Foto omschrijving: Young entrepreneurs having a meeting in their office

De financierings­vraag: proces en uitkomsten

Het aandeel bedrijven in het mkb in de business economy dat daadwerkelijk overgaat tot een financieringsaanvraag is vrijwel gelijk gebleven. Zo ook de uitkomst van de aanvraag. Tussen juli 2018 en juli 2019 deed 69 procent van de bedrijven met een externe financieringsbehoefte een aanvraag en 84 procent daarvan was succesvol.

Vooral kleine bedrijven en startups haken af na het verkennen van de mogelijkheden. Ze hebben ofwel nieuwe inzichten gekregen waaruit bleek dat externe financiering niet de juiste oplossing was op dat moment of hadden het idee dat hun kans op slagen niet hoog genoeg was.

Hoe groter het bedrijf, hoe hoger de kans op een succesvolle aanvraag. Meer dan de helft van de bedrijven met een succesvolle aanvraag investeert om groei mogelijk te maken. Dit proberen ze voornamelijk te bereiken door te investeren in uitbreiding en vernieuwing. Vooruitkijkend verwacht 14 procent van alle bedrijven in het mkb in de business economy een financieringsbehoefte te hebben in het komende jaar. Dat is duidelijk lager dan de 20 procent die het afgelopen jaar een financieringsbehoefte hadden.

Dit hoofdstuk bevat de resultaten van de laatste drie fases in de zoektocht naar financiering: de daadwerkelijke aanvraag van externe financiering en de uitkomst daarvan voor de periode van juli 2018 tot juli 2019 en de toekomstige financieringsbehoefte voor de periode van juli 2019 tot juli 2020. De volgende figuur geeft de positie van dit hoofdstuk in het gehele proces weer. Nieuw in deze monitor ten opzichte van vorig jaar is de aandacht voor aanknopingspunten voor een nieuwe aanvraag bij afwijzing.

050000 1. B e h o e f t e 2. Or i ë n t a t i e 3. A a n v r a a g 4. U i t k o m s t 5. T o e k o m s t

5.1Kleinste bedrijven en startups stoppen zoektocht het vaakst na oriëntatie

Ruim twee derde van de bedrijven zet na de verkenning van de mogelijkheden ook daadwerkelijk een aanvraag in gang. Het gaat dan om bedrijven die behoefte hebben aan financiering én zich georiënteerd hebben op de mogelijkheden. Dit betekent tegelijkertijd dat voor een derde van de bedrijven in deze verkenningsfase iets duidelijk is geworden dat hen weerhoudt van het indienen van een financieringsaanvraag.

De groep die na de tweede fase uitvalt is het grootst in het microbedrijf. Van deze bedrijven gaat slechts 64 procent over tot een aanvraag. Onder de grotere bedrijven loopt dit op tot 84 procent. De uitval is dan ook het hoogst in de groepen die voor een groot deel uit kleine bedrijven bestaan: startups en ondernemingen in de ICT en handel, vervoer en horeca. Snelle groeiers en sociale ondernemingen doen juist het vaakst een aanvraag. Deze trend vertaalt zich ook naar de levensfase waarin de bedrijven zich bevinden. Zo worden er relatief veel financieringsaanvragen gedaan onder bedrijven die in een uitbreidende fase en continuïteitsfase zitten. Dat zijn ook vaak de snelle groeiers en de wat grotere bedrijven.

Zoektocht stopt vaak als kans laag ingeschat wordt door ondernemers en adviseurs

Voor 31 procent van de ondernemingen met een financieringsbehoefte bleek externe financiering toch niet de juiste weg te zijn. Bij hen stopt de zoektocht na het verkennen van de mogelijkheden dus alsnog. Een derde van die stoppers doet dat, omdat ze er voor kiezen de behoefte alsnog met interne middelen te financieren. Een bijna even grote groep schat de eigen kansen op succes simpelweg te laag in en stopt de zoektocht om die reden. Bij een kwart van de bedrijven is het de adviseur die afraadt tot een aanvraag over te gaan. Deze inschatting is mogelijk ingegeven door het geplande doel: bedrijven die uiteindelijk geen aanvraag doen, zochten de financiering minstens twee keer zo vaak om een moeilijke periode te overbruggen en om het werkkapitaal op peil te houden als de bedrijven die wel een aanvraag indienen.

