Oekraïners in Nederland
Veel Oekraïners ontvluchtten hun land na de Russische invasie eind februari 2022. Zij kunnen in Nederland bescherming krijgen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) van de Europese Unie.noot1 Een aanvraag voor verblijf onder deze richtlijn verloopt anders dan een reguliere asielaanvraag. Iemand uit Oekraïne gaat niet langs het aanmeldcentrum in Ter Apel, maar schrijft zich in bij een gemeente en doet de asielaanvraag via een speciaal formulier bij de IND. De richtlijn biedt ook andere rechten, bijvoorbeeld het recht om meteen te werken in Nederland zonder een tewerkstellingsvergunning. Omdat de aanvraag voor verblijf voor Oekraïense vluchtelingen anders verloopt, zijn zij in een apart hoofdstuk beschreven, net als in twee eerdere edities.
In dit hoofdstuk worden de instroom en kenmerken van vluchtelingen uit Oekraïne beschreven na hun aankomst in Nederland. Hoeveel Oekraïense vluchtelingen er in Nederland zijn komt uit cijfers van de IND. In de cijfers zitten Oekraïense vluchtelingen die na 24 februari 2022 aankwamen in Nederland en die een verblijfsbewijs kregen onder de RTB. Het gaat om mensen met de Oekraïense nationaliteit, maar ook niet-Oekraïense mensen die in Oekraïne woonden. Zij worden ook wel derdelanders genoemd. Sinds juli 2022 worden er geen nieuwe verblijfsbewijzen onder de RTB meer toegekend aan vluchtelingen die niet de Oekraïense nationaliteit hebben en een tijdelijke reguliere verblijfsvergunning in Oekraïne hebben. Vluchtelingen met een permanente verblijfsstatus of een status op basis van internationale bescherming in Oekraïne kunnen nog wel onder de RTB vallen, waardoor er personen met niet-Oekraïense nationaliteit blijven instromen na juli 2022. Derdelanders die vóór die datum een RTB-verblijfsbewijs hebben gekregen, genieten vooralsnog bescherming onder de RTB. Dit heeft te maken met een bevriezingsmaatregel ten aanzien van het beëindigen van de tijdelijke bescherming. Het Europese Hof van Justitie oordeelde in 2025 dat de bevriezingsmaatregel mocht worden opgeheven. De Raad van State heeft deze uitspraak bevestigd waardoor deze maatregel met ingang van 4 september 2025 is opgeheven.noot2 Net als de andere populaties in deze rapportage, worden de Oekraïners vanaf deze editie in cohorten verdeeld. Cohorten zijn gebaseerd op het jaar waarin iemand de status tijdelijke bescherming kreeg, het moment van vestiging in Nederland. Vanwege de grote instroom in 2022 en de behoefte om de eerste golf van ontheemden apart te kunnen bekijken, is cohort 2022 opgesplitst in een eerste en tweede helft. Net als in de andere hoofdstukken, worden aantallen steeds berekend op basis van het totale aantal in het originele cohort. Een deel van deze groep kan inmiddels uit Nederland zijn vertrokken of zijn overleden.
4.1Vestiging in Nederland
Meer vrouwen dan mannen
Van 24 februari 2022 tot en met juni 2025 schreven 182 duizend vluchtelingen uit Oekraïne zich in een Nederlandse gemeente in na het krijgen van het verblijfsbewijs tijdelijke bescherming. Hierbij gaat het om 175 duizend mensen met de Oekraïense nationaliteit en 7 duizend met een niet-Oekraïense nationaliteit. Iets meer dan 42 procent van alle vluchtelingen uit Oekraïne (77 duizend) vestigde zich in de eerste helft van 2022 in Nederland. In de periode daarna nam de instroom vrij snel af: in de tweede helft van 2022 stroomden 32 duizend Oekraïense vluchtelingen in. In het hele jaar 2023 schreven ruim 35 duizend vluchtelingen uit Oekraïne zich in een Nederlandse gemeente in. Deze instroom is nog verder gedaald naar 26 duizend in 2024. In het eerste halfjaar van 2025 vestigden bijna 11 duizend vluchtelingen uit Oekraïne zich in Nederland.
