Variabelen Basisbestand 2019

In dit hoofdstuk staan de variabelen in de basisbestanden centraal. Het hoofdstuk beschrijft de werkzaamheden die zijn uitgevoerd om de wegmatrix te construeren. Er is naar gestreefd om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de werkwijze en methoden die gebruikt zijn bij het maken van het basisbestand goederenwegvervoer 2011 omwille van de consistentie van de cijfers. Hierdoor kunnen trendbreuken zo veel mogelijk worden voorkomen. In Bijlage VII worden er nog per variabele (voor elk basisbestand: vrachtauto’s NL (ritten, deelritten, zendingen), bestelauto’s en buitenlandse voertuigen, een aantal kengetallen getoond (min, max, som, gemiddelde en standaarddeviatie).

3.1Laadplaats en losplaats

In deze paragraaf worden de volgende variabelen uit het basisbestand toegelicht:

  • LAND_LAD
  • LAND_LOS
  • LMS_LAD
  • LMS_LOS
  • GEM_LAD
  • GEM_LOS
  • NUTS_LAD
  • NUTS_LOS
  • RICHTING

Het betreffen verschillende geografische coderingen van de laadplaats en de losplaats. Daarnaast worden ook SMILE-zones vastgesteld van laden en lossen, deze worden verder toegelicht in paragraaf 3.24.

De landcodes (laden en lossen) worden bepaald aan de hand van door de bedrijven in de wegvervoerenquête opgegeven laad/loslocaties (plaatsnaam/postcode). Hier wordt een extern locatieserver (locatienet) voor gebruikt. Aan de hand van de laadland-loslandcombinaties wordt de richting afgeleid, zie tabel 3.1.1.

3.1.1Afleiding van de Richting

Laadland Losland Transitoland
Binnenlands vervoer in Nederland NL NL .
Internationale afvoer NL <>NL .
Internationale aanvoer <>NL NL .
Internationale doorvoer <>NL <>NL NL
Overig <>NL <>NL <>NL

De LMS-zonering betreft een door Rijkswaterstaat bepaalde geografische indeling als onderdeel van het verkeersmodel ten behoeve van prognoses over de belasting van het hoofdwegennet (Landelijk Model Systeem). LMS-zones worden bepaald aan de hand van een door Rijkswaterstaat vastgestelde koppeltabel postcodes – LMS-zones. Deze zijn opgenomen in het NRM-basisbestand 2014 dat door RWS aan het CBS is geleverd (zie bijlage XI voor de koppeltabel Gemeente – LMS). Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers geldt dat de postcodes en laad- en losplaatsen via de CBS wegvervoerenquête worden uitgevraagd. De postcodes zijn echter voor ongeveer 40 procent van alle laad- en losplaatsen bekend (het betreft geen verplichte variabele). Om toch tot een volledige dekking te komen voor de LMS-zonering, zijn de volgende stappen doorlopen.

Indien de berichtgever de postcode heeft ingevuld in de CBS-wegvervoerenquête dan is de LMS-zonering van het bijbehorend postcodegebied overgenomen. Omdat met namen in de havengebieden in Amsterdam en Rotterdam door respondenten vaak plaatsnamen in plaats van postcodes worden opgegeven (Bedrijven geven bijvoorbeeld Botlek als laadplaats op zonder postcode) is er extra gaafmaakwerk verricht om de vulling van de postcodes met 10 procent punten te verhogen naar ongeveer 50 procent. LMS-zones van de postcodes van plaatsnamen met maar één postcodegebied zijn als zodanig overgenomen.

De overige LMS-zones zijn verdeeld aan de hand van bedrijfsgegevens voor de laadplaatsen en losplaatsen. Dezelfde verdeelsleutel is gehanteerd als bij de vorige edities van de basisbestanden (2011, 2014, 2015 , 2016 en 2017): bij laadplaatsen voor goederen met NSTR 0 het aantal arbeidsplaatsen in de landbouw en bij de overige NSTR-hoofdstukken (1 t/m 9) het aantal arbeidsplaatsen in de industrie. Indien de verschijningsvorm van de vervoerde goederensoorten neobulk/stukgoed betreft, is voor de losplaatsen een andere verdeelsleutel berekend, namelijk op basis van het aantal inwoners (deze is namelijk meer gerelateerd aan de consumptie van goederen). Wanneer de verschijningsvorm vaste bulk, vloeibare bulk of container is, wordt voor de losplaatsen dezelfde verdeelsleutel gehanteerd als bij de laadplaatsen. Hiermee wordt een 100 procent vulling bewerkstelligd. Bij deze modelmatige methode is het NRM-basisbestand 2014 gebruikt. Op kaart 3.1.1 en 3.1.2 worden respectievelijk het aantal ritten per LMS-zone van lading en het brutogewicht per LMS-zone van lossing getoond.

De kaart toont het aantal ritten per LMS-zone van de lading. Vooral in de grote steden en grensgebieden vinden meer ritten plaats. 3.1.2 A a n t al r i t t e n per L M S- z o n e v an l a d i n g , R i t t e n b e s t a n d 2019 < 200 000 > 1 000 000 200 001 – 350 000 350 001 – 650 000 650 001 – 1 000 000
De kaart toont het brutoplusgewicht naar LMS-zone van lossing. Het meeste gewicht wordt gelost in de grote steden en bij de havens. < 0,1 > 8 0,2 – 2,5 2,5 – 4 4 – 8

In het bestand met het buitenlandse voertuigen worden LMS-zones modelmatig ingeschat volgens dezelfde methodiek als bij Nederlandse voertuigen (voor zover deze nog niet waren te bepalen aan de hand van goed ingevulde postcodes) op basis van het NRM-basisbestand met wel twee belangrijke verschillen:

  • Voor de buitenlandse voertuigen zijn laad- en loslocaties alleen bekend op NUTS-3 niveau. Het toekennen van LMS-zones gaat dus via verdeelsleutel NUTS3‑LMS-zone.
  • Voor het bepalen van de verdeelsleutel is alleen informatie uit het NRM-bestand van het aantal arbeidsplaatsen gebruikt (en dus niet van het aantal inwoners).

Bij de Nederlandse voertuigen en bestelauto’s wordt aan de hand van door bedrijven opgegeven laad-loslocaties (plaatsnaam/postcode) via een koppellijst de gemeentecodes vastgesteld. In het bestand buitenlandse voertuigen zijn deze gevuld vanuit de reeds vastgestelde LMS-zones, op basis van de verdeling van het aantal deelritten uit het deelrittenbestand (aantal deelritten per LMS naar gemeenten). Kaart 3.1.4 toont het vervoerd gewicht door buitenlandse voertuigen naar gemeente van laden.

De kaart toont het brutoplusgewicht naar gemeente van lading van buitenlandse voertuigen. Het meeste gewicht wordt geladen in de grensgebieden en de havengebieden. < 0,1 > 8 Geen w aarneming 0,2 – 2,5 2,5 – 4 4 – 8

De geografische afleidingen van bestelauto’s is beschreven in paragraaf 2.2.2. Zie kaart 3.1.4 voor het aantal ritten van bestelauto’s per Nuts van laden.

De kaart toont het aantal ritten naar NUTS3 van lading van bestelauto’s. De meeste ritten vinden plaats in de Randstad en in midden-Nederland. 3.1.5 A a n t al r i t t e n ( i n m l n) n a ar NUTS3 v an l a d i n g , b e s t e l a u t o s 2019 < 10 10 – 20 20 – 30 30 – 50 > 50

NUTS-zones worden afgeleid uit door Eurostat aangeleverde Shape-files. Vanaf statistiekjaar 2018 is er een nieuwe NUTS-classificatie: NUTS 2016 in gebruik genomen (In bijlage XII zijn de veranderingen van Nederlandse NUTS-regio’s gepresenteerd). De door bedrijven opgegeven laad-loslocaties worden teruggebracht tot een lattitude-longitude. Vervolgens wordt dit geconfronteerd met de shapefiles waarna de NUTS-zone wordt bepaald. Vanaf 2015 is de NUTS 2015 in werking getreden en ook geïmplementeerd in de basisbestanden.

3.2Grenspost in en uit volgens LMS-zonering

In deze paragraaf worden de volgende variabelen uit het basisbestand toegelicht:

  • GRENSIN
  • LMS_GIN
  • GRENSUIT
  • LMS-GUIT

Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers geldt dat de grensposten in niet in de CBS-wegvervoersenquête zijn opgenomen. Dit was nog wel het geval in de periode 2004–2009 (voor alleen de in- en uitvoer, dus niet voor de doorvoer). Deze gegevens zijn net als bij de basisbestanden 2011 en 2014–2016 gebruikt om de meest plausibele grensovergang in te schatten (grensovergangen die ná 2009 zijn ontstaan zijn dus niet meegenomen). Per ‘paartje’ (laad- en losplaats) is de door bedrijven vaakst opgegeven grensovergang als uitgangspunt genomen. Bij de laadplaats-losplaats combinaties die periode 2004–2009 niet voorkwamen is de vaakst ingevulde grensovergang op basis van NUTS3‑paartjes bepaald.

Het restant is automatisch opgezocht via een google-maps algoritme, waarbij voor elke herkomst en bestemming relatie (via optimale route) de exacte grensovergang wordt vastgesteld. In 2017 werd dit nog handmatig opgezocht. Bij het vervoer door Nederland, maar met een laad- en losplaats in het buitenland (doorvoer) zijn de grensin en de grensuit bepaald aan de hand van een randomverdeling van de bepaalde grensovergangen van uitvoer en invoer. Hierbij is wel onderscheid gemaakt tussen richting: zuid (laad- of losland: Zuid is Groot-Brittannië, België, Ierland, Luxemburg, Spanje, Frankrijk, Portugal, Italië of Zwitserland) en richting: west (overige laad- of loslanden).

2,9 miljoen grenspasseringen Hazeldonk/Breda in 2019 Buitenvorm Binnenvorm

Bij de buitenlandse voertuigen is voor in- en uitvoer de vaakst ingevulde grensovergang uit de Nederlandse wegvervoer enquête in de periode 2004–2009 op basis van NUTS-paartjes als uitgangspunt genomen. De grensin en grensuit bij de doorvoer zijn op dezelfde manier bepaald als bij de Nederlandse vrachtvoertuigen.

Bij de bestelauto’s zijn de grensovergangen ook via het google-maps algoritme opgezocht aan de hand van de optimale route tussen laadplaats en losplaats.

De verdeling van het aantal inkomende ritten naar grenspost is weergegeven in tabel 3.2.1 (top 10). Het aantal uitgaande ritten naar grensposten is getoond in tabel 3.2.2 (top 10). Per grensovergang wordt er ook een LMS-zone (de LMS-zone waarin de grensovergang valt) via een koppeltabel bepaald.

3.2.1Aantal ritten uitgesplitst naar top 10 inkomende grenspost, 2019

x 1 000
Hazeldonk(Breda) (A16/E19) 1 546
Venlo (A67/E34) 903
Oldenzaal (De Lutte) (A1/E30) 300
Klazienaveen (Zwartemeer)/Meppen (N37/E233) 267
Eersel (A67/E34) 225
Stein/ Maasmechelen (A76/E314) 162
Ossendrecht/Antwerpen (A4) 157
Gennep/Heijen (A77/E31) 154
Eijsden/Mesch (A2/E25) 139
Zevenaar/Emmerich (A12/E35) 129

3.2.2Aantal ritten uitgesplitst naar top 10 uitgaande grenspost, 2019

x 1 000
Hazeldonk(Breda) (A16/E19) 1 396
Venlo (A67/E34) 977
Oldenzaal (De Lutte) (A1/E30) 310
Eersel (A67/E34) 278
Klazienaveen (Zwartemeer)/Meppen (N37/E233) 211
Stein/ Maasmechelen (A76/E314) 178
Zevenaar/Emmerich (A12/E35) 143
Nieuweschans/Leer (A7/E22) 133
Ossendrecht/Antwerpen (A4) 120
Gennep/Heijen (A77/E31) 98

3.3Goederengroep NST2007 en NSTR

In deze paragraaf worden de volgende variabelen uit het basisbestand toegelicht:

  • NST2007
  • NSTR_HFD
  • NSTR_GR

Deze variabele geeft informatie over de goederen die vervoerd worden. NSTR (Nomenclature uniforme des marchandises por les Statistiques de Transport, revisée) is een in Europa veel gebruikte classificatie van goederen. De codering is hiërarchisch opgebouwd. Door gebruik te maken van een indeling van 1 tot 4 cijfers kunnen goederen op het gewenste detailniveau worden geclassificeerd. In de basisbestanden is het minimale detailniveau NSTR-2.

20% vervoer betreft bouwvervoer Buitenvorm Binnenvorm

Sinds 2008 is de NST2007 van kracht binnen de lidstaten van de Europese Unie. De NST2007 is opgenomen met 3 digits.

