Foto omschrijving: Een timmerman repareert een kozijn van een pand aan het Broederplein bij Slot Zeist.

Het ervaren en reduceren van onzekerheid door zzp’ers

Auteurs: Charissa Freese, Sjanne Marie van den Groenendaal

Nederland is één van de koplopers in Europa als het gaat om het percentage van de beroepsbevolking dat werkzaam is als zelfstandige zonder personeel (zzp’er). Deze werkenden kunnen geen gebruik maken van veel van de zekerheden die gekoppeld zijn aan arbeidscontracten van onbepaalde duur. In dit hoofdstuk is op basis van een secundaire data-analyse op de Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA, TNO & CBS, 2017) de heterogeniteit van de groep zzp’ers onderzocht op basis van hun redenen om zelfstandige te worden. Daarna is onderzocht in welke mate de onderscheiden groepen zzp’ers verschillen in het ervaren van inkomens-, opdracht-, werk- en combinatiezekerheid. In een tweede studie is ingezoomd op een potentieel kwetsbare groep zelfstandigen, te weten de beroepsopgeleiden met een fysiek zwaar beroep in de bouwindustrie. Uit de resultaten blijkt dat zeven verschillende groepen zzp’ers onderscheiden kunnen worden op basis van hun startmotieven. Deze groepen verschillen in de mate waarin zij inkomens-, opdracht, werk-, en combinatiezekerheid ervaren. Uit de kwalitatieve studie blijkt dat in de bouwsector de verschillende vormen van onzekerheid zich opstapelen en dat bouwvakkers die onzekerheid proberen te reduceren met verschillende strategieën. Sommige strategieën gaan ten koste van andere zekerheden en niet tegen elke onzekerheid bestaan afdoende maatregelen. Beleidsmaatregelen om onzekerheid van zzp’ers te reduceren, dienen op maat, op basis van de verschillende startmotieven en voor verschillende sectoren te worden ontwikkeld.noot1

8.1Inleiding

In 2018 telde Nederland ongeveer 1,1 miljoen zzp’ers. Ons land is daarmee koploper in Europa als het gaat om het snelst groeiend aandeel zzp’ers in de afgelopen drie jaren (CBS, 2018). In veel sectoren is het aantal zzp’ers nog steeds groeiende. In de wetenschap en de praktijk worden zij vaak benaderd als een homogene groep (Bogenhold, 2010; Burke, 2015). Uit onderzoek blijkt echter dat zzp’ers steeds meer heterogeniteit vertonen (Dawson & Henley, 2011; Jayawarna, Rouse, & Kitching, 2011), zowel in demografische eigenschappen (Van Stel & De Vries, 2015), als in de redenen om voor zzp-schap te kiezen (Douglas & Fitzsimmons, 2013; Jayawarna et al., 2011). Door zzp’ers als homogene groep te beschouwen, is het mogelijk dat universele maatregelen om de kwetsbaarheid van zzp’ers te reduceren niet effectief zijn (Burke, 2015; Dawson & Henley, 2011). Vandaar dat in dit hoofdstuk allereerst wordt onderzocht of, en zo ja hoe verschillende groepen zzp’ers gekarakteriseerd kunnen worden. Daarna zal onderzocht worden in hoeverre zzp’ers verschillen in het ervaren van uiteenlopende soorten onzekerheid en hoe zij daar vervolgens mee omgaan. Voor dat laatste wordt ingezoomd op een specifieke groep zzp’ers: zelfstandige bouwvakkers.

Startmotieven van zzp’ers

Er zijn diverse onderzoeken verricht naar de startmotieven van zelfstandigen in Nederland (Conen & Schippers, 2017; Dirven, Van der Torre, & Van den Bossche, 2017). Hieruit blijkt dat sommige mensen vrijwillig kiezen voor het zzp-schap en dat voor anderen de keuze in mindere mate of zelfs niet vrijwillig was. Denk bij deze laatste categorie bijvoorbeeld aan mensen die ontslagen zijn, omdat de werkgever behoefte had aan een flexibeler personeelsbestand (Burke, 2015; Conen & Schippers, 2017; Rossetti & Heeger-Herter, 2019). Op basis van de mate van vrijwilligheid is in de literatuur een tweedeling geformuleerd, die ook wel de push-pull dichotomie wordt genoemd (Dawson & Henley, 2011). De push startmotieven verwijzen naar een gebrek aan mogelijkheden in loondienst, terwijl de pull startmotieven voortkomen uit de behoefte aan de voordelen van zzp-schap, zoals autonomie, onafhankelijkheid en uitdaging (Conen & Schippers, 2017; Dawson & Henley, 2011; Zali, Faghih, Ghotbi, & Rajaie, 2013). Hoewel met de push-pull dichotomie enige mate van heterogeniteit wordt aangeduid, blijft er weinig ruimte over voor startmotieven die niet eenduidig kunnen worden ingedeeld in de categorieën push of pull. Denk bijvoorbeeld aan mensen die zzp’er zijn geworden, omdat hun beroep in het algemeen als zelfstandige wordt uitgeoefend (Dawson & Henley, 2011), zoals een acteur of journalist. Of zij vrijwillig voor het zzp-schap hebben gekozen of dat ze in feite gedwongen zijn om zzp’er te worden, omdat ze anders dit specifieke beroep niet optimaal konden uitoefenen, is een vraag die onbeantwoord blijft bij het toepassen van de push-pull dichotomie. Hetzelfde geldt voor mensen die zzp’er zijn geworden om een betere balans tussen economische, familie en sociale behoeften te creëren (Bredvold & Skålen, 2016). Het is onduidelijk of zij werden aangetrokken tot zzp-schap of dat ze gedwongen zijn zzp’er te worden door een gebrek aan mogelijkheden om aan hun behoeften te voldoen in loondienst. Het eerste doel van dit onderzoek is dan ook de heterogeniteit binnen de groep zzp’ers te onderzoeken door verschillende groepen zzp’ers te identificeren op basis van (combinaties van) startmotieven die kunnen afwijken van de push-pull dichotomie. Met deze meer exploratieve benadering kunnen verschillende typen zzp’ers in kaart gebracht worden, waardoor meer inzicht kan ontstaan in de kwetsbaarheid van zzp’ers op de arbeidsmarkt.

Ervaren kwetsbaarheid van zzp’ers

De meningen zijn verdeeld over de kwetsbaarheid van de zzp’ers in Nederland. Zo blijkt uit gegevens van het CBS dat zzp’ers vaak meer risico lopen om onder de armoedegrens te belanden in vergelijking met zelfstandigen met personeel (CBS, 2019). Het gebrek aan financiële middelen om een verzekering af te sluiten of te sparen roept vragen op over de toekomstperspectieven van de zzp’ers (Conen, Schippers, & Schulze Buschoff, 2016). Anderzijds roepen pogingen om onzekerheden van zzp’ers tegen te gaan weerstand op bij belangenverenigingen van zzp’ers, bijvoorbeeld tegen het recente voorstel om zelfstandigen te verplichten zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Deze belangenverenigingen stellen dat zzp’ers adequaat voor zichzelf kunnen zorgen door bijvoorbeeld te sparen of omdat zij elders reeds verzekerd zijn. Om meer inzicht te krijgen in de kwetsbaarheid van zzp’ers, onderzoeken wij in hoeverre zzp’ers met verschillende startmotieven variëren in de mate waarin zij kwetsbaarheden ervaren. Hierbij maken we gebruik van het Flexicurity-gedachtengoed van Wilthagen en Tros (2004) waarin onderscheid wordt gemaakt tussen vier (on)zekerheden in arbeidsrelaties. Deze zekerheden definiëren wij in de context van zzp’ers als volgt:

  • Inkomenszekerheid: dit betreft de (on)zekerheid over het behoud en de stabiliteit van het inkomen, nu en in de toekomst.
  • Opdrachtzekerheid (vergelijkbaar met de baanzekerheid van werknemers): het beschikken over de benodigde kennis en vaardigheden om de huidige opdrachten succesvol uit te voeren (huidige inzetbaarheid).
  • Werkzekerheid: de mogelijkheid om telkens nieuwe opdrachten te vinden waarvoor men de benodigde kennis en vaardigheden in huis heeft (toekomstige inzetbaarheid).
  • Combinatiezekerheid: de zekerheid om tijd en aandacht te kunnen verdelen tussen werk en privéverplichtingen.

Acties om ervaren kwetsbaarheid te compenseren of reduceren

Na het identificeren van de heterogeniteit van de startmotieven en de verschillen in ervaren zekerheid onderzoeken we in dit hoofdstuk welke acties zzp’ers ondernemen om de kwetsbaarheden van het zzp-schap te reduceren. We verwachten dat het ervaren van onzekerheden een trigger kan zijn voor het vertonen van proactief gedrag om te kunnen overleven, slagen en falen te voorkomen (Carsrud & Brännback 2010; King, 2004). Zo kunnen zzp’ers bijvoorbeeld door het ontwikkelen en bijhouden van kennis en vaardigheden meer opdracht- en werkzekerheid creëren. Een andere mogelijkheid voor het creëren van werk- en opdrachtzekerheid is het samenwerken met andere zzp’ers of het actief onderhouden van een netwerk.

