Foto omschrijving: Dagelijks leven AZC Amsterdam aan de Willinklaan

Statushouders huisvesting en integratie

Dit hoofdstuk behandelt de eerste stappen die statushouders zetten in de richting van integratie in de Nederlandse samenleving. Hierbij is gekeken naar statushouders die in de periode 2014 tot en met de eerste helft van 2020 een verblijfsvergunning asiel hebben gekregen. De meeste statushouders zijn hun verblijf in Nederland begonnen in de asielopvang. In totaal kregen in de periode 2014 tot en met de eerste helft van 2020 bijna 158 duizend mensen een verblijfsvergunning.

In dit hoofdstuk kijken we onder andere hoe het statushouders vergaat op het gebied van onderwijs, het inburgeringsexamen, sociale zekerheid, werk, gezondheidszorg en geregistreerde criminaliteit.

3.1Verblijfsvergunningen asiel

Aantal verleende vergunningen daalt verder

In 2014 krijgen bijna 20 duizend personen een zogeheten verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, in 2015 zijn dit er afgerond 33 duizend, in 2016 37 duizend, in 2017 29 duizend, 2018 17 duizend, in 2019 16 duizend en in de eerste helft van 2020 zijn dit er 8 duizend. Sinds de start van dit cohortonderzoek zien we dat na 2017 het jaarlijks aantal verleende verblijfs­vergunningen is gedaald. Ook nareizigers van statushouders ontvangen een (afgeleide) asielvergunning en behoren net als gezinsherenigers in dit onderzoek tot de statushouders. Net als bij de asielverzoeken bestaat de groep statushouders vooral uit Syriërs en Eritreeërs. Van de in 2014 verleende verblijfsvergunningen werd 53 procent verleend aan personen met de Syrische nationaliteit.noot1 Dit percentage loopt op naar 71 procent in 2016 en daalt daarna naar 42 procent in 2019. In de eerste helft van 2020 is het nog eens flink gedaaldnoot2 naar 30 procent. Ongeveer 20 procent van de verleende vergunningen in 2014 en 2015 werd verstrekt aan personen met Eritrese nationaliteit. Dit percentage daalt naar 14 in 2016, maar stijgt daarna weer naar ongeveer een kwart in 2018 en 2019. In de eerste helft van 2020 is het weer gedaald: 16 procent.

In 2017 is het aantal verleende verblijfsvergunningen aan Iraniërs grofweg verdubbeld ten opzichte van die in voorgaande jaren. Dit komt doordat staatssecretaris Dijkhoff in 2017 een aantal risicogroepen uit Iran heeft toegevoegd aan de groepen mensen die sneller kans maken op asiel in Nederland.noot3 Het gaat onder andere om afvallige moslims, politici, journalisten en mensenrechtenactivisten. Inmiddels is het aantal verleende vergunningen aan asielzoekers uit Iran weer flink gedaald.

De groep statushouders met een ‘overige’ (of onbekende) nationaliteitnoot4 is na 2016 relatief sterk gegroeid (van 8 procent in 2016, naar 26 procent in 2019 (of 45 procent in de eerste helft van 2020)) en bestaat voor een groot deel uit Turken en Jemenieten. De toename in het aantal verleende verblijfsvergunningen aan personen met een Turkse nationaliteit is opvallend. In de periode 2014 tot en met 2016 kregen 75 personen uit Turkije een verblijfs­vergunning, in de periode 2017 tot en met de eerste helft van 2020 waren dat er 2 515.

3.1.1 Verleende vergunningen naar nationaliteit, 2014 tot en met eerste helft 2020
Categorie 1 Syrië Irak Afghanistan Eritrea Iran Overig
Eerste helft 2020 2375 160 245 1265 330 3545
2019 6580 350 475 3630 565 4150
2018 6875 530 715 4150 605 3630
2017 16900 1310 940 5105 1010 3530
2016 26065 1325 750 5065 585 2795
2015 21705 545 540 6240 430 3365
2014 10375 705 600 3965 420 3485

3.2Nationaliteiten

Top vijf nationaliteitennoot5 verandert, top twee constant

De tabel laat per jaar zien wat de top vijf van nationaliteiten is van de personen aan wie een vergunning is verleend. In alle jaren staan de Syrische en de Eritrese nationaliteiten op de plaatsen één en twee. In 2014 en 2015 staan daarnaast Somalië, Irak en Afghanistan in de top vijf. In 2016, 2017 en 2018 heeft Iran Somalië uit de top vijf verdreven. In 2019 en de eerste helft van 2020 zijn Turkije en Jemen nieuwkomers in de top vijf.

3.2.1Top vijf verleende vergunningen naar nationaliteit, 2014 tot en met eerste helft 2020

2014 2015 2016 2017 2018 2019 eerste helft 2020
1 Syrië 10 375 Syrië 21 705 Syrië 26 065 Syrië 16 900 Syrië 6 875 Syrië 6 580 Syrië 2 375
2 Eritrea 3 965 Eritrea 6 240 Eritrea 5 065 Eritrea 5 105 Eritrea 4 150 Eritrea 3 630 Eritrea 1 265
3 Somalië 1 365 Somalië 580 Irak 1 325 Irak 1 310 Afghanistan 715 Turkije 1 075 Turkije 650
4 Irak 705 Irak 545 Afghanistan 750 Iran 1 010 Iran 605 Jemen 675 Jemen 370
5 Afghanistan 600 Afghanistan 540 Iran 585 Afghanistan 940 Irak 530 Iran 565 Iran 330

Bron:CBS.

3.3Nareis

Minder nareizigers onder met name Syrische statushouders

Net als bij de asielverzoeken, betreffen ook de statushouders, na een aanvankelijke toename, in steeds mindere mate nareizigers.noot6 In 2014 wordt 27 procent van de verblijfs­vergunningen aan een nareiziger verleend. In 2017 is dat aandeel toegenomen tot 49 procent. Dit aandeel is vervolgens gedaald tot 16 procent voor de mensen met een verleende vergunning in de eerste helft van 2020. Het aandeel nareizigers verschilt sterk per nationaliteit.noot7 Vooral onder Eritreeërs betreft een relatief groot deel nareizigers (48 procent in de eerste helft van 2020). Van de verleende verblijfsvergunningen aan Iraniërs betreft een relatief klein deel nareizigers (in de eerste helft van 2020 3 procent). Met name onder Syriërs is het aandeel verleende vergunningen aan nareizigers afgenomen (van 58 procent in 2017 naar 18 procent in de eerste helft van 2020).

