Ontwikkelingen op de markt voor bedrijfs­financiering

Halverwege 2020 was al duidelijk dat het jaar ook in economische zin in het teken van de coronapandemie zou staan. De overheid heeft fors ingegrepen om de pijn te verzachten, onder andere met regelingen gericht op het stimuleren van de toegang tot financiering. Banken verleenden uitstel van aflossingen op lopende leningen. Toch zal het coronavirus waarschijnlijk een weerslag hebben op de markt voor financiering.

Dit hoofdstuk geeft daar slechts een allereerste beeld van: net als de rest van deze monitor beschrijft het in beginsel de periode van half 2019 tot half 2020. Alleen de eerste vier maanden (maart tot en met juni) van het coronavirus vielen in die onderzoeksperiode.noot1 Het geschetste beeld van de financieringsmarkt voor bedrijven en recente ontwikkelingen in die markt is gebaseerd op bestaande bronnen over de omvang van verschillende financieringsvormen. Aan patronen wordt enige duiding gegeven op basis van een niet-uitputtende selectie van recent onderzoek. Het inzicht in de ontwikkelingen helpt om de vraag naar bedrijfsfinanciering in perspectief te plaatsen.

2.1De Nederlandse economie voor en tijdens de coronapandemie

Voorafgaand aan de aankomst van het coronavirus in Nederland vertoonde het bbp in 2019 nog een groei van 1,8 procent (CBS, 2020d). Die groei werd vooral gevoed door binnenlandse investeringen, de export van diensten en uitgaven door consumenten. Het was het zesde jaar van economische groei op rij. Die groei was wel lager dan in de vier voorgaande jaren en werd bereikt met een lagere arbeidsproductiviteit. Er werd vooral méér gewerkt. Er waren nog nooit zoveel mensen aan het werk in Nederland als in 2019: ruim 9,5 miljoen werkzame personen. Voor 2020 en 2021 werd een lagere groei verwacht door een krappe arbeidsmarkt, afgenomen vertrouwen onder consumenten en negatieve risico’s rondom de wereldhandel (DNB, 2019).

De coronapandemie en de Nederlandse economie in 2020

Tot half maart 2020 bevond de economie zich nog in een hoogconjunctuur. In een halve maand tijd veranderde echter veel. In het gehele eerste kwartaal van 2020 kromp het Nederlandse bbp met 1,5 procent. In de maanden daarna raakte de Nederlandse economie door het coronavirus in een diepe laagconjunctuur. Export, investeringen en consumptie namen fors af: in april werd zelfs de grootste krimp van de binnenlandse consumptie ooit gemeten. Het gevolg voor het Nederlandse bbp was een krimp van 8,5 procent in het tweede kwartaal. Het aantal faillissementen in het eerste half jaar lag nog niet hoger dan een jaar eerder.

Delen van de economie worden in verschillende mate geraakt. In sommige bedrijfstakken was het effect positief. Gestuwd door toenames in online verkopen, zette de detailhandel in augustus bijvoorbeeld bijna 10 procent meer om dan een jaar eerder. Winnaars waren de winkels in meubels, elektronica en vooral doe-het-zelfwinkels. Verliezers waren er ook: kledingwinkels zagen hun omzet fors afnemen en de horeca en cultuursector werden in 2020 meerdere keren sterk geraakt vanwege de maatregelen om contactmomenten en reisbewegingen zoveel mogelijk te beperken. De omzet van de horeca was in het tweede kwartaal nog maar de helft van wat deze in het eerste kwartaal van 2020 was. In september verwachtte minder dan de helft van de horecaondernemers een jaar later nog te bestaan. Uiteindelijk zouden de gevolgen van het coronavirus kunnen leiden tot een ongekende economische krimp van 5 procent over heel 2020 (CPB, 2020a).noot2

2.2Minder bankleningen in het eerste coronakwartaal

De uitstaande kredietverlening aan het mkb door banken nam licht af tussen het tweede kwartaal van 2019 en het tweede kwartaal van 2020. Die afname is volledig toe te wijzen aan de afname van rekeningcourant kredieten, die tijdens die periode terugliepen van 16,5 miljard euro tot 12,7 miljard euro. Daarnaast vond de helft van die afname plaats in het tweede kwartaal van 2020. Nieuwe leningen met relatief kleine bedragen en een korte looptijd zijn sinds de uitbraak van het coronavirus juist iets toegenomen (DNB, 2020).