Om meer verdiepende inzichten te krijgen in de strategieën die zzp’ers hanteren om de onzekerheden te reduceren, richten we ons op zelfstandige bouwvakkers. Na de zakelijke dienstverlening, werkt de grootste groep zzp’ers in de bouwsector, ruim 200 duizend fulltime bouwvakkers (Kamer van Koophandel, 2019). Zelfstandige bouwvakkers zijn over het algemeen lager opgeleid en voeren vaak fysiek zware werkzaamheden uit dat ervoor kan zorgen dat zij zich vanaf de start van zzp-schap in een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt bevinden.

Centrale vraagstelling

De eerste onderzoeksvraag die in dit hoofdstuk centraal staat, luidt:

‘In hoeverre zijn verschillende groepen zzp’ers te onderscheiden op basis van hun startmotieven en in welke mate verschillen deze groepen in het ervaren van inkomens-, opdracht-, werk en combinatiezekerheid?’

Op basis van kwalitatieve gegevens van zzp’ers die werkzaam zijn in de Nederlandse bouwindustrie beantwoorden we de tweede onderzoeksvraag:

‘Wat doen zelfstandige bouwvakkers om onzekerheden van het zzp-schap, zoals inkomensonzekerheid, opdracht­onzekerheid, werkzekerheid en combinatie-onzekerheid te reduceren?’

8.2Data en methode

In dit hoofdstuk rapporteren we over twee studies.

Studie 1

In de eerste, kwantitatieve studie voerden we een secundaire data-analyse uit op de ZEA 2017 (TNO & CBS, 2017) waarmee we antwoord geven op de eerste onderzoeksvraag. De ZEA is een representatieve steekproef onder zelfstandigen, die gedefinieerd worden als zelfstandige ondernemers die voor eigen rekening of risico in hun eigen bedrijf of praktijk werken. In 2017 bestond de doelpopulatie van de ZEA uit zelfstandige ondernemers van 15 jaar of ouder, woonachtig in particuliere huishoudens in Nederland, die winstaangifte doen bij de Belastingdienst (N=6 235). Hiervan zijn 4 635 zelfstandigen zonder personeel opgenomen in het onderzoek. Zelfstandigen die wél personeel hadden zijn buiten beschouwing gelaten.

In de ZEA zijn de startmotieven gemeten met de vraag ‘Welke omstandigheden maakten dat u als zelfstandige ging werken?’ De respondenten konden deze vraag beantwoorden door één of meer redenen aan te vinken: 1. Ik zocht een nieuwe uitdaging, 2. Ik ben ingestapt in het familiebedrijf, 3. Ik heb altijd al als zelfstandige willen werken, 4. Ik wilde werk en privé beter kunnen combineren, 5. Ik wilde zelf bepalen hoeveel en wanneer ik werk, 6. Ik wilde niet (meer) voor een baas werken, 7. Mijn beroep wordt meestal als zelfstandige uitgeoefend, 8. Ik kon geen geschikte baan vinden als werknemer (in loondienst), 9. Ik kon meer verdienen als zelfstandige, 10. Ik ben ontslagen of mijn vorige contract is niet verlengd, 11. Mijn werkgever wilde dat ik als zelfstandige ging werken, en 12. In mijn vorige baan was de werksfeer niet goed.

De vier onzekerheden zijn op basis van de indicatoren uit de ZEA als volgt gemeten:

  • Inkomenszekerheid met de vraag: ‘Hoe is op dit moment de financiële situatie van uw bedrijf?’ Antwoordmogelijkheden: 1. zeer goed, 2. goed, 3. redelijk, 4. matig en 5. slecht.
  • Opdrachtzekerheid met de vragen: ‘Ik presteer goed in mijn werk, ik kan gemakkelijk voldoen aan de fysieke eisen die mijn werk aan mij stelt’ en ‘ik kan gemakkelijk voldoen aan de psychische eisen die mijn werk aan mij stelt’. Antwoordmogelijkheden: 1. helemaal mee eens tot 5. helemaal niet mee eens. En: ‘Hoe sluiten uw kennis en vaardigheden aan bij uw huidige werk?’ Antwoordmogelijkheden: 1. Ik heb minder kennis en vaardigheden dan ik nodig heb voor mijn werk, 2. het sluit goed aan, en 3. ik heb meer kennis en vaardigheden dan ik nodig heb voor mijn werk.
  • Werkzekerheid met de vraag:Maakt u zich zorgen over de toekomst van uw bedrijf of onderneming?’ Antwoordmogelijkheden: 1. ja, vaak, 2. ja, soms en 3. nee.
  • Combinatiezekerheid met de vraag:Kunt u vrij nemen wanneer u dat wilt?’ Antwoordmogelijkheden: 1. ja, regelmatig, 2. ja, soms en 3. nee.

Om groepen zzp’ers in kaart te brengen op basis van hun startmotieven is een Latente Klasse Analyse uitgevoerd. Deze methode van analyseren categoriseert individuen op basis van hun profiel, een specifieke combinatie van startmotieven. Om te onderzoeken in hoeverre de verschillende groepen zzp’ers op basis van hun startmotieven verschillen in ervaren onzekerheid, is een driestapsbenadering uitgevoerd. Hierbij konden we binnen een groep zzp’ers met bepaalde startmotieven onderzoeken in hoeverre de individuen inkomens-, opdracht-, werk-, en combinatiezekerheid ervaren (Bakk, Tekle, & Vermunt 2013; Vermunt, 2010).noot2

Studie 2

Studie 2 gaat over de strategieën die zelfstandige bouwvakkers hanteren om met onzekerheid om te gaan. Vijftien zelfstandige bouwvakkers zijn geïnterviewd om antwoord te krijgen op de tweede onderzoeksvraag: “Wat doen zelfstandige bouwvakkers om onzekerheden van zzp-schap te reduceren?”. De steekproef is samengesteld op basis van convenience sampling. Alle bouwvakkers die hebben deelgenomen aan de interviews waren beroepsopgeleide mannen (hoogst behaalde opleiding mbo) met een gemiddelde leeftijd van 46,9 jaar. Ze waren gemiddeld 13,9 jaar werkzaam als zelfstandige (tabel 2). De interviews waren semigestructureerd. De vragen gingen over de uitdagingen waar zzp’ers tegenaan lopen bij het opzetten en werken in een eigen bedrijf. Er zijn geen specifieke vragen gesteld over inkomens-, werk-, combinatie- en opdrachtzekerheid, maar deze werden spontaan benoemd door de respondenten. De interviews zijn geanalyseerd met het programma Atlas.ti, waarbij verschillende stappen zijn gezet tijdens het coderen, van open, axiaal naar selectief coderen.

8.3Resultaten studie 1

Groepen zzp’ers identificeren op basis van startmotieven

Aan de hand van de Latente Klasse Analyse zijn zeven verschillende groepen zzp’ers geïdentificeerd op basis van de (combinaties van) startmotieven (tabel 8.3.1). De BIC-waarde stijgt vanaf acht clusters, wat betekent dat het identificeren van zeven groepen optimaal is. In figuur 8.3.2 is te zien welke startmotieven zijn geselecteerd door de zeven groepen.

