Aantal mensen met WW-uitkeringen bereikt laagste stand.

Foto omschrijving: De website van het UWV waarop studenten een STAP-subsidie aan kunnen vragen. Vanwege de populariteit van de subsidie is loket overbelast geraakt en kunnen cursisten de bijdrage voor scholing niet aanvragen.

Uitkeringen

Aantal WW’ers bereikt laagste stand

In 2022 ontvingen gemiddeld 145 duizend personen een uitkering in het kader van de Werkloosheidwet (WW). Dat waren er 62 duizend minder dan in 2021. Daarmee komt het jaargemiddelde uit op de laagste stand in de cijferreeks die loopt vanaf 2008. In 2014 werd de hoogste stand bereikt met gemiddeld bijna 400 duizend WW’ers. Uit de cijfers die voor seizoeninvloeden zijn gecorrigeerd blijkt in grote lijnen dat het aantal WW’ers vanaf begin 2014 tot september 2019 bijna halveerde en vervolgens weer toenam, totdat in augustus 2020 een top werd bereikt van 262 duizend. Eind 2022 was daar nog de helft van over. In 2022 waren er iets minder vrouwen dan mannen met een WW-uitkering, 58 procent van de WW’ers was 45 jaar of ouder (zie ook StatLine: Personen met WW-uitkering en Personen met WW-uitkering, seizoengecorrigeerd).

Deze WW-cijfers betreffen de ontslagwerkloosheid. Bijzondere uitkeringen als gevolg van tijdelijke werktijdverkorting, werkloosheid door meteorologische omstandigheden of faillissement zijn buiten beschouwing gelaten. Sinds 2016 is de maximale duur van de WW geleidelijk teruggebracht van 38 maanden naar 24 maanden. In een aantal cao’s zijn afspraken gemaakt om de WW weer te verlengen naar 38 maanden; deze private WW telt niet mee in de uitkomsten.

7.1 Personen met een uitkering (jaargemiddelden) (x 1 000)
Jaar Arbeidsongeschiktheid Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand Werkloosheid
2008 806,1 378,7 350,1 163,0
2009 798,6 390,7 358,7 217,8
2010 797,6 428,1 391,5 258,9
2011 795,8 448,8 411,1 252,5
2012 788,6 455,5 418,1 291,2
2013 767,4 485,1 445,8 366,7
2014 769,6 517,0 474,1 398,5
2015 765,8 535,6 488,5 382,2
2016 762,3 558,7 506,6 371,5
2017 762,3 569,8 515,0 325,6
2018 752,1 552,0 498,1 265,9
2019 755,8 530,5 477,9 223,1
2020 755,0 709,1 480,2 246,4
2021 763,4 603,6 478,9 206,8
2022 784,2 . 459,9 145,0

StatLine: Personen met een uitkering.

Tussen de cijfers over het aantal WW’ers en die over de werkloze beroepsbevolking bestaan grote verschillen. In 2021 omvatte de werkloze beroepsbevolking 408 duizend personen. Van deze groep had slechts 1 op de 5 een WW-uitkering (79 duizend). Niet alle mensen die volgens de definitie werkloos zijn ontvangen immers een werkloosheidsuitkering. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om jongeren die tijdens of na hun opleiding op zoek zijn naar werk, of andere werkzoekenden die nog niet eerder of niet lang genoeg gewerkt hebben om voldoende WW-rechten op te bouwen. Verder gaat het om mensen die werkloos zijn en al de maximale WW-duur hebben bereikt (mogelijk kan men daarna wel in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering), om mensen die werkzaam waren als zelfstandige of freelancer, of om werknemers die verwijtbaar ontslag kregen of op eigen initiatief ontslag hebben genomen.

Aan de andere kant zijn ook niet alle mensen met een WW-uitkering werkloos. In 2021 hadden 80 duizend mensen een WW-uitkering in aanvulling op een betaalde baan en 46 duizend waren niet op zoek en/of konden niet op korte termijn starten en worden daarom niet beschouwd als werkloos (zie ook: Arbeidsparticipatie en afstand tot de arbeidsmarkt, 2021).