3.3.1 Verleende vergunningen, 2014 tot en met eerste helft 2020 onderscheiden naar wel/geen nareis1) en nationaliteit
Categorie 1 2014 2014, nareis 2015 2015, nareis 2016 2016, nareis 2017 2017, nareis 2018 2018, nareis 2019 2019, nareis 2020, eerste halfjaar 2020, eerste halfjaar, nareis
Syrië 7105 3275 10540 11160 16760 9305 7040 9860 4550 2330 5155 1445 1955 430
Irak 445 260 330 215 1200 125 855 455 335 195 255 195 150 95
Afghanistan 500 100 455 85 685 65 855 85 465 250 375 100 225 20
Eritrea 3790 175 5300 940 3820 1245 2360 2745 1725 2430 1910 1780 690 630
Iran 340 80 380 50 545 40 890 120 485 120 500 60 320 10
Overig 2020 1465 2325 1040 2015 785 2745 785 2740 890 3490 660 3330 215
1) De onderste (helder gekleurde) balken betreffen niet-nareizigers, de bovenste (donkerdere) balken betreffen nareizigers.

3.4Wachttijd tot vergunning

Gemiddelde wachttijd Eritreeërs laagst door komst van nareizigers

Gemiddeld genomen hebben statushouders die in de periode 2014 tot en met de eerste helft van 2020 een vergunning kregen (en via een COA-opvang locatie zijn ingestroomd), 117 dagen gewacht op het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel sinds het moment van eerste opvang in een COA-opvanglocatie. Vooral Syriërs en Eritreeërs kregen relatief snel een verblijfsvergunning (na respectievelijk 70 en 82 dagen). Irakezen, Iraniërs en Afghanen wachtten gemiddeld zo’n 12 maanden. De wachttijd hangt samen met de kansen dat asielzoekers, uit de verschillende landen, hun asielverzoek gehonoreerd krijgen; voor Irakezen, Afghanen en Iraniërs worden lang niet alle verzoeken gehonoreerd. Voor deze groep geldt dat verblijfsvergunningen relatief vaak via tweede of volgende aanvragen of na een beroep zijn verkregen, waardoor de wachttijd tot het verkrijgen van de verblijfs­vergunning langer is. Bovendien bestaan deze groepen voor een veel groter deel uit referenten (de groep mensen die in Nederland een eerste asielaanvraag doet) dan de andere nationaliteitennoot8: nareizigers hebben al een vergunning op het moment dat zij bij het COA instromen, referenten moeten daar nog op wachten. Nareizigers brengen de gemiddelde wachttijd dus omlaag. Voor vergunningscohorten 2019 en 2020 liepen de wachttijden voor verschillende groepen behoorlijk op. Dit had te maken met de opgelopen vertraging bij de IND. De figuur laat zien hoe lang de statushouders per vergunningscohort gemiddeld op hun verblijfsvergunning asiel hebben gewacht.

3.4.1 Wachttijd (in dagen) tot verkrijgen vergunning voor statushouders naar nationaliteit en vergunningscohort
Categorie 1 2014 2015 2016 2017 2018 2019 Eerste helft 2020
Syrië 55 48 109 35 72 114 123
Irak 222 212 355 297 327 580 746
Afghanistan 405 396 329 440 497 706 430
Eritrea 128 83 105 41 39 93 72
Iran 270 285 325 374 347 569 617
Overig 166 192 263 233 182 302 310
Totaal 110 79 135 97 131 208 218

3.5Vestigingsgemeente

Weinig regionale verschillen

Van de 158 duizend mensen die in 2014 tot en met de eerste helft van 2020 een verblijfs­vergunning ontvingen, zijn er in deze periode 147 duizend zelfstandig gehuisvest in een gemeente (en wonen dus niet meer in de asielopvang van het COA). Onderstaande figuren laten zien dat statushouders in de tweede maand dat ze niet meer in de COA-opvang zitten, redelijk verspreid wonen over Nederland. De verschillen tussen gemeenten, uitgedrukt per 10 duizend inwoners, zijn klein. De uitschieters die wel zichtbaar zijn, zijn gemeenten met een opvang­locatie (bijvoorbeeld Westerwolde), waar we statushouders kort na vertrek uit de COA-opvang nog terugvinden.noot9 Na een jaar zijn deze uitschieters er niet meer. Er is weinig verschil in spreiding tussen de diverse nationaliteiten en vergunnings-cohorten. Ook één of twee jaar na het verlaten van de COA-opvang wonen de statushouders nog steeds verspreid over Nederland.