8.3.1Overzicht van het aantal geïdentificeerde groepen aan de hand van Latente Klasse Analyse

    LL BIC(LL) Npar L2 df p-value Class.Err.
Model1 1-Cluster −25662,3043 51426,6115 12 4860,5003 4083 2,40E−16 0,0000
Model2 2-Cluster −24540,8385 49294,1833 25 2617,5689 4070 1,00 0,1016
Model3 3-Cluster −24258,7477 48840,5049 38 2053,3872 4057 1,00 0,1003
Model4 4-Cluster −24132,0084 48697,5296 51 1799,9086 4044 1,00 0,1572
Model5 5-Cluster −24034,0747 48612,1654 64 1604,0411 4031 1,00 0,1933
Model6 6-Cluster −23970,1617 48594,8428 77 1476,2153 4018 1,00 0,2052
Model7 7-Cluster −23907,1869 48579,3964 90 1350,2657 4005 1,00 0,2047
Model8 8-Cluster −23859,8947 48595,3153 103 1255,6813 3992 1,00 0,2255

Er kunnen zeven groepen zzp’ers worden gevormd:

  1. Autonomen zijn de grootste groep en zij vertegenwoordigen 30 procent van de steekproef. Typerend voor deze groep is dat de startmotieven een behoefte tot controle uitdrukken, namelijk het zelf willen bepalen hoeveel en wanneer te werken, werk en privé beter willen combineren en het meer kunnen verdienen als zelfstandige.
  2. Beroepsmatige zzp’ers vormen 17 procent van de steekproef, waarbij het dominante startmotief is dat het beroep in de praktijk meestal als zelfstandige wordt uitgeoefend.
  3. Uitdagingzoekers zijn als groep iets kleiner dan de tweede groep en vertegenwoordigt 14 procent van de steekproef. Typerend voor deze zzp’ers is dat zij aangeven op zoek te zijn geweest naar een nieuwe uitdaging en daarnaast altijd al als zelfstandige hebben willen werken.
  4. Vluchters omvatten 13 procent van de sample en deze zzp’ers willen ontkomen aan de negatieve sociale aspecten van hun werk. Deze zzp’ers willen vooral niet meer voor een baas werken en willen weg om de slechte werksfeer in de vorige baan.
  5. Familiebedrijf zzp’ers vertegenwoordigen 11 procent van de sample en bestaat uit zzp’ers die een familiebedrijf overnamen.
  6. Rasondernemers gaven aan altijd al als zelfstandigen te willen werken en bevat 8 procent van de sample.
  7. Gedwongen zzp’ers vertegenwoordigen 7 procent van de sample. Deze zzp’ers gaven aan zelfstandige te zijn geworden vanwege ontslag of vanwege het niet verlengen van het contract of het niet kunnen vinden van een geschikte baan.

Ervaren onzekerheden door verschillende groepen zzp’ers

Uit de analyses blijkt dat de groepen zzp’ers verschillen in de mate waarin zij inkomens-, opdracht-, werk- en combinatiezekerheid ervaren (zie tabel 8.3.3 voor de gemiddelde scores).

8.3.3Gemiddelde scores op typen zekerheid per type zzp'er

Auto­nomen Beroeps­matige zzp'ers Uitdaging­zoekers Vluchters Familie­bedrijf zzp'ers Ras­onder­nemers Ge­dwongen zzp'ers
Inkomenszekerheid (schaal 1–5, hoe hoger de score hoe meer onzekerheid) 2,5640 2,7971 3,0014 2,7355 2,5625 2,7369 2,7416
Opdrachtzekerheid
Goed presteren (schaal 1–5, hoe hoger de score, hoe hoger de onzekerheid) 1,4647 1,5994 1,5672 1,5105 1,496 1,7316 1,5451
Voldoen aan fysieke eisen (schaal 1–5, hoe hoger de score, hoe hoger de onzekerheid) 3,2583 3,0903 3,0783 3,1896 3,2900 2,9314 2,9746
Voldoen aan psychische eisen (schaal 1–5, hoe hoger de score, hoe hoger de onzekerheid) 3,2134 3,0815 3,1711 3,1996 3,2751 2,9968 3,0153
Kennis en vaardigheden sluiten aan (schaal 1–3, hoe hoger de score, hoe lager de onzekerheid) 2,2247 2,1597 2,2395 2,1544 2,1980 2,1864 2,2637
Werkzekerheid (schaal 1–3, hoe hoger de score, hoe lager de onzekerheid) 2,4316 2,4014 2,2073 2,5939 2,4044 2,3399 2,3742
Combinatiezekerheid (schaal 1–3, hoe hoger de score, hoe hoger de onzekerheid) 1,2694 1,4807 1,4073 1,4051 1,4057 1,6634 1,4585

De tabellen 8.6.1 tot en met 8.6.7 in bijlagen tonen de resultaten van de Wald-test, die toetst of de verschillende typen zzp’ers significant van elkaar verschillen per type zekerheid.

Autonomen ervaren significant meer inkomenszekerheid dan de andere groepen met uitzondering van Familiebedrijf zzp’ers. Tussen de Autonomen en de Familiebedrijf zzp’ers blijkt namelijk geen significant verschil te zijn in de ervaren inkomenszekerheid. In tegenstelling tot de Autonomen ervaren de Uitdagingszoekers significant de minste inkomenszekerheid in vergelijking met de andere groepen zzp’ers. Dat betekent dat zij financiële situatie van het bedrijf als het minst positief ervaren.

Rasondernemers ervaren significant de minste opdrachtzekerheid als het gaat om het goed presteren in het werk. Tegelijkertijd ervaren Rasondernemers significant de meeste opdrachtzekerheid als het gaat om het gemakkelijk kunnen voldoen aan de fysieke eisen van het werk in vergelijking met alle andere groepen, met uitzondering van de Gedwongen zzp’ers. Autonomen en de Familiebedrijf zzp’ers scoren significant het laagst op het gemakkelijk kunnen voldoen aan de fysieke eisen van het werk in vergelijking met de andere groepen, met uitzondering van Vluchters. In vergelijking met deze laatstgenoemde groep is namelijk geen significant verschil gevonden met de Autonomen en Familiebedrijf zzp’ers. Naast het gemakkelijk kunnen voldoen aan de fysieke eisen van het werk, ervaren de Rasondernemers ook significant de meeste opdrachtzekerheid als het gaat om het gemakkelijk kunnen voldoen aan de psychische eisen van het werk. Hiermee verschillen de Rasondernemers significant met alle andere groepen, met uitzondering van de Beroepsmatige zzp’ers en de Gedwongen zzp’ers.

Wanneer gekeken wordt naar de mate waarin kennis en vaardigheden aansluiten bij het huidige werk, zien we dat de groepen zzp’ers van elkaar verschillen. De Vluchters lijken het laagst te scoren op deze specifieke vorm van opdrachtzekerheid. Zij scoren significant lager op de nodige kennis en vaardigheden om het werk uit te voeren dan de Autonomen, Gedwongen zzp’ers en de Uitdagingszoekers. De Gedwongen zzp’ers lijken het hoogst te scoren op de nodige kennis en vaardigheden. Zij scoren significant hoger dan de Beroepsmatige zzp’ers en de Vluchters.

Uitdagingzoekers maken zich significant het vaakst zorgen over de toekomst van het bedrijf en scoren daarmee het laagst op ervaren werkzekerheid. Het tegenover­gestelde geldt voor de Vluchters. Zij geven aan zich significant het minst vaak zorgen te maken over de toekomst van het bedrijf en blijken daarmee de meeste werkzekerheid te ervaren in vergelijking met alle andere groepen.

Rasondernemers scoren significant het laagst op vrij kunnen nemen wanneer zij dat willen en lijken daarmee de minste combinatiezekerheid te ervaren. Autonomen ervaren juist significant de meeste combinatiezekerheid, wat precies aansluit bij hun startmotief.

Op basis van bovenstaande resultaten kan geconcludeerd worden dat de groepen significant van elkaar verschillen op het ervaren van onzekerheid. De zorgelijkste en meest acute vorm van onzekerheid is de combinatie van inkomens- en opdrachtzekerheid. Dit vinden we bij geen van de groepen terug. De groep die het kwetsbaarst blijkt, zijn de Uitdagingszoekers. Zij scoren het laagst op inkomens- en werkzekerheid, en op geen enkele vorm van zekerheid het hoogst. Uitdagingzoekers maken zich niet alleen zorgen over de huidige (financiële) situatie van het bedrijf, maar ook over de toekomst van het bedrijf. Een andere groep die kwetsbaar is, zijn de Autonomen. Zij scoren significant het laagst op het gemakkelijk kunnen voldoen aan de fysieke en psychische eisen van het werk (opdrachtzekerheid). Toch hebben zij wel een buffer tegen onzekerheidsgevoelens, omdat zij het hoogst scoren op de ervaren inkomens- en combinatiezekerheid. Rasondernemers daarentegen scoren significant het hoogst op het gemakkelijk kunnen voldoen aan de fysieke en psychische eisen van het werk, maar scoren dan weer significant het laagst op de ervaren combinatiezekerheid en het goed presteren in het werk (opdrachtonzekerheid). Ook opvallend is dat de Vluchters significant lager scoren op het hebben van de nodige kennis en vaardigheden om het werk uit te kunnen voeren in vergelijking met een aantal andere groepen. Zij scoren wel significant het hoogst op de ervaren werkzekerheid. Ze lijken meer zorgen te hebben over het succesvol kunnen uitvoeren van het huidige werk, terwijl ze zich op langere termijn minder zorgen maken over het hebben van werk.

8.4Resultaten studie 2

Startmotieven van zelfstandige bouwvakkers

Op basis van hun meest dominante startmotief waren de geïnterviewde bouwvakkers in te delen in Vluchters (6 respondenten), Rasondernemers (4 respondenten), Gedwongen zzp’ers (3 respondenten), Autonomen (1 respondent) en Anders (1 respondent). In tabel 8.4.1 staat het overzicht met bijhorende citaten.

