Inleiding
Begin 2022 verkeert Nederland nog in een harde lockdown. Maar uiteindelijk worden de coronamaatregelen beëindigd en groeit de werkgelegenheid bijna explosief. Er komen 445 duizend banen bij, waardoor het aantal werkzame personen boven de 10 miljoen uitkomt. Daarmee zijn er meer mensen aan het werk dan ooit tevoren. Ook waren er niet eerder zoveel openstaande vacatures. Tegelijkertijd daalt het aantal werklozen tot de laagste stand in jaren. Hiermee is de krapte op de arbeidsmarkt in 2022 het grootst in vijftig jaar.
Nadat de Nederlandse arbeidsmarkt in 2021 in de meeste opzichten alweer was hersteld van de gevolgen van de coronacrisis in 2020, zette de groei in 2022 sterk door. Niet alleen de werkgelegenheid nam toe tot recordhoogte. Ook het tempo waarin dat gebeurde, was bijzonder. Dat blijkt ook uit allerlei andere kerncijfers. Bij het beschrijven van de Nederlandse arbeidsmarkt in 2022 regent het recordcijfers, in een jaar dat in het teken stond van de oorlog in Oekraïne en de hoge inflatie. In tabel 1.1 zijn een aantal arbeidsmarktcijfers op een rijtje gezet die in 2022 een hoogste of laagste stand bereikten.
| Vacatures per 100 werklozen | 127 | hoogste jaarcijfer in de reeks die loopt vanaf 2003; op basis van oude tijdreeksen kan afgeleid worden dat dit ook het hoogste jaarcijfer is na 1971 |
| 143 | 2e kwartaal: hoogste kwartaalcijfer in de reeks die loopt vanaf 2003 | |
| Vacatures | 444 duizend | hoogste jaarcijfer |
| 467 duizend | 2e kwartaal: hoogste kwartaalcijfer | |
| Ontstane vacatures | 1 550 duizend | hoogste jaarcijfer |
| Vervulde vacatures | 1 507 duizend | hoogste jaarcijfer |
| Vacaturegraad (per 1 000 banen van werknemers) | 54 | 2e kwartaal: hoogste kwartaalcijfer in de reeks die loopt vanaf 1997 |
| Bedrijven met tekort arbeidskrachten | 37,5 procent | 3e kwartaal: hoogste kwartaalcijfer in de reeks die loopt vanaf 2008 |
| Werkloze beroepsbevolking | 350 duizend | laagste jaarcijfer in de reeks die loopt vanaf 2003 |
| 316 duizend | april: laagste maandcijfer in de reeks die loopt vanaf 2003 | |
| Werkloosheidspercentage | 3,5 procent | laagste jaarcijfer in de reeks die loopt vanaf 2003; op basis van oude tijdreeksen kan afgeleid worden dat dit waarschijnlijk ook het laagste jaarcijfer is na 1971 |
| 3,2 procent | april: laagste maandcijfer in de reeks die loopt vanaf 2003 | |
| Langdurig werkloos | 66 duizend | laagste jaarcijfer in de reeks die loopt vanaf 2013 |
| Personen met WW-uitkering | 145 duizend | laagste jaarcijfer in de reeks die loopt vanaf 2008 |
| Werkzame beroepsbevolking | 9 548 duizend | hoogste jaarcijfer |
| 293 duizend | grootste toename in de cijfers vanaf 1970 | |
| 3,2 procent | hoogste groeipercentage in de cijfers vanaf 1970 | |
| Brutoarbeidsparticipatie | 74,8 procent | hoogste jaarcijfer |
| Nettoarbeidsparticipatie | 72,2 procent | hoogste jaarcijfer |
| Banen | 11 430 duizend | hoogste jaarcijfer |
| 445 duizend | grootste toename in de reeks die loopt vanaf 1970 | |
| 4,1 procent | hoogste groeipercentage in reeks die loopt vanaf 1970 | |
| Werkzame personen | 10 146 duizend | hoogste jaarcijfer |
| 387 duizend | grootste toename in de reeks die loopt vanaf 1970 | |
| 4,0 procent | hoogste groeipercentage in reeks die loopt vanaf 1970 | |
| Gewerkte uren | 14 479 mln | hoogste jaarcijfer |
| 4,0 procent | hoogste groeipercentage in reeks die loopt vanaf 1970 | |
| Loonkosten | 449 mld euro | hoogste jaarcijfer |
| 9,7 procent | hoogste groeipercentage in reeks die loopt vanaf 1996 | |
| Loonkosten per gewerkt uur | 6,1 procent | hoogste groeipercentage na 2000 |
| Cao-lonen incl. bijz.beloningen | 3,3 procent | hoogste groeipercentage na 2002, evenaring van 2008 |
| Ziekteverzuim | 5,6 procent | hoogste jaarcijfer in de reeks die loopt vanaf 1996 |
De forse werkgelegenheidsgroei hangt samen met de groei van de economie. In de jaren 2014–2019 groeide de Nederlandse economie stevig met gemiddeld 2,1 procent per jaar. In het eerste coronajaar sloeg dat om in krimp. De economische groei kwam in 2020 uit op –3,9 procent, vrijwel eenzelfde krimp als in 2009, net na het begin van de vorige economische crisis. Maar in 2021 groeide de economie 4,9 procent, de grootste groei na 1999. Per saldo was de Nederlandse economie in 2021 dus weer groter dan in 2019. In 2022 groeit de economie met nog eens 4,5 procent. Qua omvang van de economie staat Nederland nu op de negentiende plaats van de wereld.