3.5.1 Aantal statushouders 2015 per 10 000 inwoners van de gemeentelijke bevolking, 2 maanden na verlaten van COA-opvang
GemNaam 15_2
Appingedam 14,5
Delfzijl 13,4
Groningen 17,2
Loppersum 20,8
Almere 14,5
Stadskanaal 20,1
Veendam 12,7
Zeewolde 25,6
Achtkarspelen 24,8
Ameland 0
Harlingen 17,8
Heerenveen 17,9
Leeuwarden 15,5
Ooststellingwerf 17,3
Opsterland 23,9
Schiermonnikoog 0
Smallingerland 22,7
Terschelling 0
Vlieland 0
Weststellingwerf 24,8
Assen 17,8
Coevorden 20,9
Emmen 17,8
Hoogeveen 25,7
Meppel 17,6
Almelo 7,7
Borne 24,6
Dalfsen 17,9
Deventer 20,6
Enschede 21
Haaksbergen 23,9
Hardenberg 21,1
Hellendoorn 22,6
Hengelo 25,5
Kampen 18,8
Losser 19,5
Noordoostpolder 14,7
Oldenzaal 30,2
Ommen 19,6
Raalte 20,8
Staphorst 20,6
Tubbergen 19,7
Urk 19,3
Wierden 16,4
Zwolle 23
Aalten 21,5
Apeldoorn 20,3
Arnhem 19,4
Barneveld 18,1
Beuningen 15,1
Brummen 16,9
Buren 21,8
Culemborg 16,8
Doesburg 12,6
Doetinchem 21,2
Druten 18,1
Duiven 20,9
Ede 17,1
Elburg 19,5
Epe 17,5
Ermelo 16,4
Harderwijk 16,2
Hattem 13,1
Heerde 20
Heumen 21,2
Lochem 19,1
Maasdriel 21,1
Nijkerk 17,7
Nijmegen 21,7
Oldebroek 32,6
Putten 20,7
Renkum 20,4
Rheden 16,7
Rozendaal 48,4
Scherpenzeel 32,4
Tiel 18,6
Voorst 22,9
Wageningen 19,3
Westervoort 21,4
Winterswijk 23,5
Wijchen 19
Zaltbommel 18,6
Zevenaar 8,3
Zutphen 19,5
Nunspeet 24,4
Dronten 24,5
Amersfoort 17,9
Baarn 12,9
De Bilt 9,8
Bunnik 19,1
Bunschoten 14,8
Eemnes 21,9
Houten 19
Leusden 20,3
Lopik 30,4
Montfoort 20
Renswoude 22,8
Rhenen 19
Soest 22,7
Utrecht 19,2
Veenendaal 16,5
Woudenberg 13,7
Wijk bij Duurstede 18,9
IJsselstein 17
Zeist 18,6
Nieuwegein 28,1
Aalsmeer 19,5
Alkmaar 21,4
Amstelveen 12,1
Amsterdam 19,6
Beemster 14,4
Bergen (NH.) 21,7
Beverwijk 18,9
Blaricum 20,5
Bloemendaal 17,1
Castricum 14,8
Diemen 19,2
Edam-Volendam 17,2
Enkhuizen 11,9
Haarlem 20,7
Haarlemmermeer 14
Heemskerk 20,9
Heemstede 21,6
Heerhugowaard 15,3
Heiloo 22,2
Den Helder 22,1
Hilversum 18,5
Hoorn 18,2
Huizen 22
Landsmeer 16,5
Langedijk 19,6
Laren 13,4
Medemblik 20,3
Oostzaan 18,4
Opmeer 27,2
Ouder-Amstel 8,6
Purmerend 22,3
Schagen 18
Texel 19,2
Uitgeest 18,5
Uithoorn 14,3
Velsen 23,6
Weesp 21,7
Zandvoort 32,3
Zaanstad 15,3
Alblasserdam 12,5
Alphen aan den Rijn 14,6
Barendrecht 16
Drechterland 17,3
Brielle 18
Capelle aan den IJssel 13,8
Delft 19,4
Dordrecht 17,3
Gorinchem 25,9
Gouda 18,9
's-Gravenhage 17,9
Hardinxveld-Giessendam 19,9
Hellevoetsluis 16,7
Hendrik-Ido-Ambacht 13,2
Stede Broec 22,6
Hillegom 23,2
Katwijk 21,3
Krimpen aan den IJssel 13,3
Leiden 19,3
Leiderdorp 21,8
Lisse 15,4
Maassluis 27,8
Nieuwkoop 16,4
Noordwijk 18,2
Oegstgeest 23,3
Oudewater 21,6
Papendrecht 25,7
Ridderkerk 18,2
Rotterdam 15
Rijswijk 15,7
Schiedam 13,6
Sliedrecht 20
Albrandswaard 12,7
Westvoorne 11,6
Vlaardingen 20,3
Voorschoten 25,1
Waddinxveen 14,8
Wassenaar 23,3
Woerden 15,3
Zoetermeer 20,9
Zoeterwoude 28,4
Zwijndrecht 15,2
Borsele 16,7
Goes 24,2
West Maas en Waal 15,7
Hulst 21,4
Kapelle 28,9
Middelburg 19,6
Reimerswaal 15,9
Terneuzen 19,4
Tholen 15,5
Veere 22,9
Vlissingen 20,1
De Ronde Venen 16,3
Tytsjerksteradiel 20,8
Asten 18
Baarle-Nassau 17,5
Bergen op Zoom 14,7
Best 16,1
Boekel 11,3
Boxmeer 17,2
Boxtel 17,6
Breda 17,8
Deurne 18,5
Pekela 22,9
Dongen 15,7
Eersel 13,6
Eindhoven 15,7
Etten-Leur 17,6
Geertruidenberg 19,5
Gilze en Rijen 17,4
Goirle 36,1
Grave 18,4
Haaren 20,4
Helmond 18
's-Hertogenbosch 15,9
Heusden 19
Hilvarenbeek 15
Loon op Zand 18,9
Mill en Sint Hubert 15,6
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 16
Oirschot 17,7
Oisterwijk 26,4
Oosterhout 15,8
Oss 12,9
Rucphen 15,1
Sint-Michielsgestel 14,1