8.4.1Demografische gegevens steekproef

ID Leeftijd respondent (in jaren) Leeftijd bedrijf (in jaren) Beroep Startmotief Citaat
ID 1 37 7 Voeger Gedwongen ‘In 2009 toen de crisis eigenlijk net begon, zijn we allemaal ontslagen.’
ID 2 57 18 Metselaar en tegelzetter Vluchter ‘Er bleven steeds minder collega’s over waar ik echt goed mee kon samenwerken. (…) Ik dacht toen als ik dat nog steeds moet blijven doen dan heb ik er geen plezier meer in. Ik ben toen gestopt en voor mezelf begonnen.’
ID 3 66 40 Schilder en behanger Rasondernemer ‘Dat was toch wel de aard van het beestje.’
ID 4 44 16 Timmerman Gedwongen ‘Mijn baas ging failliet.’
ID 5 58 20 Tegelzetter Vluchter ‘Ik had gewoon geen zin meer om bij een baas te moeten werken.’
ID 6 38 9 Inframonteur Rasondernemer ‘Ik kom uit een ondernemende familie en heb daardoor ook altijd ambitie gehad om te ondernemen.’
ID 7 54 27 Kabel-mechanieker Vluchter ‘Ik wil geen baas hebben die zegt vandaag moet je dit doen en deze week moet dit klaar zijn. (…) Ik kan niet voor een baas werken hoor.’
ID 8 30 7 Timmerwerken Rasondernemer ‘Dat heb ik eigenlijk altijd al gezegd.’
ID 9 32 5 Stratenmaker en tegelzetter Anders ‘Ik heb in mijn vrije tijd eigenlijk altijd al veel straatwerk gemaakt. Op een gegeven moment werd dat zoveel dat ik heb besloten om dit naast mijn werk te doen (…) Maar het werd al snel te druk en zoveel dat ik daarmee ben gestopt.’
ID 10 34 8 Stukadoor Gedwongen ‘Ik was dus ontslagen in crisistijd, dus je kwam nergens aan de bak.’
ID 11 46 10 Timmerman Vluchter ‘Doordat ik niet meer voor een baas kon werken omdat ik altijd voor hetzelfde werd ingezet. (…). Ik had zoiets op een gegeven moment van: ‘Is dit het nu in het leven?’
ID 12 51 6 Inframonteur Autonoom ‘Dat is eigenlijk gekomen, omdat onze kinderen er kwamen en dat kostte gewoon relatief veel tijd. Mijn vrouw kon dit bijna niet allemaal alleen, dus wilden we dit graag samen doen.’
ID 13 54 12 Dakdekker Rasondernemer ‘Ik was een half jaar werkloos en ik wilde altijd al voor mezelf beginnen.’
ID 14 47 10 Metselaar Vluchter ‘Tien jaar geleden liep het niet helemaal bij mijn vorige werkgever en toen ben ik eigenlijk gewoon voor mezelf begonnen.’
ID 15 55 14 Aannemer Vluchter ‘De werksfeer was ook niet helemaal goed en ik voelde me gewoon niet om mijn gemak.’

Het reduceren van inkomensonzekerheid

De ervaren inkomensonzekerheid onder bouwvakkers komt voort uit drie algemene oorzaken: variabele inkomsten, gebrek aan verzekering en/of pensioen en weersomstandigheden. De inkomensonzekerheid door de variabele inkomsten werd het vaakst genoemd. Zo benoemden de bouwvakkers dat ze niet kunnen rekenen op een vast loon. Dit komt onder andere voort uit het werken met betalingstermijnen die zelfstandigen moeten zien te overbruggen: ‘Ja, nou dat je niet elke maand je vaste loon hebt. Je hebt natuurlijk bij bedrijven betalingstermijnen, sommige hebben zes of zeven weken, de grote bedrijven zelfs drie maanden.’ (ID 1, Gedwongen zzp’er) en ‘Een klein probleem was alleen dat je eerst moest werken en dan krijg je pas je centen binnen. Je moet wel een week of vijf, zes wel kunnen overbruggen’ (ID 3, Rasondernemer). Een strategie om met betalingstermijnen om te kunnen gaan, is het vragen van een aanbetaling: ‘Als ik echt te veel moet investeren […], dan vraag ik de eerste dag al meteen een aanbetaling.’ (ID 5, Vluchter). Een andere strategie om met het variabele loon om te kunnen gaan, is het samenwerken met ander zzp’ers. ‘In tijden van crisis hebben zij mij geholpen’ (ID 8, Rasondernemer). Nog een manier is het opbouwen van een strategisch netwerk. ‘Of je kan proberen om je contact zo in elkaar te zetten en een goed netwerk hebt dat je via een andere manier in contact komt met mensen die geld hebben.’ (ID 6, Rasondernemer). Ook ervaren zelfstandige bouwvakkers inkomensonzekerheid door concurrentie van mensen uit het Oostblok. ‘De laatste jaren is er gewoon veel concurrentie uit het Oostblok waardoor de prijzen erg onder druk staan. Doe jij het niet, dan doen tien anderen het’ (ID 3, Rasondernemer). En: ‘Zij duiken zo erg onder de prijs, daar kunnen wij niet meer mee concurreren’ (ID 4, Gedwongen zzp’er). Het kiezen van een goed betalende niche door te focussen op het leveren van kwaliteit is een strategie om concurrentie van het Oostblok te vermijden: ‘De doelgroep die het resultaat belangrijker vindt dan de centen, dat is mijn doelgroep’ (ID 3, Rasondernemer) en: ‘Wij hebben gekozen om voor het hogere segment te gaan en dat blijkt een heel goede keuze te zijn’ (ID 15, Vluchter).

Het niet verzekeren tegen inkomensverlies tijdens arbeidsongeschiktheid heeft te maken met het lage inkomen enerzijds en de hoge kosten anderzijds. ‘Veel zzp’ers kunnen zich bepaalde verzekeringen ook niet veroorloven, omdat ze gedwongen zijn tegen bepaalde prijzen te werken.’ (ID 3, Rasondernemer). Ook wordt genoemd dat het onmogelijk is om een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. ‘Waar ik ook mee zit, is de verzekering. Ik heb natuurlijk een zwaar beroep waardoor ik een hoge risicopremie moet betalen. Maar de verzekering vergoedt mij maar tot 60 jaar, maar die andere 7 jaar, daar hebben ze het niet over. Ik ben na mijn 60ste gewoon niet verzekerd. Er is geen verzekering die mij wil verzekeren. Ik heb stad en land afgebeld, maar geen enkele verzekering doet dat.’ (ID 2, Vluchter). En: ‘Ik heb een dure verzekering en heb het een aantal jaren geleden aan de rug gehad. Daardoor is mijn rug uitgesloten.’ (ID 2, Vluchter). Toch geeft de meerderheid aan zich, ondanks de hoge premies, verzekerd te hebben tegen arbeidsongeschiktheid. ‘Arbeidsongeschiktheid heb ik al vanaf het begin dat ik voor mezelf ben begonnen. Ik heb hem nog nooit nodig gehad. Daar is ontzettend veel geld heen gegaan.’ (ID 7, Vluchter). En: ‘Ik ben zelf wel altijd verzekerd geweest tegen arbeidsongeschiktheid. Om de premie laag te houden, had ik een eigen risico van een jaar, waardoor de premie halveerde. Maar dat is een risico, zeker de eerste jaren van jouw onderneming.’ (ID 3, Rasondernemer). Met betrekking tot het opbouwen van een pensioen blijkt dat zelfstandige bouwvakkers zich oriënteren op de mogelijkheden. Ze spreken hun wantrouwen in pensioenfondsen uit: ‘Ik ben op dit moment bezig om mezelf te oriënteren wat voor verschillende mogelijkheden er zijn met betrekking tot mijn pensioen. Ik wil alle opties weten want ik vertrouw een pensioenfonds niet.’ (ID 1, Gedwongen zzp’er). En: ‘Ik ben daar wel over na aan het denken maar ik ben niet zo van die originele pensioenregelingen. Ik spaar dan liever gewoon zelf wat. Ik heb geen echte pensioenregeling.’ (ID 12, Autonoom)

Typerend voor de bouwsector is dat de weersomstandigheden een grote invloed hebben op de ervaren inkomensonzekerheid. ‘Het hoeft maar te vriezen, dan bevriest alles al meteen, dan kunnen wij niets. Je kan je er altijd tegen verzekeren, maar dat is echt ontzettend duur.’ (ID 1, Gedwongen zzp’er). Om met onvoorspelbare weersomstandigheden om te gaan, proberen ze vooruit te plannen met passende taken tijdens slecht weer en het opbouwen van een buffer in de periode met goede weersomstandigheden. ‘Meestal probeer ik het zo te plannen dat ik dan renovatiewerken heb, of werkzaamheden die binnen zijn. Je hebt weleens dat je een week of twee weken thuis zit. Daarom moet je ervoor zorgen dat je in de zomer een buffer opbouwt zodat je de winter een beetje overleefd.’ (ID 1, Gedwongen zzp’er)

Uit de antwoorden van de respondenten met verschillende startmotieven zien we aanwijzingen dat zij inkomenszekerheid verschillend ervaren en andere strategieën hanteren om daarmee om te gaan, al moet er door de kleine aantallen een stevige slag om de arm worden gehouden. Zo sprak de Autonoom (ID 12) tijdens het interview helemaal niet over het ervaren van inkomensonzekerheid, terwijl de anderen dat wel deden. De groepen verschillen niet in het afsluiten van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Echter, de Rasondernemers laten wel actievere strategieën zien om inkomensonzekerheid te verminderen. Dit doen zij door te investeren in hun sociaal kapitaal, door met anderen samen te werken, anderen in te huren of het strategisch opbouwen van hun netwerk. Deze actievere strategieën met als doel inkomensonzekerheid te reduceren, werden niet genoemd door de andere groepen.