Tussen de derde kwartalen van 2018 en 2019 nam de totale uitstaande kredietverlening aan het gehele bedrijfsleven af met in totaal 2 procent. Eind 2019 was daar juist weer sprake van een kleine opleving. In het tweede kwartaal van 2020 stuit deze opleving waarschijnlijk door de coronapandemie en de maatregelen in de bestrijding van het coronavirus op een ommekeer. Dat is vooral zichtbaar in de omvang van nieuw afgesloten contracten. Deze hadden in dat kwartaal een gezamenlijke waarde van 30,2 miljard euro. Dat betekent een daling van 15 procent, de grootste kwartaal-op-kwartaal daling sinds begin 2016. In het eerste kwartaal van 2020 was er juist nog sprake van een grote toename. Dat maakt dat terugval relatief groot is maar de omvang van nieuwe contracten weer terugbrengt op de kwartaalniveaus in 2019.

2.2.1 Uitstaande kredietverlening aan het mkb, leningen en rekeningcourant, 2014-20201)2) (mld euro)
jaar kwartaal <= 0,25 mln euro > 0,25 mln en <= 1 mln euro > 1 mln euro
III, 15,5 35,7 93,5
IV, 15,2 35,5 92,7
'14 I, '14 15,1 34,9 91,5
'14 II, '14 15 34,6 90,8
'14 III, '14 14,7 34,1 88,9
'14 IV, '14 14,8 33,5 86,7
'15 I, '15 15 33,3 87,7
'15 II, '15 15,1 33,2 87,1
'15 III, '15 14,8 33 85,3
'15 IV, '15 14,4 32,6 83,4
'16 I, '16 14,3 32,3 80,9
'16 II, '16 14,1 32,1 80,1
'16 III, '16 13,9 31,9 79,9
'16 IV, '16 13,2 30,9 79,9
'17 I, '17 13,2 30,9 79,2
'17 II, '17 13,8 30,5 81,4
'17 III, '17 13,4 30,4 82,2
'17 IV, '17 13,1 30,1 83,3
'18 I, '18 13,1 30 84,3
'18 II, '18 13,2 30,2 84,3
'18 III, '18 13,2 30,1 84,1
'18 IV, '18 12,9 29,8 84,4
'19 I, '19 13 29,8 85
'19 II, '19 12,9 29,6 84,6
'19 III, '19 12,5 29,7 83,7
'19 IV, '19 12,3 29,2 83,1
'20 I, '20 12,3 29,1 83,3
'20 II, '20 12 28,7 82,6
Bron: CBS, DNB (2020), Kredietverlening Nederlandse grootbanken aan Nederlands midden- en kleinbedrijf.
1)De bedragen hebben alleen betrekking op de kredietverlening aan het mkb door de drie Nederlandse grootbanken.
2)In tegenstelling tot eerdere monitoren zijn in deze figuur ook rekeningcourantkredieten toegevoegd.
2.2.2 Kredietverlening aan niet-financiële ondernemingen, 2003-20201)
jaar kwartaal Uitstaande bedragen Nieuwe contracten
2003 1e kwartaal, 2003 252,7 .
2003 2e kwartaal, 2003 255,9 .
2003 3e kwartaal, 2003 255,5 .
2003 4e kwartaal, 2003 259,4 .
2004 1e kwartaal, 2004 261,9 .
