Inleiding
De Nederlandse economie, in omvang de zeventiende van de wereld, groeide stevig in de jaren 2014 tot en met 2019. Dat had ook zijn uitwerking op de arbeidsmarkt; de werkgelegenheid groeide fors en vanaf eind 2017 heerste er krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt, wat wil zeggen dat er relatief veel vacatures per werkloze open stonden. In 2020 kreeg Nederland te maken met de coronacrisis. Het jaarcijfer van de economische groei kwam uiteindelijk uit op –3,7 procent, eenzelfde krimp als in 2009, bij de vorige economische crisis.
Gedurende het jaar waren de mutaties veel groter. In het tweede kwartaal kromp de Nederlandse economie ruim 8 procent, vooral doordat consumenten tijdens de lockdown minder uitgaven. Er werd gesproken over een ‘catastrofe die zijn weerga niet kende’. In het derde kwartaal veerde de economie weer op, met een groei van bijna 8 procent. Dergelijke grote veranderingen zijn ongekend voor Nederland. De economische ontwikkeling leek wel een achtbaan.
| Jaar | Bbp | Gewerkte uren |
|---|---|---|
| '00 | 4,2 | 0,9 |
| '01 | 2,3 | 1,3 |
| '02 | 0,2 | -0,5 |
| '03 | 0,2 | -1,1 |
| '04 | 2,0 | 0,3 |
| '05 | 2,1 | -0,3 |
| '06 | 3,5 | 1,9 |
| '07 | 3,8 | 2,9 |
| '08 | 2,2 | 1,6 |
| '09 | -3,7 | -1,4 |
| '10 | 1,3 | -0,7 |
| '11 | 1,6 | 0,9 |
| '12 | -1,0 | -0,9 |
| '13 | -0,1 | -0,9 |
| '14 | 1,4 | 0,7 |
| '15 | 2,0 | 1,0 |
| '16 | 2,2 | 2,4 |
| '17 | 2,9 | 2,4 |
| '18 | 2,4 | 2,6 |
| '19 | 1,7 | 2,2 |
| '20 | -3,7 | -3,4 |
StatLine: Bbp en Werkgelegenheid.
Het beeld van de Nederlandse arbeidsmarkt in 2020 is diffuus. In het eerste kwartaal konden nog positieve recordcijfers worden opgetekend: nog nooit waren er zoveel banen in Nederland en het aantal werklozen bereikte in maart de laagste stand in de cijferreeks die loopt vanaf 2003. Ook de werkzame beroepsbevolking bereikte in het eerste kwartaal een recordomvang, hoewel het aantal werkenden in februari en maart al iets terugliep.
| Werkzame beroepsbevolking | Werkloze beroepsbevolking | |
|---|---|---|
| Jan | 31 | -18 |
| Feb | 29 | -28 |
| Mrt | 12 | -29 |
| Apr | -148 | 12 |
| Mei | -172 | 28 |
| Jun | -127 | 102 |
| Jul | -123 | 117 |
| Aug | -119 | 124 |
| Sep | -122 | 111 |
| Okt | -82 | 104 |
| Nov | -53 | 76 |
| Dec | -49 | 66 |
StatLine: Werkzame en werkloze beroepsbevolking
De gevolgen van coronamaatregelen worden het eerst goed zichtbaar in de cijfers over het aantal openstaande vacatures per eind maart 2020: 60 duizend vacatures minder dan een kwartaal eerder, een afname van 21 procent. Vanaf april 2020 daalt het aantal mensen met betaald werk fors en loopt de werkloosheid op. Gemiddeld over het tweede kwartaal zijn er 297 duizend banen minder dan in het eerste kwartaal, een afname van 2,7 procent.
In juni worden verschillende coronamaatregelen versoepeld en de werkzame beroepsbevolking stijgt met 45 duizend. Niet eerder is zo’n grote toename in een maand gemeten. In de rest van het jaar groeit de werkzame beroepsbevolking verder, behoudens een kleine hapering in september. Hierdoor heeft de werkzame beroepsbevolking in 2020 gemiddeld vrijwel dezelfde omvang als in 2019; per saldo resteert een afname van slechts 2 duizend. Deze uitkomst is enigszins vertekend, doordat de werkzame beroepsbevolking in de loop van 2019 nog sterk groeide. In de laatste drie kwartalen van 2020 was de werkzame beroepsbevolking gemiddeld 52 duizend personen kleiner dan in dezelfde periode van 2019.
