Inleiding
1.1Aanleiding en doel van het onderzoek
Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving (WVL) heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek de opdracht gegeven voor het samenstellen van basisbestanden over het goederenwegvervoer voor de statistiekjaren 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019.
De basisbestanden vormen de input voor verkeers- en vervoersmodellen, die een belangrijke rol spelen in beleidsvorming. Maatregelen die verkeer en vervoer beïnvloeden, zoals de aanleg van infrastructuur of vormen van beprijzing, worden vrijwel altijd afgewogen door het in kaart brengen van de effecten van deze maatregelen met modellen. De modellen moeten voortdurend worden aangepast aan de hand van nieuwe inzichten en (technische) mogelijkheden. Behalve bij verkeers- en vervoersmodellen worden de basisbestanden ook gebruikt bij tal van andere specifieke studies en onderzoeken, bijvoorbeeld in het kader van MIRT-verkenningen.
In de afgelopen dertig jaar zijn er voor diverse jaren basisbestanden goederenvervoer (BBGV) aangemaakt: 1986, 1992, 1998, 2004, 2011 en in de periode 2014–2019. De BBGV’s zijn omvangrijk en complex. De basisbestanden goederenwegvervoer zijn slechts één onderdeel van de BBGV. Zo bestaan er naast die van het goederenwegvervoer ook BBGV’s voor de binnenvaart en spoor. Voor 1998 werden de bestanden van deze modaliteiten aangevuld met zeevaart en pijpleiding als onderdeel van een transportketenbestand. Dit rapport richt zich uitsluitend op de modaliteit wegvervoer.
In 2019 heeft CBS voor het statistiekjaar 2018 gedetailleerde wegvervoer-bestanden ter beschikking besteld voor het produceren van een basisbestand goederenwegvervoer. Het werken met verouderde basisdata leidt tot minder betrouwbare uitkomsten van de modellen en analyses. Vanuit dit oogpunt zijn actuele en betrouwbare basisbestanden essentieel.
Het doel van de opdracht is de actualisatie van het basisbestand wegvervoer 2018. Dit doel sluit naadloos aan bij de missie van het Centraal Bureau voor de Statistiek om betrouwbare en samenhangende statistische informatie te publiceren, die inspeelt op de behoefte van de samenleving. Het resultaat is een set wegvervoerbestanden van het basisjaar 2019. Deze set is gelijk aan die van het statistiekjaar 2018. Ook de gehanteerde methoden zijn gelijk aan die van de basisbestanden 2018. Vanaf 2018 zijn de bestelauto’s (ten opzichte van 2016) wel met een verbeterde vragenlijst, en voor het beroepsvervoer een (iets) hogere steekproef waargenomen (zie paragraaf 2.1.2).
1.2Opzet van het onderzoek
Het doel van de statistiek van het wegvervoer is het samenstellen van overzichten (per kwartaal) met informatie over het binnenlandse en internationale goederenvervoer over de weg. Deze informatie wordt gespecificeerd naar aantal ritten, afgelegde afstand, vervoerd gewicht en vervoersprestatie (ladingtonkilometers). De goederenstromen worden uitgesplitst naar goederensoort en naar landen en regio’s van lading en lossing. Daarnaast wordt er onderscheid gemaakt tussen beroepsvervoer (vervoer van goederen tegen betaling voor rekening van derden) en eigen vervoer (het vervoer van goederen voor eigen rekening).
Met het basisbestand kan het verkeer en vervoer over de weg binnen Nederland – maar ook van en naar Nederland – door zowel Nederlandse als buitenlandse voertuigen worden beschreven. Het basisbestand goederenwegvervoer bestaat uit informatie over voertuig-, rit-, en zendingsgegevens voor het statistiekjaar 2019. Om kwalitatief goede basisbestanden te leveren zijn de bestanden op gedetailleerd niveau gecontroleerd en geanonimiseerd. Met anonimiseren wordt bedoeld dat alle informatie die herleidbaar is naar persoonsgegevens (zoals kentekens en bedrijfsinformatie) niet in de basisbestanden worden getoond.
CBS hanteert bij het analyseren en corrigeren van de goederenwegvervoercijfers normaliter een top-down benadering, waarbij eerst wordt gekeken of de cijfers op macroniveau van de gewenste kwaliteit zijn. Wanneer nodig wordt er verder ingezoomd. Bij de basisbestanden goederenwegvervoer 2019 is het echter van belang dat alle data van voldoende kwaliteit zijn. Om die reden is het noodzakelijk om extra gaafmaakwerk en modelmatige verbeteringen toe te passen bij de huidige waarneming.
Een uitgebreide beschrijving en verantwoording van de onderzoeksresultaten is weergegeven in hoofdstuk 2 ‘Beschrijving van het onderzoek’.
1.3Leeswijzer
Deze rapportage omtrent de basisbestanden goederenwegvervoer 2019 bestaat uit drie delen.
In het eerste deel staat de gehanteerde methodologie centraal. De onderzoeksmethode, populatie-, steekproef- en responsgegevens zijn beschreven in hoofdstuk 2. Tevens is weergegeven hoe de resultaten van de uitkomsten kunnen worden geïnterpreteerd. In hoofdstuk 2 is bovendien inzichtelijk gemaakt hoe de verschillende bestanden zijn ingedeeld en hoe deze bestanden zich onderling verhouden. De kwaliteit van de uitkomsten komt aan de orde en er zal een overzicht worden gegeven van de verschillen (in waarneming en (steekproefmethoden)) tussen de basisbestanden vanaf 2014 met die van de basisbestanden 2011, omdat er in 2013 een trendbreuk heeft plaatsgevonden vanwege wijzigingen in methodologie en uitvraagstrategie. Het hoofdstuk eindigt met een overzicht van de door WVL gewenste basisbestanden wegvervoer en een uitgebreide recordomschrijving van de uiteindelijk geleverde eindbestanden.
Het tweede deel van dit rapport richt zich op de variabelen van de basisbestanden. In hoofdstuk 3 worden de werkzaamheden gepresenteerd die zijn uitgevoerd om de basisbestanden te construeren. Tevens zijn diverse tabellen opgenomen om de analyses en resultaten inzichtelijk te maken. Er is naar gestreefd om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de werkwijze en methoden die gebruikt zijn bij het maken van de vorige edities van het basisbestand omwille van de consistentie van de cijfers. Hierdoor kunnen trendbreuken zo veel mogelijk worden voorkomen. Echter door een verbeterde waarneming en verbeterde methoden is er op een aantal vlakken wel sprake van een breuk tussen de basisbestanden vanaf 2014 met de vorige edities. In hoofdstuk 3 worden de afzonderlijke variabelen beschreven, inclusief tabellen en grafieken.
Het derde, en laatste, deel bestaat uit diverse bijlages waarin extra achtergrondinformatie over diverse variabelen is opgenomen. Deze bijlages zijn terug te vinden in hoofdstuk 4.
Aan het einde van het rapport is tevens een begrippenlijst toegevoegd waarin gehanteerde afkortingen en begrippen nader worden toegelicht.