De goederenomschrijvingen worden uitgevraagd in de CBS-wegvervoerenquête. Een goederencodeermodule is gehanteerd om goederensoorten op een eenduidige wijze te coderen. Goederenomschrijvingen worden gecodeerd op GN8 of op NSTR-4 niveau. Bij (te) algemene goederen wordt de NSTR-2 gecodeerd. In de basisbestanden is dit geaggregeerd naar NSTR-2 digit en NST2007 3 digit niveau. Indien er meerdere zendingen met verschillende goederensoorten zijn bij een rit, is gekozen voor de NSTR (en NST2007)-code met het hoogste gewicht.

De NSTR voor buitenlandse voertuigen voor wat betreft de in- en uitvoer is bepaald volgens een model, zie bijlage I. Voor de doorvoer is geen goederensoort informatie bekend, maar is deze wel bepaald via een random verdeling op basis van een (niet gewogen) gemiddelde van de in- en uitvoer. Bij de basisbestanden 2011 was de NSTR bij doorvoer voor buitenlandse voertuigen nog als onbekend (standaard NSTR 99) bepaald.

Voor de bestelauto’s zijn bedrijven in geval dat de bestelauto is ingezet voor goederenvervoer gevraagd goederensoorten op te geven. Op basis van deze informatie zijn de NSTR en NST2007 toegekend. Bij de categorie Post- en koeriers betreft de NST2007 en de NSTR behorende bij goederensoort post en pakketten. Bij de de categorieën bouw en service is de goederensoort geschat op basis van de SBI, waarin het bedrijf actief is.

3.3.1Vervoerd gewicht uitgesplitst naar NSTR-1 goederengroep, 2019

Vrachtauto's1) Bestelauto's Buitenlanders Totaal
beroepsvervoer eigen vervoer beroepsvervoer eigen vervoer
x 1 000 ton
NSTR-1 digit goederengroep
0 Landbouwproducten; levende dieren 52 461 13 771 49 2 573 15 711 84 565
1 Voedingsproducten en veevoeder 107 487 23 150 99 1 860 20 233 152 828
2 Vaste minerale brandstoffen 1 220 624 499 2 343
3 Aardolie en aardolieproducten 13 885 4 608 81 1 483 20 056
4 Ertsen en metaalresiduen 3 829 2 045 1 41 941 6 857
5 Metalen, metalen halffabrikaten 11 812 2 850 3 59 6 345 21 069
6 Ruwe mineralen; bouwmaterialen 108 202 28 384 14 6 608 11 204 154 412
7 Meststoffen 21 397 10 356 30 3 205 34 988
8 Chemische producten 59 281 17 215 55 2 827 11 992 91 371
9 Overige goederen en fabrikaten 170 277 35 780 2 637 43 884 51 159 303 737
 
Totaal 549 851 138 783 2 857 57 962 122 773 872 227

1)Onder de noemer vrachtauto’s vallen naast vrachtauto’s tevens vrachtauto’s met aanhangwagens, trekkers, trekkers met oplegger, speciale voertuigen en Langere en Zwaardere Vrachtautocombinaties (LZV’s).

In de tabellen 3.3.1 en 3.3.2 is een overzicht weergegeven van het totaal aantal bruto plus vervoerde tonnen per NSTR-1 digit goederengroep en NST2007-2 digits goederengroep (zendingen-, buitenlanders,- en bestelautobestand). Hieraan gekoppeld is de uitsplitsing beroepsvervoer en eigen vervoer uit het rittenbestand.

3.3.2Vervoerd gewicht uitgesplitst naar NST2007 goederengroep, 2019

Vrachtauto's1) Bestelauto's Buitenlanders Totaal
beroepsvervoer eigen vervoer beroepsvervoer eigen vervoer
x 1 000 ton
NST2007 goederengroep
01 Landbouw- en visserijproducten 48 528 13 312 49 1 430 15 345 78 664
02 Steenkool, bruinkool, ruwe aardolie en aardgas 128 288 10 426
03 Ertsen, turf en andere delfstoffen 71 284 22 394 3 6 837 100 519
04 Voeding- en genotmiddelen 108 279 22 700 99 1 705 20 003 152 787
05 Textiel(producten) en leder(waren) 2 343 2 814 13 714 876 6 761
06 Hout(waren), papier, pulp en drukwerk 20 565 3 697 163 2 265 6 246 32 936
07 Cokes en geraffineerde aardolieproducten 6 836 2 993 81 698 10 607
08 Chemicaliën, vezels, rubber en splijtstoffen 52 018 12 506 53 2 962 11 916 79 456
09 Overige niet-metaalhoudende minerale producten 57 619 17 732 20 6 677 7 769 89 816
10 Metalen en metaalproducten 17 833 4 794 237 12 616 8 329 43 808
11 Machines, apparaten, consumenten elektronica etc. 15 732 12 508 143 4 817 5 642 38 841
12 transportmiddelen 6 323 1 739 25 2 803 1 481 12 370
13 Meubelen en overige industrieproducten n.e.g. 2 440 1 134 49 1 271 807 5 701
14 Secundaire grondstoffen en afval 29 942 10 360 101 97 5 730 46 230
15 Brieven en pakketten 2 896 1 068 1 114 845 737 6 661
16 Uitrusting voor het vervoer van goederen 32 176 5 116 5,437 115 10 245 47 657
17 Verhuisgoederen; bagage; niet-markt goederen 731 24 33 10 106 903
18 Groepage goederen 62 650 3 284 752 17 032 14 022 97 740
19 Niet identificeerbare goederen 11 529 320 1 2 518 5 640 20 007
20 Overige goederen 1 335 336
 
Totaal 549 851 138 783,22 2 857,367 57 962 122 773 872 227

1)Onder de noemer vrachtauto’s vallen naast vrachtauto’s tevens vrachtauto’s met aanhangwagens, trekkers, trekkers met oplegger, speciale voertuigen en Langere en Zwaardere Vrachtautocombinaties (LZV’s).

3.4Verschijningsvorm

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • VERSVORM

In 1986 is de indeling van verschijningsvormen (het uiterlijk van de transportlaadeenheid; vrachttype) van goederen vastgesteld door de ‘Economic Commission for Europe Working Party on Facilitiation of International Trade Procedures’ van de Verenigde Naties, en is als zodanig overgenomen door Eurostat. Het betreft de volgende indeling in 10 categorieën (CBS kent een 11‑delige categorisering waarbij de categorie ‘hangende goederen’ is toegevoegd):

  • Liquid Bulk (no cargo unit);
  • Solid bulk (no cargo unit);
  • Large freight containers;
  • Other freight containers;
  • Palletised goods;
  • Pre-slung goods;
  • Mobile, self-propelled units – live animals;
  • Other mobile units;
  • This code is not allocated;
  • Other cargo types.

In de basisbestanden wordt uitgegaan van de volgende vierindeling:

  1. natte bulk;
  2. droge bulk;
  3. stukgoed/neobulk;
  4. container.

Aangezien CBS beschikt over gegevens op basis van de eerder benoemde tien-indeling, zijn enkele categorieën uit de Eurostat indeling samengevoegd om tot de gewenste vierindeling te komen. De WVL-categorie ‘container’ behelst de Eurostat categorieën 2 en 3. De WVL-categorie ‘stukgoed/neobulk’ bevat de Eurostat categorieën 4, 5, 6, 7, 8 en 9. De Eurostat categorieën 0 en 1, ten slotte, komen overeen met respectievelijk ‘natte bulk’ en ‘droge bulk’.

De verschijningsvorm van de goederen wordt sinds 2013 niet meer bij bedrijven uitgevraagd. De redenen hiervoor waren lastendrukverlichting voor bedrijven en de magere invulkwaliteit. Daarnaast is er een alternatieve methode om verschijningsvorm te bepalen beschikbaar (ook gehanteerd om de kwaliteit van de informatie over verschijningsvorm te verhogen bij de basisbestanden uit 2011). De verschijningsvorm is namelijk goed af te leiden uit de goedereninformatie (NSTR4), het vervoerd gewicht en het type voertuig.

Er is rekening gehouden met het type vervoermiddel, omdat het type vervoermiddel (uitgedrukt in zgn. inrichtingscodes) voor een deel bepaalt welke verschijningsvormen vervoerd kunnen worden. Bijvoorbeeld: tankwagens zijn ontworpen om zowel vloeibare – en in mindere mate vaste (in poedervorm) – bulk te transporteren. Een kipper zal over het algemeen droge bulk vervoeren. Dit betekent echter niet dat het mogelijk is om in alle gevallen een één-op-één relatie te leggen tussen alle type vervoermiddelen en verschijningsvormen. Zo zijn er veel gebruikte vervoermiddelen die meerdere verschijningsvormen kunnen vervoeren, zoals trekkers met opleggers, open wagens, en wagens voor wisselbare opbouw.

Om die reden is ook het vervoerd gewicht als hulpvariabele meegenomen om de NSTR4‑digit goederencodes naar verschijningsvorm te hercoderen. Uit data toen de verschijningsvorm nog wel werd uitgevraagd bij bedrijven, blijkt dat het vaak voorkomt dat 4‑digit NSTR’s verdeeld zijn over meer dan één verschijningsvorm. Zo kan een brede NSTR categorie als ‘0999 Overige grondstoffen van dierlijke of plantaardige oorsprong’ verschillende soorten producten omvatten, hetgeen resulteert in verschijningsvormen variërend van vloeibare bulk tot stukgoed/neobulk. Anderzijds is het vanzelfsprekend dat het vervoer van bijvoorbeeld aardappelen plaatsvindt in zowel de verschijningsvorm ‘droge bulk’ en ‘stukgoed/neobulk’: van het land naar het distributiecentrum worden aardappelen vervoerd als ‘droge bulk’ en van het distributiecentrum naar winkels op pallets als ‘stukgoed/neobulk’. Wanneer het voor de hand ligt dat er meer dan één verschijningsvorm is bij een goederencode, wordt ook het vervoerd gewicht gehanteerd als hulpvariabele.

Per NSTR4‑digit is het gemiddeld gewicht bepaald per verschijningsvorm. Uit analyse blijkt dat het gewicht bij natte en droge bulk aanzienlijk hoger is dan het gewicht bij ‘stukgoed/neobulk’, ondanks het feit dat het dezelfde goederensoort betreft. Op basis van deze verschillen in gewichten is het mogelijk om ritten te verdelen onder meer dan één verschijningsvorm. In bijlage II is de hercoderingstabel van de NSTR4‑digit’s naar verschijningsvorm weergegeven. Een lege rit heeft als verschijningsvorm ‘NULL’ gekregen.

De verschijningsvorm van buitenlandse voertuigen bij het binnenlandse en het bilateraal vervoer is, met uitzondering van de verschijningsvorm waar ook het voertuigtype als kenmerk is meegenomen, op dezelfde manier afgeleid als bij de Nederlandse vrachtvoertuigen. Omdat er voor de buitenlandse voertuigen geen informatie beschikbaar is over het type voertuig, heeft codering alleen plaatsgevonden op basis van het vervoerd gewicht per goederensoort.

Voor de doorvoer is er vanuit Eurostat bij buitenlandse voertuigen geen goederensoort informatie bekend en dus ook geen verschijningsvorm. De verschijningsvorm is wel bepaald aan de hand van de belangrijkste verschijningsvorm (gemeten in vervoerd gewicht) per NSTR bij de overige stromen.

De verschijningsvorm van bestelauto’s is standaard vastgesteld op stukgoed/neobulk.

In tabel 3.4.1 is een overzicht gegeven van het vervoerde brutoplusgewicht uitgesplitst naar verschijningsvorm. De gegevens van de Nederlandse vrachtauto’s en trekkers zijn gebaseerd op het rittenbestand.

3.4.1Vervoerd gewicht uitgesplitst naar verschijningsvorm, 2019

Vrachtauto's1) Bestelauto's Buitenlanders Totaal
beroepsvervoer eigen vervoer beroepsvervoer eigen vervoer
x 1 000 ton
Verschijningsvorm
Natte bulk 101 530 29 324 0 0 8 711 139 566
Droge bulk 133 409 32 603 0 0 17 009 183 020
Stukgoed/neo-bulk 259 330 75 706 2 857 57 962 91 211 487 067
Container 55 583 1 149 0 0 5 841 62 574
 
Totaal 549 851 138 783 2 857 57 962 122 773 872 227

1)Onder de noemer vrachtauto’s vallen naast vrachtauto’s tevens vrachtauto’s met aanhangwagens, trekkers, trekkers met oplegger, speciale voertuigen en Langere en Zwaardere Vrachtautocombinaties (LZV’s).

