Foto omschrijving: Zuid-as Amsterdam

Ontwikkelingen op de markt voor bedrijfsfinanciering

De Nederlandse economie vertoont al een aantal jaren constante groei. Deze groei gaat, ondanks een lagere rentestand, samen met een afname in de uitstaande kredietverlening. Ieder kwartaal neemt het totale bedrag dat banken aan Nederlandse bedrijven geleend hebben verder af. Tegelijkertijd worden ieder kwartaal nog wel ongeveer evenveel nieuwe kredieten verstrekt als voorheen. Bedrijven bouwen hun bestaande kredieten dus af en passen zo hun vermogensstructuur aan.

De uitstaande kredietverlening aan alleen het mkb neemt juist iets toe sinds 2017. Dat komt echter vooral door een toename van grote leningbedragen, vaak gericht op de bovenkant van het mkb. Voor kleine of jonge bedrijven in het mkb met een kleinere financieringsbehoefte is externe financiering in algemene zin dan ook moeilijker bereikbaar (Span et al., 2019). Steeds meer vormen van alternatieve financiering (zowel vreemd als eigen vermogen) komen echter op en worden ieder jaar groter. Sommigen als vervanger van bancair krediet, sommigen als aanvulling daarop. Vooral private equity liet in 2018 een forse groei zien door een aantal zeer grote transacties.

Dit hoofdstuk schetst een beeld van de financieringsmarkt voor bedrijven en recente ontwikkelingen in die markt. Dit gebeurt door bestaande bronnen over de omvang van verschillende financieringsvormen bij elkaar te brengen. Aan patronen wordt enige duiding gegeven op basis van een niet-uitputtende selectie van recent onderzoek. Het inzicht in de ontwikkelingen helpt om de vraag naar bedrijfsfinanciering in perspectief te plaatsen.

2.1Uitstaand krediet neemt af

Jarenlang nam het bedrag aan uitstaande kredietverlening aan Nederlandse bedrijven toe. Sinds het vierde kwartaal van 2012 is daar verandering in gekomen en neemt het af. De afname in de eerste jaren na de crisis had twee voorname oorzaken (Hebbink et al., 2014). Ten eerste hadden bedrijven door een tegenvallende vraag minder behoefte aan krediet voor zaken als werkkapitaal en uitbreiding. Ten tweede was er minder aanbod van financiering door banken door de toegenomen kredietrisico’s.

Sindsdien blijft de afname echter doorzetten met als gevolg dat het uitstaande bedrag in het eerste kwartaal van 2019 op hetzelfde niveau zit als in 2007. Dit ondanks toezicht en stimulerend beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) en een lage herfinancieringsrentenoot1.

Het totale bedrag aan uitstaande kredietverlening neemt dus af vanaf eind 2012. Voor een deel van die periode valt de terugval samen met een daling in de omvang van nieuwe contracten. Er wordt dan dus daadwerkelijk minder nieuw krediet verstrekt. Na 2017 neemt het totale uitstaande bedrag geleidelijk verder af maar fluctueert de omvang van nieuw verstrekte kredieten ieder kwartaal rond een vast bedrag. Hier zijn verschillende mogelijke oorzaken voor aan te wijzen. Het kan bijvoorbeeld aantrekkelijk zijn om in economisch goede tijden winsten te gebruiken om schulden versneld af te lossen. Dat verbetert de solvabiliteitspositie van bedrijven en vermindert hun afhankelijkheid van een financier als het in de toekomst een keer minder goed gaatnoot2. Daarnaast zit ook herfinanciering verwerkt in de constante stroom aan nieuwe contracten. Het gaat dan niet om nieuw uitgeleend geld, maar om vernieuwde leningen. Het kan bijvoorbeeld gaan om afspraken voor een lagere rente op bestaande kredietlijnen.

Groei bancair krediet aan het mkb vooral door grote leningen

De totale uitstaande kredietverlening aan het mkb heeft in de afgelopen jaren een beperktere afname vertoond dan die aan het gehele bedrijfsleven. Dat verschil komt onder meer doordat obligaties voor grotere bedrijven een steeds vaker gebruikte financieringsoptie zijn geworden. De kredietverlening aan het mkb neemt sinds 2017 zelfs weer wat toe. Die toename is wel beperkt en wordt vooral bepaald door leningen groter dan 1 miljoen euro. Het bedrag aan kleinere uitstaande leningen neemt in de meeste kwartalen licht af. Voor het kleine mkb met een behoefte aan kleinere bedragen is het lastiger om bancair krediet aan te trekken. Deze groep kent een hoger risico door de verwevenheid van ondernemer en onderneming, heeft een beperkte staat van dienst en kan minder zakelijke zekerheden bieden. De vaste financieringskosten drukken bovendien zwaarder op een kleiner leningbedrag.