Uitstroom uit de WW

In 2018 stromen 311 duizend mensen de WW in. Een klein deel van hen heeft op het moment van instroom al een werknemersbaan. Eén jaar later heeft 63 procent een werknemersbaan en is 73 procent uitgestroomd uit de WW. Twee jaar na instroom heeft 84 procent geen WW-uitkering meer.

In de leeftijdsgroepen tot 55 jaar heeft na twee jaar twee derde een werknemersbaan. Bij de 55‑plussers is dat 44 procent. Ruim een derde van de 55‑plussers heeft na twee jaar nog steeds een WW-uitkering.

7.2 Situatie na instroom in WW 2018
Aantal maanden na instroom in WW WW, met baan WW, geen baan Geen WW, wel baan Geen WW, geen baan
0 28940 281850 0 .
1 79290 192830 28430 10250
2 85280 167090 43540 14890
3 74430 119080 73510 43770
4 67470 104220 94990 44110
5 57110 89070 116010 48610
6 50760 77140 131570 51320
7 46280 68190 142140 54190
8 42730 61050 149800 57220
9 39610 55770 155840 59580
10 36690 51070 160630 62410
11 35120 48840 161950 64870
12 36160 47170 161030 66430
13 33470 46620 162850 67840
14 31970 44000 165670 69170
15 31360 40940 167910 70600
16 29970 39080 169670 72080
17 28470 37540 171350 73430
18 26830 36280 172670 75010
19 25660 35260 173620 76250
20 25080 34390 173970 77360
21 24180 33790 174280 78540
22 23350 33310 174100 80030
23 22940 33140 172910 81790
24 19530 31190 172930 87140

StatLine: Personen met WW-uitkering in de tijd gevolgd.

Minder mensen in de bijstand

In 2021 ontvingen gemiddeld 604 duizend mensen een bijstands- of een bijstandsgerelateerde uitkering. Dit is inclusief 57 duizend personen vanaf de AOW-leeftijd, met name mensen die geen volledige AOW-uitkering hebben opgebouwd door verblijf in het buitenland. In bepaalde gevallen kan men dan recht hebben op een aanvullende bijstandsuitkering. Verder is dit cijfer inclusief de bijstandsgerelateerde uitkeringen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) en de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo).

In vergelijking met 2020 nam het aantal mensen met een bijstands(gerelateerde) uitkering met 105 duizend af. Die daling had vrijwel volledig betrekking op de bijstandsgerelateerde uitkeringen. Het aantal mensen met een algemene bijstandsuitkering verminderde met slechts duizend.

Vanaf maart 2020 steeg het aantal personen met een bijstands(gerelateerde) uitkering zeer sterk, doordat de Tozo van kracht werd. De regeling voorzag zelfstandig ondernemers in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalde. Hierdoor hadden in april 2020 in totaal 996 duizend mensen een bijstands(gerelateerde) uitkering, terwijl dat er aan het begin van 2020 nog 521 duizend waren. Toen de voorwaarden van de Tozo later wijzigden, liep het aantal personen met een uitkering weer terug.

Voor 2022 zijn voor het totaalcijfer over de bijstand alleen de uitkomsten tot en met juni bekend. Over het aantal mensen met een algemene bijstandsuitkering zijn wel al de cijfers over heel 2022 beschikbaar. Het waren er gemiddeld over het hele jaar 460 duizend, 19 duizend minder dan in 2021.

Een bijstandsuitkering wordt verleend aan huishoudens. Dit kunnen alleenstaanden zijn of paren, met of zonder kinderen. Als bijstand wordt verstrekt aan een paar, worden beide partners meegeteld als bijstandsgerechtigde. Hierdoor ligt het aantal personen met een bijstandsuitkering hoger dan het aantal bijstandsuitkeringen aan huishoudens. Bovenstaande cijfers hebben allemaal betrekking op personen. Van de personen die in 2022 een algemene bijstandsuitkering ontvingen, was 57 procent alleenstaand, 13 procent een alleenstaande ouder en 30 procent maakte deel uit van een (echt)paar. Eind 2022 hadden 394 duizend personen tot de AOW-leeftijd een algemene bijstandsuitkering. Dat was het laagste aantal sinds begin 2013. De helft van deze groep mensen heeft al vijf jaar of langer een algemene bijstandsuitkering.