Het aantal werklozen stijgt vanaf april tot en met augustus met ruim 150 duizend. In augustus zijn er anderhalf keer zoveel werklozen als in maart. Vanaf september daalt het aantal werklozen echter weer, zodat er in 2020 gemiddeld 357 duizend mensen werkloos waren, 43 duizend meer dan in 2019. In de eerste maanden van 2021 daalt het aantal werklozen verder.
Ook het aantal banen herstelde in de tweede helft van 2020. In het vierde kwartaal waren er weer 175 duizend banen meer dan in het tweede kwartaal. Hierdoor komt dit jaargemiddelde 48 duizend (0,4 procent) lager uit dan in 2019.
Bij al deze cijfers is er echter geen rekening mee gehouden dat een deel van de werkenden als gevolg van de coronamaatregelen niet volledig aan het werk is of gedwongen thuiszit. Zij hebben nog steeds werk, de werknemers krijgen ook hun loon uitbetaald en de zelfstandigen hebben misschien recht op een uitkering, maar zij zijn niet daadwerkelijk aan het werk. Alleen in de cijfers over het aantal gewerkte uren is hier wél rekening mee gehouden; de niet-gewerkte uren tellen dan niet mee. Het totaal aantal gewerkte uren ligt, gecorrigeerd voor seizoenseffecten, al in het eerste kwartaal 2,1 procent onder dat van het vierde kwartaal van 2019. In het tweede kwartaal komt daar nog eens een daling van 5,4 procent bij. Deze cijfers geven een veel negatiever beeld dan de banencijfers. In het derde kwartaal is er weliswaar fors herstel, maar ook in het vierde kwartaal is er weer een daling van ruim 1 procent. Daarmee ligt het totaal aantal gewerkte uren in 2020 3,4 procent onder dat van 2019. In de periode 2008–2019 was het aantal gewerkte uren nog met 8,3 procent opgelopen.
De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt waren uitzonderlijk in 2020. Doorgaans reageert de arbeidsmarkt met enige vertraging op economische ontwikkelingen. Door de ingrijpende maatregelen waarmee de coronapandemie gepaard ging, en de steunmaatregelen, was de ontwikkeling op de arbeidsmarkt anders dan in voorgaande crises.
| 1e kwartaal | 2e kwartaal | 3e kwartaal | 4e kwartaal | |
|---|---|---|---|---|
| Vacatures per eind kwartaal |
-21,0 | -30,1 | -24,5 | -26,5 |
| Banen (kwartaalgemiddelde) |
0,2 | -2,5 | -0,9 | -0,9 |
| Gewerkte uren | -2,1 | -7,4 | -2,9 | -4,1 |
StatLine: Vacatures en Banen en gewerkte uren.
Coronacrisis
Eind 2019 wordt bij de Wereldgezondheidsorganisatie voor het eerst melding gemaakt van COVID-19‑besmettingen in China. Na de corona-uitbraak in China volgt in februari Italië. De eerste besmetting in Nederland wordt op 27 februari 2020 vastgesteld. In het voorjaar van 2020 is er sprake van een eerste golf van een virusuitbraak in Nederland.
Nederland gaat over tot een zogenoemde ‘intelligente’ lockdown, waarbij onder meer een groot deel van het onderwijs, de horeca en culturele instellingen gesloten worden. Daarnaast wordt gevraagd om zoveel mogelijk thuis te werken, tenzij het echt niet anders kan. Vanwege het coronavirus kondigt het kabinet uitzonderlijke economische maatregelen af, om banen en inkomens te beschermen en de gevolgen voor zzp’ers, mkb-ondernemers en grootbedrijven op te vangen.
Vanaf juni 2020 worden de coronamaatregelen duidelijk versoepeld, maar in het najaar volgt een tweede golf van besmettingen. Opnieuw worden onder meer onderwijsinstellingen, cafés, restaurants, kappers, bioscopen en musea gesloten.