2004 2e kwartaal, 2004 265 .
2004 3e kwartaal, 2004 268,2 .
2004 4e kwartaal, 2004 270,8 .
2005 1e kwartaal, 2005 270,7 .
2005 2e kwartaal, 2005 274,2 .
2005 3e kwartaal, 2005 279 .
2005 4e kwartaal, 2005 281,6 .
2006 1e kwartaal, 2006 287,6 .
2006 2e kwartaal, 2006 295,5 .
2006 3e kwartaal, 2006 297,8 .
2006 4e kwartaal, 2006 301,3 .
2007 1e kwartaal, 2007 302,4 .
2007 2e kwartaal, 2007 310,2 .
2007 3e kwartaal, 2007 319,7 .
2007 4e kwartaal, 2007 330 .
2008 1e kwartaal, 2008 346,3 .
2008 2e kwartaal, 2008 366,2 .
2008 3e kwartaal, 2008 376,9 .
2008 4e kwartaal, 2008 373,2 .
2009 1e kwartaal, 2009 372,3 .
2009 2e kwartaal, 2009 376,8 .
2009 3e kwartaal, 2009 379,9 .
2009 4e kwartaal, 2009 382,8 .
2010 1e kwartaal, 2010 387,9 .
2010 2e kwartaal, 2010 393,6 31,6
2010 3e kwartaal, 2010 404,3 32,7
2010 4e kwartaal, 2010 417,7 37,6
2011 1e kwartaal, 2011 422,6 33,2
2011 2e kwartaal, 2011 430,2 35,4
2011 3e kwartaal, 2011 435,5 37,6
2011 4e kwartaal, 2011 433,4 35,0
2012 1e kwartaal, 2012 434,2 33,3
2012 2e kwartaal, 2012 437,7 33,6
2012 3e kwartaal, 2012 441,8 30,3
2012 4e kwartaal, 2012 435,9 34,3
2013 1e kwartaal, 2013 436,2 33,6
2013 2e kwartaal, 2013 434,1 32,4
2013 3e kwartaal, 2013 432,2 30,1
2013 4e kwartaal, 2013 430,5 33,7
2014 1e kwartaal, 2014 428,9 29,9
2014 2e kwartaal, 2014 417,7 29,6
2014 3e kwartaal, 2014 408,2 28,5
2014 4e kwartaal, 2014 400,1 31,5
2015 1e kwartaal, 2015 383,1 35,7
2015 2e kwartaal, 2015 374,3 39,8
2015 3e kwartaal, 2015 368,7 36,6
2015 4e kwartaal, 2015 354,8 34,7
2016 1e kwartaal, 2016 359,2 29,3
2016 2e kwartaal, 2016 355,7 31,1
2016 3e kwartaal, 2016 343,9 28,1
2016 4e kwartaal, 2016 335,4 34,2
2017 1e kwartaal, 2017 330,7 32,6
2017 2e kwartaal, 2017 325,3 33,2
2017 3e kwartaal, 2017 326,1 30,7
2017 4e kwartaal, 2017 320,3 33,3
2018 1e kwartaal, 2018 324,8 32,1
2018 2e kwartaal, 2018 324,6 33,7
2018 3e kwartaal, 2018 325,8 31,1
2018 4e kwartaal, 2018 324,2 33,7
2019 1e kwartaal, 2019 322,1 29,5
2019 2e kwartaal, 2019 320,6 31,1
2019 3e kwartaal, 2019 319,6 29,6
2019 4e kwartaal, 2019 319,8 32,7
2020 1e kwartaal, 2020 323,5 35,5
2020 2e kwartaal, 2020 323,0 30,2
Bron: CBS, DNB (2020), Deposito's en leningen van MFI's aan niet-financiële bedrijven, volumes, gecorrigeerd voor breuken.
1) Gegevens over nieuwe contracten vóór 2010 zijn niet beschikbaar.