| Jaar | Bbp | Gewerkte uren |
|---|---|---|
| '02 | 0,2 | -0,5 |
| '03 | 0,2 | -1,1 |
| '04 | 2,0 | 0,3 |
| '05 | 2,1 | -0,3 |
| '06 | 3,5 | 1,9 |
| '07 | 3,8 | 2,9 |
| '08 | 2,2 | 1,6 |
| '09 | -3,7 | -1,4 |
| '10 | 1,3 | -0,7 |
| '11 | 1,6 | 0,9 |
| '12 | -1,0 | -0,9 |
| '13 | -0,1 | -0,9 |
| '14 | 1,4 | 0,7 |
| '15 | 2,0 | 1,0 |
| '16 | 2,2 | 2,4 |
| '17 | 2,9 | 2,4 |
| '18 | 2,4 | 2,7 |
| '19 | 2,0 | 2,6 |
| '20 | -3,9 | -2,8 |
| '21 | 4,9 | 3,3 |
| '22 | 4,5 | 4,0 |
StatLine: Bbp en Werkgelegenheid.
In de loop van 2022 groeit de werkzame beroepsbevolking tot 9,7 miljoen personen in december, 317 duizend meer dan eind 2021. Het aantal werklozen bereikt in april 2022 de laagste stand in de cijferreeks die loopt vanaf 2003: 316 duizend. Vervolgens loopt de werkloosheid in de zomer op, waarna deze in het vierde kwartaal weer daalt. Hierdoor zijn er in december 2022 toch 17 duizend werklozen minder dan eind 2021.
| Maand | Werkzame beroepsbevolking | Werkloze beroepsbevolking |
|---|---|---|
| jan | 35 | -15 |
| feb | 50 | -33 |
| mrt | 110 | -42 |
| apr | 148 | -53 |
| mei | 171 | -46 |
| jun | 163 | -30 |
| jul | 167 | -16 |
| aug | 162 | 9 |
| sep | 182 | 13 |
| okt | 225 | -4 |
| nov | 270 | -5 |
| dec | 317 | -17 |
StatLine: Werkzame en werkloze beroepsbevolking.
Het aantal openstaande vacatures bereikt halverwege 2022 het hoogste aantal dat ooit is gemeten: 467 duizend. Na acht kwartalen van groei volgen dan twee kwartalen waarin het aantal vacatures afneemt met 25 duizend (–5 procent). Per saldo zijn er eind 2022 50 duizend vacatures meer dan eind 2021.
De banengroei zet wel het hele jaar door. Hierdoor zijn er in het vierde kwartaal van 2022 386 duizend banen meer dan een jaar eerder (+3,5 procent). Het aantal gewerkte uren groeide nog iets meer (+4,0 procent).
| Vacatures, per eind kwartaal (dzd) | Banen kwartaalgemiddelde (dzd) | Gewerkte uren (mln uren) | |
|---|---|---|---|
| 1e kwartaal | 59 | 122 | 56 |
| 2e kwartaal | 75 | 215 | 113 |
| 3e kwartaal | 58 | 292 | 100 |
| 4e kwartaal | 50 | 386 | 140 |
StatLine: Vacatures en Banen en gewerkte uren.