Verdieping: kredietrantsoenering

Eén van de mogelijke verklaringen voor de beperkte groei in kredietverstrekking aan het kleinere mkb is kredietrantsoenering (Dubovik, 2019). Dat mogelijke fenomeen komt voort uit het verschil in beschikbare informatie tussen bedrijf en kredietverstrekker. Als de bank onvoldoende zicht heeft op de gang van zaken bij het bedrijf, moeten de gelopen risico’s worden gedekt door een hogere rente. Maar op een zeker punt is het risico en daarmee die rente zo hoog dat het juist zorgt voor betaalproblemen op de lening. Het is dan niet meer rendabel om het krediet te verstrekken. Deze informatieasymmetrie is groter bij kleine bedrijven. Het is dan ook de kleinste 20 procent van Nederlandse bedrijven die, volgens de genoemde publicatie, in de periode van tien jaar tot 2016 met meer kredietrantsoenering te maken heeft gehad dan middelgrote en grote ondernemingen. Dat wijst er op dat de kleinste bedrijven zwaarder zijn geraakt door de financiële crisis.

Er bestaan verschillende verklaringen voor de beperkte groei (of zelfs afname) in de uitstaande kredietverlening aan het kleinere mkb. Het kan zijn dat banken simpelweg minder krediet verstrekken aan kleine bedrijven. Maar het kan ook zo zijn dat ondernemers hun schulden versneld aflossen en dat er een algehele beweging naar meer financiering met eigen vermogen bestaat. Een andere mogelijke verklaring is dat leningen van deze omvang concurrentie ondervinden van hypotheken (Dubovik, 2019). Die zijn vaak winstgevender en veiliger voor banken. Zo zijn Nederlandse banken bijvoorbeeld relatief goed beschermd tegen problemen met terugbetalingen op hypotheken, onder meer in de vorm van de hypotheekrenteaftrek, de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) en de hoofdelijke aansprakelijkheid van huiseigenaren voor hun schulden.

Langetermijn rente blijft laag

De herfinancieringsrente die de ECB toepast op leningen aan commerciële banken is al sinds begin 2016 gelijk aan nul procent. Dat betekent dat banken gratis geld lenen bij de ECB. Deze lage kosten vertalen zich ook naar lagere rentes op bancair krediet dan voor de crisis, die sindsdien grosso modo stabiel zijn of zelfs een nog verdere daling hebben laten zien.

Er bestaat een kans dat de rente de komende jaren laag blijft door de afname van de (verwachte) inflatie, de afname van de potentiële economische groei en veranderingen in de leeftijdsopbouw van de bevolking (Van der Wiel et al., 2019). Potentiële economische schokken in 2019, zoals onzekerheid rondom een mogelijke Brexit, een handelsconflict tussen de VS en China en de financiële instabiliteit in Italië drukken de economische groei en daarmee ook de inflatie. Dit leidt tot het gevaar van een lage rente val en een vergelijkbare situatie als in Japan. Daar zijn rente en inflatie al sinds 1999 uitzonderlijk laag met als gevolg dat de centrale bank het rente-instrument niet kan gebruiken om de economische groei aan te jagen.

De lage herfinancieringsrente van de ECB vertaalt zich duidelijk naar een lagere rente dan voor de crisis. In Europees perspectief blijft de rente die Nederlandse banken rekenen op verstrekte leningen echter hoog (Dubovik et al., 2019)noot3.

2.2Alternatieve financiering blijft groeien

Bankfinanciering is niet altijd beschikbaar voor ondernemingen die in de start van hun levensloop een beperkte financieringsbehoefte hebben. Alternatieve vormen van financiering anders dan bancair krediet vormen, worden steeds vaker gebruikt als aanvulling op de financieringsmix. Deze paragraaf behandelt een aantal vormen van alternatieve financiering, zowel van eigen als vreemd vermogen: crowdfunding, equipment lease (exclusief auto lease), factoring, private equity, durfkapitaal, direct lending, mkb-beurzen en kredietunies. Die laatste drie worden in deze editie van de Financieringsmonitor voor het eerst besproken en worden daarom extra toegelicht.

Vergeleken met bankfinanciering blijft nieuwe financiering via alternatieve vormen beperkt. In 2018 werd nog ruim 130 miljard euro aan nieuwe kredieten verstrektnoot4. Alternatieve financiering blijft ook in 2018 echter een gestage groei doormaken. Equipment lease, factoring en private equity zijn met afstand de drie grootste. Hoewel deze vormen ook aantrekkelijk kunnen zijn voor het mkb (denk bijvoorbeeld aan leasing van voertuigen en machines) zijn deze vormen in bedragen zoveel groter dan de andere vormen van alternatieve financiering, omdat ze ook veel door het grotere mkb en het grootbedrijf gebruikt worden. Vooral deze drie hebben het laatste jaar een flinke groei doorgemaakt met private equity als grootste uitschieter. Dat komt vooral door een aantal erg grote transacties in het grotere bedrijfsleven. In het mkb is vooral sprake van een grote toename van durfkapitaal en in veel mindere mate van een groei in private equity.