Someren 20,7
Son en Breugel 13
Steenbergen 14,8
Waterland 15,6
Tilburg 16,4
Uden 15,1
Valkenswaard 17,1
Veldhoven 19
Vught 19,7
Waalre 13,3
Waalwijk 19,5
Woensdrecht 19,7
Zundert 20,4
Wormerland 15,9
Landgraaf 15,2
Beek 15,7
Beesel 16,3
Bergen (L.) 15,2
Brunssum 14,2
Gennep 20,5
Heerlen 20,5
Kerkrade 17,1
Maastricht 23,4
Meerssen 9
Mook en Middelaar 24,3
Nederweert 12,9
Roermond 20,8
Simpelveld 19
Stein 17,2
Vaals 21,8
Venlo 16,3
Venray 17,5
Voerendaal 11,2
Weert 16,7
Valkenburg aan de Geul 16,4
Lelystad 21,1
Horst aan de Maas 18,4
Oude IJsselstreek 24,8
Teylingen 20
Utrechtse Heuvelrug 20,6
Oost Gelre 15,5
Koggenland 23,3
Lansingerland 17,2
Leudal 13,5
Maasgouw 16,9
Gemert-Bakel 14,8
Halderberge 20,2
Heeze-Leende 15
Laarbeek 17,9
Reusel-De Mierden 21,4
Roerdalen 25,7
Roosendaal 17,5
Schouwen-Duiveland 20,7
Aa en Hunze 13,4
Borger-Odoorn 17,3
Cuijk 15,6
Landerd 22,5
De Wolden 21,2
Noord-Beveland 30,1
Wijdemeren 21,2
Noordenveld 18,2
Twenterand 19,8
Westerveld 11,4
Sint Anthonis 15,5
Lingewaard 19,8
Cranendonck 15,7
Steenwijkerland 20
Moerdijk 19,2
Echt-Susteren 18
Sluis 17,1
Drimmelen 12,9
Bernheze 12,7
Alphen-Chaam 13,8
Bergeijk 21,6
Bladel 13,4
Gulpen-Wittem 16,1
Tynaarlo 16,6
Midden-Drenthe 24,7
Overbetuwe 18,5
Hof van Twente 30,9
Neder-Betuwe 17,5
Rijssen-Holten 20,6
Geldrop-Mierlo 16,4
Olst-Wijhe 21,6
Dinkelland 24,3
Westland 15,7
Midden-Delfland 18
Berkelland 26,9
Bronckhorst 29
Sittard-Geleen 19,7
Kaag en Braassem 13,8
Dantumadiel 17,4
Zuidplas 20,8
Peel en Maas 16,4
Oldambt 18,6
Zwartewaterland 16,4
S�dwest-Frysl�n 13,6
Bodegraven-Reeuwijk 16,5
Eijsden-Margraten 8,2
Stichtse Vecht 20,7
Hollands Kroon 25,1
Leidschendam-Voorburg 19,8
Goeree-Overflakkee 15,9
Pijnacker-Nootdorp 13,8
Nissewaard 18,2
Krimpenerwaard 19,1
De Fryske Marren 15,2
Gooise Meren 18
Berg en Dal 21
Meierijstad 16,1
Waadhoeke 19,5
Westerwolde 33,7
Midden-Groningen 17,7
Beekdaelen 20,7
Montferland 16,7
Altena 14,4
West Betuwe 24,5
Vijfheerenlanden 22,8
Hoeksche Waard 20,1
Het Hogeland 18
Westerkwartier 15,1
Noardeast-Frysl�n 20,8
Molenlanden 23,3
3.5.2 Aantal statushouders 2015 per 10 000 inwoners van de gemeentelijke bevolking, 48 maanden na verlaten van COA-opvang
GemNaam 15_48
Appingedam 18,8
Delfzijl 12,1
Groningen 16,3
Loppersum 20,8
Almere 14,1
Stadskanaal 11,6
Veendam 11,6
Zeewolde 20,6
Achtkarspelen 17,2
Ameland 0
Harlingen 12,1
Heerenveen 17,9
Leeuwarden 15,4
Ooststellingwerf 13,7
Opsterland 19,2
Schiermonnikoog 0
Smallingerland 18,4
Terschelling 0
Vlieland 0
Weststellingwerf 18,6
Assen 20,2
Coevorden 18
Emmen 12,5
Hoogeveen 23,4
Meppel 14,9
Almelo 10,2
Borne 18,1
Dalfsen 15,1
Deventer 18,3
Enschede 26
Haaksbergen 17,3
Hardenberg 17,8
Hellendoorn 17,9
Hengelo 26,5
Kampen 19,3
Losser 15,5
Noordoostpolder 10,5
Oldenzaal 25,8
Ommen 15,7
Raalte 14,7
Staphorst 12,9
Tubbergen 13,2
Urk 17,8
Wierden 14,4
Zwolle 22,6
Aalten 16,7
Apeldoorn 21,2
Arnhem 20,8
Barneveld 14,5
Beuningen 13,9
Brummen 9,7
Buren 15,8
Culemborg 15,8
Doesburg 9
Doetinchem 29,4
Druten 15,4
Duiven 17,4
Ede 16,3
Elburg 18,2
Epe 16
Ermelo 12,7
Harderwijk 14,3
Hattem 10,7
Heerde 20,5
Heumen 14,6
Lochem 15,8
Maasdriel 18,2
Nijkerk 15,1
Nijmegen 22,5
Oldebroek 26,7
Putten 19,8
Renkum 15,7
Rheden 15,1
Rozendaal 48,4
Scherpenzeel 31,4
Tiel 17,6
Voorst 19,2
Wageningen 18,3
Westervoort 22,8
Winterswijk 20,4
Wijchen 18,1
Zaltbommel 15,8
Zevenaar 5,3
Zutphen 20,8
Nunspeet 22,9
Dronten 18,4
Amersfoort 16,2
Baarn 12,9
De Bilt 8,4
Bunnik 17,1
Bunschoten 8,3
Eemnes 15,4
Houten 17
Leusden 19,6
Lopik 29,7
Montfoort 21,4
Renswoude 19
Rhenen 21
Soest 20,3
Utrecht 20,3