2019WB14 511 Mkb Klein Midden Groot Landbouw Nijverheid Bouw Handel ICT Zakelijke dienstverlening Onroerend goed en reparatie Jong Oud Micro 5.1.1 Aandeel bedrijven met een externe financieringsbehoefte dat na oriëntatie een aanvraag doet, inclusief marges 1)2) 1) De landbouw is onderdeel van de analyses daar waar interessant, maar maakt geen deel uit van de business economy. In het totaalcijfer voor het mkb is het dan ook niet opgenomen. In de resultaten naar sector is het grootbedrijf niet verwerkt. 2) Het gaat hier om 95%-betrouwbaarheidsinterval marges, zie de onderzoeksverantwoording voor meer toelichting op de weergegeven marges. 69% 64% 77% 80% 84% 72% 79% 72% 66% 63% 71% 64% 69% 69% Legenda 2019 2018 0% 20% 40% 60% 80% 100%

Bedrijven zoeken hoger financieringsbedrag

Het bedrag dat het mkb in de business economy aan externe financiering zocht tussen juli 2018 en juli 2019 lag met een mediaan van 175 duizend euro hoger dan een jaar daarvoor. Het mediane bedrag lag toen op 105 duizend euro. Dit komt doordat het bedrag dat microbedrijven zochten is toegenomen én omdat minder microbedrijven een financieringsbehoefte hebben (zie paragraaf 4.1). De mediaan betekent dat de helft van de aanvragers een lager bedrag zochten en de andere helft dus een hoger bedrag. Micro, klein- en middenbedrijven zochten respectievelijk (het mediane bedrag van) 100 duizend, 250 duizend en 850 duizend euro aan financiering.

Het doorsnee (mediaan) gezochte bedrag is het hoogst in de sector onroerend goed en bij innovatieve bedrijven en juist het laagst in de bouw en zakelijke dienstverlening. Ook bedrijven die een dochter zijn van een andere onderneming zoeken relatief lage bedragen voor externe financiering, mogelijk omdat zij al een beroep kunnen doen op financiering binnen de eigen groep.

Bedrijven die zich middenin de succesfase bevinden, vragen met een mediaan van 400 duizend euro relatief hoge bedragen aan. Ook in de opschalings- en uitbreidingsfase is het aangevraagde doorsneebedrag relatief hoog (200 duizend euro). Een aanvraag tijdens de start van een bedrijf is juist relatief klein (85 duizend euro).

5.2Slaagkans neemt toe met bedrijfsomvang

De uitkomst van een aanvraag na oriëntatie blijft onveranderd ten opzichte van vorig jaar: 84 procent is (deels) succesvol. Dit betekent dat van alle bedrijven met een externe financieringsbehoefte uiteindelijk 48 procent financiering weet aan te trekken. Dit is de groep die na een behoefte de mogelijkheden verkent, een aanvraag doet én (deels) slaagt.

De kans op slagen hangt wel sterk samen met de omvang van het bedrijf en de levensfase waarin een bedrijf zich bevindt. Zo is de slaagkans in het microbedrijf 81 procent, terwijl dit oploopt tot wel 98 procent voor het grootbedrijf. Van de bedrijven die in de succesfase zitten worden vrijwel alle aanvragen gehonoreerd. Ook oudere bedrijven en bedrijven die meer onderpand kunnen bieden zijn relatief vaak succesvol in hun aanvraag. Zij kunnen een staat van dienst laten zien en kunnen zakelijke zekerheden bieden, waardoor het verstrekken van financiering voor de financier minder risicovol wordt. Van de bedrijven die in de opbouwfase zitten en willen opschalen ligt het slagingspercentage net als voor het microbedrijf relatief laag, rond de 80 procent.

Startups en innovatieve bedrijven krijgen minder vaak én minder geld

Voor startups en innovatieve ondernemingen is het duidelijk moeilijker om externe financiering aan te trekken. De slaagkans is voor deze bedrijven het laagst: respectievelijk 60 en 74 procent krijgt het gezochte bedrag in ieder geval deels. Zij krijgen ook het vaakst te maken met een niet volledige verstrekte financiering: hun aanvraag is dus minder vaak succesvol én ze krijgen vaker dan andere bedrijven minder dan aangevraagd.