Inmiddels heeft een substantieel deel van de Oekraïense vluchtelingen Nederland weer verlaten. Op 1 juli 2025 woonden er nog bijna 129 duizend Oekraïense vluchtelingen in Nederland. Oekraïense mannen tussen de 18 en 60 jaar oud mogen Oekraïne niet verlaten omdat zij beschikbaar moeten zijn voor het leger. Tot april 2024 mobiliseerde Oekraïne alle mannen tussen 27 en 60 jaar oud.noot3 Tot en met juni 2022 was ongeveer 65 procent van de Oekraïense vluchtelingen in Nederland vrouw, naderhand zakte dit aandeel tussen de 56 en 60 procent in de overige vier cohorten. Bijna de helft van de mannelijke vluchtelingen die in de eerste fase van de oorlog tot en met juni 2022 naar Nederland kwam was jonger dan 20 jaar. In de tweede helft van 2022 vermindert het aandeel jongeren onder de mannen en ligt het zwaartepunt (46 procent) bij de 20 tot 40‑jarigen. In 2024 en de eerste helft van 2025 zitten relatief veel mannen in de leeftijdsgroep 15–20 jaar (rond 16 procent). Vrouwen die in de eerste helft van 2022 naar Nederland kwamen zitten relatief vaker in de leeftijdsgroep 35–40 jaar: 1 op de 8 vrouwen valt in deze periode in deze leeftijdscategorie. In latere cohorten verschuift deze piek naar de leeftijdsgroep 20–25 jaar: in de eerste helft van 2025 valt 1 op de 7 vrouwen in deze leeftijdscategorie.
| Cohort | Oekraïense mannen | Oekraïense vrouwen | Overige nationaliteiten mannen | Overige nationaliteiten vrouwen |
|---|---|---|---|---|
| Eerste helft 2022 | 23180 | 48480 | 4035 | 1240 |
| Tweede helft 2022 | 12795 | 18155 | 1200 | 360 |
| 2023 | 14985 | 20155 | 220 | 95 |
| 2024 | 11450 | 14845 | 70 | 35 |
| Eerste helft 2025 | 4355 | 6155 | 20 | . |
| Mannen, eerste helft 2022 | Vrouwen, eerste helft 2022 | Mannen, 2023 | Vrouwen, 2023 | Mannen, eerste helft 2025 | Vrouwen, eerste helft 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 80 jaar en ouder | -0,2 | 0,5 | -0,1 | 0,3 | . | 0,1 |
| 75 tot 80 jaar | -0,2 | 0,5 | -0,1 | 0,3 | . | 0,4 |
| 70 tot 75 jaar | -0,4 | 1,1 | -0,3 | 0,8 | -0,3 | 0,6 |
| 65 tot 70 jaar | -0,7 | 1,7 | -0,5 | 1,2 | -0,4 | 0,8 |
| 60 tot 65 jaar | -1,1 | 2,4 | -1,2 | 1,7 | -1,1 | 1,2 |
| 55 tot 60 jaar | -0,5 | 2,5 | -0,8 | 2,5 | -0,7 | 2,1 |
| 50 tot 55 jaar | -0,8 | 3,1 | -1,7 | 4,0 | -1,5 | 4,2 |
| 45 tot 50 jaar | -1,4 | 4,4 | -2,7 | 5,7 | -2,4 | 5,8 |
| 40 tot 45 jaar | -2,0 | 5,9 | -3,8 | 6,0 | -3,7 | 7,0 |
| 35 tot 40 jaar | -2,7 | 7,8 | -4,7 | 5,5 | -4,0 | 6,3 |
| 30 tot 35 jaar | -2,7 | 6,6 | -4,3 | 4,9 | -4,0 | 4,9 |
| 25 tot 30 jaar | -3,1 | 5,3 | -4,8 | 5,3 | -4,6 | 5,5 |
| 20 tot 25 jaar | -2,8 | 5,1 | -4,4 | 7,2 | -4,7 | 8,2 |
| 15 tot 20 jaar | -3,5 | 4,7 | -5,9 | 4,7 | -6,5 | 4,8 |
| 10 tot 15 jaar | -5,1 | 4,9 | -2,7 | 2,4 | -2,1 | 2,0 |
| 5 tot 10 jaar | -4,9 | 4,9 | -2,2 | 2,2 | -1,8 | 1,6 |
| 0 tot 5 jaar | -3,6 | 3,4 | -2,7 | 2,4 | -3,7 | 3,0 |
4.2Verblijfssituatie
Bijna 29 procent van Oekraïners is voor 1 juli 2025 uit Nederland vertrokken
Van de 182 duizend Oekraïense vluchtelingen die sinds 24 februari 2022 naar Nederland kwamen, woonden iets meer dan 129 duizend op 1 juli 2025 nog in Nederland. Ongeveer 750 vluchtelingen die sinds het begin van de oorlog naar Nederland zijn gekomen verbleven op 1 juli 2025 in een opvanglocatie van COA en 600 vluchtelingen waren inmiddels overleden. Bijna 29 procent van alle Oekraïense vluchtelingen was voor 1 juli 2025 weer uit Nederland vertrokken. Gekeken naar alle cohorten samen, was ongeveer 13 procent van de Oekraïense vluchtelingen binnen een half jaar na vestiging in Nederland weer vertrokken, na een jaar was dat ongeveer 22 procent.