In 2018 werden er 33 procent meer private investeringen in Nederlandse bedrijven gedaan. Private equity is een financieringsvorm die vooral interessant is voor volwassen bedrijven met een grote financieringsbehoefte en bestaat bijna volledig uit buy-outs (Van de Kerkhof et al., 2019)noot5. Bij een buy-out wordt eigendom van een onderneming door de participatiemaatschappij overgenomen. De groei werd vooral gestuwd door buy-outs in de sector consumentengoederen en -diensten. Een private equity investering wordt uiteindelijk afgerond met een verkoop: ook het aantal van zulke desinvesteringen is toegenomen. De investeerder doet de onderneming dan weer van de hand om rendement voor diens beleggers te realiseren.

Durfkapitaal is een onderdeel van private equity en is gericht op startende en groeiende bedrijven met een grote financieringsbehoefte. Ook deze vorm van private investeringen groeit consequent, maar toch blijft Nederland op dit terrein een middenmoter (Nauta & Biersteker, 2019). Ook de constante opmars van crowdfunding zet verder door: van 32 miljoen euro in 2013 naar 329 miljoen euro in 2018. Van het totale bedrag dat aan crowdfunding wordt opgehaald, wordt nu 90 procent gebruikt om bedrijven te financieren. Dat doel wordt daarmee steeds belangrijker. De overige 10 procent bestaat uit crowdfunding voor maatschappelijke projecten, creatieve projecten en consumentenleningen.

Direct lending

De meeste alternatieve financieringsvormen hebben gemeen dat het ook echt om een ander type producten dan leningen gaat. Dat geldt niet voor direct lending. Dat is een vorm van onderhandse leningen, maar dan buiten de banken om. Deze manier van financieren is vooral sinds de kredietcrisis opgekomen door de extra eisen die aan banken gesteld werden (Kempen, 2019). De werkwijze voor verstrekkers van direct lending lijkt op die van private equity, waarbij investeerders de markt afspeuren naar complexe kansen (Van Poll, 2019). Traditioneel is direct lending gericht op het middensegment met steeds meer aandacht voor het (kleinere) mkb.

Direct lending

Het is ook mogelijk om geld te lenen van andere partijen dan een bank. Als dat gebeurt zonder tussenkomst van een investeringsbank of andere makelaar is er sprake van direct lending. Vaak zijn het institutionele beleggers, bedrijven of rijke investeerders die aan andere ondernemingen geld uitlenen. Als er bij crowdfunding met een lening gefinancierd wordt, kan dat ook als een vorm van direct lending beschouwd worden. In de praktijk worden crowdlending en direct lending echter vaak als twee aparte fenomenen beschouwd met de financieringsbron als het belangrijkste verschil. Bij crowdlending zijn dit particulieren en bij direct lending institutionele partijen.

Deze directe vorm van financieren is echter niet geheel zonder risico (Van Poll, 2019). Zo is de sector onderworpen aan minder strenge leenstandaarden en wordt een deel van het financieel risico buiten het gereguleerde bankwezen geplaatst.

Mkb-beurs

Traditioneel bestond de financieringsmarkt voor bedrijven uit bancair krediet en de mogelijkheid om zelf de kapitaalmarkt te betreden door verhandelbare aandelen en obligaties uit te geven. Die laatste optie is tegenwoordig ook toegankelijk voor het mkb.

Mkb-beurs

Effectenbeurzen bieden bedrijven de mogelijkheid om direct geld op te halen bij investeerders buiten banken om. Deze vorm van financieren was tot voor kort vooral voor grotere bedrijven weggelegd. Een mkb-beurs geeft kleine en middelgrote ondernemingen ook de kans om aandelen of obligaties uit te geven op een publiek handelsplatform.

De kapitaalmarkt voor mkb-bedrijven is van beperkte omvang. Financiering via een mkb-beurs is ook de enige vorm van alternatieve financiering die in 2018 een krimp vertoonde. Dit hangt samen met het zes maanden stilleggen van de handel op de NPEX, de grootste mkb-beurs, door de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De beurs had een zwaardere vergunning nodig om zijn functie voort te mogen zetten.

Kredietunies

Alternatieve financieringsvormen zijn opgekomen om financiering buiten het bankwezen om mogelijk te maken. Er wordt daarbij vaak gekozen voor een financieringsmodel dat afwijkt van het traditionele krediet. In coöperatieve kredietunies komen ondernemers samen om juist wel die traditionele manier van kredietverstrekking te verzorgen, maar dan onderling en zonder tussenkomst van de bank. Solidariteit tussen de ondernemers en relatiebankieren zijn een groot goed.