Een afwijzing kan betekenen dat bedrijfsplannen weer de ijskast in kunnen met mogelijk gevolgen voor onderneming en ondernemer. In de helft van de gevallen zorgt een afwijzing ervoor dat een geplande uitbreiding niet door kan gaan. Ook vernieuwing en investeren in personeel zijn vaak de dupe van een afgewezen aanvraag. Toch is een afwijzing niet altijd zo ingrijpend. Een derde van de bedrijven die te maken kreeg met een afwijzing geeft aan dat dit geen verdere gevolgen voor de bedrijfsvoering had.

2019WB14 521 Groot Landbouw Nijverheid Bouw Handel ICT Mkb Klein Midden Zakelijke dienstverlening Onroerend goed en reparatie Jong Oud Micro 5.2.1 Aandeel bedrijven met een externe financieringsbehoefte dat na oriëntatie een (deels) succesvolle aanvraag doet, inclusief marges 1)2) 1) De landbouw is onderdeel van de analyses daar waar interessant, maar maakt geen deel uit van de business economy. In het totaalcijfer voor het mkb is het dan ook niet opgenomen. In de resultaten naar sector is het grootbedrijf niet verwerkt. 2) Het gaat hier om 95%-betrouwbaarheidsinterval marges, zie de onderzoeksverantwoording voor meer toelichting op de weergegeven marges. 84% 81% 86% 98% 96% 86% 89% 86% 82% 83% 82% 89% 80% 85% 2019 2018 0% 20% 40% 60% 80% 120% 100%

Afwijzing leidt zelden tot alternatief

Ruim een kwart van de bedrijven trekt na de financieringsaanvraag alsnog de aanvraag terug. De financieringsvoorwaarden (kosten of rentetarief) blijken dan toch tegen te vallen of de situatie van het bedrijf is tijdens de aanvraag simpelweg veranderd. De bedrijven die doorgaan met de aanvraag, maar die eindigen met een afwijzing, krijgen bijna altijd een toelichting van de financier. Bij een groot deel van alle afwijzingen heeft de opgegeven reden betrekking op de bedrijfseconomische situatie. Een derde komt doordat de onderneming onvoldoende zakelijke zekerheden kan bieden. Het gaat dan om zaken als onderpand, hypotheekrecht, borgtocht of hoofdelijke aansprakelijkheid. Bij nog eens een derde geldt dat de rentabiliteit, kasstromen of solvabiliteit onvoldoende rooskleurig zijn. Ongeveer een vijfde van de afgekeurde aanvragen past niet binnen het beleid van de financier.

Hoewel de meeste financiers bij een afwijzing netjes vermelden waarom een aanvraag is afgewezen, helpt dat de ondernemer zelden verder: 78 procent geeft aan dat de uitleg van de financier geen aanknopingspunten gaf voor een nieuwe, betere aanvraag. Slechts 12 procent wordt na een afwijzing ook expliciet op alternatieven gewezen. Dat advies bestond uit het overwegen van andere vormen (zoals crowdfunding) of het later opnieuw proberen.

Zoals te verwachten, ervaren bedrijven met een succesvolle aanvraag het proces als (zeer) positief en zijn de bedrijven met een afgewezen aanvraag een stuk minder te spreken over het gehele proces.

Slaagkans hoog of laag?

Van alle financieringsaanvragen leidt 84 procent tot succes. Dat is een hoog getal, maar op zichzelf vertelt dit percentage maar een deel van het verhaal. Bedrijven met een financieringsbehoefte kunnen op verschillende punten in de zoektocht afvallen. Zo kan het zijn dat ze bij nader inzien het gevoel hebben dat hun aanvraag niet kansrijk gaat zijn of dat ze vrezen dat de voorwaarden te streng zijn. Van alle bedrijven met een behoefte aan financiering, weet 48 procent ook daadwerkelijk de gezochte financiering aan te trekken. Of dergelijke aandelen als ‘hoog’ of ‘laag’ worden beschouwd in de zin van een positieve of negatieve duiding, is afhankelijk van het gezichtspunt. Dat wordt mede bepaald door het standpunt of men afvallers ziet als het gevolg van een noodzakelijke gezonde voorselectie of doordat ondernemers (onterecht) ontmoedigd raken.