7.3 Personen met een bijstands(gerelateerde) uitkering, maandcijfers (x 1 000)
jaar maand Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand
2008 j, 2008 383,640 355,640
2008 f, 2008 384,030 355,760
2008 m, 2008 383,240 354,810
2008 a, 2008 382,310 353,790
2008 m, 2008 381,110 352,580
2008 j, 2008 379,240 350,620
2008 j, 2008 377,820 349,240
2008 a, 2008 375,840 347,210
2008 s, 2008 373,520 344,810
2008 o, 2008 373,030 344,010
2008 n, 2008 371,590 342,550
2008 d, 2008 373,720 344,200
2009 j, 2009 375,900 346,010
2009 f, 2009 379,800 349,340
2009 m, 2009 382,410 351,540
2009 a, 2009 385,660 354,340
2009 m, 2009 388,980 357,280
2009 j, 2009 391,260 359,130
2009 j, 2009 394,140 361,720
2009 a, 2009 396,040 363,410
2009 s, 2009 398,030 364,950
2009 o, 2009 401,700 368,140
2009 n, 2009 403,060 369,220
2009 d, 2009 408,150 373,760
2010 j, 2010 414,830 379,840
2010 f, 2010 420,790 385,060
2010 m, 2010 425,070 388,920
2010 a, 2010 428,370 391,900
2010 m, 2010 429,100 392,450
2010 j, 2010 429,820 393,040
2010 j, 2010 430,520 393,780
2010 a, 2010 431,770 394,890
2010 s, 2010 432,240 395,080
2010 o, 2010 434,440 397,070
2010 n, 2010 435,610 398,190
2010 d, 2010 440,070 402,400
2011 j, 2011 444,120 406,270
2011 f, 2011 447,480 409,360
2011 m, 2011 449,810 411,600
2011 a, 2011 450,710 412,640
2011 m, 2011 450,620 412,750
2011 j, 2011 450,160 412,380
2011 j, 2011 449,950 412,320
2011 a, 2011 448,980 411,540
2011 s, 2011 448,110 410,690
2011 o, 2011 449,810 412,260
2011 n, 2011 449,840 412,440
2011 d, 2011 453,120 415,550
2012 j, 2012 451,580 413,670
2012 f, 2012 453,200 415,280
2012 m, 2012 453,840 415,790
2012 a, 2012 454,540 416,350
2012 m, 2012 455,920 417,480
2012 j, 2012 456,470 417,840
2012 j, 2012 454,000 418,280
2012 a, 2012 454,010 418,200
2012 s, 2012 454,650 418,360
2012 o, 2012 457,200 420,550
2012 n, 2012 461,210 424,230
2012 d, 2012 465,090 427,760
2013 j, 2013 470,000 432,320
2013 f, 2013 475,370 437,100
2013 m, 2013 479,930 441,100
2013 a, 2013 483,860 444,860
2013 m, 2013 486,550 447,370
2013 j, 2013 487,450 448,050
2013 j, 2013 488,590 449,240
2013 a, 2013 488,210 448,470
2013 s, 2013 489,000 448,950
2013 o, 2013 492,430 452,120
2013 n, 2013 496,570 455,800
2013 d, 2013 501,240 460,080
2014 j, 2014 506,530 465,130
2014 f, 2014 511,070 469,180
2014 m, 2014 515,100 472,730
2014 a, 2014 518,450 475,790
2014 m, 2014 520,140 477,240
2014 j, 2014 520,500 477,470
2014 j, 2014 520,890 477,950
2014 a, 2014 518,720 475,600
2014 s, 2014 517,110 473,670
2014 o, 2014 519,190 475,490
2014 n, 2014 522,700 478,430
2014 d, 2014 525,960 481,220
2015 j, 2015 528,880 483,800
2015 f, 2015 532,430 486,710
2015 m, 2015 536,030 489,700