Kredietunies

Ondernemers kunnen elkaar onderling geld uitlenen in een coöperatie. Dit is een manier om bedrijven te financieren zonder tussenkomst van een bank. Dit concept van een kredietunie is na de kredietcrisis in 2013 uit de Angelsaksische landen over komen waaien. Banken waren in die periode terughoudend in hun kredietverlening. Een kredietunie is georganiseerd per regio of bedrijfstak waardoor er ook veel kennis bestaat van de omgeving waarin de ondernemer actief is. Kredietunies richten zich vooral op leningen tot een bedrag van 250 duizend euro.

Het bedrag aan financiering dat door kredietunies verstrekt wordt, neemt iets toe, maar blijft een zeer beperkt deel van de totale markt voor alternatieve financiering uitmaken. Dit komt door de relatieve onbekendheid van deze financieringsvorm onder ondernemers en een gebrek aan goede aanvragen (Koning, 2019). Slechts 20 procent van alle aanvragen wordt gehonoreerd. Financiering via een kredietunie kent relatief hoge rentepercentages, onder meer omdat kredietunies vaker leningen verstrekken zonder zekerheden. Dat leidt tot het risico dat ondernemers eerst buiten de kredietunie op zoek gaan naar goedkopere alternatieven en dat de kredietunie vervolgens als laatste optie wordt benaderd door bedrijven met een slechtere uitgangspositie.

Nieuwe initiatieven op de markt voor mkb-financiering

De Nederlandse markt voor financiering gericht op het mkb en bedrijven in de vroegste fasen van hun levensloop wordt steeds verder volwassen. Dat wordt duidelijk uit het bredere pallet aan alternatieve vormen van financiering en de consistente stijging in het bedrag dat jaarlijks via deze vormen wordt geïnvesteerd in ondernemingen. Om de markt voor mkb-financiering verder te ontwikkelen is in 2018 de Stichting MKB Financiering opgericht. Deze onafhankelijke organisatie heeft als doel om de toegang tot mkb financiering voor ondernemers te verbeteren en wordt gesteund door het ministerie van EZK. In 2019 hebben elf financiers formeel de erkenning van SMF gekregen.

Begin 2019 heeft de Stichting MKB Financiering een gedragscode voor mkb financiers gepubliceerd waar mkb financiers zich aan dienen te houden. Mkb financiers kunnen een audit aanvragen om getoetst te worden op de gedragscode en om het keurmerk Erkend MKB Financier te ontvangen. Onderdeel van de gedragscode en het keurmerk is dat ondernemers met klachten kunnen aankloppen bij het onafhankelijke klachtenloket Kifid.

Noten

Zoals de Targeted Longer-Term Refinancing Operations (TLTRO) die er op gericht zijn commerciële banken langlopende leningen te bieden om zo de kredietverstrekking aan bedrijven en consumenten te stimuleren. In TLTRO II hangen de kosten van banken voor deze leningen samen met de hoeveelheid krediet die zij vervolgens verstrekken.

Dit is in lijn met de pikordetheorie die stelt dat bedrijven het liefst financieren vanuit intern eigen vermogen voordat zij een beroep doen op extern vreemd en eigen vermogen.

De rente op bedrijfsleningen groter dan 1 miljoen euro met een looptijd van 1 tot 5 jaar bedroeg 2,3 procent in 2018 (ECB). Duitsland en Italië vormen de rest van de top drie van hoogste rentes met respectievelijk 1,6 en 1,4 procent.

Een optelling van de vier kwartalen aan nieuwe contracten voor 2018 uit figuur 2.1.1.

Het in 2018 geïnvesteerde bedrag bestaat voor 89 procent uit buy-outs. In aantallen bedrijven waarin geïnvesteerd is, is het belang van buy-outs veel kleiner: 20 procent. Startupinvesteringen maken met 42 procent dan het grootste deel uit.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2018–2019 2018 tot en met 2019
2018/2019 Het gemiddelde over de jaren 2018 tot en met 2019
2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2018 en eindigend in 2019
2016/’17–2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2016/’17 tot en met 2018/’19

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Tommy Span

Remco Kaashoek

Krista Keller

Dashboard

Stephen Verschuren

Mirjam Zengers

Met medewerking van

Henri Demarteau

Chantal Lemmens-Dirix

Femke Hitzert

Stefan Hoefsmit

Remco Paulissen

Manuela Schols

Vragen over deze publicatie kunnen gestuurd worden aan het CBS-CvB onder vermelding van het referentienummer 181015. Ons e-mailadres is maatwerk@cbs.nl.