Figuur 3.4.2 laat de verschijningsvorm zien met het hoogst aantal brutoplusgewicht per Nederlandse LMS-zone. Van alle 4 de categorieën verschijningsvormen was de categorie ‘container’ vrijwel alleen in de regio Rotterdam de belangrijkste.

De kaart toont de verschijningsvorm met hoogste brutoplusgewicht per Nederlandse LMS-zone. Stukgoed/neobulk was het belangrijkst in het grootste gedeelte van het land. De verschijningsvorm “zeecontainers” was alleen in regio Rotterdam de belangrijkste. 3.4.2 L M S- z o n e v an l a d i n g n a ar v e r s ch i jn i n g s v o rm m e t h oo g s t e b r u t o p l u s ge w i c h t , 2019 Natte bulk D r oge bulk S tu k goed/neobulk Z ee c ontaine r s

3.5Containerindicator

In deze paragraaf worden de volgende variabelen uit het basisbestand toegelicht:

  • CONTKL
  • CONTLB
  • OCONTBEL
  • OCONTLG

De variabele ‘containerindicator’ (CONTLB) geeft aan óf de goederen in containers vervoerd worden. Indien er sprake is van containervervoer is per vervoerde container aangegeven of het om een beladen of lege container gaat. De variabele (CONTKL) geeft aan of het om 20ft, 30ft of 40ft zeecontainers gaat. Voor de Nederlandse vrachtwagenvervoerders is de informatie uitgevraagd in de CBS-wegvervoerenquête.

De gegevens van buitenlandse voertuigen van deze variabele komen niet voort uit de D-tabellen van Eurostat. De variabele is ook niet gevuld in het basisbestand. Voor de bestelauto’s is de aanname gemaakt dat er geen containers vervoerd worden door bestelauto’s.

Tabel 3.5.1 geeft een overzicht van het vervoerde brutoplusgewicht van lege en beladen containers (OCONTLG en OCONTBEL). Dit gewicht is verder uitgesplitst naar voertuigtype en type vervoer. De tabel is gemaakt op basis van het rittenbestand.

3.5.1Vervoerd gewicht uitgesplitst naar containerindicator, 2019

Lege container Beladen container Totaal
x 1 000 ton
Voertuig/vervoer type
Vrachtauto
beroepsvervoer 261 1 511 1 772
eigen vervoer 63 294 357
 
Vrachtauto met aanhangwagen
beroepsvervoer 2 40 42
eigen vervoer 2 86 88
 
Trekker met oplegger
beroepsvervoer 9 653 44 066 53 719
eigen vervoer 172 532 704
 
Speciaal voertuig
beroepsvervoer 16 33 50
eigen vervoer 0 0 0
 
Totaal
beroepsvervoer 9 933 45 650 55 583
eigen vervoer 237 912 1 149
 
Totaal 10 170 46 563 56 732

3.6Voertuigtype

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • TYPEVRTG

In de basisbestanden goederenwegvervoer 2015 zijn de volgende zeven voertuigtypen beschikbaar:

  1. vrachtauto;
  2. vrachtauto met aanhangwagen;
  3. trekker met oplegger;
  4. bestelauto;
  5. trekker solo;
  6. speciaal voertuig;
  7. Langere en Zwaardere Vrachtautocombinatie (LZW).

Voor de Nederlandse vrachtauto’s, trekkers en bestelauto’s is deze variabele samengesteld op basis van kentekeninformatie uit het RDW-bestand. Voor de andere voertuigtypen is de kentekeninformatie uit het RDW aangevuld met informatie uit de wegvervoerenquête (bijvoorbeeld om te bepalen of er een aanhanger is ingezet). De gegevens van buitenlandse voertuigen van deze variabele komen voort uit de D-tabellen van Eurostat. Voertuigtype gegevens van buitenlandse voertuigen bij de doorvoer (Richting = 4) ontbreken. De landen België, Zwitserland, Hongarije en Italië hebben ook geen voertuigtype gegevens voor de andere richtingen aangeleverd. Deze informatie is in de basisbestanden niet gevuld.

De bestelauto’s vallen vanzelfsprekend altijd in categorie 4.

Andere afleiding van laadvermogen opleggers/aanhangers

Sinds 2013 is er in de vragenlijst wegvervoer geen informatie meer uitgevraagd over kentekens van opleggers en aanhangers: 1. Omdat het aandeel van buitenlandse opleggers de laatste jaren steeds groter werd (hiervan ontbreekt kentekeninformatie), 2. Omdat de invulkwaliteit slecht was en 3. Omdat er in de nieuwe structuur van de vragenlijst geen mogelijkheid meer was opleggerkentekens uit te vragen. Het laadvermogen van de oplegger wordt sinds 2013 afgeleid op basis van Maximale Massa Aanhanger. Onderzoek (op basis van bekende en goed gevulde opleggers in voorgaande jaren) heeft namelijk uitgewezen dat er een hoge correlatie is tussen laadvermogen en de maximale massa aanhanger. De Trekker solo is vanaf 2013 ook niet meer te onderscheiden van de trekker met lege oplegger omdat opleggerkentekens dus niet meer apart worden uitgevraagd. Ook lzv’s kunnen niet apart worden afgeleid.

Bij bedrijven die via XML aanleveren worden (indien bekend) wel opleggerkentekens aangeleverd. Het gaat hierbij om vier procent van het totaal aantal ritten uitgevoerd door trekker voor opleggers.

Tabel 3.6.1 laat de verdeling zien van het vervoerd brutoplusgewicht naar voertuigtype. De gegevens van de Nederlandse vrachtauto’s en trekkers zijn gebaseerd op het rittenbestand.

3.6.1Vervoerd gewicht uitgesplitst naar voertuigtype, 2019

Vrachtauto's1) Bestelauto's Buitenlanders Totaal
beroepsvervoer eigen vervoer beroepsvervoer eigen vervoer
x 1 000 ton
Voertuigtype
Vrachtauto 78 169 42 458       120 627
Vrachtauto met aanhangwagen 27 729 14 530 42 259
Trekker met oplegger 436 640 76 818 513 458
Bestelauto 2 857 57 962 60 820
Trekker Solo
Speciaal voertuig 7 116 4 977 12 093
Langere en Zwaardere Vrachtautocombinatie 197 197
Onbekend 122 773 122 773
 
Totaal 549 851 138 783 2 857 57 962 122 773 872 227

3.7Laadvermogenklasse

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • LVMKL

Het laadvermogen van een voertuig is de maximum toegestane massa van de lading van een voertuig. Dit is het verschil tussen de maximaal toegestane massa van het voertuig en de massa van het voertuig in lege toestand. De laadvermogens van de voertuigen zijn onderverdeeld in 17 klassen.

De laadvermogenklassen zijn samengesteld op basis van kentekeninformatie uit het RDW-bestand voor de Nederlandse vrachtauto’s, trekkers en bestelauto’s. Voor de buitenlandse voertuigen ontbreekt deze informatie in de D-tabellen. De laadvermogens van oplegger/aanhangers zijn in de basisbestanden vanaf 2014 op een andere manier bepaald dan voor het basisbestand 2011, zie kader: ‘Andere afleiding van laadvermogen opleggers/aanhangers’.

De verdeling van het aantal ritten naar laadvermogenklasse is gepresenteerd in tabel 3.7.1. Onderscheid is gemaakt tussen lege en beladen ritten. Het rittenbestand heeft als bron gediend voor het bepalen van het aantal ritten van de Nederlandse vrachtauto’s en trekkers.

3.7.1Aantal ritten uitgesplitst naar laadvermogenklasse, 2019

Vrachtauto's1) Bestelauto's Totaal
lege ritten beladen ritten lege ritten beladen ritten
x 1 000
Laadvermogenklasse
tot 1,5 ton 26 66 44 027 754 127 798 246
1,5 tot 3 ton 544 947 1 572 138 533 141 596
3 tot 5 ton 986 1 788 0 0 2 774
5 tot 7 ton 1 224 2 009 0 0 3 233
7 tot 10 ton 1 950 3 559 0 0 5 509
10 tot 15 ton 2 730 3 832 0 0 6 563
15 tot 20 ton 1 950 2 678 0 0 4 628
20 tot 25 ton 1 532 2 684 0 0 4 216
25 tot 30 ton 2 943 5 756 0 0 8 699
30 tot 35 ton 16 205 30 086 0 0 46 292
35 tot 40 ton 208 311 0 0 519
40 tot 45 ton 29 52 0 0 82
45 tot 50 ton 15 23 0 0 38
50 tot 60 ton 4 33 0 0 37
60 tot 70 ton 3 7 0 0 9
 
Totaal 30 352 53 831 45 599 892 660 1 022 442

1)Onder de noemer vrachtauto’s vallen naast vrachtauto’s tevens vrachtauto’s met aanhangwagens, trekkers, trekkers met oplegger, speciale voertuigen en Langere en Zwaardere Vrachtautocombinaties (LZV’s).

3.8Type rit

In deze paragraaf worden de volgende variabelen uit het basisbestand toegelicht:

  • RIT_TYPE

Bij de variabele ‘type rit’ zijn de volgende categorieën mogelijk:

  • Lege rit;
  • Rit met 1 zending;
  • Rit met 2 zendingen;
  • Rit met 3 zendingen;
  • Rit met 4 of meer zendingen;
  • Rondrit.

Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers (rittype 1 tot en met 6) geldt dat deze variabele wordt afgeleid uit informatie in de CBS-wegvervoerenquête (zie ook kader: Anders afleiden van rondritten’). Kader 3.8.1 beschrijft hoe de lege ritten (rittype 0) modelmatig worden afgeleid.

Om de kwaliteit van deze variabelen te verhogen is extra gaafmaakwerk verricht. De meeste correcties die zijn doorgevoerd hadden betrekking op ritten die eigenlijk zendingen zijn (en omgekeerd). Op dit terrein maken de bedrijven de meeste invulfouten, rit- en zending definities worden door bedrijven verschillend en vaak anders dan de ritdefinitie zoals die door CBS/Eurostat wordt gehanteerd uitgelegd. Ten opzichte van 2011 is het aandeel rondritten in de basisbestanden 2014–2019 gedaald van bijna een derde van de ritten naar minder dan een procent ten gunste van de andere categorieën.

Anders afleiden van rondritten

In de enquête van 2011 werd het type rit, waaronder de rondrit, uitgevraagd bij bedrijven. De rondritoptie was voor bedrijven vaak een vluchtroute op de vragenlijst, want hier vulden bedrijven heen- en (lege) terugritten in, maar ook distributieritten, groupageritten, ophalen en brengen tegelijk, complete dagen en zelfs een complete week. Vanaf 2013 wordt het type rit niet meer apart uitgevraagd, maar kunnen bedrijven alle laad- en losplaatsen opgeven (tot een maximum van 15 per dag), waarbij ze dienen aan te geven of het voertuig voor laden en/of na lossen leeg is. Aan de hand daarvan wordt het ritpatroon en ook het aantal zendingen behorende bij die rit afgeleid. Vanaf 2013 zijn er gemiddeld per jaar nog minder dan een procent rondritten (tov ruim 30 procent in 2011). De rondritten die nog in het bestand aanwezig zijn, zijn door CBS zelf bepaald. Dit betreffen bedrijven die op 1 dag één zending opgeven waarbij de laadplaats gelijk is aan de losplaats, maar aan de hand van opgegeven kilometerstanden kan worden aangenomen dat er meer kilometers zijn gereden dan dat er bij een eenzendingsrit mag worden verwacht. Analyse van de bedrijven die dit opgeven heeft uitgewezen dat de bedrijven ook daadwerkelijk binnen de stand rondrijden (bijvoorbeeld bevoorrading binnenstad Amsterdam en vervoer van groenafval door de gemeente).

Voor de buitenlandse voertuigen geldt dat alle ritten met belading gecategoriseerd zijn als ritten met 1 zending. De Italiaanse en Portugese statistische bureaus hebben geen lege ritten geleverd aan Eurostat en deze zijn ook niet opgenomen in de basisbestanden. Voor de buitenlandse voertuigen geldt dat de rit gelijk is aan de zending. Het basisbestand bestelauto’s betreft een deelritbestand. De afleidingsmethodiek van de afzonderlijke deelritten staat beschreven in paragraaf 2.2.2.

De verdeling van het aantal ritten naar type rit is weergegeven in tabel 3.8.1. Het aantal ritten van de Nederlandse vrachtauto’s en trekkers komen voort uit het rittenbestand. In tabel 3.14.1 is tevens het brutoplusgewicht gepresenteerd, uitgesplitst naar type rit.