2015 a, 2015 538,110 491,600
2015 m, 2015 538,910 492,090
2015 j, 2015 537,830 490,680
2015 j, 2015 534,650 487,350
2015 a, 2015 532,730 485,110
2015 s, 2015 533,930 485,840
2015 o, 2015 536,750 488,350
2015 n, 2015 540,950 492,050
2015 d, 2015 546,090 496,600
2016 j, 2016 550,610 500,450
2016 f, 2016 554,290 503,300
2016 m, 2016 557,840 505,980
2016 a, 2016 559,290 507,260
2016 m, 2016 560,720 508,320
2016 j, 2016 560,370 508,020
2016 j, 2016 560,520 508,150
2016 a, 2016 559,270 506,720
2016 s, 2016 559,330 506,600
2016 o, 2016 560,900 507,980
2016 n, 2016 564,100 510,740
2016 d, 2016 567,690 513,980
2017 j, 2017 570,590 516,250
2017 f, 2017 573,900 518,870
2017 m, 2017 576,360 520,790
2017 a, 2017 575,800 520,480
2017 m, 2017 574,150 519,050
2017 j, 2017 573,090 518,080
2017 j, 2017 571,290 516,430
2017 a, 2017 567,380 512,780
2017 s, 2017 564,330 509,750
2017 o, 2017 562,730 508,140
2017 n, 2017 562,890 508,230
2017 d, 2017 563,020 508,480
2018 j, 2018 563,000 508,360
2018 f, 2018 562,620 507,710
2018 m, 2018 561,790 506,790
2018 a, 2018 558,970 504,350
2018 m, 2018 556,730 502,300
2018 j, 2018 553,670 499,610
2018 j, 2018 551,030 497,510
2018 a, 2018 545,960 492,710
2018 s, 2018 541,640 488,670
2018 o, 2018 539,190 486,500
2018 n, 2018 538,670 485,860
2018 d, 2018 538,880 486,100
2019 j, 2019 538,910 486,040
2019 f, 2019 538,630 485,470
2019 m, 2019 538,130 484,810
2019 a, 2019 536,530 483,150
2019 m, 2019 534,130 481,080
2019 j, 2019 531,870 479,030
2019 j, 2019 529,360 476,920
2019 a, 2019 525,270 473,090
2019 s, 2019 521,860 470,040
2019 o, 2019 520,450 468,830
2019 n, 2019 520,330 468,910
2019 d, 2019 521,080 469,660
2020 j, 2020 521,180 469,850
2020 f, 2020 521,800 470,360
2020 m, 2020 941,350 476,710
2020 a, 2020 996,430 482,790
2020 m, 2020 982,160 485,380
2020 j, 2020 708,800 485,920
2020 j, 2020 672,590 486,040
2020 a, 2020 661,460 482,970
2020 s, 2020 646,720 480,940
2020 o, 2020 630,540 481,510
2020 n, 2020 636,260 482,830
2020 d, 2020 658,380 485,410
2021 j, 2021 683,490 486,590
2021 f, 2021 683,910 487,750
2021 m, 2021 667,390 487,770
2021 a, 2021 616,300 486,590
2021 m, 2021 619,340 484,070
2021 j, 2021 611,160 481,130
2021 j, 2021 577,980 478,050
2021 a, 2021 575,320 473,680
2021 s, 2021 567,650 469,870
2021 o, 2021 520,450 468,000
2021 n, 2021 525,380 466,980
2021 d, 2021 531,660 467,030
2022 j, 2022 530,000 466,100
2022 f, 2022 527,330 465,030
2022 m, 2022 524,360 464,130
2022 a, 2022 507,060 463,040
2022 m, 2022 505,540 461,530
2022 j, 2022 503,920 460,180
2022 j, 2022 . 458,560
2022 a, 2022 . 456,720
2022 s, 2022 . 455,260
2022 o, 2022 . 454,710
2022 n, 2022 . 453,000
2022 d, 2022 . 454,000