1.4Globaal overzicht coronamaatregelen in 2020
| 15 maart | Begin lockdown | Eet- en drinkgelegenheden (behalve voor bezorgen en afhalen), theaters, sport- en fitnessclubs, sauna’s, seksclubs en coffeeshops sluiten; scholen en kinderdagverblijven gaan dicht vanaf 16 maart |
| 23 maart | ‘Intelligente’ lockdown | Alle bijeenkomsten verboden, ook die met minder dan honderd mensen; het uitoefenen van contactberoepen (zoals kappers en schoonheidsspecialisten) wordt verboden |
| 11 mei | Versoepeling coronamaatregelen | Basisscholen en kinderopvang weer beperkt open; het uitoefenen van de meeste contactberoepen is weer mogelijk |
| 1 juni | Versoepeling coronamaatregelen | Terrassen weer open, restaurants, theaters en bioscopen open voor maximaal 30 personen; later in juni gaan de basisscholen en voortgezet onderwijs volledig open, vanaf 15 juni gaan het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs weer beperkt starten |
| 1 juli | Versoepeling coronamaatregelen | Restaurants, bioscopen en theaters mogen opschalen naar maximaal 100 personen; sportscholen weer open |
| 29 september | Aangescherpte maatregelen | Eet- en drinkgelegenheden om 22.00 uur dicht; bij ’doorstroomlocaties’ (zoals musea en bibliotheken) moet gereserveerd worden en geldt een maximum aantal bezoekers |
| 14 oktober | Gedeeltelijke lockdown | Eet- en drinkgelegenheden sluiten de deuren (bezorgen en afhalen blijven wel mogelijk), evenementen verboden, sporten beperkt mogelijk; winkels in de detailhandel sluiten uiterlijk om 20.00 uur |
| 4 november | Tijdelijke verzwaring t/m 18 november | Alle publiek toegankelijke locaties, zoals musea, theaters, bioscopen, pretparken, dierenparken, zwembaden en bibliotheken gesloten |
| 1 december | Mondkapjes | Mondkapjes zijn verplicht in publieke binnenruimten, zoals winkels, stationsgebouwen, luchthavens, het onderwijs (behalve het basisonderwijs) en bij contactberoepen |
| 15 december | 'Harde' lockdown | Winkels met niet-essentiële zaken (zoals levensmiddelen) sluiten, evenals contactberoepen, theaters, bioscopen, casino’s, dierenparken, pretparken, sportscholen, zwembaden, sauna’s, restaurants en cafés; vanaf 16 december sluiten de scholen |
De overheid roept eind maart 2020 steunmaatregelen in het leven om werkgevers en zelfstandigen gedurende de coronacrisis te ondersteunen. Als gevolg van deze crisis worden in februari 2020 al de eerste aanvragen voor werktijdverkorting ingediend, van bedrijven die normaal gesproken naar China exporteren. Als in maart bedrijven vanwege de coronamaatregelen van de overheid moeten sluiten, wordt de regeling werktijdverkorting gestopt en vervangen door de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). De NOW is bedoeld om werkgevers tegemoet te komen die omzet verliezen, zodat zij hun werknemers kunnen blijven doorbetalen. Daarmee wordt beoogd faillissementen en het daarmee gepaard gaande baanverlies te voorkomen, zodat de werkloosheid niet te sterk oploopt. Voor zelfstandigen is er de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). De Tozo wordt uitgevoerd door gemeenten en voorziet zelfstandigen in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te vangen.
De meest gebruikte steunmaatregelen door bedrijven zijn de NOW, waarmee werkgevers een deel van de loonkosten vergoed kunnen krijgen, de TOGS/TVL-regelingen (Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19/Tegemoetkoming Vaste Lasten) om bedrijven tegemoet te komen in hun vaste lasten, en uitstel van betaling van belastingen aan de Belastingdienst. In hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op de NOW. In hoofdstuk 7 wordt aandacht besteed aan de Tozo. Naast de in tabel 1.5 genoemde regelingen zijn in de loop van 2020 nog diverse andere financiële steunmaatregelen getroffen.
1.5Gebruik grote financiële steunmaatregelen1) coronacrisis door bedrijven, 2020
| Aantal bedrijven | Bedrag | Bedrijven met 2 of meer werkzame personen met regeling | |
|---|---|---|---|
| Soort regeling | mln euro | % | |
| NOW-1 | 139 540 | 7 909 | 26 |
| NOW-2 | 63 985 | 4 289 | 12 |
| NOW-3.1 | 78 715 | 2 806 | 15 |
| TOGS | 215 880 | 864 | 23 |
| TVL-1 | 42 140 | 549 | 6 |
| TVL Q4 2020 | 78 125 | 1 171 | 11 |
| Uitstel belastingbetaling (toegekend t/m 18-1-2021) | 299 800 | 13 229 | 22 |
1)NOW: Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkgelegenheid (voorschotbedragen).