Het reduceren van opdrachtonzekerheid

Het reduceren van opdrachtonzekerheid gaat over het ervoor zorgdragen dat huidige opdrachten goed kunnen worden uitgevoerd, door het beschikken over de juiste kennis en vaardigheden. Bij bouwvakkers is het belangrijkste zorgpunt de fysieke inzetbaarheid. Vrijwel iedere zelfstandige bouwvakker die deel heeft genomen aan het onderzoek noemt expliciet fysieke klachten te ervaren waardoor hun inzetbaarheid in het gedrang komt. Ze betwijfelen of ze hun huidige werk kunnen blijven uitvoeren: ‘Uhm, dat weet ik eigenlijk niet. Het is best wel intensief werk, het is ook heel zwaar voor de rug.’ (ID 1, Gedwongen zzp’er); ‘Ik heb elke dag last van fysieke klachten. Ik heb de schouders kapot, de ellebogen kapot, dat hoort er ook bij, dat zijn bouwvakkers.’ (ID 15, Vluchter). Om met de fysieke klachten om te kunnen gaan, passen ze diverse strategieën toe. Zo besteden ze zware klussen uit: ‘Als er ergens een dikke vloer van beton en ijzer ligt, dan besteed ik dat uit aan een bedrijf die daar machines voor heeft.’ (ID 2, Vluchter), kiezen een niche waarbij kwaliteit centraal staat: ‘Je kan ook iets duurder zijn, je werk perfect afmaken en dan iets rustiger werken.’ (ID 5, Vluchter) of variëren in taken om het lichaam fysiek te ontlasten: ‘Het is alleen soms fysiek zwaar. Als je een week vloeren hebt gemaakt, dan voel je dat wel aan je rug. Maar dan ga ik gewoon een week wandtegels zetten.’ (ID 5, Vluchter). Hoewel het zzp-schap onzekerheid met zich meebrengt, geeft een aantal zelfstandige bouwvakkers aan dat het blijven werken als zzp’er een strategie is om met de fysieke klachten om te gaan. ‘ Het is er wel beter op geworden, omdat ik nu voor mezelf werk.’ (ID 5, Vluchter). En ‘Nu ik zelfstandige ben, heb ik een stuk minder last van mijn rug omdat ik zelf mijn tijd kan indelen.’ (ID 11, Vluchter).

Een andere veelgenoemde manier om huidige opdrachten goed uit te kunnen voeren is het volgen van trainingen: ‘Ik vind dat gewoon heel belangrijk, dat je als je een praktijkmens bent je evengoed blijft investeren in de theorie’ (ID 7, Vluchter). Wanneer zelfstandige bouwvakkers zelf niet de benodigde kennis hebben, werken ze samen met andere zzp’ers: ‘Bij een keukenverbouwing huur ik ook een elektricien, de loodgieter etc. in.’ (ID 8, Rasondernemer).

Hoewel er op vlak van ervaren opdrachtzekerheid geen expliciete verschillen te vinden zijn tussen de verschillende groepen, worden er wel verschillende strategieën toegepast om te kunnen omgaan met opdrachtonzekerheid. Om opdrachtzekerheid te behouden of te vergroten, noemden twee Vluchters (ID 7 en 11) en twee Rasondernemers (ID 8 en ID 13) expliciet het belang van kennis en vaardigheden up-to-date houden. Wanneer een opdracht binnenkwam waar nog niet de benodigde kennis en vaardigheden voor in huis was, zoals energieneutraal bouwen, verdiepten zij zich in deze expertise door informatie op te zoeken of het volgen van een cursus. Eén van de Rasondernemers (ID 8) en een tweetal Vluchters (ID 2 en 11) noemden ook het samenwerken met andere zzp’ers als een strategie om opdrachtzekerheid te verhogen. Deze oplossingen gericht op de langere termijn, worden niet door de overige groepen genoemd.

Het reduceren van werkonzekerheid

Om ervoor te zorgen dat ze in de toekomst ook in staat blijven zijn om nieuwe opdrachten binnen te kunnen halen en uitvoeren, passen bouwvakkers verschillende strategieën toe: zorgen voor toekomstige inzetbaarheid door het volgen van trainingen en opleidingen, opbouwen van een goede reputatie als bouwvakker en het opbouwen en onderhouden van een netwerk. Bouwvakkers volgen op verschillende terreinen trainingen om de kans op werk in de toekomst te vergroten, zoals op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen. ‘De laatste tijd worden de huizen wel wat ingewikkelder. Daarnaast is er op dit moment ook wat nieuwe materie waar we gewoon kennis van moeten hebben.’ (ID 4, Gedwongen zzp’er). Andere trainingen zijn erop gericht om breder inzetbaar te worden: ‘Ik vind dat belangrijk, omdat ik dan breder inzetbaar ben, niet omdat ik graag wil leren. Ik doe dat in het voordeel van mijn onderneming.’ (ID 6, Rasondernemer). Ze trainen ook om werk te kunnen delegeren: ‘Daarom wil ik ook zo’n cursus gaan volgen. Als je dan meer mensen aan de gang hebt, dan ontlast je jezelf natuurlijk wel.’ (ID 8, Rasondernemer); en om veilig te kunnen werken: ‘Aannemers willen weten dat jij de veiligheid kan waarborgen en weet wat de risico’s zijn. Ik heb ook zelf die cursus gedaan.’ (ID 12, Autonoom).

De zelfstandige bouwvakkers geven aan dat er, ondanks de grote hoeveelheid opdrachten in de bouwsector, onzekerheid wordt ervaren ten aanzien van nieuwe opdrachten. Daarom focussen ze vooral op het leveren van kwaliteit: ‘Goed werk leveren is gewoon het allerbelangrijkste. ‘ (ID 9, Anders). ‘Als ik ergens een vloer leg, dan kijk ik niet op een dag of een halve dag, als ik mijn werk maar goed doe. Dat is echt het voornaamste.’ (ID5, Vluchter) en bouwen zo een goede relatie op met klanten: ‘Als zelfstandige is dat gewoon veel belangrijker, dat je een goede relatie opbouwt met de klanten.’ (ID 3, Rasondernemer). Dit zorgt vervolgens weer voor (mond-tot-mond) reclame: ‘Door die kwaliteit en afspraken na te komen dat klanten met grotere werken ook meer vertrouwen in jou krijgen. Je kan wel reclame daarin maken, maar er is maar een echte manier van reclame en dat is mond-op-mond reclame.’ (ID 8, Rasondernemer).

Als het gaat om het onderhouden en opbouwen van een netwerk, dan valt op dat bouwvakkers regelmatig opdrachten verkrijgen via hun oude baas: ‘Ik heb nog steeds meer werk van mijn oude werkgever dan van mijzelf.’ (ID 1, Gedwongen zzp’er). En: ‘In het begin heb ik veel voor mijn vorige werkgever kunnen werken.’ (ID 10, Gedwongen zzp’er). Ook het samenwerken met andere zzp’ers helpt in het reduceren van werkonzekerheid: ‘Ja, we werken eigenlijk samen nu. Ik heb ook veel eigen werk nu. Maar we zijn samen met 4 zzp’ers een team en zo kennen ze ons ook in de regio. Dat werpt zijn vruchten af!’ (ID 8, Rasondernemer). Men gebruikt ook social mediakanalen om in de toekomst nieuwe opdrachten binnen te halen: ‘Social media is daar ook zeker heel belangrijk in om te leren netwerken en met mensen te praten om een actie daaruit te krijgen.’ (ID 6, Rasondernemer).