Veenendaal 16,5
Woudenberg 14,4
Wijk bij Duurstede 14,3
IJsselstein 15,5
Zeist 14,7
Nieuwegein 26,8
Aalsmeer 16,4
Alkmaar 20,7
Amstelveen 12
Amsterdam 18,7
Beemster 8,2
Bergen (NH.) 19,4
Beverwijk 20,4
Blaricum 15,2
Bloemendaal 6,8
Castricum 13,4
Diemen 16,8
Edam-Volendam 12,2
Enkhuizen 10,3
Haarlem 16,1
Haarlemmermeer 11,5
Heemskerk 17,6
Heemstede 17,2
Heerhugowaard 13,7
Heiloo 19,6
Den Helder 17,8
Hilversum 19,2
Hoorn 20
Huizen 19,6
Landsmeer 13,9
Langedijk 18,9
Laren 14,3
Medemblik 15,6
Oostzaan 15,4
Opmeer 10,2
Ouder-Amstel 7,9
Purmerend 18,7
Schagen 16,8
Texel 15,5
Uitgeest 14,8
Uithoorn 9,2
Velsen 21,7
Weesp 21,2
Zandvoort 16,5
Zaanstad 15,9
Alblasserdam 12
Alphen aan den Rijn 14,2
Barendrecht 14,2
Drechterland 14,8
Brielle 15,1
Capelle aan den IJssel 14,5
Delft 20,9
Dordrecht 19,3
Gorinchem 36,3
Gouda 18
's-Gravenhage 18,8
Hardinxveld-Giessendam 16,6
Hellevoetsluis 14,2
Hendrik-Ido-Ambacht 12,9
Stede Broec 18,9
Hillegom 20,5
Katwijk 19
Krimpen aan den IJssel 12,6
Leiden 17,9
Leiderdorp 20,3
Lisse 15,4
Maassluis 21,1
Nieuwkoop 11,2
Noordwijk 16,1
Oegstgeest 20,9
Oudewater 20,6
Papendrecht 26,3
Ridderkerk 18,8
Rotterdam 15,8
Rijswijk 16,5
Schiedam 12,9
Sliedrecht 19,2
Albrandswaard 10,7
Westvoorne 10,3
Vlaardingen 20,2
Voorschoten 21,6
Waddinxveen 13,1
Wassenaar 25,2
Woerden 13,8
Zoetermeer 19,4
Zoeterwoude 21,3
Zwijndrecht 14,8
Borsele 9,2
Goes 26,8
West Maas en Waal 13,1
Hulst 14,5
Kapelle 27,4
Middelburg 21,2
Reimerswaal 11,9
Terneuzen 18,1
Tholen 9,3
Veere 7,3
Vlissingen 19,2
De Ronde Venen 14,8
Tytsjerksteradiel 14,8
Asten 13,8
Baarle-Nassau 17,5
Bergen op Zoom 15
Best 11,7
Boekel 9,4
Boxmeer 14,8
Boxtel 15,3
Breda 16,9
Deurne 15,8
Pekela 9
Dongen 13,8
Eersel 8,4
Eindhoven 16,7
Etten-Leur 13,5
Geertruidenberg 18,6
Gilze en Rijen 16,3
Goirle 20,2
Grave 7,2
Haaren 14,8
Helmond 18,6
's-Hertogenbosch 14,5
Heusden 15,4
Hilvarenbeek 13,7
Loon op Zand 13,7
Mill en Sint Hubert 9,2
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 12,1
Oirschot 14
Oisterwijk 11,5
Oosterhout 15,6
Oss 10,9
Rucphen 8,4
Sint-Michielsgestel 11,7
Someren 16,6
Son en Breugel 14,2
Steenbergen 12
Waterland 11
Tilburg 17,7
Uden 11
Valkenswaard 12,9
Veldhoven 14,8
Vught 15,5
Waalre 7,5
Waalwijk 18,2
Woensdrecht 13,7
Zundert 19
Wormerland 13,5
Landgraaf 14,6
Beek 17,6
Beesel 12,6
Bergen (L.) 13,7
Brunssum 8,2
Gennep 9,4
Heerlen 22,9
Kerkrade 14,9
Maastricht 20,7
Meerssen 7,4
Mook en Middelaar 25,6
Nederweert 12,9
Roermond 20,1
Simpelveld 7,6
Stein 15,2
Vaals 24,8
Venlo 14,7
Venray 15,7
Voerendaal 8
Weert 15,9
Valkenburg aan de Geul 10,9
Lelystad 17,5
Horst aan de Maas 14,9
Oude IJsselstreek 22,3
Teylingen 15,9
Utrechtse Heuvelrug 11,7
Oost Gelre 13,5
Koggenland 19,4
Lansingerland 15,6
Leudal 11,8
Maasgouw 10,1
Gemert-Bakel 12,5
Halderberge 15,9
Heeze-Leende 11,9
Laarbeek 13
Reusel-De Mierden 13
Roerdalen 18,9
Roosendaal 16,1
Schouwen-Duiveland 16,3
Aa en Hunze 6,3
Borger-Odoorn 14,2
Cuijk 15,2
Landerd 12,9
De Wolden 16,2
Noord-Beveland 9,6
Wijdemeren 17,5
Noordenveld 16,3
Twenterand 11,5
Westerveld 8,3
Sint Anthonis 9,5
Lingewaard 19,2
Cranendonck 10,3
Steenwijkerland 16,4
Moerdijk 16
Echt-Susteren 19,9
Sluis 14,5
Drimmelen 8,1
Bernheze 9,1
Alphen-Chaam 12,8
Bergeijk 13
Bladel 8,4
Gulpen-Wittem 11,9
Tynaarlo 9,8
Midden-Drenthe 14,5
Overbetuwe 16,4
Hof van Twente 24,3
Neder-Betuwe 15,4
Rijssen-Holten 19,8
Geldrop-Mierlo 18,2
Olst-Wijhe 18,3
Dinkelland 11
Westland 14,5
Midden-Delfland 15,5
Berkelland 18,7
Bronckhorst 14,4
Sittard-Geleen 18,6
Kaag en Braassem 8,9
Dantumadiel 21,7
Zuidplas 21
Peel en Maas 12,9
Oldambt 16,5