3.8.1Aantal ritten uitgesplitst naar type rit, 2019

Vrachtauto's1) Bestelauto's Buitenlanders Totaal
beroepsvervoer eigen vervoer beroepsvervoer eigen vervoer
x 1 000
Type rit
Lege rit 22 846 7 505 3 845 41 754 2 522 78 473
Rit met 1 zending 33 202 11 222 4 839 44 447 7 442 101 152
Rit met 2 zendingen 2 376 806 15 032 673 150 139 691 504
Rit met 3 zendingen 1 159 430 1 807 21 981 25 377
Rit met 4 zendingen 737 290 1 779 23 071 25 877
Rit met 5 of meer zendingen 2 246 873 6 348 100 206 109 673
Rondrit 196 293 489
 
Totaal 62 763 21 420 33 650 904 609 10 103 1032 545

1)Onder de noemer vrachtauto’s vallen naast vrachtauto’s tevens vrachtauto’s met aanhangwagens, trekkers, trekkers met oplegger, speciale voertuigen en Langere en Zwaardere Vrachtautocombinaties (LZV’s).

3.9Type vervoer

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • TYPEVERV

Met deze variabele wordt onderscheid gemaakt tussen beroepsvervoer en eigen vervoer. Beroepsvervoerders verrichten vervoer van goederen voor derden tegen betaling. Eigen vervoerders verrichten vervoer uitsluitend bestemd voor/afkomstig van eigen bedrijf of onderneming.

80% vervoerd gewicht met vrachtauto's is beroepsvervoer Buitenvorm Binnenvorm

Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers geldt dat deze variabele wordt uitgevraagd in de CBS-wegvervoerenquête.

De gegevens van buitenlandse voertuigen van deze variabele komen niet voort uit de D-tabellen van Eurostat. Het type vervoer wordt bij de bestelauto’s afgeleid vanuit branchegegevens (SBI).

In tabel 3.9.1 staat het vervoerd brutoplusgewicht van het beroepsvervoer en eigen vervoer uitgesplitst naar richting. Aangezien de gegevens van de buitenlandse vervoerders (behalve van de Belgen) onbekend is, zijn de buitenlandse voertuigen niet meegenomen in onderstaande tabel.

3.9.1Vervoerd gewicht uitgesplitst naar richting, 2019

Vrachtauto's1) Bestelauto's Buitenlanders Totaal
beroepsvervoer eigen vervoer beroepsvervoer eigen vervoer
x 1 000 ton
Richting
Binnenlands vervoer in Nederland 433 824 124 982 2 688 57 217 8 379 627 090
Internationale afvoer Nederland 47 759 7 009 129 430 48 781 104 108
Internationale aanvoer Nederland 41 157 4 765 19 273 49 422 95 637
Doorvoer door Nederland zonder overlading 5 953 463 19 38 16 192 22 666
Overig 21 146 1 564 2,283 4 22 715
 
Totaal 549 840 138 783 2 857 57 962 122 773 872 215

1)Onder de noemer vrachtauto’s vallen naast vrachtauto’s tevens vrachtauto’s met aanhangwagens, trekkers, trekkers met oplegger, speciale voertuigen en Langere en Zwaardere Vrachtautocombinaties (LZV’s).

In figuur 3.9.2 is het aandeel beroepsvervoer en eigen vervoer per land weergeven (op NUTS-0 niveau). Een algemene trend, die waar te nemen valt, is: hoe verder van Nederland hoe minder groot het aandeel eigen vervoer.

De kaart toont het aandeel beroepsvervoer in aantal ritten naar land van lossen. De trend toont dat hoe verder van Nederland hoe minder groot het aandeel eigen vervoer is. 3.9.2 A a n d e e l be r o e p s v er v oer i n a a n t al r i t t e n n a ar l a n d v an l o s s e n , R i t t e n b e s t a n d 2019 0% – 75% 75,1% – 85% 85,1% – 95% 95,1% – 99,99% 99,99 – 100% Geen w aarneming
95% vervoerd gewicht aan goederen met bestelautos is eigen vervoer Buitenvorm Binnenvorm

3.10Nationaliteit vervoerder

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • NATIONAL

De nationaliteit van de vervoerder staat voor het land van registratie van het voertuig. Elke EU-lidstaat maakt statistieken van de voertuigen die in het eigen land staan geregistreerd. Aangezien alleen Nederlandse vervoerders in de CBS-wegvervoerenquête worden geënquêteerd, betekent dit automatisch dat de nationaliteit van de Nederlandse vrachtauto’s, trekkers en bestelauto’s, de Nederlandse is (landcode NL).

26% aandeel buitenlandse vrachtauto's voor Polen Buitenvorm Binnenvorm

De gegevens van buitenlandse voertuigen van deze variabele komen voort uit de D-tabellen van Eurostat (zie bijlage VI voor de landcodes per land).

Het totaal vervoerd brutoplusgewicht uitgesplitst naar nationaliteit van de vervoerder is weergegeven in tabel 3.10.1.

3.10.1Vervoerd gewicht uitgesplitst naar richting en nationaliteit vervoerder, 2019

Binnenlands vervoer in Nederland Internationale afvoer Nederland Internationale aanvoer Nederland Doorvoer door Nederland zonder overlading Overig Totaal
x 1 000 ton
Nationaliteit
België 1 083 5 424 7 241 3 218 16 966
Bulgarije 71 866 654 1 591
Cyprus 0 1 0 0 1
Denemarken 0 64 92 109 265
Duitsland 1 571 10 746 14 045 5 021 31 382
Estland 7 77 145 92 320
Finland 9 129 65 56 259
Frankrijk 56 1 044 686 0 1 786
Griekenland 0 333 279 14 626
Hongarije 213 1 046 925 138 2 322
Ierland 26 142 126 91 385
Italië 37 382 296 715
Kroatië 3 226 125 0 384
Letland 77 737 737 234 1 784
Litouwen 311 3 210 2 716 1 198 7 435
Luxemburg 144 681 919 281 2 025
Macedonië 0 0 4 0 5
Nederland 558 806 54 769 45 922 6 416 22 709 688 623
Noorwegen 0 72 43 32 147
Oostenrijk 16 249 164 23 451
Polen 3 095 14 358 12 180 2 482 32 115
Portugal 12 460 379 0 850
Roemenië 1 238 3 162 2 898 1 156 8 453
Slovenië 86 699 579 55 1 418
Slowakije 124 765 758 475 2 122
Spanje 85 2 478 2 184 318 5 066
Tsjechië 65 463 497 268 1 293
Verenigd Koninkrijk 34 693 518 837 2 082
Zweden 0 103 98 63 264
Zwitserland 17 171 72 1 260
 
Totaal 567 185 103 549 95 344 22 608 22 709 811 396

3.11Aantal zendingen

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • ZENDPRIT
  • OAANTZEND

Met een zending wordt bedoeld: de hoeveelheid goederen van één zelfde soort die in één keer voor één opdrachtgever van één laadplaats naar één losplaats van één geadresseerde wordt vervoerd (met één vervoermiddel). Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers geldt dat de zendingen wordt uitgevraagd in de CBS-wegvervoerenquête.

Het aantal ritten van buitenlandse voertuigen is afkomstig van de D-tabellen van Eurostat. Voor buitenlandse voertuigen wordt aangenomen dat een beladen rit gelijk is aan een zending (meerzendingsritten worden door veel landen niet opgegeven). Het aantal ritten is tevens opgenomen in de uitvraag van de bestelauto’s. Vervolgens zijn de ritten opgedeeld in deelritten. De afleidingsmethodiek van deze deelritten staat beschreven in paragraaf 2.2.2.

Het overzicht van het aantal ritten uitgesplitst naar aantal zendingen per rit is weergegeven in tabel 3.11.1. Het aantal ritten van de Nederlandse vrachtauto’s en trekkers zijn gebaseerd op het rittenbestand. Voor de bestelauto’s zijn het aantal deelritten gepresenteerd.

3.11.1Aantal ritten uitgesplitst naar aantal zendingen per rit, 2019

Vrachtauto's1) Bestelauto's Buitenlanders Totaal
x 1 000
Richting
Lege ritten 30 352 45 599 2 522 78 473
Ritten met 1 zending 44 424 49 286 7 442 101 152
Ritten met 2 zendingen 3 182 688 183 138,74 691 504
Ritten met 3 zendingen 1 589 23 787 25 377
Ritten met 4 zendingen 1 027 24 850 25 877
Ritten met 5 of meer zendingen 3 119 106 554 109 673
Rondritten 489 489
 
Totaal 84 183 938 259 10 103 1032 545

1)Onder de noemer vrachtauto’s vallen naast vrachtauto’s tevens vrachtauto’s met aanhangwagens, trekkers, trekkers met oplegger, speciale voertuigen en Langere en Zwaardere Vrachtautocombinaties (LZV’s).

3.12Aantal beladen/lege containers en TEU

In deze paragraaf worden de volgende variabelen uit het basisbestand toegelicht:

  • OTEULG
  • OTEUBEL

De afkorting TEU staat voor ‘Twenty feet Equivalent Unit’. TEU is de aanduiding voor afmetingen van (lege en beladen) containers: 1 TEU staat voor een 20ft container, 1.5 TEU voor een 30ft container en 2 TEU voor een 40ft container. Andere maten van containers (bijvoorbeeld de 45ft container) zijn niet apart in de CBS-vervoersenquête opgenomen.

Er kunnen gedurende één rit ook combinaties van containers voorkomen, bijvoorbeeld zowel een 20ft container als een 40ft container. Bij de berekening van de TEU’s gedurende de rit wordt uitgegaan van het totaal aan containers (zowel leeg als beladen). In theorie is het mogelijk dat er twee (of drie) containers met één zending worden vervoerd. Maar ook twee of meer zendingen in één container behoort tot de mogelijkheden.

In het zendingenbestand is voor de aparte zendingen het aantal TEU’s van de rit gedeeld door het aantal zendingen per rit. In het deelrittenbestand is het aantal TEU’s van de rit gedeeld door het aantal deelritten per rit. Zo telt het aantal TEU’s voor het zendingen- en deelrittenbestand op naar het rittenbestand. Extra gaafmaakwerk is verricht om de kwaliteit te verhogen.

De gegevens van buitenlandse voertuigen van deze variabele komen niet voor de D-tabellen van Eurostat en zijn zodoende niet opgenomen in de basisbestanden. Voor de bestelauto’s is de aanname gemaakt dat geen containers vervoerd worden door bestelauto’s.

9,2 miljoen teu (containers) vervoerd over de weg Buitenvorm Binnenvorm

Tabel 3.12.1 laat een overzicht zien van het aantal containers en vervoerde TEU’s uitgesplitst naar containerklasse voor de Nederlandse vrachtauto’s en trekkers. De tabel is gebaseerd op het rittenbestand.

3.12.1Aantal containers en TEU’s uitgesplitst naar containerklasse, 2019

Beladen containers Beladen TEU Lege containers Lege TEU
x 1 000
Containerklasse
20 voet container 919 919 1 167 1 167
30 voet container 71 107 82 123
40 voet container 1 562 3 119 1 863 3 722
 
Totaal 2 553 4 146 3 112 5 012

De haven van Rotterdam is de grootste haven van Europa. Figuur 3.12.2 presenteert om die reden het aantal beladen TEU’s met als laadplaats Rotterdam (599) naar NUTS-2 losplaats van de Nederlandse vrachtvoertuigen.

De kaart toont het aantal beladen TEU met als laadplaats Rotterdam naar NUTS-2 losplaats van de Nederlandse voertuigen. Het grootste gedeelte wordt gelost in Nederland, België, en Duitsland. < 5 000 5 001 – 25 000 25 001 – 75 000 75 001 – 250 000 250 001 – 1 000 000

Een overzicht van het aantal beladen en lege containers uitgesplitst naar richting met als detailniveau het type voertuig is weergegeven in tabel 3.12.3. De gepresenteerde cijfers zijn gemaakt op basis van het rittenbestand.

3.12.3Aantal beladen en lege containers uitgesplitst naar richting, 2019

Binnenlands vervoer in Nederland Internationale afvoer Nederland Internationale aanvoer Nederland Doorvoer door Nederland zonder overlading Overig Totaal
x 1 000
Voertuig type en belading container
Vrachtauto
beladen 108 5 2 0 0 116
leeg 131 2 6 0 1 140
 
Vrachtauto met aanhangwagen
beladen 6 0 0 0 0 6
leeg 2 0 0 0 0 2
 
Trekker met oplegger
beladen 1 923 225 154 26 100 2 427
leeg 2 503 131 215 10 103 2 963
 
Totaal
beladen 2 037 231 156 26 100 2 550
leeg 2 636 134 220 10 104 3 105

3.13Aantal ritten

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • OAANTRIT

Een beladen rit start op het moment dat goederen voor de eerste keer worden geladen en waarbij het voertuig daarvoor leeg was (of het moment dat de trekker wordt gekoppeld aan een beladen oplegger) en eindigt op het moment dat goederen worden gelost en het voertuig vervolgens leeg komt (of het moment dat de trekker wordt ontkoppeld aan een beladen oplegger).

Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers geldt dat de ritten worden afgeleid uit informatie in de CBS-wegvervoerenquête. Bedrijven moeten namelijk per steekproefvoertuig voor de gehele enquêteperiode aangeven of ze alleen éénzendingsritten, alleen distributie, alleen groupage of een combinatie verrichten. Daarnaast moeten bedrijven per dag de zendingen opgeven (tot een maximum van 15; zendingen met een dezelfde goederensoort en dezelfde losplaats mogen worden samengevoegd). Vervolgens moeten voor- en/of na de laadloscombinatie van de zending (bij distributie alleen na, bij groupage alleen voor en bij een combinatierit voor en na) opgeven of het voertuig leeg is. Aan de hand van deze informatie leidt CBS het ritpatroon af. Om de kwaliteit te verhogen is extra gaafmaakwerk verricht. Bij het aantal ritten geldt dat één record voor één rit staat (in het rittenbestand). Het opgehoogd aantal ritten per rit (=record) staat gelijk aan de ophoogfactor.

231 000 vrachtautoritten per dag in 2019 Buitenvorm Binnenvorm

De gegevens van buitenlandse voertuigen van deze variabele staan in de D-tabellen van Eurostat. De variabele ‘aantal ritten’ is ook opgenomen in de uitvraag van de bestelauto’s. De ritten zijn bij bestelauto’s opgedeeld in deelritten. Voor de afleidingsmethodiek van de deelritten zie paragraaf 2.2.2.

Tabel 3.13.2 presenteert het aantal ritten uit het rittenbestand uitgesplitst naar richting. Als detailniveau is type vervoer gehanteerd. De gegevens van de Nederlandse vrachtauto’s en trekkers zijn gebaseerd op het rittenbestand. Voor de bestelauto’s zijn het aantal deelritten gepresenteerd.

In figuur 3.13.1 is het aandeel van het binnenlands vervoer, de internationale afvoer en aanvoer van goederenstromen over de weg per Nederlandse provincie weergegeven, op basis van het aantal ritten. De figuur is samengesteld op basis van het deelrittenbestand.

De kaart toont het aandeel van de binnenlands vervoer, de internationale afvoer en aanvoer van goederenstromen over de weg per Nederlandse provincie op basis van aantal ritten. Het grootste gedeelte betreft binnenlands vervoer, in Limburg vindt relatief de meeste internationale afvoer en aanvoer van goederen plaats. 3.13.1 Binnenlands Geen waarneming Afvoer Aanvoer 13 0 00 00 0 B i nnen l and s A f v oe r A a n v oe r

3.13.2Aantal ritten uitgesplitst naar richting, 2019

Vrachtauto's1) Bestelauto's Buitenlanders Totaal
beroepsvervoer eigen vervoer beroepsvervoer eigen vervoer
x 1 000
Richting
Binnenlands vervoer in Nederland 52 110 19 798 32 678 892 026 1 491 998 104
Internationale afvoer Nederland 3 995 735 449 6 180 3 696 15 054
internationale aanvoer Nederland 3 853 676 375 6 001 3 774 14 679
Doorvoer door Nederland zonder overlading 370 31 136 342 1 142 2 021
Overig 2 434 181 12 60 2 686
 
Totaal 62 762 21 420 33 650 904 609 10 103 1032 544

1)Onder de noemer vrachtauto’s vallen naast vrachtauto’s tevens vrachtauto’s met aanhangwagens, trekkers, trekkers met oplegger, speciale voertuigen en Langere en Zwaardere Vrachtautocombinaties (LZV’s).

3.14Totaal vervoerd (brutoplus) gewicht

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • OBPGEW

Het brutoplusgewicht is het gewicht van het vervoerde goed vermeerderd met het gewicht van de verpakkingen (brutogewicht) en het gewicht van de zeecontainers (brutoplusgewicht). Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers geldt dat de variabele ‘totaal vervoerd gewicht’ wordt uitgevraagd in de CBS-wegvervoerenquête. Er is extra gaafmaakwerk (bijvoorbeeld correcties op hoge, niet reële gewichten) verricht om de kwaliteit te verhogen.

In de basisbestanden wordt naast het brutogewicht (OBPGEW) ook het ladinggewicht (OBCGEW) onderscheiden. Het brutogewicht wordt uitgevraagd in de CBS-wegvervoerenquête. Het ladinggewicht wordt bepaald door het brutogewicht te nemen minus het gewicht van de zeecontainer (zie ook paragraaf 3.15 Vervoerd gewicht beladen/lege container).

De gegevens van buitenlandse voertuigen van deze variabele komen voort uit de D-tabellen van Eurostat. Bij bestelauto’s wordt bij de categorie bouw en service naar het gemiddeld vervoerd gewicht gedurende de enquêteperiode gevraagd. Dit vervoerd gewicht is opgedeeld in vervoerde goederen en gereedschap dat standaard in de laadruimte van de bestelauto aanwezig is. Voor de categorieën goederenvervoer en post en koeriers wordt het totaal vervoerd gewicht per dag uitgevraagd. Voor de verdelingsmethodiek van het vervoerd gewicht over de verschillende deelritten: zie paragraaf 2.2.2.

De onderstaande tabel 3.14.1 is gebaseerd op het rittenbestand en toont het brutoplusgewicht verdeeld over het type rit.

3.14.1Vervoerd gewicht uitgesplitst naar type rit, 2019

Vrachtauto's1) Bestelauto's Buitenlanders Totaal
bedrijfsvervoer eigen vervoer bedrijfsvervoer eigen vervoer
x 1 000 ton
Type rit
Rit met 1 zending 466 244 111 163 992 3 221 122 773 704 393
Rit met 2 zendingen 30 664 9 227 1 122 49 797 0 90 810
Rit met 3 zendingen 14 931 4 595 231 1 074 0 20 831
Rit met 4 zendingen 9 757 3 326 136 1 058 0 14 276
Rit met 4 of meer zendingen 26 175 8 779 376 2 813 0 38 143
Rondrit 2 081 1 694 0 0 0 3 774
 
Totaal 549 851 138 783 2 857 57 962 122 773 872 227

1)Onder de noemer vrachtauto’s vallen naast vrachtauto’s tevens vrachtauto’s met aanhangwagens, trekkers, trekkers met oplegger, speciale voertuigen en Langere en Zwaardere Vrachtautocombinaties (LZV’s).

3.15Vervoerd gewicht beladen/lege container

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • OBCGEW

Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers geldt dat er in de CBS-wegvervoerenquête wordt gevraagd naar containertype. Het gewicht van een 20 ft container is 2,3 ton en voor een 40 ft container 3,7 ton. Een 30 ft container weegt 3 ton. Deze maatstaven worden internationaal gehanteerd. Er is extra gaafmaakwerk verricht (bijvoorbeeld als er door een foutieve opgave te veel TEU (meer dan 3) wordt vervoerd) om de kwaliteit te verhogen.

De gegevens van buitenlandse voertuigen van deze variabele komen niet voort uit de D-tabellen van Eurostat en zijn niet in het basisbestand opgenomen. Voor de bestelauto’s is de aanname gemaakt dat geen containers vervoerd worden door bestelauto’s.

Tabel 3.15.1 geeft een weergave van het brutoplusgewicht en het brutogewicht containervervoer uitgesplitst naar lege/beladen container en containertype. Tevens laat de onderstaande tabel het aantal ritten zien.

3.15.1Vervoerd gewicht en aantal ritten uitgesplitst naar lege/beladen container, 2019

Brutoplus gewicht (incl. tarra) Bruto gewicht Aantal Ritten
x 1 000 ton x 1 000
Belading en grootteklasse
Lege container
20 voet container 2 778 0 1 158
30 voet container 252 0 82
40 voet container 7 140 0 1 861
Totaal 10 170 0 3 101
 
Beladen container
20 voet container 17 049 14 938 912
30 voet container 1 796 1 582 71
40 voet container 27 718 21 953 1 559
Totaal 46 563 38 472 2 542

3.16Ingezet laadvermogen

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • OLVM

Het laadvermogen van een voertuig is de maximum toegestane massa van de lading van een voertuig. Dit is het verschil tussen de maximaal toegestane massa van het voertuig en de massa van het voertuig in lege toestand. Het ingezet laadvermogen is het laadvermogen dat daadwerkelijk is ingezet. Indien er sprake is van een aanhanger of oplegger dan betreft het ingezet laadvermogen het laadvermogen van de vrachtwagencombinatie (en dus niet enkel van het trekkende voertuig). Voor de Nederlandse vrachtauto’s, trekkers en bestelauto’s is deze variabele samengesteld op basis van kentekeninformatie uit het RDW bepaald. De oplegger/aanhanger informatie wordt afgeleid (zie kader 3.6.1).

Voor buitenlanders is het laadvermogen niet bekend en ook niet in de basisbestanden opgenomen. Voor de bestelauto’s wordt de informatie bepaald op basis van de RDW.

3.17Ladingtonkilometers totale traject/Nederlands grondgebied

In deze paragraaf worden de volgende variabelen uit het basisbestand toegelicht:

  • OTONKM
  • OTONKMNL

Het begrip ladingtonkilometer vormt een uniforme maateenheid voor de vervoersprestatie en komt overeen met de verplaatsing van een ton lading over een afstand van één kilometer. De variabele ladingtonkilometers wordt berekend aan de hand van de zendingsafstand vermenigvuldigd met het vervoerd gewicht. De ladingtonkilometers worden op zendingniveau berekend. Om deze variabele ook op ritniveau te vullen worden de tonkilometers van de afzonderlijke zendingen gesommeerd. Voor rondritten is slechts 1 zending bekend, waarbij de laadplaats gelijk is aan de losplaats. Hier wordt ervan uitgegaan dat het voertuig gedurende de rit leegkomt en geldt voor de berekening van de ladingtonkilometers: zendingsafstand vermenigvuldigd met het vervoerd gewicht 0,5 (km * ton * 0,5).

Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers geldt dat het vervoerd gewicht (waar deze variabele van wordt samengesteld) worden uitgevraagd in de CBS-wegvervoerenquête. Aan de hand van het ritpatroon en routeplanningssoftware worden de kilometers per rit bepaald en ook de afstand op Nederlands grondgebied.

De gegevens van buitenlandse voertuigen van de variabele ‘Ladingtonkilometers totale traject/Nederlands grondgebied’ zijn in de D-tabellen van Eurostat alleen bekend voor het totale traject. De afstand op Nederlands grondgebied is vervolgens bepaald aan de hand van een gemiddelde voor elke combinatie NUTS-laden en NUTS-lossen (op basis van de Nederlandse vrachtvoertuigen). Voor de doorvoer (richting 4) is net de afstand op Nederlands grondgebied bepaald tussen de beide grensovergangen. De totale afstand en ladingtonkilometers bij de doorvoer is bepaald aan de hand van gemiddelde afstanden tussen laad- en loslocaties (met transitoland Nederland). Bij bestelauto’s zijn de afstanden op Nederlands grondgebied bij internationale ritten bepaald aan de hand van routeplanningssoftware.

Tabel 3.17.1 is samengesteld op basis van het zendingenbestand en geeft de ladingtonkilometerprestaties weer van de Nederlandse vrachtauto’s en trekkers, uitgesplitst naar richting.

3.17.1Ladingtonkilometerprestatie uitgesplitst naar richting, 2019

Ladingtonkilometers op Nederlands grondgebied Ladingtonkilometers totaal
x mln
Richting
Binnenlands vervoer in Nederland 34 874 35 391
Internationale afvoer Nederland 4 817 16 350
Internationale aanvoer Nederland 3 975 11 541
Doorvoer door Nederland zonder overlading 427 2 191
Overig 0 3 762
 
Totaal 44 094 69 235

3.18Voertuigafstand totale traject/Nederlands grondgebied

In deze paragraaf worden de volgende variabelen uit het basisbestand toegelicht:

  • OASFT
  • OAFSTNL

Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers geldt dat de voertuigafstand wordt afgeleid op basis van ritpatroon en routeplanningssoftware. Ook om de afstand te bepalen op Nederlands grondgebied wordt gebruik gemaakt van routeplanningssoftware. Het totaal van de afgeleide ritafstanden gedurende de enquêteperiode wordt vergeleken met opgegeven kilometerstanden. In de gevallen van een grote afwijking worden de ritpatronen opnieuw bekeken en gaafgemaakt. Voorbeeld van een veel gemaakte fout: een bedrijf geeft via de kilometerstanden (begin en eind) op gedurende de enquêteweek 1 000 kilometers te hebben gereden. De totale ritafstand tussen laad- en losplaatsen komt echter uit op 5 000 km. Dit kan voorkomen als het bedrijf niet goed aangeeft dat zendingen tot één rit behoren. Zendingen worden als afzonderlijke ritten opgegeven, met als gevolg dat er onterechte heen en terugritten worden gemaakt. Ook een foutief opgegeven (en gegeocodeerde) laad- of loslocatie kan een oorzaak zijn.

