrijkste internetactiviteiten van Nederlanders. Hierbij komt ook de diversiteit van de activiteiten die zij op internet ondernemen, aan de orde. Paragraaf drie geeft informatie over online winkelen. De laatste paragraaf van dit hoofdstuk gaat in op de computer- en internetvaardigheden van Nederlanders.

Hoofdstuk 4 bespreekt hoe bedrijven ICT toepassen. In de eerste paragraaf staat internet centraal: wat voor internetverbindingen hebben bedrijven en hoe gebruiken zij het web? De tweede paragraaf beschrijft hoe het personeel van bedrijven ICT gebruikt. De derde paragraaf in dit hoofdstuk besteedt aandacht aan het gebruik van sociale media door bedrijven. In paragraaf 4 wordt gekeken naar elektronische facturering door bedrijven. Daarna volgt een paragraaf die ingaat op het thema e‑commerce: elektronisch in- en verkopen. De zesde paragraaf gaat over beveiligingsmaatregelen van bedrijven. Het hoofdstuk besluit met een paragraaf over big data.

Hoofdstuk 5 bevat enkele capita selecta. Dit betreft verdiepende bijdragen die nader ingaan op onderwerpen die deels ook elders in de publicatie aan bod komen. Soms betreft het echter onderwerpen waar het CBS geen cijfers en specifieke kennis over heeft, maar die wel een nuttige bijdrage leveren aan de beschrijving van de kenniseconomie. In deze editie is een bijdrage opgenomen over internetaankopen van Nederlandse consumenten bij buitenlandse webwinkels. De tweede bijdrage gaat in op het fenomeen van zogenoemde online platformen, die functioneren als digitale bemiddelaars tussen aanbieders en gebruikers van producten, diensten en/of (digitale) informatie. De derde bijdrage gaat over radiogebruik door de jaren heen. In de laatste paragraaf wordt aandacht besteed aan patenten.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Copyright foto’s: Hollandse Hoogte

Disclaimer en copyright

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2017–2018 2017 tot en met 2018
2017/2018 Het gemiddelde over de jaren 2017 tot en met 2018
2017/’18 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2017 en eindigend in 2018
2015/’16–2017/’18 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2015/’16 tot en met 2017/’18

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

C. Atmé

J. Arends-Tóth

J.W.A. van Beuningen

A.J. Dieleman

N.M. Heerschap

H.N. de Heij

R. Kleingeld

V.S. Lalta

G.J.H. Linden

Q.A. Meertens

N.R.M. Pouw

Overige bijdragen

J.B.G. Boskamp

J.J.T. Bechholz

H. de Bondt

D.J. Gies

C.M. Kragt

A.D. Kuipers

A. van Loon

M.H.J. Souren

Eindredactie

V.S. Lalta

G.H. Wassink

Erratum

Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, zijn er achteraf enkele onvolkomenheden geconstateerd. Onze excuses hiervoor.

Datum: 7 maart 2019

In de tekst behorende bij tabel 2.4.1 is geschreven dat Nederland in 2016 voor 51 miljard euro aan ICT-goederen en -diensten importeerde. Dit moet echter 61 miljard zijn zoals ook in de tabel is vermeld. Deze fout is ook in de samenvatting terecht gekomen. Hierin staat onder het kopje Internationale handel in ICT (2.4) ook dat Nederland in 2016 voor 51 miljard euro aan ICT-goederen en -diensten importeerde. Dit moet 61 miljard euro zijn.