StatLine: Personen met een bijstands(gerelateerde) uitkering en Personen met een bijstandsuitkering.

Arbeidsongeschiktheid

In 2022 ontvingen gemiddeld 784 duizend personen een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het aantal personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering vertoonde langere tijd een dalende tendens, maar dat sloeg in 2019 om in een stijging. Doordat in de uitkomsten vanaf oktober 2021 een groep meetelt die daarvoor ontbreekt in de cijfers, zijn de recente uitkomsten niet precies vergelijkbaar met de cijfers over eerdere jaren. Het betreft hier arbeidsongeschikten afkomstig van bedrijven die eigenrisicodrager zijn, van wie de uitkering via het UWV wordt betaald.

Personen met arbeidsongeschiktheidsuitkeringen kunnen naar drie groepen worden onderscheiden. De grootste groep is die van werknemers die na twee jaar loondoorbetaling door de werkgever bij ziekte recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Voor werknemers die vóór 2006 arbeidsongeschikt werden, is dit een uitkering volgens de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en voor werknemers die vanaf 2006 arbeidsongeschikt zijn geworden, is dit een uitkering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De tweede groep bestaat uit personen met een uitkering volgens de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Deze uitkering is bedoeld voor personen die op jonge leeftijd door een ziekte of een handicap arbeidsongeschikt zijn geworden. Een laatste groep personen met arbeidsongeschiktheidsuitkeringen bestaat uit voormalige zelfstandigen. Voor hen was het tot augustus 2004 mogelijk om in te stromen in een uitkering volgens de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ).

Tegenwoordig vallen er meer mensen onder de WIA dan onder de oude WAO. Halverwege 2022 was het aantal WAO’ers gedaald tot 182 duizend, terwijl 381 duizend personen een uitkering in het kader van de WIA (de regelingen IVA en WGA) hadden. Het aantal Wajong’ers kwam halverwege 2022 uit op 224 duizend en er waren nog 6 duizend personen met een WAZ-uitkering.

4,9 miljoen uitkeringsontvangers

Naast de hiervoor genoemde uitkeringen, waren er medio 2022 ook nog 3 552 duizend mensen die een AOW-uitkering ontvingen. Het is mogelijk dat een persoon meerdere uitkeringen ontvangt. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee arbeidsongeschiktheidsuitkeringen) of twee uitkeringen van een verschillend type (zoals een WW- en een bijstandsuitkering). Medio 2022 ontvingen in totaal 4 898 duizend mensen een uitkering op grond van werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, bijstand (met inbegrip van bijstandsgerelateerde uitkeringen) of de Algemene ouderdomswet. Van hen wonen er ongeveer 368 duizend in het buitenland, vooral AOW’ers. Dit betekent dat 30 procent van de Nederlandse bevolking van 15 jaar of ouder een uitkering heeft. Urk is de gemeente met relatief het kleinste aantal uitkeringsontvangers. In Bergen (NH) wonen relatief de meeste mensen met een uitkering. Hierbij speelt een rol dat in deze laatste gemeente naar verhouding veel ouderen wonen, terwijl Urk juist weinig ouderen telt. Als alleen naar de uitkeringen wordt gekeken die aan mensen van 15 jaar tot de AOW-leeftijd worden verstrekt, heeft Terschelling de minste uitkeringen en Heerlen de meeste.