| verblijfsduur in Nederland in maanden | Eerste helft 2022 | Tweede helft 2022 | 2023 | 2024 | Eerste helft 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 0,6 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,7 |
| 2 | 2,7 | 2,6 | 2,3 | 2,4 | 2,8 |
| 3 | 5,9 | 5,1 | 4,9 | 5,3 | 6,0 |
| 4 | 8,9 | 7,4 | 7,5 | 8,1 | . |
| 5 | 11,7 | 9,4 | 10,0 | 10,9 | . |
| 6 | 14,4 | 11,2 | 12,2 | 13,0 | . |
| 7 | 16,6 | 13,0 | 14,0 | . | . |
| 8 | 18,5 | 14,5 | 15,4 | . | . |
| 9 | 20,0 | 15,8 | 16,8 | . | . |
| 10 | 21,4 | 17,0 | 17,9 | . | . |
| 11 | 22,6 | 18,1 | 18,9 | . | . |
| 12 | 23,9 | 18,9 | 19,7 | . | . |
| 13 | 24,9 | 19,6 | 20,3 | . | . |
| 14 | 26,0 | 20,3 | 20,8 | . | . |
| 15 | 27,0 | 21,1 | 21,4 | . | . |
| 16 | 27,9 | 21,7 | 22,1 | . | . |
| 17 | 28,9 | 22,3 | 22,7 | . | . |
| 18 | 29,6 | 22,8 | 23,3 | . | . |
| 19 | 30,4 | 23,3 | . | . | . |
| 20 | 30,9 | 23,8 | . | . | . |
| 21 | 31,4 | 24,4 | . | . | . |
| 22 | 31,9 | 24,9 | . | . | . |
| 23 | 32,4 | 25,3 | . | . | . |
| 24 | 32,9 | 25,8 | . | . | . |
| 25 | 33,2 | 26,2 | . | . | . |
| 26 | 33,5 | 26,6 | . | . | . |
| 27 | 33,8 | 27,0 | . | . | . |
| 28 | 34,0 | 27,3 | . | . | . |
| 29 | 34,4 | 27,7 | . | . | . |
| 30 | 34,7 | 27,9 | . | . | . |
| 31 | 35,0 | . | . | . | . |
| 32 | 35,3 | . | . | . | . |
| 33 | 35,5 | . | . | . | . |
| 34 | 35,7 | . | . | . | . |
| 35 | 35,8 | . | . | . | . |
| 36 | 36,0 | . | . | . | . |
4.3Huishoudenssamenstelling
Vooral alleenstaanden en thuiswonende kinderen
Tussen het eerste cohort Oekraïners (mensen die tussen 24 februari 2022 en 1 juli 2022 naar Nederland kwamen) en het tweede cohort (de tweede helft van 2022) zijn verschillen in de huishoudenssamenstelling. Zo was in de eerste helft van 2022 36 procent van de vluchtelingen alleenstaand. In de tweede helft van 2022 is dit 49 procent. Dit aandeel neemt vanaf cohort 2023 licht toe. In de eerste helft van 2025 was 61 procent van de vluchtelingen alleenstaand. De groep thuiswonende kinderen is in verhouding afgenomen. Deze groep vormde in de eerste helft van 2022 meer dan een kwart van alle vluchtelingen uit Oekraïne. In de eerste helft van 2025 daalde dit naar 15 procent. Onder de groep ouder in een eenouderhuishouden is ook een daling te zien. In de eerste helft van 2022 vormde deze groep 13 procent, en in de eerste helft van 2025 nog 4 procent. Ook zijn er in verhouding minder overige gezinsleden, zoals grootouders. Deze groep vormde in de eerste helft van 2022 nog 12 procent van alle vluchtelingen uit Oekraïne. In de eerste helft van 2025 was dit 6 procent.