TOGS: Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19.
TVL: Tegemoetkoming vaste lasten.
Zie ook: Gebruik door bedrijven van financiële steunmaatregelen coronacrisis t/m 28 februari 2021.
Economisch gezien verkeerde Nederland in 2019 nog in een hoogconjunctuur, al was het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS in de loop van het jaar wel wat minder positief geworden. In het tweede kwartaal van 2020 kwam de economie in een laagconjunctuur terecht, na een hoogconjunctuur van ruim 3,5 jaar.
De conjuncturele ontwikkeling op de arbeidsmarkt verloopt meestal volgens een vast patroon. Als het economisch minder goed gaat, loopt het aantal vacatures snel terug. Uitzendkrachten en andere werknemers met een flexibel arbeidscontract verliezen als eersten hun baan. Pas later snijden bedrijven in het vaste personeelsbestand of gaan ondernemingen failliet, waardoor de werkgelegenheid afneemt.
Doordat de onderhandelingspositie van de werknemers dan onder druk komt te staan, loopt tegen die tijd ook de stijging van de cao-lonen terug. Aangezien cao’s vaak een looptijd hebben van een jaar of langer, duurt het enige tijd voordat een teruglopende economie effect heeft op deze cijfers. Hierdoor kan het gebeuren dat de cao-lonen in 2020 met 3,0 procent stegen. Dat is de grootste toename na 2008. De reële cao-loonstijging, de stijging van de cao-lonen gecorrigeerd voor inflatie, is in 2020 is zelfs de grootste na 1986.
StatLine: Werkloze beroepsbevolking (seizoengecorrigeerd), Vacatures (seizoengecorrigeerd) en Banen (seizoengecorrigeerd).
Seizoenseffecten
Om de kortetermijnontwikkeling van verschillende cijfers in beeld te brengen, publiceert het CBS ook maand- en kwartaalcijfers die voor seizoeninvloeden gecorrigeerd zijn. Deze cijfers houden rekening met veranderingen die zich ieder jaar opnieuw voordoen. Zo is het gebruikelijk dat het aantal werklozen in de eerste maanden van het jaar stijgt (bijvoorbeeld vanwege aflopende contracten of slechte weersomstandigheden). Ook in juli stijgt de werkloosheid doorgaans, waarna deze in augustus weer afneemt (vooral bij jongeren).
Andere voorbeelden van deze patronen zijn feest- en vakantiedagen en vakantiegeld. Door een reeks cijfers voor dergelijke patronen te schonen, kunnen maand- of kwartaalcijfers onderling vergeleken worden zonder storende seizoenseffecten.
| 1e kwartaal | 2e kwartaal | 3e kwartaal | 4e kwartaal | |
|---|---|---|---|---|
| Vacatures (dzd) | 3 | 11 | -7 | -7 |
| Werkloze beroepsbevolking (dzd) |
29 | -1 | -20 | -9 |
| Werkzame beroepsbevolking (dzd) |
-38 | 2 | 29 | 6 |
| Banen (dzd) | -75 | 39 | 44 | -8 |
| Gewerkte uren (mln uren) |
63 | -109 | -190 | 160 |
| Lonen (100 mln euro) |
-34 | 81 | -48 | 2 |
In de grafiek is voor de verschillende kerncijfers over de arbeidsmarkt het gemiddelde seizoenseffect per kwartaal weergegeven. Dit gemiddelde is berekend over een zo lang mogelijke periode (18 tot 26 jaar). Duidelijk zichtbaar is dat er in het eerste kwartaal meer werklozen zijn, terwijl het aantal werkenden en het aantal banen lager is dan gemiddeld. Het totaal aantal gewerkte uren is relatief laag in het tweede en derde kwartaal, vooral omdat dan vakantiedagen opgenomen worden. De lonen zijn het hoogst in het tweede kwartaal, als aan de meeste werknemers het vakantiegeld wordt uitbetaald.
Het aantal werkdagen varieert van jaar tot jaar tussen de 254 en 257. Een extra werkdag leidt ertoe dat het totaal aantal gewerkte uren van werknemers ongeveer 0,4 procent hoger uitkomt. Hoewel het CBS wel de kwartaalcijfers corrigeert voor seizoenseffecten en het aantal werkdagen, gebeurt dat niet bij de jaarcijfers.