7.4 Personen van 15 jaar of ouder met een uitkering, juni 2022
Gemeentenaam Aandeel uitkeringen
Aa en Hunze 36,1
Aalsmeer 26,1
Aalten 32,1
Achtkarspelen 31,8
Alblasserdam 30,4
Albrandswaard 26,5
Alkmaar 32,0
Almelo 35,0
Almere 23,5
Alphen aan den Rijn 28,4
Alphen-Chaam 30,2
Altena 27,8
Ameland 29,4
Amersfoort 26,1
Amstelveen 27,2
Amsterdam 24,3
Apeldoorn 32,7
Arnhem 29,8
Assen 33,6
Asten 31,2
Baarle-Nassau 35,5
Baarn 36,3
Barendrecht 26,3
Barneveld 25,2
Beek (L.) 37,2
Beekdaelen 36,5
Beesel 34,2
Berg en Dal 36,3
Bergeijk 29,8
Bergen (L.) 33,2
Bergen (NH.) 41,2
Bergen op Zoom 34,4
Berkelland 34,4
Bernheze 29,9
Best 27,7
Beuningen 29,6
Beverwijk 30,0
Bladel 29,7
Blaricum 32,4
Bloemendaal 35,8
Bodegraven-Reeuwijk 27,9
Boekel 27,9
Borger-Odoorn 35,8
Borne 31,9
Borsele 29,3
Boxtel 31,7
Breda 28,6
Brielle 30,5
Bronckhorst 34,5
Brummen 35,2
Brunssum 40,5
Bunnik 30,3
Bunschoten 24,6
Buren 27,9
Capelle aan den IJssel 31,7
Castricum 33,9
Coevorden 36,2
Cranendonck 33,1
Culemborg 28,6
Dalfsen 29,3
Dantumadiel 34,1
De Bilt 33,6
De Fryske Marren 32,1
De Ronde Venen 28,8
De Wolden 32,8
Delft 25,1
Den Helder 36,9
Deurne 32,1
Deventer 30,8
Diemen 22,9
Dijk en Waard 29,8
Dinkelland 30,0
Doesburg 40,0
Doetinchem 33,8
Dongen 30,3
Dordrecht 31,6
Drechterland 30,9
Drimmelen 30,9
Dronten 27,3
Druten 30,5
Duiven 29,9
Echt-Susteren 37,3
Edam-Volendam 29,5
Ede 28,1
Eemnes 29,1
Eemsdelta 37,9
Eersel 31,4
Eijsden-Margraten 34,4
Eindhoven 26,6
Elburg 28,9
Emmen 37,6
Enkhuizen 34,3
Enschede 32,1
Epe 34,9
Ermelo 34,8
Etten-Leur 31,5
Geertruidenberg 30,7
Geldrop-Mierlo 31,9
Gemert-Bakel 29,5
Gennep 35,6
Gilze en Rijen 30,7
Goeree-Overflakkee 30,3
Goes 34,5
Goirle 32,9
Gooise Meren 29,8
Gorinchem 30,2
Gouda 30,4
Groningen (gemeente) 26,1
Gulpen-Wittem 38,2
Haaksbergen 34,1
Haarlem 27,8
Haarlemmermeer 25,7
Halderberge 33,2
Hardenberg 28,8
Harderwijk 29,7
Hardinxveld-Giessendam 26,8
Harlingen 37,1
Hattem 31,1
Heemskerk 33,4
Heemstede 36,6
Heerde 32,7
Heerenveen 33,1
Heerlen 41,0
Heeze-Leende 32,7
Heiloo 35,4
Hellendoorn 31,5
Hellevoetsluis 32,2
Helmond 29,6
Hendrik-Ido-Ambacht 25,5
Hengelo (O.) 32,2
Het Hogeland 35,7
Heumen 33,4
Heusden 29,9
Hillegom 29,7
Hilvarenbeek 30,4
Hilversum 28,8
Hoeksche Waard 30,6
Hof van Twente 34,0
Hollands Kroon 30,0
Hoogeveen 34,1
Hoorn 32,6
Horst aan de Maas 29,9
Houten 24,9
Huizen 34,5
Hulst 33,6
IJsselstein 27,9
Kaag en Braassem 28,2
Kampen 27,6
Kapelle 29,0
Katwijk 27,1
Kerkrade 41,2
Koggenland 28,6
Krimpen aan den IJssel 33,9
Krimpenerwaard 29,2
Laarbeek 31,2
Land van Cuijk 31,9
Landgraaf 40,7
Landsmeer 30,8
Lansingerland 23,6
Laren (NH.) 40,1
Leeuwarden 31,5
Leiden 24,2
Leiderdorp 31,4
Leidschendam-Voorburg 33,2
Lelystad 30,6
Leudal 33,4
Leusden 31,1
Lingewaard 31,3
Lisse 31,1
Lochem 36,9
Loon op Zand 31,8
Lopik 25,5
Losser 35,0
Maasdriel 26,4
Maasgouw 37,9
Maashorst 31,9
Maassluis 33,3
Maastricht 33,6
Medemblik 31,5
Meerssen 37,1
Meierijstad 30,0
Meppel 30,9
Middelburg (Z.) 33,3
Midden-Delfland 26,7