Vergeleken met derdelandersnoot4, komen Oekraïners minder vaak als alleenstaande naar Nederland (45 procent tegen 67 procent), vaker als thuiswonend kind (22 procent tegen 4 procent) en wat vaker als ouder in een eenouderhuishouden (9 procent tegen 2 procent). Bijna 10 procent van de Oekraïners is een overig lid in het huishouden. Dat zijn bijvoorbeeld grootouders of ooms en tantes. Dit is ongeveer hetzelfde aandeel als bij derdelanders.
Tijdens hun verblijf in Nederland verschuift de huishoudenspositie van Oekraïense vluchtelingen een beetje. Twaalf maanden na vestiging in Nederland zijn er minder alleenstaanden (39 procent bij de Oekraïners en 64 procent bij de derdelanders) en iets meer partners in een paar, vooral met kinderen (13 procent voor beide populaties).
| Groep | Alleenstaande | Thuiswonend kind | Partner in paar met kinderen | Partner in paar zonder kinderen | Ouder in eenouderhuishouden | Overig lid huishouden |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Oekraïens (1 maand na vestiging) | 45,0 | 21,7 | 8,4 | 6,6 | 9,2 | 9,1 |
| Oekraïens (12 maanden na vestiging) | 38,6 | 23,9 | 12,6 | 9,1 | 9,3 | 6,5 |
| Overige nationaliteiten (1 maand na vestiging) | 67,1 | 3,9 | 9,2 | 7,0 | 1,8 | 10,8 |
| Overige nationaliteiten (12 maanden na vestiging) | 64,2 | 4,3 | 12,6 | 10,4 | 1,7 | 6,9 |
4.4Werk
Na vier maanden in Nederland werkt bijna de helft
Vluchtelingen uit Oekraïne met een verblijfsbewijs onder de RTB mogen direct werken.noot5 Ze hoeven niet te wachten op een tewerkstellingsvergunning. Vier maanden na het krijgen van het verblijfsbewijs is 47 procent van het originele cohort vluchtelingen uit Oekraïne werkzaam als werknemer: 46 procent van de mensen met een Oekraïense nationaliteit en 64 procent van de derdelanders (of 50 en 67 procent van Oekraïners en derdelanders, respectievelijk, die op peilmoment nog in Nederland verblijven). In vergelijking met de reguliere statushouders werken Oekraïners veel vaker als werknemer. Oekraïense vluchtelingen uit het eerste cohort zijn na vier maanden minder vaak werknemer dan de overige vier cohorten. Van de personen uit het cohort van de eerste helft van 2022 werkt 42 procent na vier maanden tegenover 50 procent en meer van de andere cohorten.