Zwartewaterland 12
S�dwest-Frysl�n 11,4
Bodegraven-Reeuwijk 13,9
Eijsden-Margraten 6,2
Stichtse Vecht 20,1
Hollands Kroon 18,8
Leidschendam-Voorburg 19,4
Goeree-Overflakkee 13,9
Pijnacker-Nootdorp 12,3
Nissewaard 18,3
Krimpenerwaard 18,7
De Fryske Marren 11,7
Gooise Meren 16,8
Berg en Dal 17
Meierijstad 13,2
Waadhoeke 13,2
Westerwolde 8,3
Midden-Groningen 15,8
Beekdaelen 14
Montferland 16,1
Altena 12,1
West Betuwe 22,5
Vijfheerenlanden 20,1
Hoeksche Waard 18,7
Het Hogeland 14,8
Westerkwartier 11,3
Noardeast-Frysl�n 12,6
Molenlanden 18,7
3.5.3 Aantal statushouders 2017 per 10 000 inwoners van de gemeentelijke bevolking, 2 maanden na verlaten van COA-opvang
GemNaam 17_2
Appingedam 30,7
Delfzijl 21
Groningen 15,6
Loppersum 18,7
Almere 14
Stadskanaal 28,9
Veendam 18,9
Zeewolde 15,2
Achtkarspelen 21,5
Ameland 0
Harlingen 20,3
Heerenveen 14,3
Leeuwarden 12,9
Ooststellingwerf 18,8
Opsterland 12,4
Schiermonnikoog 0
Smallingerland 17,2
Terschelling 0
Vlieland 0
Weststellingwerf 7,4
Assen 12,9
Coevorden 18,9
Emmen 13,1
Hoogeveen 16,2
Meppel 15,5
Almelo 16,2
Borne 11,2
Dalfsen 18,9
Deventer 13,5
Enschede 12,9
Haaksbergen 14,8
Hardenberg 15,2
Hellendoorn 20,1
Hengelo 11,4
Kampen 17,5
Losser 17,2
Noordoostpolder 14,7
Oldenzaal 11
Ommen 15,2
Raalte 15,2
Staphorst 22,9
Tubbergen 13,6
Urk 18,8
Wierden 14
Zwolle 11,5
Aalten 11,5
Apeldoorn 12,4
Arnhem 16,8
Barneveld 12,1
Beuningen 19,7
Brummen 29,5
Buren 12
Culemborg 13
Doesburg 15,2
Doetinchem 16
Druten 19,2
Duiven 11,8
Ede 10,9
Elburg 16
Epe 16,3
Ermelo 20,1
Harderwijk 14,9
Hattem 12,3
Heerde 15,1
Heumen 10,9
Lochem 21,4
Maasdriel 16,2
Nijkerk 12,6
Nijmegen 12,6
Oldebroek 13,6
Putten 24,8
Renkum 14,7
Rheden 14
Rozendaal 6
Scherpenzeel 3
Tiel 15
Voorst 22,9
Wageningen 15,7
Westervoort 18,1
Winterswijk 12,5
Wijchen 15,4
Zaltbommel 9,1
Zevenaar 8
Zutphen 14,7
Nunspeet 13,8
Dronten 17,4
Amersfoort 17,4
Baarn 21,8
De Bilt 22,9
Bunnik 21,1
Bunschoten 23,6
Eemnes 8,8
Houten 19,2
Leusden 19,3
Lopik 15,2
Montfoort 16,4
Renswoude 26,6
Rhenen 22
Soest 19,3
Utrecht 17,2
Veenendaal 18,3
Woudenberg 18,2
Wijk bij Duurstede 16,8
IJsselstein 22
Zeist 15,3
Nieuwegein 10,5
Aalsmeer 21,1
Alkmaar 14,3
Amstelveen 20,6
Amsterdam 16
Beemster 18,5
Bergen (NH.) 13,7
Beverwijk 20,2
Blaricum 17,9
Bloemendaal 8,5
Castricum 17,3
Diemen 23,6
Edam-Volendam 22,2
Enkhuizen 10,8
Haarlem 12,7
Haarlemmermeer 22,2
Heemskerk 19,7
Heemstede 8,4
Heerhugowaard 15,3
Heiloo 14,1
Den Helder 14,9
Hilversum 17,4
Hoorn 17,3
Huizen 22,5
Landsmeer 12,2
Langedijk 16,8
Laren 23,2
Medemblik 22,8
Oostzaan 24,6
Opmeer 26,3
Ouder-Amstel 19,4
Purmerend 11
Schagen 18,9
Texel 22,1
Uitgeest 18,5
Uithoorn 24,5
Velsen 19,2
Weesp 17,1
Zandvoort 7,1
Zaanstad 15,8
Alblasserdam 12,5
Alphen aan den Rijn 15,4
Barendrecht 17,9
Drechterland 22,5
Brielle 22,1
Capelle aan den IJssel 17,4
Delft 17,9
Dordrecht 10,7
Gorinchem 18
Gouda 17,9
's-Gravenhage 15,4
Hardinxveld-Giessendam 8,9
Hellevoetsluis 21,5
Hendrik-Ido-Ambacht 17,8
Stede Broec 23
Hillegom 21,9
Katwijk 23,6
Krimpen aan den IJssel 15,7
Leiden 11,3
Leiderdorp 17
Lisse 12,3
Maassluis 13,7
Nieuwkoop 12,6
Noordwijk 15,9
Oegstgeest 13,1
Oudewater 15,7
Papendrecht 15,8
Ridderkerk 20,8
Rotterdam 15,3
Rijswijk 19,8
Schiedam 19,7
Sliedrecht 19,2
Albrandswaard 22,6
Westvoorne 17,8
Vlaardingen 12,8
Voorschoten 12,2
Waddinxveen 14,8
Wassenaar 20,2
Woerden 16,1
Zoetermeer 14,9
Zoeterwoude 18,9
Zwijndrecht 23,7
Borsele 21,9
Goes 21
West Maas en Waal 11
Hulst 22,2
Kapelle 14,9
Middelburg 29,7
Reimerswaal 17,6
Terneuzen 11,4
Tholen 24
Veere 16,5
Vlissingen 22,8
De Ronde Venen 18,2