Midden-Drenthe 33,4
Midden-Groningen 36,3
Moerdijk 30,8
Molenlanden 26,0
Montferland 33,8
Montfoort 27,1
Mook en Middelaar 35,1
Neder-Betuwe 25,4
Nederweert 32,5
Nieuwegein 31,5
Nieuwkoop 28,9
Nijkerk 27,8
Nijmegen 28,3
Nissewaard 31,5
Noardeast-Fryslân 32,2
Noord-Beveland 36,0
Noordenveld 36,9
Noordoostpolder 27,8
Noordwijk 31,0
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 33,9
Nunspeet 30,2
Oegstgeest 28,4
Oirschot 29,3
Oisterwijk 32,8
Oldambt 39,1
Oldebroek 28,3
Oldenzaal 34,3
Olst-Wijhe 31,4
Ommen 32,1
Oost Gelre 31,0
Oosterhout 32,8
Ooststellingwerf 35,8
Oostzaan 29,3
Opmeer 30,2
Opsterland 32,0
Oss 31,1
Oude IJsselstreek 34,5
Ouder-Amstel 29,4
Oudewater 29,3
Overbetuwe 29,1
Papendrecht 32,1
Peel en Maas 31,2
Pekela 38,2
Pijnacker-Nootdorp 22,8
Purmerend 32,0
Putten 28,9
Raalte 31,4
Reimerswaal 25,5
Renkum 38,8
Renswoude 20,9
Reusel-De Mierden 28,8
Rheden 38,7
Rhenen 31,1
Ridderkerk 34,1
Rijssen-Holten 28,2
Rijswijk (ZH.) 31,8
Roerdalen 38,1
Roermond 35,0
Roosendaal 32,9
Rotterdam 29,0
Rozendaal 30,1
Rucphen 32,8
Schagen 34,3
Scherpenzeel 27,6
Schiedam 27,9
Schiermonnikoog 33,7
Schouwen-Duiveland 35,9
's-Gravenhage (gemeente) 27,4
's-Hertogenbosch 29,3
Simpelveld 36,1
Sint-Michielsgestel 30,5
Sittard-Geleen 38,6
Sliedrecht 32,6
Sluis 36,3
Smallingerland 34,2
Soest 32,4
Someren 28,5
Son en Breugel 30,4
Stadskanaal 39,6
Staphorst 22,8
Stede Broec 33,1
Steenbergen 31,1
Steenwijkerland 32,3
Stein (L.) 38,5
Stichtse Vecht 29,9
Súdwest-Fryslân 33,2
Terneuzen 35,0
Terschelling 27,8
Texel 34,9
Teylingen 27,0
Tholen 28,4
Tiel 30,2
Tilburg 28,3
Tubbergen 27,5
Twenterand 30,5
Tynaarlo 34,5
Tytsjerksteradiel 33,9
Uitgeest 26,8
Uithoorn 26,8
Urk 17,2
Utrecht (gemeente) 20,3
Utrechtse Heuvelrug 34,3
Vaals 35,0
Valkenburg aan de Geul 39,9
Valkenswaard 34,7
Veendam 37,3
Veenendaal 28,8
Veere 34,8
Veldhoven 31,1
Velsen 31,3
Venlo 33,6
Venray 32,7
Vijfheerenlanden 29,8
Vlaardingen 32,8
Vlieland 22,9
Vlissingen 36,2
Voerendaal 37,4
Voorschoten 32,0
Voorst 34,0
Vught 31,3
Waadhoeke 32,5
Waalre 32,0
Waalwijk 31,0
Waddinxveen 27,4
Wageningen 23,9
Wassenaar 33,0
Waterland 33,5
Weert 33,9
Weesp 29,2
West Betuwe 27,2
West Maas en Waal 29,9
Westerkwartier 31,0
Westerveld 38,8
Westervoort 32,8
Westerwolde 38,0
Westland 27,3
Weststellingwerf 34,3
Westvoorne 34,1
Wierden 29,7
Wijchen 31,4
Wijdemeren 31,6
Wijk bij Duurstede 29,9
Winterswijk 34,3
Woensdrecht 31,9
Woerden 28,1
Wormerland 32,9
Woudenberg 27,4
Zaanstad 30,5
Zaltbommel 26,1
Zandvoort 37,5
Zeewolde 22,2
Zeist 32,4
Zevenaar 35,3
Zoetermeer 30,9
Zoeterwoude 30,0
Zuidplas 26,7
Zundert 30,0
Zutphen 36,4
Zwartewaterland 25,7
Zwijndrecht 34,1
Zwolle 27,8

StatLine: Personen met een uitkering, regionaal.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Samenstelling

Han van den Berg (hoofdstukken 1, 2, 5, 6, 7 en bijlagen)

Willem Gielen (hoofdstuk 4)

Martijn Souren (hoofdstuk 3)

met hulp van vele anderen

Redactie

Kees Groenenboom

Michel van Kooten