Na een verblijf van zes maanden in Nederland werkt bijna de helft (47 procent) van de werkende Oekraïners voltijd. Dit percentage is, net als de andere cijfers in deze alinea, alleen berekend over Oekraïners die op peilmoment nog in Nederland verblijven. De meeste Oekraïense vluchtelingen werken in de uitzendbranche (52 procent) of de horeca (14 procent), net als reguliere statushouders. Na verblijf van een halfjaar werkt 27 procent als werknemer, de rest werkt als oproepkracht (26 procent) of uitzendkracht (47 procent). Tijdens het verblijf in Nederland werken steeds meer Oekraïners als werknemer: na twee jaar is dat 44 procent. Op hetzelfde moment werken er minder als uitzendkracht (33 procent na twee jaar). Na zes maanden heeft bijna een derde van de vluchtelingen met een baan als werknemer meer dan 1 baan. Na twee jaar geldt dat voor twee derde van deze groep Oekraïners. Na zes maanden is het uurloon voor bijna de helft van de werkende Oekraïners 15 euro of meer en 9 procent verdient 19 euro of meer. Na twee jaar verdient 91 procent van de Oekraïense vluchtelingen 15 euro of meer en voor 20 procent is het uurloon 19 euro of hoger. Uit eerder onderzoek blijkt dat het gemiddelde loon van Oekraïense werknemers lager is dan het loon van andere groepen werknemers, zoals statushouders en Oost-Europese migranten (Otten et al., 2025), ook wanneer het gecorrigeerd is voor sector, bedrijfs- en persoonskenmerken. Vluchtelingen uit Oekraïne die niet werken krijgen leefgeld in plaats van een bijstandsuitkering.
| aantal maanden na vestiging | Oekraïens | Overige nationaliteiten | Totaal |
|---|---|---|---|
| 1 | 21,8 | 16,3 | 21,5 |
| 4 | 45,8 | 63,9 | 46,8 |
| 7 | 45,6 | 61,1 | 46,7 |
| 10 | 45,7 | 51,0 | 46,1 |
| 13 | 46,6 | 52,2 | 47,0 |
| 16 | 46,1 | 46,9 | 46,2 |
| 19 | 43,7 | 42,6 | 43,6 |
| 22 | 43,1 | 33,6 | 42,3 |
| 25 | 43,7 | 34,6 | 42,9 |
| 28 | 43,4 | 38,5 | 43,0 |
| 31 | 39,7 | 37,9 | 39,5 |
| 34 | 38,9 | 35,2 | 38,5 |
4.5Vestigingsgemeente
Oekraïners wonen verspreid over Nederland
Net als de reguliere statushouders wonen Oekraïners verspreid over Nederland. De meeste Oekraïners die tijdelijke bescherming kregen, wonen na één maand in Amsterdam (ruim 8 duizend). Ook in Den Haag (bijna 6 duizend) en Rotterdam (ruim 5 duizend) wonen veel Oekraïners. Verder staan Westland en Almere in de top vijf (beide bijna 3 duizend). Van deze vijf gemeenten heeft Westland in verhouding het grootste aandeel Oekraïners (248 per 10 duizend inwoners) en Rotterdam het kleinste aandeel (79 per 10 duizend inwoners). Veel Oekraïners wonen in gemeentelijke opvanglocaties (Maliepaard et al., 2024). Gemeenten met een laag aantal inwoners hebben vaker een hoog aandeel Oekraïners per 10 duizend inwoners. De Utrechtse gemeente Renswoude heeft met 600 per 10 duizend inwoners het hoogste aandeel Oekraïners.