5.3Durfkapitaal voornamelijk in trek bij kleine hightech bedrijven

Van de succesvolle aanvragen blijft de banklening de meest voorkomende financieringsvorm. Eigen vermogensvormen (bijvoorbeeld achtergestelde leningen) zijn afgenomen in populariteit en nemen 16 procent van de toegekende financieringsaanvragen in. Aangetrokken eigen vermogen, en dan voornamelijk durfkapitaal, is voornamelijk terug te zien bij de kleinere bedrijven en bedrijven in de ICT. Het gaat dan vooral om (kleine) hightech startups die een groter risico als investering kunnen betekenen. Dit zijn ook de bedrijfstypen die zich tijdens de oriëntatiefase al meer richtten op deze financieringsvormen. Het belang van durfkapitaal en informele investeerders neemt duidelijk af met bedrijfsomvang en bedrijfsleeftijd.

In het microbedrijf en in de sectoren bouw en onroerend goed wordt relatief veel gebruik gemaakt van een onderhandse lening. Bij een onderhandse lening wordt geld geleend zonder tussenkomst van een officiële financiële instantie waardoor er niet voldaan hoeft te worden aan de vaak strenge financieringsvoorwaarden die gesteld worden. Het aanvragen en verstrekken van financiering is hierdoor een stuk eenvoudiger. In de bouw en onroerend goed sector zijn relatief veel kleine ondernemingen actief waarvoor een dergelijke financieringsvorm aantrekkelijk is.

5.4Rente en risico

Verkregen financiering gaat gepaard met de nodige financieringsvoorwaarden, zoals het rentetarief en eventueel onderpand. De mediaan van het vaste rentepercentage voor het mkb bedraagt 3,7 procent, die van het variabele rentepercentage 3,0 procentnoot1. De rente is relatief hoog voor de kleinere en jongere bedrijven. Zij hebben doorgaans een beperkte staat van dienst, zijn gevoeliger voor externe schokken en vormen daarom een groter risico voor de financier.

In de sectoren is dit ook terug te zien: hogere rentes in de zakelijke dienstverlening en ICT (meer risicovolle sectoren met kleinere bedrijven en relatief veel immateriële vaste activa) en lagere rentes in de sectoren onroerend goed en reparatie en land­bouw (sectoren met meer waardevaste activa en dus meer zakelijke zekerheden).

Vooral bedrijfspand en machines worden ingezet als onderpand

Meer dan de helft van het mkb geeft zelf aan activa als onderpand aan te moeten bieden als onderdeel van de financieringsvoorwaardennoot2. Het gaat dan vooral om bedrijfspanden (39 procent) en machines (30 procent). Voorraden en debiteuren als onderpand komen echter specifiek in het grootbedrijf (31 procent) en in de ICT (44 procent) relatief vaker voor. Persoonlijke borgstelling (of borgstelling door derden) wordt een stuk minder vaak genoemd door de respondenten, maar dan nog het meest bij het micro- en kleinbedrijf en bij jonge ondernemingen.

5.5Financiering voornamelijk aangevraagd om te kunnen groeien

Meer dan de helft van de bedrijven in het mkb investeert om groei mogelijk te maken. Dit proberen ze voornamelijk te bereiken door in te zetten op uitbreiding en vernieuwing. Het gaat dan ook vaak om bedrijven die in een succes- en uitbreidingsfase zitten. Jongere bedrijven investeren vaker in groei dan oudere bedrijven. De oudere bedrijven vragen voornamelijk financiering aan voor operationeel beheer en onderhoud of ter financiering van een bedrijfsovername of fusie.

Een aantal strategische financieringsdoelen is sterk verbonden met de sector waarin bedrijven actief zijn. Zo is financiering ten behoeve van het op gang krijgen van internationalisering en voor R&D sterk aanwezig in de ICT en is verduurzaming voornamelijk van groot belang in de landbouw.