Werkonzekerheid kan ook voortkomen uit een economische neergang. In tijden van crisis zakken bouwvakkers met hun prijs: ‘Ik moet zeggen dat wij de afgelopen crisis ook best wel aardig door zijn gekomen, het is natuurlijk wel minder geweest en we moesten zakken met de prijs.’ (ID 1, Gedwongen zzp’er). Anderen zeggen weer dat zij juist niet zakken met de prijs om gelijke normen te hebben voor verschillende klanten: ‘Ik heb in de crisis ook geen concessies gedaan, dat kan je ook niet maken ten opzichte van je klanten.’ (ID 5, Vluchters).

Bij de vergelijking tussen de verschillende groepen en ervaren werkonzekerheid blijkt dat bijna alle respondenten werkonzekerheid ervaren door fysieke klachten, onafhankelijk van het type startmotief. Dit type onzekerheid wordt veroorzaakt door de aard van het werk en niet zo zeer door het hebben van bepaalde startmotieven. Toch blijken twee groepen er specifieke strategieën op na te houden om werkonzekerheid te reduceren: de Rasondernemers en de Gedwongen zzp’ers. Zo bouwt een van de Rasondernemers (ID 6) actief een netwerk om iets achter de hand te houden en volgt hij trainingen om breed inzetbaar te worden en te blijven. Een andere Rasondernemer (ID 8) is bewust bezig met het volgen van de ontwikkelingen, volgt een cursus om werk beter te kunnen delegeren en hij investeert in gereedschap en een professionele website, twee proactieve strategieën. Opvallend is dat de twee Gedwongen zzp’ers (ID 1 en 10) expliciet noemden dat zij nog veel werk uitvoerden voor hun oude werkgever, een passieve strategie. Dit werd niet genoemd door de respondenten met andere startmotieven.

Het reduceren van combinatie-onzekerheid

In tijden waarin het economisch goed gaat, lijkt de meerderheid van de zelfstandige bouwvakkers een overvloed aan werk te ervaren. Hoewel ze als zelfstandigen de mogelijkheid hebben om hun eigen tijd in te delen, resulteert deze overvloed in combinatie-onzekerheid. Ze hebben moeite met ‘nee’ zeggen tegen klanten: ‘Dat vind ik nog steeds een lastig iets om klanten te zeggen dat je er geen tijd voor hebt.’ (ID 3, Rasondernemer) of omdat ze merken dat het werk het privéleven beïnvloedt: ‘Dan moet ik toch in de avonduren de facturen maken, terwijl ik dan eigenlijk thuis ben.’ (ID 1, Gedwongen zzp’er). Andersom ervaren sommigen ook dat het privéleven het werk in de weg kan staan: ‘Als je zzp’er bent en je kan je uren niet draaien omdat je veel thuis moet zijn. Dit kost je gewoon allemaal resultaat.’ (ID 6, Rasondernemer). Daarnaast heeft de afhankelijkheid van de weersomstandigheden ook een negatief effect op de ervaren combinatie-onzekerheid: ‘Vroeger werkte ik bijvoorbeeld ook in de bouwvak. Je moet oogsten als er te oogsten is.’ (ID 3, Rasondernemer).

Om werk en privé te balanceren, passen zelfstandige bouwvakkers verschillende strategieën toe. In plaats van nee te zeggen tegen klanten, sturen ze de klanten door naar een collega: ‘Nee, dan stuur ik ze misschien wel naar een collega.’ (ID 5, Vluchter) of zorgen ervoor dat ze een strakke planning maken: ‘Ik heb wel een strakke planning, maar ik heb wel speling daarin.’ (ID 5, Vluchter). Ook maken sommigen bewust een keuze om minder te gaan werken: ‘Ik ben op dit moment aan het minderen, ik werk in principe nog drie dagen per week.’ (ID 3, Rasondernemer) of proberen personeel aan te nemen: ‘Ik moet toch proberen of ik nog wat personeel kan krijgen om een project mee te maken. Ik moet er gewoon rekening mee houden.’ (ID 2, Vluchter)

Met betrekking tot ervaren combinatiezekerheid van de verschillende groepen bleek uit de interviews dat alleen een Rasondernemer (ID 3) en een tweetal Vluchters (ID 2 en 5) expliciet strategieën noemden om combinatiezekerheid te verhogen. Zo noemde een van de Vluchters (ID 2) dat hij personeel wil aannemen, de andere Vluchter (ID 5) noemde het doorverwijzen naar een collega of het maken van een strakke planning als passende methode voor het vergroten van combinatiezekerheid. De Rasondernemer gaf aan dat hij nog maar drie dagen per week probeerden te werken nu hij ‘met pensioen is’.

8.5Conclusies

Op basis van de ZEA 2017 zijn zeven verschillende groepen zzp’ers te identificeren op basis van startmotieven, te weten Autonomen, Beroepsmatige zzp’ers, Uitdagingzoekers, Vluchters, Familiebedrijf zzp’ers, Rasondernemers en Gedwongen zzp’ers. Uit de interviews blijkt dat zelfstandige bouwvakkers op basis van hun dominante startmotief in te delen zijn in Vluchters, Rasondernemers, Gedwongen zzp’ers en Autonomen. De resultaten sluiten aan bij eerdere onderzoeken die stelden dat individuen verschillende redenen hebben om zelfstandige te worden en een heterogene groep zijn als het gaat om startmotieven (Dawson & Henley, 2011; Douglas & Fitzsimmons, 2013; Jayawarna et al., 2011). De resultaten bevestigen ook dat de push-pull tweedeling onvoldoende ruimte biedt om de heterogeniteit van zzp’ers in kaart te brengen.

Uit de kwantitatieve analyses blijkt dat er significante verschillen zijn tussen de zeven groepen zzp’ers in de ervaren inkomens-, opdracht-, werk- en combinatiezekerheid. Zo scoren de Autonomen significant het hoogst op de ervaren inkomenszekerheid en scoren het laagst op de ervaren inkomensonzekerheid. Dit is interessant, omdat voor Autonomen ‘meer kunnen verdienen als zelfstandige’ het startmotief was. De inkomenszekerheid waar ze naar op zoek waren, lijken ze daadwerkelijk te kunnen vinden in het zzp-schap. In tegenstelling tot de Autonomen zagen we dat de Uitdagingzoekers de financiële situatie van hun bedrijf als minst positief beoordeelden. Voor verder onderzoek is het interessant om uit te zoeken wat de redenen zijn waarom Uitdagingzoekers deze vorm van inkomensonzekerheid ervaren. Mogelijk komt het door de behoefte aan uitdaging in het werk waardoor de focus meer gericht is op de inhoud van het werk en minder op het waarborgen van de financiële gezondheid van het bedrijf.

Rasondernemers ervaren significant de minste opdrachtzekerheid als het gaat om het goed presteren in het werk. Maar wanneer het gaat om het kunnen voldoen aan de fysieke en psychische eisen die het werk aan hen stelt, ervaren zij juist de meeste opdrachtzekerheid ten opzichte van vrijwel alle andere groepen. Wellicht verschillen zij ook qua persoonlijke gegevens van de andere groepen (persoonlijkheid, opleiding, leeftijd of werken in andere beroepen). Dit zou uit toekomstig onderzoek moeten blijken. De Autonomen scoren significant het laagst op het kunnen voldoen aan de fysieke eisen van het werk in vergelijking met vrijwel alle andere groepen. Dit is mogelijk een verklaring waarom de Autonomen het startmotief hebben dat ze zelf willen bepalen hoeveel en wanneer ze werken. Met het oog op het hebben van de nodige kennis en vaardigheden om het huidige werk uit te voeren, zijn de resultaten heterogener. Opdrachtzekerheid lijkt uit verschillende componenten te bestaan. Bijgevolg kan de vraag gesteld worden in hoeverre de verschillende items die in dit onderzoek gebruikt zijn om de ervaren opdrachtzekerheid van verschillende groepen zzp’ers te onderzoeken valide zijn als het gaat om het meten van de ervaren opdrachtzekerheid. Omdat sprake is van secundaire data-analyse, waren de onderzoekers gebonden aan de bestaande vragen van de ZEA. Hierin zijn de items die opdrachtzekerheid het dichtst benaderden geselecteerd. Omdat er gekozen is voor Latente Klasse Analyse (een person-centered benadering), was factoranalyse (een variable-centered approach) uitgesloten. Voor vervolgonderzoek wordt daarom aangeraden om na te gaan in hoeverre deze items een schaal kunnen vormen door het toepassen van factoranalyse.

Op het vlak van werkzekerheid scoren Uitdagingzoekers significant het laagst op ervaren werkzekerheid in vergelijking met alle andere groepen. Dit hangt wellicht samen met de ervaren inkomensonzekerheid. Ten opzichte van de andere groepen beoordeelden zij de financiële situatie van het bedrijf als het minst positief. Het tegenovergestelde geldt voor de Vluchters. Zij geven aan zich significant het minst vaak zorgen te maken over de toekomst van het bedrijf en blijken daarmee de meeste werkzekerheid te ervaren in vergelijking met alle andere groepen. Mogelijk heeft dit te maken met hun startmotief. Om de stap te kunnen zetten om de onaangename aspecten van werken onder een baas te ontvluchten, moet de mogelijkheid om in het eigen levensonderhoud te voorzien solide zijn.