De afname in nieuwe contracten kan het gevolg zijn van een gecombineerde vraag- en aanboduitval. Daar liggen verschillende mogelijke mechanismen aan ten grondslag. De uitval van vraag naar financiering komt door twee tegenstrijdige ontwikkelingen in het bedrijfsleven. Enerzijds hebben bedrijven méér behoefte aan financiering om liquiditeitsproblemen op te vangen of een moeilijke periode te overbruggen. Anderzijds verwachten diezelfde bedrijven dit jaar minder te investeren en te groeien en hebben zij daar minder financiering voor nodig. Het uitgebreide pakket aan maatregelen van de overheid en aflossingsuitstel door banken beperkten de liquiditeitsproblemen deels en droegen zo mogelijk bij aan het relatief lage aantal faillissementen. Daarnaast lijken bedrijven terughoudend in het aanvragen van financiering uit onzekerheid over de economische situatie en de termijn waarbinnen de economische situatie stabiliseert. Het uitstellen van extern gefinancierde investeringen lijkt dus in de eerste helft van 2020 te overheersen.

De afname in nieuwe contracten kan ook een gevolg zijn van een aanboduitval, omdat kredietverstrekkers door de risico’s rondom de gevolgen van het coronavirus mogelijk kritischer beoordelen of bedrijven extra financiering kunnen dragen en niet in terugbetalingsproblemen komen. Zij waken voor een opbouw van risico’s in hun portefeuille. De verschillende garantieregelingen van de Rijksoverheid zijn bedoeld om hen te helpen die risico’s te mitigeren en in de kern gezonde bedrijven te blijven financieren.

Van liquiditeitsproblemen naar solvabiliteitsproblemen en financieringsproblemen

Verschillende onderdelen van de Nederlandse economie worden op verschillende manieren geraakt door de coronacrisis. De eerste maanden van contactbeperkingen kenmerkten zich door gesloten horeca en musea, afgelaste concerten en rustige wegen, maar ook door nooit eerder vertoonde onlineverkopen. Voor sommige bedrijven was er sprake van een volledig wegvallen van de omzet, vooral bij de horeca en cultuur. Dat zijn precies sectoren met veel kleine bedrijven voor wie het al moeilijker is om externe financiering aan te trekken (CBS, 2020a). Andere sectoren konden in dezelfde periode extra omzetten realiseren en hebben reserves opgebouwd.

De verwachte impact van het coronavirus en steunmaatregelen van de overheid

Na enkele maanden coronavirus liep de liquiditeitsbehoefte flink op. Het CPB (2020c) verwachtte in het voorjaar dat ook met de voorzetting van het tweede steunpakket 25 procent van de bedrijven hierdoor geraakt zou worden. Zonder dat steunpakket zou dit op kunnen lopen tot bijna 50 procent. De totale liquiditeitsbehoefte kan daarbij groeien tot 30 miljard euro. De resulterende solvabiliteitsproblemen zijn het grootst in de industrie, handel, vervoer, horeca en cultuur en sport. In oktober is een derde steunpakket ingegaan, dat eind oktober nog eens verder is uitgebreid.

Veel bedrijven krijgen door de coronacrisis te kampen met kasstroom- en liquiditeitsproblemen waardoor het voor hen moeilijker is om aan hun betalingsverplichtingen op de korte termijn te voldoen. Voor ondernemers wordt het moeilijker om in hun inkomen te voorzien. Bedrijven moeten interen op hun eigen vermogen wat tot solvabiliteitsproblemen kan leiden. Een lage solvabiliteit leidt weer tot een hogere behoefte aan externe financiering maar juist ook tot een lagere kans om die financiering succesvol aan te trekken (CBS, 2019).

Van de reële economie naar de financiële economie

Kasstroom- en liquiditeitsproblemen leiden voor bedrijven tot solvabiliteitsproblemen en mogelijk weer tot financieringsproblemen. Banken en non-bancaire financiers komen bedrijven tegemoet door ondernemers financieel meer lucht te geven. Dit doen zij door aflossingen uit te stellen, extra leningen te verstrekken of door bedrijven meer kredietruimte te geven. Begin oktober was daar in totaal al ruim 26 miljard euro mee gemoeid, waarvan 3 miljard euro in de vorm van uitgestelde aflossingen (NVB, 2020).

Ook op de financiële economie kan het coronavirus zijn weerslag hebben. Voorafgaand aan het virus waren banken goed gekapitaliseerd en hadden ze relatief weinig slecht presterende leningen in de boeken staan. Ook in het najaar van 2020 was dat nog steeds het geval (DNB, 2020). Maar de balansen van banken en non-bancaire financiers kunnen verslechteren doordat bezittingen in waarde dalen en leningen mogelijk in probleemleningen veranderen als bedrijven moeilijker aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen of zelfs failliet gaan (CPB, 2020b).

Vraaguitval bij bedrijven door het coronavirus en contactbeperkingen kunnen zo, net als problemen in de reële economie, overslaan op de financiële economie. Als dit zou leiden tot terugval in de bereidheid om bedrijven nieuwe financiering te verstrekken, kan dat de problemen in de reële economie weer verder versterken als in de kern gezonde bedrijven geen extern vermogen aan kunnen trekken. Tegelijkertijd is er sinds het begin van het coronavirus ook een groep bedrijven die juist versneld innoveert, digitaliseert, verduurzaamt of buffers opbouwt.