| Gemeentenaam | Aantal Oekraïners per 10 000 inwoners |
|---|---|
| Groningen | 80,3 |
| Almere | 126,4 |
| Stadskanaal | 203,0 |
| Veendam | 45,8 |
| Zeewolde | 74,1 |
| Achtkarspelen | 180,3 |
| Ameland | 36,5 |
| Harlingen | 104,8 |
| Heerenveen | 94,0 |
| Leeuwarden | 140,1 |
| Ooststellingwerf | 151,0 |
| Opsterland | 78,2 |
| Schiermonnikoog | 113,2 |
| Smallingerland | 133,4 |
| Terschelling | 210,3 |
| Vlieland | . |
| Weststellingwerf | 94,0 |
| Assen | 186,7 |
| Coevorden | 111,7 |
| Emmen | 154,8 |
| Hoogeveen | 124,0 |
| Meppel | 194,9 |
| Almelo | 95,9 |
| Borne | 181,0 |
| Dalfsen | 192,4 |
| Deventer | 101,0 |
| Enschede | 85,4 |
| Haaksbergen | 106,7 |
| Hardenberg | 69,3 |
| Hellendoorn | 125,2 |
| Hengelo (O.) | 90,7 |
| Kampen | 101,8 |
| Losser | 94,1 |
| Noordoostpolder | 161,5 |
| Oldenzaal | 66,7 |
| Ommen | 201,3 |
| Raalte | 93,1 |
| Staphorst | 302,7 |
| Tubbergen | 85,5 |
| Urk | 153,9 |
| Wierden | 83,4 |
| Zwolle | 81,0 |
| Aalten | 105,8 |
| Apeldoorn | 138,7 |
| Arnhem | 77,8 |
| Barneveld | 102,6 |
| Beuningen | 101,0 |
| Brummen | 83,6 |
| Buren | 196,6 |
| Culemborg | 21,0 |
| Doesburg | 104,7 |
| Doetinchem | 86,4 |
| Druten | 154,2 |
| Duiven | 111,0 |
| Ede | 96,5 |
| Elburg | 137,6 |
| Epe | 101,6 |
| Ermelo | 85,1 |
| Harderwijk | 42,9 |
| Hattem | 91,9 |
| Heerde | 141,0 |
| Heumen | 136,6 |
| Lochem | 115,8 |
| Maasdriel | 197,7 |
| Nijkerk | 70,3 |
| Nijmegen | 74,3 |
| Oldebroek | 196,9 |
| Putten | 98,5 |
| Renkum | 83,4 |
| Rheden | 83,8 |
| Rozendaal | 513,4 |
| Scherpenzeel | 128,6 |
| Tiel | 77,6 |
| Voorst | 78,0 |
| Wageningen | 80,8 |
| Westervoort | 85,1 |
| Winterswijk | 76,3 |
| Wijchen | 69,1 |
| Zaltbommel | 147,1 |
| Zevenaar | 86,4 |
| Zutphen | 34,9 |
| Nunspeet | 102,5 |
| Dronten | 122,2 |
| Amersfoort | 58,4 |
| Baarn | 58,6 |
| De Bilt | 65,0 |
| Bunnik | 75,1 |
| Bunschoten | 77,8 |
| Eemnes | 90,2 |
| Houten | 41,7 |
| Leusden | 133,2 |
| Lopik | 96,4 |
| Montfoort | 118,3 |
| Renswoude | 599,7 |
| Rhenen | 55,3 |
| Soest | 52,2 |
| Utrecht | 61,5 |
| Veenendaal | 62,9 |
| Woudenberg | 212,5 |
| Wijk bij Duurstede | 47,6 |
| IJsselstein | 43,1 |
| Zeist | 66,0 |
| Nieuwegein | 55,5 |
| Aalsmeer | 245,5 |
| Alkmaar | 93,5 |
| Amstelveen | 118,2 |
| Amsterdam | 89,2 |
| Bergen (NH.) | 156,7 |
| Beverwijk | 100,8 |
| Blaricum | 122,6 |
| Bloemendaal | 90,8 |
| Castricum | 34,9 |
| Diemen | 113,7 |
| Edam-Volendam | 90,5 |
| Enkhuizen | 118,0 |
| Haarlem | 92,8 |
| Haarlemmermeer | 147,8 |
| Heemskerk | 33,5 |
| Heemstede | 66,0 |
| Heiloo | 49,4 |
| Den Helder | 61,8 |
| Hilversum | 208,6 |
| Hoorn | 56,3 |
| Huizen | 96,1 |
| Landsmeer | 69,5 |
| Laren (NH.) | 127,6 |
| Medemblik | 205,6 |
| Oostzaan | 142,4 |
| Opmeer | 77,1 |
| Ouder-Amstel | 151,6 |