Bedrijven investeren vooral in uitbreiding en voorraden

Een vijfde van de bedrijven met een succesvolle aanvraag investeert in uitbreiding en nog eens een vijfde investeert in haar voorraden en werkkapitaal. Hoewel dit vorig jaar ook de meest voorkomende financieringsdoelen waren, is het belang van uitbreiding duidelijk afgenomen. Dit wordt grotendeels ondervangen door het toegenomen aandeel bedrijven dat investeert in het wagenpark en onroerend goed. Beide investeringen nemen af met bedrijfsomvang. Financiering wordt het minst vaak ingezet ten behoeve van herfinanciering of het aannemen en opleiden van personeel.

Net als het strategisch doel hangt het financieringsdoel ook sterk af van de sector waarin de onderneming opereert. Zo zijn het aantrekken en opleiden van personeel wel van relatief groot belang in de ICT en herfinanciering in de sector onroerend goed en reparatie. Er bestaat een duidelijke link tussen het strategisch doel en het financieringsdoel. Zo wordt er logischerwijs bij overnames en fusies relatief veel geïnvesteerd in uitbreiding. Om verduurzaming te bewerkstelligen wordt er veel in vernieuwing geïnvesteerd.

5.6Verwachte financieringsbehoefte lager dan het afgelopen jaar

In totaal verwacht 14 procent van het mkb een financieringsbehoefte te hebben in het komende jaar. Het afgelopen jaar was dit nog 20 procent. Ook hier geldt dat het microbedrijf het minst vaak een behoefte aan financiering verwacht. De lagere verwachte behoefte vergeleken met de daadwerkelijke behoefte over het afgelopen jaar is echter zichtbaar bij alle grootteklassen. Vooral het middenbedrijf heeft het komende jaar behoefte aan financiering. Bedrijven in de bouw en innovatieve bedrijven hebben het minst behoefte aan toekomstige financiering, terwijl deze het afgelopen jaar een hoge financieringsbehoefte hadden.

In de uitbreidings- en de overlevingsfase is de verwachte financieringsbehoefte het grootst. Ondernemingen die in een beëindigende of afbouwende fase zitten hebben (logischerwijs) de minste behoefte aan toekomstige financiering. Van alle ondernemingen die in het afgelopen jaar behoefte hadden aan financiering verwacht uiteindelijk iets minder dan de helft het komende jaar weer behoefte aan financiering te hebben.

2019WB14 661 Groot Landbouw Nijverheid Bouw Handel ICT Mkb Klein Midden Zakelijke dienstverlening Onroerend goed en reparatie Jong Oud Micro 5.6.1 Aandeel bedrijven met een verwachte toekomstige externe financieringsbehoefte, inclusief marges 1)2) 1) De landbouw is onderdeel van de analyses daar waar interessant, maar maakt geen deel uit van de business economy. In het totaalcijfer voor het mkb is het dan ook niet opgenomen. In de resultaten naar sector is het grootbedrijf niet verwerkt. 2) Het gaat hier om 95%-betrouwbaarheidsinterval marges, zie de onderzoeksverantwoording voor meer toelichting op de weergegeven marges. 15% 13% 22% 22% 27% 27% 20% 9% 17% 15% 11% 13% 19% 14% 2019 2018 0% 10% 20% 30% 40%

Noten

De vaste rente staat voor een langere periode vast en biedt meer zekerheid. De variabele rente schommelt gedurende de looptijd en wordt bijvoorbeeld beïnvloed door het Euribor rentetarief. Dit is een benchmarktarief dat banken betalen voor korte termijn leningen.

In de praktijk zal dit aandeel hoger zijn, omdat financiering niet of nauwelijks zonder dekking verstrekt wordt.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2018–2019 2018 tot en met 2019
2018/2019 Het gemiddelde over de jaren 2018 tot en met 2019
2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2018 en eindigend in 2019
2016/’17–2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2016/’17 tot en met 2018/’19

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Tommy Span

Remco Kaashoek

Krista Keller

Dashboard

Stephen Verschuren

Mirjam Zengers

Met medewerking van

Henri Demarteau

Chantal Lemmens-Dirix

Femke Hitzert

Stefan Hoefsmit

Remco Paulissen

Manuela Schols

Vragen over deze publicatie kunnen gestuurd worden aan het CBS-CvB onder vermelding van het referentienummer 181015. Ons e-mailadres is maatwerk@cbs.nl.