Tytsjerksteradiel 16,7
Asten 19,2
Baarle-Nassau 17,5
Bergen op Zoom 16,8
Best 13,4
Boekel 13,2
Boxmeer 17,5
Boxtel 11,4
Breda 13,5
Deurne 13,6
Pekela 17,2
Dongen 10,7
Eersel 12
Eindhoven 12,1
Etten-Leur 15,1
Geertruidenberg 20,9
Gilze en Rijen 18,5
Goirle 16,4
Grave 6,4
Haaren 14,1
Helmond 14,3
's-Hertogenbosch 12,8
Heusden 17,2
Hilvarenbeek 10,4
Loon op Zand 10,7
Mill en Sint Hubert 19,3
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 17,7
Oirschot 16,1
Oisterwijk 13,4
Oosterhout 20
Oss 16,3
Rucphen 16,4
Sint-Michielsgestel 17,9
Someren 12,4
Son en Breugel 21,3
Steenbergen 15,2
Waterland 21,9
Tilburg 11,9
Uden 16,3
Valkenswaard 12,9
Veldhoven 15,2
Vught 17
Waalre 17,4
Waalwijk 19,7
Woensdrecht 16,5
Zundert 17,6
Wormerland 12,9
Landgraaf 9,6
Beek 26,4
Beesel 11,1
Bergen (L.) 10,7
Brunssum 19,9
Gennep 16,4
Heerlen 14,2
Kerkrade 12,5
Maastricht 10,8
Meerssen 19,6
Mook en Middelaar 1,3
Nederweert 15,9
Roermond 12,7
Simpelveld 20,9
Stein 12,8
Vaals 8,9
Venlo 14,1
Venray 15,5
Voerendaal 26,5
Weert 17,1
Valkenburg aan de Geul 13,4
Lelystad 13,1
Horst aan de Maas 15,1
Oude IJsselstreek 21,8
Teylingen 25,9
Utrechtse Heuvelrug 21,6
Oost Gelre 9,1
Koggenland 21,1
Lansingerland 19,6
Leudal 13,2
Maasgouw 19,8
Gemert-Bakel 15,4
Halderberge 12,3
Heeze-Leende 13,2
Laarbeek 20,6
Reusel-De Mierden 14,5
Roerdalen 19,4
Roosendaal 9,7
Schouwen-Duiveland 20,7
Aa en Hunze 17,3
Borger-Odoorn 20,1
Cuijk 10,8
Landerd 25,8
De Wolden 13,3
Noord-Beveland 28,7
Wijdemeren 14,6
Noordenveld 41,2
Twenterand 11,5
Westerveld 6,2
Sint Anthonis 10,3
Lingewaard 15,7
Cranendonck 17,6
Steenwijkerland 17,1
Moerdijk 15,7
Echt-Susteren 24
Sluis 9
Drimmelen 15,8
Bernheze 15,6
Alphen-Chaam 23,6
Bergeijk 16,2
Bladel 16,4
Gulpen-Wittem 27,4
Tynaarlo 12,8
Midden-Drenthe 14,2
Overbetuwe 20
Hof van Twente 9,7
Neder-Betuwe 17,9
Rijssen-Holten 22,2
Geldrop-Mierlo 12,4
Olst-Wijhe 13,8
Dinkelland 13,3
Westland 18,2
Midden-Delfland 27,8
Berkelland 8,7
Bronckhorst 16
Sittard-Geleen 16,7
Kaag en Braassem 15,6
Dantumadiel 18,5
Zuidplas 11,2
Peel en Maas 17,5
Oldambt 24,1
Zwartewaterland 22,7
S�dwest-Frysl�n 22,1
Bodegraven-Reeuwijk 16,5
Eijsden-Margraten 17,9
Stichtse Vecht 20,5
Hollands Kroon 15,7
Leidschendam-Voorburg 16,3
Goeree-Overflakkee 18,3
Pijnacker-Nootdorp 14,9
Nissewaard 23,6
Krimpenerwaard 17,8
De Fryske Marren 22,7
Gooise Meren 19,9
Berg en Dal 16,4
Meierijstad 14,7
Waadhoeke 21,1
Westerwolde 47,6
Midden-Groningen 17,6
Beekdaelen 16,8
Montferland 11,7
Altena 12,3
West Betuwe 14,2
Vijfheerenlanden 11,7
Hoeksche Waard 23,4
Het Hogeland 20,5
Westerkwartier 19,4
Noardeast-Frysl�n 14,6
Molenlanden 16
3.5.4 Aantal statushouders 2017 per 10 000 inwoners van de gemeentelijke bevolking, 24 maanden na verlaten van COA-opvang
GemNaam 17_24
Appingedam 32,4
Delfzijl 20,6
Groningen 16,3
Loppersum 17,7
Almere 12,7
Stadskanaal 27,4
Veendam 18,2
Zeewolde 10,8
Achtkarspelen 10,4
Ameland 0
Harlingen 19,7
Heerenveen 16,7
Leeuwarden 13,7
Ooststellingwerf 14,1
Opsterland 10,1
Schiermonnikoog 0
Smallingerland 14,5
Terschelling 0
Vlieland 0
Weststellingwerf 5,4
Assen 11,5
Coevorden 15,8
Emmen 12,6
Hoogeveen 11,1
Meppel 12,5
Almelo 15,2
Borne 10,8
Dalfsen 16,5
Deventer 11
Enschede 14,5
Haaksbergen 15,7
Hardenberg 15,2
Hellendoorn 16,8
Hengelo 12,6
Kampen 18
Losser 13,7
Noordoostpolder 12,8
Oldenzaal 12,2
Ommen 9
Raalte 14,9
Staphorst 24,1
Tubbergen 8,9
Urk 14,4
Wierden 7,8
Zwolle 12
Aalten 10
Apeldoorn 13,7
Arnhem 17,2
Barneveld 11,2
Beuningen 18,9
Brummen 28,5
Buren 11,3
Culemborg 11,9
Doesburg 13,5
Doetinchem 17,4
Druten 18,1
Duiven 11,8
Ede 11,8
Elburg 15,2
Epe 16,6