20 miljard vervoerskm in NL door Nederlandse voertuigen Buitenvorm Binnenvorm

Indien de laad- en losplaats hetzelfde is bij een rit, deelrit of zending is de afstand afhankelijk van de oppervlakte van de gemeente en varieert van minimaal 5 kilometer bij kleine Nederlandse gemeenten tot 32,5 kilometer bij de grootste gemeente (Haarlemmermeer).

Voor de afstandsbepaling van buitenlandse voertuigen en bestelauto’s bij de basisbestanden 2017, zie paragraaf 3.17.

Tabel 3.18.1 toont de gereden kilometers van de Nederlandse vrachtauto’s, trekkers en bestelauto’s op het Nederlands grondgebied, uitgesplitst naar richting. De totale gereden kilometers zijn gepresenteerd in tabel 3.18.2. Ook deze tabel is gebaseerd op het rittenbestand en het bestelautobestand.

3.18.1Voertuigkilometerprestatie op Nederlands grondgebied uitgesplitst naar richting, 2019

Vrachtauto's1) Bestelauto's Totaal
x mln
Richting
Binnenlands vervoer in Nederland 4 314 14 680 18 994
Internationale afvoer Nederland 391 245 636
Internationale aanvoer Nederland 360 201 561
Doorvoer door Nederland zonder overlading 29 13 43
Overig 0 0 0
 
Totaal 5 094 15 139 20 233

1)Onder de noemer vrachtauto’s vallen naast vrachtauto’s tevens vrachtauto’s met aanhangwagens, trekkers, trekkers met oplegger, speciale voertuigen en Langere en Zwaardere Vrachtautocombinaties (LZV’s).

3.18.2Totale voertuigkilometerprestatie uitgesplitst naar richting, 2019

Vrachtauto's1) Bestelauto's Totaal
x mln
Richting
Binnenlands vervoer in Nederland 4 349 15 017 19 366
Internationale afvoer Nederland 1 300 486 1 785
Internationale aanvoer Nederland 1 094 412 1 505
Doorvoer door Nederland zonder overlading 143 41 184
Overig 407 0 407
 
Totaal 7 293 15 956 23 249

1)Onder de noemer vrachtauto’s vallen naast vrachtauto’s tevens vrachtauto’s met aanhangwagens, trekkers, trekkers met oplegger, speciale voertuigen en Langere en Zwaardere Vrachtautocombinaties (LZV’s).

3.19Laadvermogentonkilometer totale traject/Nederlands grondgebied

In deze paragraaf worden de volgende variabelen uit het basisbestand toegelicht:

  • OLVMKM
  • OLVMKMNL

De variabele laadvermogentonkilometer wordt bepaald door het laadvermogen te vermenigvuldigen met de ritafstand (laadvermogen *km)

Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers geldt dat de zendingsafstand wordt bepaald met routeplanningssoftware aan de hand van opgegeven laad- en losplaats in de CBS-wegvervoerenquête. Om de afstand te bepalen op Nederlands grondgebied wordt ook gebruik gemaakt van routeplanningssoftware. De informatie van de variabele laadvermogen wordt gehaald uit het register van de Rijksdienst wegverkeer (RDW). Voor de bepaling van het laadvermogen van opleggers en aanhangers zie kader 3.6.1.

Omdat voor de buitenlandse voertuigen het laadvermogen niet bekend is, zijn er ook geen gegevens over het aantal laadvermogentonkilometers op Nederlands grondgebied en het totale traject. De variabele ‘Laadvermogentonkilometer totale traject/Nederlands grondgebied’ is wel opgenomen bij het Basisbestand bestelauto’s en op dezelfde manier afgeleid als bij de grote vrachtauto’s.

Tabel 3.19.1 is gebaseerd op het rittenbestand en het bestelautobestand en geeft een overzicht van het aantal laadvermogentonkilometers op het Nederlandse grondgebied en het totale traject, uitgesplitst naar richting, van de Nederlandse vrachtauto’s/trekkers en bestelauto’s.

3.19.1Laadvermogentonkm uitgesplitst naar richting, 2019

Laadvermogentonkilometers op Nederlands grondgebied Laadvermogentonkilometers totaal
vrachtauto's1) bestelauto's vrachtauto's1) bestelauto's
x mln
Richting
Binnenlands vervoer in Nederland 106 605 16 514 107 529 16 884
Internationale afvoer Nederland 10 803 253 36 124 535
Internationale aanvoer Nederland 10 080 213 30 524 478
Doorvoer door Nederland zonder overlading 845 14 4 100 48
Overig 0 0 11 597 0
 
Totaal 128 332 16 994 189 874 17 945

1)Onder de noemer vrachtauto’s vallen naast vrachtauto’s tevens vrachtauto’s met aanhangwagens, trekkers, trekkers met oplegger, speciale voertuigen en Langere en Zwaardere Vrachtautocombinaties (LZV’s).

3.20TEU-kilometers totale traject/Nederlands grondgebied

In deze paragraaf worden de volgende variabelen uit het basisbestand toegelicht:

  • OTEUKM
  • OTEUKMNL

Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers geldt dat het containertype wordt uitgevraagd in de CBS-wegvervoerenquête. De afkorting TEU staat voor ‘Twenty feet Equivalent Unit’. TEU is de aanduiding voor afmetingen van containers: 1 TEU staat voor een 20ft container, 1.5 TEU voor een 30ft container en 2 TEU voor een 40ft container. Andere maten van containers (bijvoorbeeld de 45ft container) zijn niet apart in de CBS-vervoersenquête opgenomen. Door het aantal TEU’s te vermenigvuldigen met de afstand (voor de zending is dit de zendingsafstand, voor de rit is dit de ritafstand en voor de deelrit is dit de deelritafstand) worden de TEU-kilometers bepaald. Om de afstand te bepalen op het Nederlandse grondgebied wordt gebruik gemaakt van routeplanningssoftware.

De TEU-kilometers voor de buitenlandse voertuigen zijn modelmatig bepaald (zie voor de bepaling van TEU’s bijlage I). Met betrekking tot de doorvoer (richting 4) waren bij de basisbestanden 2011 alleen nog de TEU-kilometers op Nederlands grondgebied te bepalen (de afstand tussen de beide grensovergangen), maar in 2015 (en ook in 2014) is ook de totale afstand bepaald (Afstanden tussen laad- en loslocaties zijn bepaald aan de hand van afstanden bekend bij Nederlandse voertuigen/handmatig opgezocht via google maps.

Tabel 3.20.1 is samengesteld op basis van het deelrittenbestand en geeft de TEU-kilometerprestaties weer van de Nederlandse vrachtauto’s en trekkers, uitgesplitst naar richting. Bovendien is er in de tabel onderscheid gemaakt tussen beroepsvervoer en eigen vervoer.

3.20.1TEU-kilometerprestatie uitgesplitst naar richting, 2019

TEU-km op Nederlands grondgebied TEU-km totaal
beroepsvervoer eigen vervoer beroepsvervoer eigen evrvoer
x 1 000
Richting
Binnenlands vervoer in Nederland 454 800 6 289 455 512 6 308
Internationale afvoer Nederland 53 553 222 130 707 328
Internationale aanvoer Nederland 55 890 208 127 295 284
Doorvoer door Nederland zonder overlading 2 917 0 15 769 0
Overig 0 0 41 325 13
 
Totaal 567 161 6 718 770 608 6 934

3.21Gevaarlijke stoffen typering volgens ADR

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • ADR_KL

Er zijn goederen die door hun specifieke eigenschappen tot de groep van gevaarlijke stoffen behoren. Afhankelijk van de specifieke eigenschappen zijn deze goederen ingedeeld in de zogenaamde, ADR-gevarenklassen.

2% vervoerd gewicht betreft gevaarlijke stoffen Buitenvorm Binnenvorm

Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers geldt dat deze variabele wordt uitgevraagd in de CBS-wegvervoerenquête of afgeleid (indien niet op de vragenlijst aangegeven) aan de hand van de goederensoort. Voor veel goederensoorten is namelijk bekend tot welke gevaarlijke stoffen categorie ze behoren. De complete ADR-indeling is weergegeven in bijlage III. In deze bijlage is een koppeltabel weergegeven van GEVI-codes naar ADR-codes en NSTR’s op 4‑digit niveau. Indien sprake is van meerdere verschillende zendingen met verschillende gevaarlijke stoffen bij een rit is gekozen voor de ADR-code met het hoogste gewicht.

3.21.1Aantal ritten uitgesplitst naar ADR-klasse, 2019

Binnenlands vervoer in Nederland Internationale afvoer Nederland Internationale aanvoer Nederland Doorvoer door Nederland zonder overlading Overig Totaal
x 1 000
ADR-klasse
Ontplofbare stoffen en voorwerpen 2 1 0 0 0 3
Samengeperste/vloeibaar gem. gassen 86 32 8 2 18 146
Brandbare vloeistoffen 213 9 4 4 5 234
Brandbare vaste stoffen 7 0 7 0 1 15
Voor zelfontbranding vatbare stoffen 0 0 0 0 0 0
Stof die met water brandb. gas ontw. 2 0 0 1 0 4
Oxiderende stoffen 1 2 0 0 0 3
Giftige stoffen 8 2 1 0 1 12
Bijtende stoffen 26 10 8 2 3 48
Diverse gevaarlijke stoffen 37 4 2 1 1 44
Klasse onbekend, niet in te delen 44 3 2 1 8 57
 
Totaal 425 63 32 11 36 567

Het overzicht van de verdeling van het aantal ritten (op basis van het rittenbestand) van de Nederlandse vrachtauto’s en trekkers naar ADR-klasse en richting is getoond in tabel 3.21.1.

De gegevens van buitenlandse voertuigen van deze variabele komen niet voor in de D-tabellen van Eurostat en zijn niet meegeleverd. Voor de bestelauto’s is aangenomen dat er geen gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

Behalve ADR-gevarenklassen en gevaarsidentificatienummers (zie paragraaf 3.26) bevatten de basisbestanden goederenwegvervoer vanaf 2015 tevens een stofcategorie-indeling. Deze variabele (stofcat) is toegevoegd aan het zendingen- en rittenbestand en geeft een specifieke indeling van stoffen in een beperkt aantal categorieën voor de risicoberekening van transport met gevaarlijke stoffen. Uitgangspunt voor de indeling zijn de voor externe risico’s relevante stofeigenschappen, zoals vluchtigheid, brandbaarheid en toxiciteit. De stofcategorie-indeling betreft een hoger aggregatieniveau dan het VN-nummer (ook wel stofidentificatienummer), maar is gedetailleerder dan de ADR-klasse indeling.

3.22Spreiding over de week en over het jaar

In deze paragraaf worden de volgende variabelen uit het basisbestand toegelicht:

  • KWARTAAL
  • DAG_STRT

Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers en bestelauto’s geldt dat deze variabele wordt uitgevraagd in de enquête. De informatie wordt bepaald aan de hand van de steekproefweken. De gegevens van buitenlandse voertuigen van deze variabele komen niet voort uit de D-tabellen van Eurostat en zijn dan ook niet opgenomen in het basisbestand.

Tabel 3.22.1 laat de verdeling van het brutoplusgewicht zien per dag. Uitgangspunt bij deze tabel is de dag van vertrek van een rit, onderverdeeld naar type vervoer. De tabel 3.22.2 laat de verdeling van het vervoerd gewicht over de kwartalen van 2019 zien.

3.22.1Vervoerd gewicht uitgesplitst naar dag van vertrek, 2019

Vrachtauto Vrachtauto met aanhanger Trekker met oplegger Speciaal voertuig Langere en zwaardere vrachtautocombinatie Totaal
x 1 000 ton
Dag van vertrek
Zondag 410 402 8 891 96 16,902 9 816
Maandag 23 515 8 317 100 372 2 437 36 134 677
Dinsdag 24 304 8 586 97 425 2 466 45 132 826
Woensdag 23 338 8 559 98 252 2 408 37 132 595
Donderdag 24 476 7 858 96 741 2 221 36 131 331
Vrijdag 22 639 7 573 92 625 2 228 25 125 090
Zaterdag 1 945 964 19 153 238 22 300
 
Totaal 120 627 42 259 513 458 12 093 197 688 634

Bij tabel 3.22.2 staat het kwartaal van vertrek van een rit centraal, en dan uitgedrukt in het brutoplusgewicht.