Rente op mkb-leningen stijgt na consequente daling

De rente op bedrijfsleningen is sinds 2011 sterk gedaald. In 2020 is een minder uniform beeld zichtbaar. De rente op leningen kleiner dan 1 miljoen euro neemt iets toe. Bij de kleinste leningen tot 250 duizend euro gaat het om een toename van ruim 0,3 procentpunt. Leningen in deze bedragsklassen worden vooral door het micro- en kleinbedrijf gebruikt.

De hogere rentepercentages kunnen het gevolg zijn van hogere kosten voor de banken zelf en oplopende risico’s. Kredietbeoordelaars hebben hun vooruitzichten voor Nederlandse banken negatief bijgesteld, wat het ook voor banken duurder kan maken om geld op te halen (CPB, 2020b). De ECB probeert de toegang tot financiering voor banken – en zo de kredietverlening – te stimuleren met verschillende opkoopprogramma’s. In maart 2020 is daar het Pandemic Emergency Purchase Programme (PEPP) bij gekomen. Met dat tijdelijke programma koopt de ECB 1 350 miljard euro aan Europese staats- en bedrijfsobligaties op.

2.2.3 Rentepercentage nieuw afgesloten bankleningen, 2003-20201) (%)
jaar kwartaal <= 0,25 mln euro > 0,25 mln en <= 1 mln euro > 1 mln euro
'03 I, '03 . . 3,61
'03 II, '03 . . 3,31
'03 III, '03 . . 3
'03 IV, '03 . . 3,09
'04 I, '04 . . 2,92
'04 II, '04 . . 2,92
'04 III, '04 . . 2,88
'04 IV, '04 . . 2,94
'05 I, '05 . . 3,03
'05 II, '05 . . 3,03
'05 III, '05 . . 2,93
'05 IV, '05 . . 3,27
'06 I, '06 . . 3,56
'06 II, '06 . . 3,57
'06 III, '06 . . 3,89
'06 IV, '06 . . 4,42
'07 I, '07 . . 4,45
'07 II, '07 . . 4,76
'07 III, '07 . . 4,98
'07 IV, '07 . . 5,08
'08 I, '08 . . 4,92
'08 II, '08 . . 5,12
'08 III, '08 . . 5,22
'08 IV, '08 . . 4,64
'09 I, '09 . . 2,77
'09 II, '09 . . 2,2
'09 III, '09 . . 1,85
'09 IV, '09 . . 2
'10 I, '10 . . 1,87
'10 II, '10 4,13 3,5 1,94
'10 III, '10 4,12 3,48 2,09
'10 IV, '10 4,23 3,66 2,46
'11 I, '11 4,4 3,79 2,43
'11 II, '11 4,71 4,12 2,77
'11 III, '11 4,51 3,92 2,71
'11 IV, '11 4,45 3,79 2,73
'12 I, '12 4,36 3,59 2,5
'12 II, '12 4,26 3,53 2,14
'12 III, '12 4,05 3,28 1,86
'12 IV, '12 3,83 3,15 2,08
'13 I, '13 3,85 3,18 1,87
'13 II, '13 3,89 3,27 2,05
'13 III, '13 4,14 3,39 2,02
'13 IV, '13 4,14 3,39 2,07
'14 I, '14 4,1 3,38 2,12
'14 II, '14 4,05 3,35 2,04
'14 III, '14 3,78 3,21 1,91
'14 IV, '14 3,67 3,04 1,74
'15 I, '15 3,65 3,05 1,6
'15 II, '15 3,57 3,07 1,53
'15 III, '15 3,68 3,09 1,52
'15 IV, '15 3,58 3,04 1,46
'16 I, '16 3,54 2,86 1,31
'16 II, '16 3,47 2,78 1,29
'16 III, '16 3,41 2,73 1,2
'16 IV, '16 3,41 2,74 1,29
'17 I, '17 3,4 2,73 1,28
'17 II, '17 3,3 2,68 1,32
'17 III, '17 3,33 2,67 1,29
'17 IV, '17 3,24 2,56 1,31
'18 I, '18 3,34 2,58 1,24
'18 II, '18 3,37 2,59 1,2
'18 III, '18 3,17 2,53 1,22
'18 IV, '18 3,13 2,52 1,28
'19 I, '19 3,23 2,55 1,22
'19 II, '19 3,08 2,42 1,15
'19 III, '19 2,83 2,22 1,13
'19 IV, '19 2,69 2,14 1,3
'20 I, '20 2,81 2,18 1,16
'20 II, '20 3,01 2,29 1,16
Bron: CBS, DNB (2020), Deposito's en leningen van MFI's aan niet-financiële bedrijven, rentepercentages.
1)Rentepercentages op leningen kleiner dan 1 miljoen euro zijn niet vroeger dan 2010 beschikbaar.