De conjuncturele ontwikkeling op de arbeidsmarkt verloopt meestal volgens een vast patroon. Als het economisch minder goed gaat, loopt het aantal vacatures snel terug. Uitzendkrachten en andere werknemers met een flexibel arbeidscontract verliezen als eersten hun baan. Pas later snijden bedrijven in het vaste personeelsbestand of gaan ondernemingen failliet, waardoor de werkgelegenheid afneemt.
Doordat de onderhandelingspositie van de werknemers dan onder druk komt te staan, loopt tegen die tijd ook de stijging van de cao-lonen terug. Aangezien cao’s vaak een looptijd hebben van een jaar of langer, duurt het enige tijd voordat een teruglopende economie effect heeft op deze cijfers. In de voorlopige cijfers over het eerste kwartaal van 2023 klimt de stijging van de cao-lonen naar 5 procent; dat is de grootste loongroei in veertig jaar.
Economisch gezien verkeert Nederland in 2022 nog in een hoogconjunctuur, al is het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS in de loop van het jaar wel wat minder positief. In het derde kwartaal dreigt de economie te krimpen, maar de kwartaal-op-kwartaalgroei komt uiteindelijk uit op 0,0 procent, gevolgd door +0,6 procent in het vierde kwartaal. In het najaar daalt het consumentenvertrouwen naar een historisch dieptepunt. Niet eerder waren zoveel consumenten zowel negatiever over de economische situatie, als over de eigen financiële positie. Vanaf december 2022 is het conjunctuurbeeld negatief; de ontwikkeling van de conjunctuurindicatoren ligt onder de langetermijntrend.
StatLine: Werkloze beroepsbevolking (seizoengecorrigeerd), Vacatures (seizoengecorrigeerd) en Banen (seizoengecorrigeerd).
Seizoenseffecten
Om de kortetermijnontwikkeling van verschillende cijfers in beeld te brengen, publiceert het CBS ook maand- en kwartaalcijfers die voor seizoeninvloeden gecorrigeerd zijn. Deze cijfers houden rekening met veranderingen die zich ieder jaar opnieuw voordoen. Zo is het gebruikelijk dat het aantal werklozen in de eerste maanden van het jaar stijgt (bijvoorbeeld vanwege aflopende contracten of slechte weersomstandigheden), terwijl er in de zomer en aan het einde van het jaar minder mensen werkloos zijn.
Andere voorbeelden van deze patronen zijn feest- en vakantiedagen en vakantiegeld. Door een reeks cijfers voor dergelijke patronen te schonen, kunnen maand- of kwartaalcijfers onderling vergeleken worden zonder storende seizoenseffecten.
| 1e kwartaal | 2e kwartaal | 3e kwartaal | 4e kwartaal | |
|---|---|---|---|---|
| Vacatures (dzd) | 3 | 11 | -7 | -8 |
| Werkloze beroepsbevolking (dzd) |
27 | -1 | -18 | -9 |
| Werkzame beroepsbevolking (dzd) |
-37 | 2 | 28 | 6 |
| Banen (dzd) | -75 | 41 | 42 | -7 |
| Gewerkte uren (mln uren) | 54 | -102 | -194 | 167 |
| Lonen (100 mln euro) | -35 | 82 | -49 | 4 |
In de grafiek is voor de verschillende kerncijfers over de arbeidsmarkt het gemiddelde seizoenseffect per kwartaal weergegeven. Dit gemiddelde is berekend over een zo lang mogelijke periode (20 tot 28 jaar). Duidelijk zichtbaar is dat er normaal gesproken in het eerste kwartaal meer werklozen zijn, terwijl het aantal werkenden en het aantal banen lager is dan gemiddeld. Het totaal aantal gewerkte uren is altijd relatief laag in het tweede en derde kwartaal, vooral omdat dan vakantiedagen opgenomen worden. De lonen zijn het hoogst in het tweede kwartaal, als de meeste werknemers vakantiegeld ontvangen.
Het aantal werkdagen varieert van jaar tot jaar tussen de 254 en 257. Een extra werkdag leidt ertoe dat het totaal aantal gewerkte uren van werknemers ongeveer 0,4 procent hoger uitkomt. Hoewel het CBS wel de kwartaalcijfers corrigeert voor seizoenseffecten en het aantal werkdagen, gebeurt dat niet bij de jaarcijfers.