3.22.2Vervoerd gewicht uitgesplitst naar kwartaal van vertrek, 2019

Vrachtauto's1) Bestelauto's Totaal
bedrijfsvervoer eigen vervoer bedrijfsvervoer eigen vervoer
x1000 ton
Kwartaal van vertrek
Eerste kwartaal 134678 31152 707 13016 179553
Tweede kwartaal 148021 35807 600 13475 197904
Derde kwartaal 127405 33512 888 13172 174977
Vierde kwartaal 139747 38312 662 18300 197021
 
Totaal 549851 138783 2857 57962 749454

1)Onder de noemer vrachtauto’s vallen naast vrachtauto’s tevens vrachtauto’s met aanhangwagens, trekkers, trekkers met oplegger, speciale voertuigen en Langere en Zwaardere Vrachtautocombinaties (LZV’s).

3.23GEVI-gevaarlijke stoffen

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • GEVI

Het gevaarsidentificatienummer (GEVI) verwijst naar een getal dat aangeduid staat op de bovenste helft van een kemlerbord. Dit oranje kemlerbord is verplicht bij het vervoer van gevaarlijke goederen. In feite is de GEVI-gevaarlijke stoffen indeling een verfijning van de ADR-klasse (voor ADR-klasse zie paragraaf 3.21).

Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers geldt dat het VN-nummer wordt uitgevraagd in de CBS-wegvervoerenquête of wordt afgeleid aan de hand van de goederensoort indien bedrijven geen VN-nummer opgeven. Aan de hand van een koppeltabel is vervolgens het GEVI-nummer bepaald, zie bijlage III. De gegevens van buitenlandse voertuigen van deze variabele komen niet voort uit de D-tabellen van Eurostat. Voor de bestelauto’s is aangenomen dat er geen gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

Vanwege het omvangrijke aantal GEVI-gevaarlijke stoffen is er voor gekozen om in figuur 3.23.1 enkel de top-5 gevaarsidentificatienummers met het hoogste aandeel vervoerd gewicht weer te geven. De figuur is samengesteld op basis van het zendingenbestand.

3.23.1 Aandeel: belangrijkste gevaarlijke stoffen (GEVI), 2019
label waarde
30 brandbare vloeistof (vlampunt tussen 23 °C en 60 °C) 5599087
20 samengeperste/vloeibaar gemaakte gassen 2732688
90 milieugevaarlijke stof, diverse gevaarlijke stoffen 1282477
80 bijtende of zwak bijtende stof 1057752
overig 713410

3.24Laadplaats/losplaats volgens SMILE-indeling

In deze paragraaf worden de volgende variabelen uit het basisbestand toegelicht:

  • SMILE_LAD
  • SMILE_LOS

Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers geldt dat laad- en losplaatsen worden uitgevraagd in de CBS-wegvervoerenquête. Aan de laad- en losplaatsen wordt een NUTS-3 code toegekend. Aan de hand van een koppeltabel is vervolgens de SMILE-codering bepaald, zie bijlage IV.

Voor de buitenlandse voertuigen geldt dat laad- en losgegevens op het niveau van NUTS3 beschikbaar zijn in de D-tabellen van Eurostat. Aan de hand van de eerde genoemde koppeltabel is vervolgens de SMILE-codering bepaald. Ook voor de bestelauto’s zijn laad- en losplaatsen bepaald en is de SMILE-indeling beschikbaar. In figuur 3.24.1 wordt op basis van het zendingenbestand het geladen gewicht naar SMILE-zone weergegeven.

De kaart toont op basis van het zendingenbestanden het geladen gewicht naar SMILE-zone. In de regio Rotterdam werd het meeste gewicht geladen. 3. 2 4.1 < 0 – 3 500 000 3 500 001 – 10 000 000 10 000 001 – 25 000 000 25 000 001 – 35 000 000 35 000 001 – 75 000 000

3.25Transitolanden

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • TLAND (1 t/m 5)

Transitolanden zijn landen waar goederen door worden vervoerd zonder dat er gelost of geladen wordt. Transitolanden worden bepaald aan de hand van routeplanningssoftware en omdat de routeplanningssoftware in geval van transitolanden geen 100% correcte uitkomsten teruggeeft is er extra gaafmaakwerk verricht om de kwaliteit te verhogen (bijvoorbeeld: indien de laadlocatie bij een rit Nederland is, kan dit niet ook nog een transitoland bij die rit zijn).

De variabele transitolanden betreft een verplichte variabele voor Eurostat. Echter, de transitolanden zijn bij ritten niet allemaal vermeld in de D-tabellen. Wel bekend is of buitenlandse voertuigen tijdens ritten Nederland als transitoland hebben gehad (in de D-5 tabellen). Op basis van deze informatie is de doorvoer van buitenlandse voertuigen vastgesteld. De transitolanden van ritten van de overige buitenlandse voertuigen zijn bepaald op basis van NUTS-paartjes en optimale routes. Voor ritten van en naar het Verenigd Koninkrijk is de aanname gemaakt dat de route via Calais gaat, dus bij de laad- of losplaats in Nederland via de transitolanden België en Frankrijk. Niet aan Nederland gerelateerde ritten (waarbij er geen sprake is van een Nederlandse vervoerder én waarbij Nederland geen transitoland is) zijn niet opgenomen in de data.

Indien er meer dan vijf transitolanden zijn, worden de eerste twee transitolanden ná laden van de goederen en de laatste drie transitolanden vóór lossen van de goederen vermeld. Voor een select aantal ritten naar Frankrijk en naar het Verenigd Koninkrijk zijn voor bestelauto’s in de basisbestanden 2017 ook transitolanden zijn vastgesteld.

Het aantal ritten naar transitoland gedurende 2017 is gepresenteerd in figuur 3.25.1. De figuur is gebaseerd op het deelrittenbestand en het buitenlandersbestand.

De kaart toont het aantal ritten per land dat is doorkruist (transito). De landen die het meest doorkruist worden zijn Duitsland, België, en Frankrijk. 3.25.1 A a n t al r i t t e n per l a n d d a t i s d o o r kru i s t (t r a n s i t o), 2019 < 50 000 50 001 – 150 000 150 001 – 300 000 300 001 – 1 500 000 1 500 001 – 3 000 000 Geen t r ansitoland/ geen w aarneming

3.26Waarde vervoerde goederen in euro

In deze paragraaf wort de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • OWAARDE

De ‘waarde vervoerde goederen’ is de waarde van de vervoerde goederen in euro tegen handelsprijzen. De variabele komt voort uit de resultaten van het CBS-project ‘Integratie Handel en Transport’, waarin handelsstatistieken worden gekoppeld met vervoerstatistieken.

Deze variabele is via een model geschat. Het model wordt beschreven in het artikel ‘Integratie van internationale handels- en transportstromen; een nieuwe statistiek over internationale goederenstromen’ (De Blois, Alberda & Boonstra, 2013). De waarde-gewichtverhoudingen zijn vastgesteld op basis van handelsprijzen en dateren van het jaar 2018 en informatie over het brutogewicht uit de CBS-wegvervoerenquête. Door deze waarde-gewichtverhoudingen per gemiddeld per goederensoort te vermenigvuldigen met het bruto gewicht is de waarde van de goederen bepaald. Daar waar mogelijk gebeurt de vermenigvuldiging op het gedetailleerde GN8‑niveau (in totaal 8 944 verschillende goederensoorten). In de overige gevallen wordt NSTR4‑digit als uitgangspunt gebruikt. In enkele gevallen is ook NSTR4‑digit niet bekend. Voor deze goederensoorten is geaggregeerd naar NSTR2‑digit niveau.

8,6 euro per kg uitvoerde goederen NSTR 9 Buitenvorm Binnenvorm

De waarde-gewichtverhoudingen zijn gemaakt voor zowel de invoer en de uitvoer. Bij het internationaal vervoer waarbij de goederen in Nederland zijn geladen en in het buitenland worden gelost, zijn de waarde-gewichtverhoudingen behorende de uitvoer gehanteerd. Bij internationaal vervoer waarbij de goederen in het buitenland zijn geladen en gelost zijn in Nederland, zijn de waarde-gewichtverhoudingen behorende de invoer gehanteerd. Voor het binnenlands vervoer, cabotage en derde landen vervoer is het gemiddelde van de waarde-gewichtverhoudingen behorende bij de invoer én uitvoer gebruikt.

Voor deze variabele geldt dat er vanaf 2016 een trendbreuk (omhoog) optreedt. Sinds dit jaar zijn de waarde-gewichtsverhoudingen specifiek vastgesteld voor de modaliteit wegvervoer (voorheen alle modaliteiten). Omdat via de weg, vergeleken met de andere modaliteiten relatief hoogwaardigere goederen worden vervoerd liggen de waarde-gewichtsverhoudingen hoger, vanaf 2016 dan in de jaren er voor, zie tabel 3.26.1.

Het gewicht is uitgedrukt in brutogewicht, hetgeen resulteert in een waarde-brutogewicht factor (WBF) per goederensoort. Bijvoorbeeld: indien een bepaalde goederensoort een WBF heeft van 0,5 dan is de waarde van de goederensoort 500 euro per 1 000 kilogram. In bijlage V staan de WBF’s van alle goederensoorten op NSTR4‑digit niveau.

In NSTR-groep 99 zit zowel goud als onbekende goederen. Omdat niet alle goederen te coderen zijn (en dus als onbekend zijn geclassificeerd), wordt de waarde voor deze NSTR-groep overschat. Bij buitenlandse voertuigen is de waarde van goederen op basis van de NSTR-2 digit bepaald (en dus niet op de onderliggende niveaus GN8 en NSTR4). Omdat bij buitenlandse voertuigen de NSTR-groep relatief vaak onbekend is (NSTR = 99) – bij doorvoer wordt dit zelfs standaard aangehouden – wordt de waarde van goederen overschat. Voor de uitvoer geldt bij NSTR-groep 99 een omrekeningsfactor van €35,65. Voor de invoer is deze omrekeningsfactor €93,92. In de analyse van deze variabele (naar richting) bij de buitenlandse voertuigen dient hier rekening mee te worden gehouden.

3.26.1Waarde-brutogewicht factor (WBF) goederenwegvervoer NSTR1-digit, 2015

WBF invoer WBF uitvoer WBF Doorvoer/ binnenlands
NSTR1
0 Landbouwproducten; levende dieren 0,4 1,12 0,76
1 Voedingsproducten en veevoeder 0,99 1,31 1,15
2 Vaste minerale brandstoffen 0,06 0,08 0,07
3 Aardolie en aardolieproducten 0,36 0,41 0,39
4 Ertsen en metaalresiduen 0,28 0,59 0,44
5 Metalen, metalen halffabricaten 1,16 1,08 1,12
6 Ruwe mineralen; bouwmaterialen 0,05 0,08 0,07
7 Meststoffen 0,22 0,25 0,24
8 Chemische producten 1,31 1,69 1,5
9 Overige goederen en fabricaten 4,76 6,92 5,84

Bron:CBS

3.26.2Waarde vervoerde goederen t.o.v. brutoplusgewicht uitgesplitst naar NSTR1, 2019

Waarde Brutoplus gewicht
mln € % x 1 000 ton %
Richting
Binnenlands vervoer in Nederland 2261 804 78,8 558 806 81,1
Internationale afvoer Nederland 265 451 9,2 54 769 8,0
Internationale aanvoer Nederland 224 744 7,8 45 922 6,7
Doorvoer door Nederland zonder overlading 32 574 1,1 6 416 0,9
Overig 87 524 3,0 22 709 3,3
 
Totaal 2872 096 100,0 688 623 100,0

Voor de bestelauto’s is deze variabele ook volledig bepaald op basis van omrekeningsfactoren op NSTR-2 digits niveau.

Tabel 3.26.2 laat de waarde van de vervoerde goederen zien ten opzichte van het brutoplusgewicht, uitgesplitst naar de richting. Ter verduidelijking is tevens het aandeel van de richting van de waarde en het brutoplusgewicht weergegeven.

In tabel 3.26.3 wordt op NSTR 1 digit niveau de waarde en het gewicht van de goederen getoond.

3.26.3Waarde vervoerde goederen t.o.v. brutoplusgewicht uitgesplitst naar NSTR1, 2019

Waarde Brutoplus gewicht
mln € % x 1 000 ton %
NSTR1
0 Landbouwproducten; levende dieren 62 993 2,2 66 232 9,6
1 Voedingsproducten en veevoeder 226 347 7,9 130 637 19,0
2 Vaste minerale brandstoffen 220 0,0 1 844 0,3
3 Aardolie en aardolieproducten 20 568 0,7 18 493 2,7
4 Ertsen en metaalresiduen 3 132 0,1 5 874 0,9
5 Metalen, metalen halffabrikaten 39 655 1,4 14 662 2,1
6 Ruwe mineralen; bouwmaterialen 48 017 1,7 136 587 19,8
7 Meststoffen 6 569 0,2 31 753 4,6
8 Chemische producten 398 494 13,9 76 496 11,1
9 Overige goederen en fabrikaten 2066 215 71,9 206 057 29,9
 
Totaal 2872 210 100,0 688 634 100,0

In tabel 3.26.4 wordt op NST2007 2 digits niveau de waarde en het gewicht van de goederen getoond. Bij emballage en lege zeecontainers (vallend onder de NST2007 16) is de waarde van de goederen standaard 0.