2.3Alternatieve financiering blijft groeien

Het moet nog blijken wat de impact van de coronapandemie op bedrijfsfinanciering door non-bancaire financiers zal zijn. Duidelijk is dat deze financieringsvormen ook in 2019 weer groeiden en zo een lijn van constante stijgingen doorzetten. Die groei is vooral zichtbaar bij kleinzakelijke financieringen. Volgens SMF (2020a) is daarmee de experimentele fase voorbij en heeft non-bancaire financiering een vaste plek in het financieringslandschap verworven.

De eerste tekenen van het effect van de coronacrisis doen zich al voor bij non-bancaire financieringsvormen waarvoor data over 2020 al wel beschikbaar zijn. Ook crowdfunding ondervindt bijvoorbeeld de negatieve gevolgen van het coronavirus. In totaal is in het eerste half jaar van 2020 178 miljoen euro aan crowdfunding opgehaald. Dat is minder dan in het eerste half jaar van 2019 en een dergelijke daling is voor het eerst in lange tijd (Crowdfundingcijfers.nl, 2020). Ook bij non-bancaire financiering speelt een mogelijke uitval van het aanbod, onder andere omdat ook zij kritischer naar financierbaarheid moeten kijken. Daarnaast komt dat doordat hun funders een terugtrekkende beweging maken en de aanbieders dan niet langer voldoende liquide zijn om aan de vraag te kunnen voldoen.

2.3.1 Ontwikkelingen non-bancaire financiering, 2018-20191)2)3) (mln euro)
financieringsvorm 2018 2019
equipment
lease
7150 7743
factoring 5816 6473
private
equity
5928 6202
durfkapitaal 415 516
crowdfunding 329 424
direct
lending
173 243
mkb-beurs 19 26
kredietunies 3 5
Bron: CBS, Crowdfundingcijfers.nl, FAAN, NVL, NVP, Stichting Mkb Financiering.
1)De cijfers over factoring bestaan vooral uit bancaire factoringmaatschappijen. Zij bieden weinig factoring aan het kleinere mkb aan. De cijfers hebben betrekking op de funds in use.
2)Durfkapitaal kan als vorm van private equity beschouwd worden. De cijfers voor private equity in de figuur zijn exclusief durfkapitaal.
3)De cijfers over 2018 voor direct lending, mkb-beurs en kredietunies wijken sterk af van diezelfde cijfers in de Financieringsmonitor 2019. Zie voor een verklaring de onderzoeksverantwoording in Onderzoek non-bancaire financiering, 2018-2019 van de Stichting Mkb Financiering. Cijfers voor deze vormen zijn bovendien niet vóór 2018 beschikbaar.

2.4Overheidsmaatregelen voor toegang tot financiering

Om de Nederlandse economie de kans te geven zich aan te passen aan de schok van het coronavirus zijn verschillende overheidsmaatregelen getroffen. Een deel van die maatregelen is er op gericht te voorkomen dat getroffen bedrijven omvallen door kasstroomproblemen in combinatie met kosten die gewoon doorlopen. Andere instrumenten hebben als doel de toegang tot bedrijfsfinanciering overeind te houden.

Tot de eerste categorie behoren onder meer een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die kampen met een substantieel omzetverlies (NOW) en verschillende regelingen die bestaan uit tegemoetkomingen in de kosten voor zwaar geraakte sectoren (TOGS, TVL). Zulke regelingen hebben als bijkomend effect dat ze ook de vraaguitval bij consumenten helpen beperken (CPB, 2020d).