| Purmerend | 95,8 |
| Schagen | 158,8 |
| Texel | 230,2 |
| Uitgeest | 32,8 |
| Uithoorn | 144,2 |
| Velsen | 69,0 |
| Zandvoort | 119,6 |
| Zaanstad | 72,0 |
| Alblasserdam | 204,8 |
| Alphen aan den Rijn | 91,2 |
| Barendrecht | 23,0 |
| Drechterland | 151,2 |
| Capelle aan den IJssel | 74,9 |
| Delft | 47,5 |
| Dordrecht | 161,9 |
| Gorinchem | 80,7 |
| Gouda | 76,4 |
| 's-Gravenhage | 103,3 |
| Hardinxveld-Giessendam | 145,5 |
| Hendrik-Ido-Ambacht | 98,5 |
| Stede Broec | 79,2 |
| Hillegom | 133,6 |
| Katwijk | 58,1 |
| Krimpen aan den IJssel | 62,4 |
| Leiden | 71,5 |
| Leiderdorp | 59,1 |
| Lisse | 136,9 |
| Maassluis | 34,3 |
| Nieuwkoop | 88,8 |
| Noordwijk | 213,0 |
| Oegstgeest | 107,9 |
| Oudewater | 64,6 |
| Papendrecht | 42,6 |
| Ridderkerk | 35,6 |
| Rotterdam | 79,2 |
| Rijswijk (ZH.) | 106,5 |
| Schiedam | 90,5 |
| Sliedrecht | 131,0 |
| Albrandswaard | 35,6 |
| Vlaardingen | 80,9 |
| Voorschoten | 67,9 |
| Waddinxveen | 120,6 |
| Wassenaar | 137,6 |
| Woerden | 59,4 |
| Zoetermeer | 50,8 |
| Zoeterwoude | 93,5 |
| Zwijndrecht | 77,3 |
| Borsele | 119,8 |
| Goes | 107,4 |
| West Maas en Waal | 143,6 |
| Hulst | 85,3 |
| Kapelle | 123,0 |
| Middelburg (Z.) | 87,6 |
| Reimerswaal | 153,1 |
| Terneuzen | 133,7 |
| Tholen | 147,5 |
| Veere | 195,8 |
| Vlissingen | 88,8 |
| De Ronde Venen | 76,8 |
| Tytsjerksteradiel | 116,3 |
| Asten | 98,8 |
| Baarle-Nassau | 89,0 |
| Bergen op Zoom | 81,5 |
| Best | 66,6 |
| Boekel | 93,0 |
| Boxtel | 82,1 |
| Breda | 76,0 |
| Deurne | 84,4 |
| Pekela | 522,5 |
| Dongen | 76,4 |
| Eersel | 152,5 |
| Eindhoven | 93,6 |
| Etten-Leur | 96,8 |
| Geertruidenberg | 86,6 |
| Gilze en Rijen | 38,4 |
| Goirle | 69,5 |
| Helmond | 98,8 |
| 's-Hertogenbosch | 85,0 |
| Heusden | 106,2 |
| Hilvarenbeek | 79,6 |
| Loon op Zand | 108,2 |
| Nuenen, Gerwen en Nederwetten | 66,0 |
| Oirschot | 51,9 |
| Oisterwijk | 140,8 |
| Oosterhout | 76,7 |
| Oss | 63,3 |
| Rucphen | 22,2 |
| Sint-Michielsgestel | 67,5 |
| Someren | 82,2 |
| Son en Breugel | 66,8 |
| Steenbergen | 104,6 |
| Waterland | 186,6 |
| Tilburg | 70,2 |
| Valkenswaard | 44,5 |
| Veldhoven | 37,2 |
| Vught | 184,5 |
| Waalre | 43,9 |
| Waalwijk | 92,0 |
| Woensdrecht | 118,4 |
| Zundert | 128,1 |
| Wormerland | 97,9 |
| Landgraaf | 87,3 |
| Beek (L.) | 339,2 |
| Beesel | 108,3 |
| Bergen (L.) | 44,9 |
| Brunssum | 68,4 |
| Gennep | 330,5 |
| Heerlen | 44,2 |
| Kerkrade | 107,7 |
| Maastricht | 73,5 |
| Meerssen | 65,7 |
| Mook en Middelaar | 185,2 |
| Nederweert | 207,0 |
| Roermond | 118,4 |
| Simpelveld | 85,8 |
| Stein (L.) | 55,4 |
| Vaals | 159,1 |
| Venlo | 91,9 |
| Venray | 112,6 |
| Voerendaal | 87,3 |
| Weert | 138,8 |
| Valkenburg aan de Geul | 206,3 |
| Lelystad | 88,4 |
| Horst aan de Maas | 375,9 |
| Oude IJsselstreek | 113,4 |
| Teylingen | 82,7 |