3.26.4Waarde vervoerde goederen t.o.v. brutoplusgewicht uitgesplitst naar NSTR1, 2019

Waarde Brutoplus gewicht
mln € % x 1 000 ton %
NSTR1
01 Landbouw- en visserijproducten 62 942 2,2 61 840 9,0
02 Steenkool, bruinkool, ruwe aardolie en aardgas 75 0,0 416 0,1
03 Ertsen, turf en andere delfstoffen 15 068 0,5 93 678 13,6
04 Voeding- en genotmiddelen 226 528 7,9 130 979 19,0
05 Textiel(producten) en leder(waren) 58 439 2,0 5 158 0,7
06 Hout(waren), papier, pulp en drukwerk 47 157 1,6 24 263 3,5
07 Cokes en geraffineerde aardolieproducten 9 905 0,3 9 828 1,4
08 Chemicaliën, vezels, rubber en splijtstoffen 324 464 11,3 64 524 9,4
09 Overige niet-metaalhoudende minerale producten 92 431 3,2 75 350 10,9
10 Metalen en metaalproducten 71 807 2,5 22 626 3,3
11 Machines, apparaten, consumenten elektronica etc. 414 137 14,4 28 240 4,1
12 transportmiddelen 74 978 2,6 8 062 1,2
13 Meubelen en overige industrieproducten n.e.g. 23 990 0,8 3 574 0,5
14 Secundaire grondstoffen en afval 168 509 5,9 40 302 5,9
15 Brieven en pakketten 134 010 4,7 3 964 0,6
16 Uitrusting voor het vervoer van goederen 28 238 1,0 37 292 5,4
17 Verhuisgoederen; bagage; niet-markt goederen 885 0,0 754 0,1
18 Groepage goederen 903 916 31,5 65 934 9,6
19 Niet identificeerbare goederen 214 731 7,5 11 849 1,7
20 Overige goederen 0 0,0 0 0,0
 
Totaal 2872 210 100,0 688 634 100,0

3.27Asconfiguratie

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • ASCONF

De asconfiguratie staat voor het totale aantal assen van een wegvoertuig of een combinatie van voertuigen en de plaatsing van deze assen. De variabele ‘asconfiguratie’ is samengesteld op basis van kentekeninformatie uit het RDW-bestand. Per kenteken is het aantal (hef)assen en de maximale aslast per as beschikbaar. De asconfiguratie bestaat uit 3 cijfers, te weten:

  • Het eerste cijfer van de asconfiguratie heeft betrekking op het type voertuig (zie paragraaf 3.6).
  • Het tweede cijfer van de asconfiguratie bevat informatie over het maximaal aantal assen (inclusief hefassen) van het trekkende motorvoertuig.
  • Het derde cijfer van de asconfiguratie geeft het maximaal aantal assen van de aanhanger/oplegger (inclusief hefassen) weer.

Aanhangers/opleggers worden afgeleid (zie kader 3.6.1). Op basis van uitkomsten van een analyse van wel bekende opleggers is het aantal assen geschat (zie tabel 3.27.1).

3.27.1Schatting van het aantal assen op basis van laadvermogen

Aantal assen
Laadvermogen
Tot en met 10 ton 1
10–20 ton 2
20–30 ton 3
30–40 ton 4
40–50 ton 5
50–60 ton 6
Meer dan 60 ton 8

Voor de bestelauto’s geldt dat de asconfiguratie standaard 420 is. De D-tabellen bevatten geen informatie over de asconfiguratie. Om die reden is het buitenlanders-bestand als volgt gevuld (9=onbekend):

  • Vrachtauto = 190
  • Vrachtauto met aanhangwagen = 299
  • Trekker met oplegger = 399
  • Trekker solo = 590

In de onderstaande figuren is het aandeel van het aantal assen weergegeven per type voertuig in procenten. In figuur 3.27.2 is het aandeel van de asconfiguratie getoond van het voertuigtype ‘Trekker met oplegger’ en van het voertuigtype ‘Vrachtauto met aanhangwagen’. De figuur is samengesteld op basis van het deelrittenbestand.

3.27.2 Aandeel deelritten naar aantal assen wegvoertuig, 2019
label vrachtauto trekker voor oplegger
3 70,0 16,8
4 22,8 5,6
5 6,7 76,9
6 of meer 0,5 0,8

3.28Dag van de lading

Bij de basisbestanden 2019, net als bij de basisbestanden 2011 en 2014–2018, is de variabele ‘dag van de lading’ niet toegevoegd aan de bestanden. Wel is de dag van vertrek bekend. Tabel 3.22.1 toont de verdeling van het brutoplusgewicht per dag. Uitgangspunt bij deze tabel is de dag van vertrek van een rit en het detailniveau is het type vervoer.

3.29Euronorm

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • EURONORM

Om de emissie van verontreinigende stoffen door het wegverkeer terug te dringen, zijn door de EU normen vastgesteld waaraan voertuigen moeten voldoen. Hoe hoger de normering, hoe recenter het voertuig op de markt is gekomen en hoe minder vervuilend het voertuig is voor het milieu.

Voor Nederlandse vrachtauto’s en trekkers geldt dat de Euronorm is samengesteld op basis van kentekeninformatie uit het RDW-bestand. Omdat deze variabele ruim 80 procent gevuld was, is de ontbrekende informatie geschat op basis van de datum van de eerste toelating tot het verkeer, zie tabel 3.29.2. Voor bestelauto’s is de Euronorm in het basisbestand 2016 voor het eerst bepaald. Hiervan is het grootste deel, 69 procent, afgeleid op basis van bouwjaar (zie tabel 3.29.3).

Voor de buitenlandse voertuigen zijn geen gegevens met betrekking tot de Euronorm beschikbaar, maar wel de volgende drie leeftijdscategorieën: 0–3 jaar, 4–7 jaar en 8 jaar en ouder. Voor het bepalen van de Euronorm is een matrix gemaakt van de euronormen op basis van RDW-data van de Nederlandse vrachtvoertuigen binnen deze bouwjaarklassen. Via een random verdeling is de Euronorm bij buitenlandse voertuigen toegekend (zie in tabel 3.29.1 een voorbeeldverdeling bij voertuigtype 1 (=vrachtauto),0–3 jaar).

70% van de vrachtautokilometers met Euro 6 motor Buitenvorm Binnenvorm

3.29.1Aandeel Nederlands vrachtauto’s; 0-3 jaar

Leeftijd in jaren Aandeel voertuigen NL
Leeftijdscategorie
0–3 0 3,8
0–3 1 23
0–3 2 38,2
0–3 3 35

Bron:Belastingdienst

3.29.2Euroklasse indeling vrachtauto’s

Datum 1e toelating
Euroklasse
0 < 01-07-1992
1 01-07-1992 tot 01-10-1995
2 01-10-1995 tot 01-10-2000
3 01-10-2000 tot 01-10-2005
4 01-10-2005 tot 01-10-2008
5 01-10-2008 tot 01-01-2013
6 > 01-01-2013

Bron:Belastingdienst

3.29.3Euroklasse indeling bestelauto’s

Datum 1e toelating
Euroklasse
0 < 01-10-1993
1 01-10-1993 tot 31-12-1996
2 01-01-1997 tot 31-12-1999
3 01-01-2000 tot 31-12-2004
4 01-01-2005 tot 31-08-2008
5 01-09-2009 tot 31-08-2015
6 > 01-09-2015

Bron:Belastingdienst

De verdeling van euronormen van Nederlandse vrachtauto’s en trekkers naar voertuigkilometers is weergegeven in tabel 3.29.4. Als detailniveau is de richting genomen. Ter verduidelijking is in de tabel tevens het percentage weergegeven van de euronormen per richting. Voor het maken van de tabel is het rittenbestand gebruikt.

3.29.4Voertuigkilometers uitgesplitst naar euronorm, 2019

Binnenlands vervoer in Nederland Internationale afvoer Nederland Internationale aanvoer Nederland Doorvoer door Nederland zonder overlading Overig Totaal
x mln % x mln % x mln % x mln % x mln % x mln %
Euronorm
Euronorm 0 3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 3 0,0
Euronorm 1 50 0,1 0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 51 0,1
Euronorm 2 664 0,9 13 0,3 12 0,3 0,0 0,0 0,5 0,0 689 0,8
Euronorm 3 3 117 4,3 97 2,1 100 2,2 3 0,7 21 0,8 3 339 4,0
Euronorm 4 2 560 3,6 59 1,2 57 1,3 2 0,6 49 1,9 2 728 3,2
Euronorm 5 22 634 31,5 1 133 24,0 1 081 23,9 94 23,4 546 20,9 25 488 30,3
Euronorm 6 42 879 59,6 3 426 72,5 3 279 72,4 302 75,3 1 998 76,4 51 885 61,6
 
Totaal 71 908 100 4 729 100 4 529 100 401 100 2 615 100 84 182 100

3.30Stofcategorie

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • STOFCAT

Bij een risicoanalyse vervoer van gevaarlijke stoffen maar Rijkswaterstaat gebruik van stofcategorieën:

  • LF (1 of 2) – brandbare vloeistoffen
  • LT (1 t/m 6) – toxische vloeistoffen
  • GF (0 t/m 3) – brandbare gassen
  • GT (0 t/m 5) – toxische gassen
  • GP – speciale stofcategorie ten behoeve van tunnels
  • NR, GNR, LNR, SNR – (voor de externe veiligheid) niet relevante stoffen
  • SF – brandbare vaste stoffen
  • STW en LTW – vaste en vloeibare stoffen die in aanraking met water toxische stoffen produceren
  • SFW en LFW – vaste en vloeibare stoffen die in aanraking met water brandbare stoffen produceren

De stofcategorie wordt bepaald aan de hand van een koppeltabel: combinatie GEVI en VN-nummer. Zie in tabel 3.30.1 een overzicht van de LT3 en bijbehorende GEVI en VN-nummers.

3.30.1Voorbeeld koppeling stofcategorie-VN-nummer-Gevi

VN-nummer Gevi
Stofcategorie
LT3 1 744 886
LT3 1 786 886
LT3 1 790 886
LT3 1 829 886
LT3 1 889 886
LT3 1 052 886

De stofcategorie is sinds 2015 ook toegevoegd aan het (deel)rittenbestand. Een (deel)rit krijgt de stofcategorie toegekend (gemeten in vervoerd gewicht) van de belangrijkste zending van die rit.

3.31Extra variabelen bestelauto’s

In deze paragraaf wordt de volgende variabele uit het basisbestand toegelicht:

  • Heen_Terug
  • Kenmerk

Lengte_Cat

Er wordt een type bestelauto (kenmerk) bepaald, namelijk of de bestelauto is ingezet voor bouw, service, goederenvervoer of voor het brengen/ophalen van post en pakketten (post en koeriers). De categorie bouw is, vergeleken met de basisbestand 2015 en 2015, als categorie toegevoegd vanaf het basisbestand 2016 (en ook in de uitvraag bij bedrijven met bestelauto’s).

Elke rit van een bestelauto wordt gesplitst in deelritten. De laatste deelrit (terug naar de standplaats) van elke rit wordt getypeerd als terug, de overige deelritten als heen, zie paragraaf 2.2.2 voor de methodebeschrijving.

Nieuw in het basisbestand bestelauto’s, op verzoek van Rijkswaterstaat, is de variabele: lengte categorie opgenomen (Lengte_Cat), met 2 categorieën >560 cm en ≤560 cm. De lengte van bestelauto’s is voor een beperkt deel gevuld (35 procent) in het RDW. Aan de hand van merkcode en voertuigtype is nog 55 procent opgezocht op diverse internetsites. Het restant is verdeeld aan de hand van Maximale Massa voertuig (vanwege een hoge correlatie met de lengte van het voertuig). Van alle bestelauto’s >560 cm had 89 procent een Maximale Massa voertuig van >3 199 kg en 92 procent van de bestelauto’s ≤560 cm had een Maximale Massa voertuig van <3 200 kg.

16% ritten bestelauto's met een lengte >5,6 meter Buitenvorm Binnenvorm

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/'17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/'05-2016/'17 oogstjaar enz., 2004/'05 tot en met 2016/'17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Projectmedewerkers

Maurice Beckers

Math Hamers

Mathijs Jacobs

Paul Ras

Wilfred Zentjens

Medewerkers publicatie

Erwin Vermeulen

Mathijs Jacobs

Daarnaast is er extra correctiewerk verricht op het micromateriaal door de productiemedewerkers van het team wegvervoer.