Overheidsmaatregelen om de toegang tot financiering te waarborgen

De financieringsmaatregelen bestaan deels uit uitbreidingen en versoepelingen van al bestaande maatregelen. De voorwaarden van de instrumenten Borgstelling Mkb-Kredieten (BMKB), Garantie Ondernemingsfinanciering (GO), Innovatiekrediet (IK), Qredits en Vroegefasefinanciering (VFF) zijn aangepast naar aanleiding van het coronavirus. Daarnaast is een aantal nieuwe instrumenten opgezet. Zie het kader voor meer informatie over aanpassingen en nieuwe instrumenten. De besproken instrumenten maken onderdeel uit van het eerste en tweede steunpakket van de Rijksoverheid. Het derde steun- en herstelpakket valt buiten de verslagperiode van deze Financieringsmonitor.

Financieringsmaatregelen: (tweede steunpakket)

Het ministerie van EZK heeft financieringsinstrumenten verruimd of opgezet om de toegang tot bedrijfsfinanciering te stimuleren. Voor een aantal is het gebruik in beeld gebracht (CBS, 2020b):

  • Bij de BMKB-C staat de overheid nu garant voor een groter deel (van effectief 45 naar 67,5 procent) van de lening. Ook de looptijd van de garantie en de premie zijn versoepeld.
  • Bij de GO-C staat de overheid nu garant voor een groter deel van de lening: van voorheen 50 tot nu wel 90 procent voor het mkb. Bedrijven kunnen nu ook grotere bedragen lenen.
  • De Corona Overbruggingsregeling (COL) richt zich op innovatieve groeibedrijven en familiebedrijven zonder bankrelatie binnen het mkb met kredieten tussen 50 000 en 2 miljoen euro.
  • Voor het IK en VFF kunnen bedrijven die door het coronavirus geraakt worden uitstel van aflossings- en rentebetalingen krijgen.
  • Onder de Garantieregeling Klein Krediet Corona (KKC) staat de overheid garant voor 95 procent van de lening. Ondernemers behorend bij het kleinbedrijf kunnen onder KKC een lening aanvragen tussen 10 000 en 50 000 euro.
  • Klanten van Qredits kunnen gedurende zes maanden uitstel van aflossing op een lopende lening krijgen. Zij kunnen ook een nieuw overbruggingskrediet van maximaal 25 000 euro met een rente van 2 procent in het eerste jaar aanvragen.
  • Ondernemers kunnen drie maanden betalingsuitstel aanvragen voor alle nationale belastingen. In augustus bedroeg het uitgestelde belastingbedrag 9,8 miljard euro.

De instrumenten hebben als primair doel om gezonde bedrijven overeind te houden. Uiteindelijk zijn zij ook een hulpmiddel om te voorkomen dat de vraaguitval in de reële economie zich via betalingsproblemen en balansverslechteringen door vertaalt naar problemen in de financiële economie (banken en andere financiers). De omvang van het steunpakket is daartoe met een geschatte grootte van 14 procent van het bbp ongekend groot (CPB, 2020a). Dat is vele malen groter dan de overheidssteun tijdens de kredietcrisis. Begin oktober waren er aan 6 000 bedrijven leningen met staatsgarantie door banken verstrekt met een totale waarde van 1,7 miljard euro (NVB, 2020). Veruit het meest gebruikte instrument is de BMKB-C, goed voor 75 procent van de leningen.

Noten

Om met dit hoofdstuk beter aan te sluiten op de actualiteit zijn ook recentere cijfers opgenomen als die beschikbaar waren op het moment van schrijven. Informatie van november en later is niet meer verwerkt.

Dit is het basisscenario dat uitgaat van geen grootschalige nieuwe contactbeperkingen. In een alternatief scenario waar die beperkingen wel opgelegd worden, kan de krimp oplopen tot ruim 6 procent en krimpt de economie ook in 2021 verder.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/'17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/'05-2016/'17 oogstjaar enz., 2004/'05 tot en met 2016/'17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Ilona Bouhuijs

Brenda Bos

Jaap Jansen

Oscar Lemmers

Tommy Span

Dashboard

Bram Rouw

Naomi Schalken

Veronique Verhees

Sten Zijlstra

Met medewerking van

Chantal Lemmens-Dirix

Stefan Hoefsmit

Remco Paulissen

Coskun Pisiren

Wim Lengkeek