In lijn met de startmotieven van de Autonomen om zelf te bepalen hoeveel en wanneer wordt gewerkt en werk en privé beter te kunnen combineren, ervaren zij de meeste combinatiezekerheid. Ook hier geldt dat zzp-schap hun behoefte lijkt te vervullen. Het tegenovergestelde geldt voor de Rasondernemers. Zij scoren significant het laagst op de ervaren combinatiezekerheid. Het ondernemende karakter dat blijkt uit hun dominante startmotief, te weten het altijd al als zelfstandige hebben willen werken, creëert mogelijk de uitdaging om vrij te nemen wanneer ze dat willen.

De tweede onderzoeksvraag was: ‘Wat doen zelfstandige bouwvakkers om onzekerheden van het zzp-schap, zoals inkomensonzekerheid, opdrachtonzekerheid, werkzekerheid en combinatie-onzekerheid te reduceren?’ Uit de vraaggesprekken die we hebben gevoerd, trekken we de volgende conclusies.

Zelfstandige bouwvakkers ervaren inkomensonzekerheid door variabele inkomsten en lange betalingstermijnen, prijsconcurrentie met buitenlandse bouwvakkers, obstakels om verzekeringen of pensioenvoorzieningen te treffen en de weersomstandigheden. Ze proberen dat op te lossen door het vragen om aanbetalingen, hulp te vragen bij andere zzp’ers of te zoeken naar nichemarkten waar minder druk op de prijs staat. Om inkomensverlies door slechte weersomstandigheden te beperken, moeten ze goed plannen, door in de zomer meer werk aan te nemen of in de winter te zorgen voor binnenklussen. De geïnterviewde bouwvakkers verzekeren zich over het algemeen wel, maar de kosten zijn hoog en zwakke ledematen zijn uitgesloten. Voor oudere bouwvakkers (ouder dan 60 jaar) blijkt het niet mogelijk zich te verzekeren. Ook staan de bouwvakkers sceptisch tegenover pensioenregelingen. Kortom, bouwvakkers ervaren behoorlijk wat inkomensonzekerheid, met name de ouderen onder hen, en tegen de grootste onzekerheden bestaan geen afdoende oplossingen. Dit maakt zelfstandige bouwvakkers erg kwetsbaar voor inkomensonzekerheid.

De fysieke inzetbaarheid is het belangrijkste zorgpunt. Vrijwel iedere zelfstandige bouwvakker zegt fysieke klachten te ervaren, waardoor de opdrachtzekerheid, maar ook de werk- en inkomenszekerheid, in het gedrang komen. Strategieën om die onzekerheden te reduceren zijn er nauwelijks. Zij kunnen zware klussen uitbesteden, of afwisseling zoeken tussen klussen. Soms beschermt het zzp-schap nu juist tegen gezondheidsklachten, omdat men vrijer is in het afwijzen van klussen en het indelen van de werktijden. De fysieke belasting in combinatie met de onmogelijkheid om de vitale ledematen te verzekeren zorgt voor een grote kwetsbaarheid bij het kunnen blijven uitvoeren van huidige werkzaamheden.

Om ervoor te zorgen dat ze in de toekomst ook in staat blijven om nieuwe opdrachten binnen te kunnen halen en uitvoeren (werkzekerheid), passen bouwvakkers verschillende strategieën toe, zoals het volgen van trainingen en opleidingen, het opbouwen van een goede reputatie als bouwvakker en het onderhouden van een netwerk. Zowel bij opdracht- als werkzekerheid wordt het volgen van trainingen als strategie genoemd. Dit gebeurt om de huidige opdracht goed uit te kunnen voeren (opdrachtzekerheid), en om werk in de toekomst veilig te stellen (werkzekerheid). Ook om inzetbaar te blijven, volgen zij trainingen. Echter, in de spanning tussen het moeten afwijzen van een nieuwe opdracht vanwege een training, zal inkomenszekerheid vaak prevaleren boven werkzekerheid. Dat kan in de toekomst risico’s opleveren. Opvallend is dat bij het onderhouden van het netwerk, oud-werkgevers een belangrijke positie innemen als het gaat om het verkrijgen van nieuwe opdrachten. Zakken met de prijs is ten tijde van economische neergang een strategie om werkzekerheid te krijgen. Die werkzekerheid gaat dan wel ten koste van inkomenszekerheid.

Problemen met combinatiezekerheid hebben bouwvakkers ook. Het uitvoeren van opdrachten gaat vaak vóór het privéleven. Dit botst soms met de reden om zzp’er te worden, te weten dat het kunnen indelen van de eigen werktijden leidt tot een betere werk-privébalans. Tijd besteden aan het gezin voelt als het mislopen van inkomsten.

Hoewel er maar beperkt aantal respondenten in de groepen Vluchters, Gedwongen zzp’ers, Rasondernemers en Autonomen hebben deelgenomen in studie 2, kan een aantal voorzichtige conclusies getrokken worden over de ervaren onzekerheden. Zelfstandige bouwvakkers ervaren alle typen onzekerheid. Daarin verschillen de groepen niet onderling. Alle groepen hebben te kampen met onzekerheden ten aanzien van het inkomen (niet kunnen verzekeren) en lichamelijke kwetsbaarheid. De groepen verschillen wel in hoe ze onzekerheid proberen te reduceren. Er zijn dus wel aanwijzingen dat sommige groepen mogelijk meer risico’s zullen lopen op langere termijn. Rasondernemers en, in mindere mate, Vluchters zijn proactief in het reduceren van verschillende vormen van onzekerheid. Zo bouwen zij netwerken op en volgen trainingen om in de toekomst bij te blijven. De Gedwongen zzp’ers daarentegen lijken afhankelijk te zijn van hun vorige werkgever en zijn daarom potentieel kwetsbaar.

Uit zowel het kwantitatieve als het kwalitatieve onderzoek blijkt dat er verschillende groepen zzp’ers bestaan, die ieder hun eigen mate van (on)zekerheid kennen. Dat bevestigt dat de categorisering gedwongen versus gekozen zelfstandig ondernemerschap te beperkt is. Voor het beleid betekent dit dat er maatwerkafspraken gemaakt dienen te worden op basis van verschillende startmotieven, maar ook voor verschillende sectoren. Voor vervolgonderzoek is het interessant om te bestuderen in hoeverre de gevonden groepen zzp’ers verschillen in demografische en andere kenmerken. Verschillen zij in opleidingsniveau, sectoren waarin zij actief zijn, in omvang van hun netwerk waaruit zij opdrachten kunnen halen of is hun financiële uitgangspositie anders?

Uit de kwalitatieve studie blijkt dat in de bouwsector de verschillende vormen van onzekerheid zich opstapelen, waartegen geen afdoende maatregelen bestaan. Zelfstandige bouwvakkers zijn behoorlijk gevoelig voor alle vormen van onzekerheid. Bouwvakkers zijn kwetsbaar in fysiek en financieel opzicht. Strategieën om sommige vormen van onzekerheid te reduceren gaan bovendien ten koste van andere zekerheden. De bouwvakkers kunnen dit probleem dus niet zelfstandig oplossen. Gezien het feit dat dit de op één na grootste groep zelfstandigen betreft, is het van belang dat hier beleidsmaatregelen getroffen worden. Zo kunnen omscholingsmogelijkheden door het gemiddeld lagere opleidingsniveau van bouwvakkers wellicht beperkter zijn dan voor, bijvoorbeeld, de zakelijke dienstverlening. Daarom is branchespecifiek onderzoek en beleid noodzakelijk. Speciale aandacht zal moeten komen voor fysiek zware beroepen. Deze beroepsgroepen zitten in de klem. Verzekeren is te duur of niet mogelijk en voor zelfstandigen is er geen ander sociaal vangnet. Hier moet uit maatschappelijk oogpunt een oplossing voor komen.