| Utrechtse Heuvelrug | 65,5 |
| Oost Gelre | 76,4 |
| Koggenland | 378,6 |
| Lansingerland | 35,7 |
| Leudal | 93,9 |
| Maasgouw | 142,2 |
| Gemert-Bakel | 93,8 |
| Halderberge | 111,9 |
| Heeze-Leende | 104,1 |
| Laarbeek | 98,6 |
| Reusel-De Mierden | 91,3 |
| Roerdalen | 67,3 |
| Roosendaal | 74,1 |
| Schouwen-Duiveland | 147,6 |
| Aa en Hunze | 260,0 |
| Borger-Odoorn | 138,8 |
| De Wolden | 98,5 |
| Noord-Beveland | 185,1 |
| Wijdemeren | 62,2 |
| Noordenveld | 123,4 |
| Twenterand | 91,0 |
| Westerveld | 171,5 |
| Lingewaard | 77,8 |
| Cranendonck | 68,1 |
| Steenwijkerland | 172,2 |
| Moerdijk | 104,7 |
| Echt-Susteren | 91,8 |
| Sluis | 163,3 |
| Drimmelen | 127,3 |
| Bernheze | 186,3 |
| Alphen-Chaam | 130,1 |
| Bergeijk | 119,8 |
| Bladel | 99,6 |
| Gulpen-Wittem | 98,2 |
| Tynaarlo | 104,2 |
| Midden-Drenthe | 148,7 |
| Overbetuwe | 67,7 |
| Hof van Twente | 132,6 |
| Neder-Betuwe | 171,5 |
| Rijssen-Holten | 78,3 |
| Geldrop-Mierlo | 88,9 |
| Olst-Wijhe | 130,1 |
| Dinkelland | 132,4 |
| Westland | 247,8 |
| Midden-Delfland | 24,8 |
| Berkelland | 101,3 |
| Bronckhorst | 118,2 |
| Sittard-Geleen | 57,9 |
| Kaag en Braassem | 137,5 |
| Dantumadiel | 213,2 |
| Zuidplas | 94,1 |
| Peel en Maas | 306,4 |
| Oldambt | 125,1 |
| Zwartewaterland | 145,0 |
| Súdwest-Fryslân | 130,5 |
| Bodegraven-Reeuwijk | 155,0 |
| Eijsden-Margraten | 104,1 |
| Stichtse Vecht | 67,5 |
| Hollands Kroon | 237,3 |
| Leidschendam-Voorburg | 50,5 |
| Goeree-Overflakkee | 114,3 |
| Pijnacker-Nootdorp | 76,5 |
| Nissewaard | 53,5 |
| Krimpenerwaard | 99,9 |
| De Fryske Marren | 100,1 |
| Gooise Meren | 144,8 |
| Berg en Dal | 158,7 |
| Meierijstad | 112,7 |
| Waadhoeke | 119,2 |
| Westerwolde | 168,1 |
| Midden-Groningen | 134,6 |
| Beekdaelen | 62,4 |
| Montferland | 136,1 |
| Altena | 104,2 |
| West Betuwe | 115,8 |
| Vijfheerenlanden | 58,4 |
| Hoeksche Waard | 65,1 |
| Het Hogeland | 63,9 |
| Westerkwartier | 152,2 |
| Noardeast-Fryslân | 66,5 |
| Molenlanden | 119,5 |
| Eemsdelta | 66,7 |
| Dijk en Waard | 141,8 |
| Land van Cuijk | 126,3 |
| Maashorst | 97,1 |
| Voorne aan Zee | 82,8 |
4.6Dashboard
Naast deze rapportage is er een interactief dashboard. Daarin staan nog meer cijfers over kenmerken van Oekraïense vluchtelingen in Nederland. In het dashboard kunt u zelf kiezen over welke onderwerpen en voor welke populaties u cijfers (visueel) wilt zien.
4.7Literatuur
Literatuur
Maliepaard, M., Noyon, S., van Enk, B., Barsegyan, V., Negash, S. M. en Otten, K. (2024) Tijdelijk thuis? De positie van Oekraïense vluchtelingen in Nederland. Wetenschappelijk Onderzoeks- en Datacentrum.
Otten, K., Maliepaard, M., Dagevos, J.M. et al. (2025). Meer dan een dak. Wetenschappelijk Onderzoeks- en Datacentrum.
Noten
Vluchtelingen uit Oekraïne met een andere nationaliteit.