8.6Bijlagen

8.6.1Verschillen tussen typen zzp'ers op inkomenszekerheid

Auto­nomen Beroeps­matige zzp'ers Uitdaging­zoekers Vluchters Familie­bedrijf zzp'ers Ras­onder­nemers
Autonomen
Beroepsmatige zzp'ers 14,4020*
Uitdagingzoekers 44,7606* 5,2700*
Vluchters 7,5633* 0,6132 10,7856*
Familiebedrijf zzp'ers 0,0004 6,8945* 19,7934* 3,4543
Rasondernemers 7,4052* 0,6004 10,3071* 0,0003 3,7773
Gedwongen zzp'ers 6,0256* 0,4461 8,3310* 0,0052 3,2468 0,0030

* = p<0,05

8.6.2Verschillen tussen typen zzp'ers op opdrachtzekerheid, werkprestatie

Auto­nomen Beroeps­matige zzp'ers Uitdaging­zoekers Vluchters Familie­bedrijf zzp'ers Ras­onder­nemers
Autonomen
Beroepsmatige zzp'ers 14,5212*
Uitdagingzoekers 8,1351* 0,3964
Vluchters 1,6546 3,5991 1,5284
Familiebedrijf zzp'ers 0,5441 4,2219* 1,8339 0,800
Rasondernemers 51,1993* 7,8412* 11,1133* 20,5919* 19,0252*
Gedwongen zzp'ers 3,5116 1,1211 0,1744 0,4655 0,7535 10,7835*

* = p<0,05

8.6.3Verschillen tussen typen zzp'ers op opdrachtzekerheid, fysieke eisen

Auto­nomen Beroeps­matige zzp'ers Uitdaging­zoekers Vluchters Familie­bedrijf zzp'ers Ras­onder­nemers
Autonomen
Beroepsmatige zzp'ers 10,1656*
Uitdagingzoekers 11,7548* 0,0267
Vluchters 1,5964 2,0821 2,6908
Familiebedrijf zzp'ers 0,2195 6,5169* 6,5889* 1,5570
Rasondernemers 39,6273* 5,8389* 4,8341* 14,3852* 19,3538*
Gedwongen zzp'ers 19,4606* 2,372 1,7741 7,6400* 12,0450* 0,3095

* = p<0,05

8.6.4Verschillen tussen typen zzp'ers op opdrachtzekerheid, psychische eisen

Auto­nomen Beroeps­matige zzp'ers Uitdaging­zoekers Vluchters Familie­bedrijf zzp'ers Ras­onder­nemers
Autonomen
Beroepsmatige zzp'ers 6,6400*
Uitdagingzoekers 0,6637 1,5732
Vluchters 0,0653 3,0844* 0,1893
Familiebedrijf zzp'ers 0,9045 6,8454* 1,8698 0,9831
Rasondernemers 17,6715* 1,7199 6,9334* 9,1785* 13,3106*
Gedwongen zzp'ers 10,1279* 0,8379 4,3778* 6,0346* 9,4050* 0,0604

* = p<0,05

8.6.5Verschillen tussen typen zzp'ers op opdrachtzekerheid, aansluiten vaardigheden

Auto­nomen Beroeps­matige zzp'ers Uitdaging­zoekers Vluchters Familie­bedrijf zzp'ers Ras­onder­nemers
Autonomen
Beroepsmatige zzp'ers 4,7008*
Uitdagingzoekers 0,2079 3,5025
Vluchters 5,9941* 0,0228 5,2038*
Familiebedrijf zzp'ers 0,5329 0,9221 0,8489 1,1307
Rasondernemers 1,5226 0,5393 1,8227 0,8251 0,0800
Gedwongen zzp'ers 1,2246 7,1142* 0,3175 7,8560* 2,0285 3,5482

* = p<0,05

8.6.6Verschillen tussen typen zzp'ers op werkzekerheid

Auto­nomen Beroeps­matige zzp'ers Uitdaging­zoekers Vluchters Familie­bedrijf zzp'ers Ras­onder­nemers
Autonomen
Beroepsmatige zzp'ers 0,5827
Uitdagingzoekers 29,4369* 11,1910*
Vluchters 16,2913* 15,0882* 54,6457*
Familiebedrijf zzp'ers 0,3560 0,0031 11,2020* 12,7522*
Rasondernemers 5,3908* 1,5656 6,4644* 27,2227* 1,4746
Gedwongen zzp'ers 1,5195 0,2594 8,1247* 17,2058* 0,2515 0,3813

* = p<0,05

8.6.7Verschillen tussen typen zzp'ers op combinatiezekerheid

Auto­nomen Beroeps­matige zzp'ers Uitdaging­zoekers Vluchters Familie­bedrijf zzp'ers Ras­onder­nemers
Autonomen
Beroepsmatige zzp'ers 36,9876*
Uitdagingzoekers 15,4640* 1,7333
Vluchters 16,1576* 2,3569 0,0020
Familiebedrijf zzp'ers 11,6975* 2,0199 0,0008 0,0001
Rasondernemers 110,1406* 12,5440* 21,8251* 24,5349* 19,8509*
Gedwongen zzp'ers 23,6898* 0,1851 0,9002 1,0790 0,8150 12,6988*

8.7Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Bakk, Z., Tekle, F.B., & Vermunt, J.K. (2013). Estimating the association between latent class membership and external variables using biasadjusted three-step approaches. Sociological Methodology, 43(1), 272–311.

Bögenhold, D., & Fachinger, U. (2010). How diverse is entrepreneurship? Observations on the social heterogeneity of self-employment in Germany. The Shift to the Entrepreneurial Society: A Built Economy. In Education, Sustainability and Regulation. Cheltenham: Edward Elgar, 227–241.

Bredvold, R., & Skålén, P. (2016). Lifestyle entrepreneurs and their identity construction: A study of the tourism industry. Tourism Management, 56, 96–105.

Burke, A.E., FitzRoy, F.R., & Nolan, M.A. (2008). What makes a die-hard entrepreneur? Beyond the ‘employee or entrepreneur’ dichotomy. Small Business Economics, 31(2), 93–115.

Carsrud, A., & Brännback, M. (2011). Entrepreneurial motivations: what do we still need to know? Journal of Small Business Management, 49(1), 9–26.

Conen, W.S., & Schippers, J.J. (2017). De invloed van startmotieven op de financiële situatie en arbeidstevredenheid van zzp’ers. Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, 33(3), 250–268.

Conen, W.S., Schippers, J.J., & Schulze Buschoff, K. (2016). Self-employed without personnel. Between freedom and insecurity. Hans-Böckler-Stiftung.

Dawson, C., & Henley, A. (2012). ‘Push’ versus ‘pull’ entrepreneurship: an ambiguous distinction? International Journal of Entrepreneurial Behavior & Research, 18(6), 697–719.

Dirven, H.J., van der Torre, W., & van den Bossche, S. (2017). Een slechte start en dan? De werksituatie van zelfstandig ondernemers met negatieve en positieve startmotieven. Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, 33(3), 286–302.

Douglas, E.J., & Fitzsimmons, J.R. (2013). Intrapreneurial intentions versus entrepreneurial intentions: distinct constructs with different antecedents. Small Business Economics, 41(1), 115–132.

Kamer van Koophandel (2019). Data over de bedrijvendynamiek 1e kwartaal 2019. Utrecht.

King, Z. (2004). Career self-management: Its nature, causes, and consequences. Journal of Vocational Behavior, 65, 112–133.

Lautenbach, H., van der Torre, W., de Vroome, E.M.M., Janssen, B.J.M., Wouters, B., & Van den Bossche, S.N.J. (2017). Zelfstandige Enquête Arbeid 2017. The Hague: CBS & TNO.

Jayawarna, D., Rouse, J., & Kitching, J. (2011). Entrepreneur motivations and life course. International Small Business Journal, 31(1), 34–56.

Rossetti, S. & Hertter, S. E. (2019). The collective risk management of solo self-employed in the Netherlands. Journal of Poverty and Social Justice, 27(2), 253–277.

Wilthagen, T., & Tros, F. (2004). The concept of ‘flexicurity’: a new approach to regulating employment and labour markets. Transfer. European Review of Labour and Research, 10(2), 166–186. 

Van Stel, A., & De Vries, N. (2015). The economic value of different types of solo self-employed: A review. The handbook of research on freelancing and self-employment, 77–84.

Vermunt, J.K. (2010). Latent class modeling with covariates: Two improved three-step approaches. Political Analysis, 18(4), 450–469.

Zali, M.R., Faghih, N., Ghotbi, S., & Rajaie, S. (2013). The effect of necessity and opportunity driven entrepreneurship on business growth. International Research Journal of Applied and Basic Sciences, 7(2), 100–108.

Noten

De in dit hoofdstuk weergegeven opvattingen zijn die van de auteurs en komen niet noodzakelijk overeen met het beleid van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Met dank aan Dr. Mattis van den Bergh voor de Latente Klasse analyses die hij heeft uitgevoerd voor dit hoofdstuk.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2018–2019 2018 tot en met 2019
2018/2019 Het gemiddelde over de jaren 2018 tot en met 2019
2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2018 en eindigend in 2019
2016/’17–2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2016/’17 tot en met 2018/’19

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Erratum

Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, zijn er achteraf enkele onvolkomenheden geconstateerd. Onze excuses hiervoor.

Datum: 13 februari 2020

Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, is er achteraf een onvolkomenheid geconstateerd. Onze excuses hiervoor. In figuur 8.3.2 werden verkeerde labels getoond. Dit is nu gecorrigeerd.