Ermelo 19,7
Harderwijk 13,7
Hattem 8,2
Heerde 15,6
Heumen 12,7
Lochem 17,9
Maasdriel 15,8
Nijkerk 12,3
Nijmegen 14,5
Oldebroek 14
Putten 23,6
Renkum 12,8
Rheden 13,1
Rozendaal 6
Scherpenzeel 3
Tiel 15,7
Voorst 12,7
Wageningen 16,2
Westervoort 18,7
Winterswijk 10
Wijchen 13,9
Zaltbommel 9,1
Zevenaar 6,7
Zutphen 14,5
Nunspeet 12,4
Dronten 15,7
Amersfoort 17,7
Baarn 22,2
De Bilt 22,4
Bunnik 19,7
Bunschoten 17,6
Eemnes 14,3
Houten 19,6
Leusden 19,6
Lopik 15,9
Montfoort 15,7
Renswoude 24,7
Rhenen 18,5
Soest 19,5
Utrecht 16,9
Veenendaal 17,5
Woudenberg 18,2
Wijk bij Duurstede 13,9
IJsselstein 20,8
Zeist 13,6
Nieuwegein 8,2
Aalsmeer 18
Alkmaar 15,5
Amstelveen 19,3
Amsterdam 15,4
Beemster 18,5
Bergen (NH.) 9,7
Beverwijk 17,5
Blaricum 17
Bloemendaal 2,1
Castricum 16,2
Diemen 21,2
Edam-Volendam 21,1
Enkhuizen 9,7
Haarlem 11,5
Haarlemmermeer 20,2
Heemskerk 16,6
Heemstede 9,2
Heerhugowaard 14,3
Heiloo 15,3
Den Helder 13,5
Hilversum 16,3
Hoorn 17,8
Huizen 24,5
Landsmeer 5,2
Langedijk 14,6
Laren 21,4
Medemblik 22,1
Oostzaan 23,6
Opmeer 16,1
Ouder-Amstel 18,7
Purmerend 10,9
Schagen 18
Texel 17,7
Uitgeest 10,3
Uithoorn 25,8
Velsen 19,3
Weesp 16
Zandvoort 8,2
Zaanstad 15,6
Alblasserdam 12
Alphen aan den Rijn 14
Barendrecht 16,6
Drechterland 17,9
Brielle 22,1
Capelle aan den IJssel 17,8
Delft 17,6
Dordrecht 11,9
Gorinchem 15,8
Gouda 16,8
's-Gravenhage 15,4
Hardinxveld-Giessendam 7,8
Hellevoetsluis 19
Hendrik-Ido-Ambacht 17,1
Stede Broec 12,4
Hillegom 20,5
Katwijk 22,2
Krimpen aan den IJssel 16,3
Leiden 12
Leiderdorp 16,6
Lisse 10,5
Maassluis 13,1
Nieuwkoop 13,3
Noordwijk 13,5
Oegstgeest 12,7
Oudewater 14,7
Papendrecht 14,9
Ridderkerk 21
Rotterdam 16
Rijswijk 19,1
Schiedam 19,6
Sliedrecht 12,8
Albrandswaard 19,8
Westvoorne 13,7
Vlaardingen 13,5
Voorschoten 10,6
Waddinxveen 12,4
Wassenaar 19,1
Woerden 14,8
Zoetermeer 13,6
Zoeterwoude 18,9
Zwijndrecht 21,5
Borsele 20,6
Goes 19,7
West Maas en Waal 10,5
Hulst 20,3
Kapelle 13,3
Middelburg 29
Reimerswaal 15,4
Terneuzen 9,5
Tholen 23,3
Veere 13,3
Vlissingen 24,1
De Ronde Venen 14,8
Tytsjerksteradiel 14,5
Asten 19,2
Baarle-Nassau 17,5
Bergen op Zoom 16,5
Best 12,4
Boekel 13,2
Boxmeer 14,5
Boxtel 11,4
Breda 14,4
Deurne 12,1
Pekela 17,2
Dongen 10
Eersel 17,8
Eindhoven 13
Etten-Leur 14,2
Geertruidenberg 20,5
Gilze en Rijen 11,7
Goirle 9,2
Grave 7,2
Haaren 9,9
Helmond 14,1
's-Hertogenbosch 12,2
Heusden 15,2
Hilvarenbeek 8,5
Loon op Zand 10,7
Mill en Sint Hubert 9,2
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 16
Oirschot 14,5
Oisterwijk 9,6
Oosterhout 19,1
Oss 14,5
Rucphen 16,4
Sint-Michielsgestel 14,1
Someren 11,4
Son en Breugel 16,6
Steenbergen 13,6
Waterland 20,2
Tilburg 13,2
Uden 15,1
Valkenswaard 12,9
Veldhoven 9,9
Vught 14,8
Waalre 15,7
Waalwijk 18,4
Woensdrecht 9,1
Zundert 15,7
Wormerland 12,2
Landgraaf 10,1
Beek 25,7
Beesel 7,4
Bergen (L.) 9,9
Brunssum 18,5
Gennep 14,1
Heerlen 15,4
Kerkrade 14
Maastricht 10,3
Meerssen 7,9
Mook en Middelaar 1,3
Nederweert 15,3
Roermond 11,9
Simpelveld 16,2
Stein 7,6
Vaals 6,9
Venlo 12,9
Venray 15,2
Voerendaal 25,7
Weert 14,6
Valkenburg aan de Geul 12,1
Lelystad 12,7
Horst aan de Maas 14,4
Oude IJsselstreek 19,5
Teylingen 24,6
Utrechtse Heuvelrug 18,2
Oost Gelre 9,1
Koggenland 20,2
Lansingerland 18,2
Leudal 14,3
Maasgouw 13,1
Gemert-Bakel 13,8
Halderberge 10,9
Heeze-Leende 11,9
Laarbeek 20,6
Reusel-De Mierden 15,3
Roerdalen 15
Roosendaal 9
Schouwen-Duiveland 18,4
Aa en Hunze 16,9
Borger-Odoorn 16,9
Cuijk 11,2
Landerd 25,1
De Wolden 10,4
Noord-Beveland 24,6
Wijdemeren 12,9
Noordenveld 20,5
Twenterand 9,8
Westerveld 1
Sint Anthonis 9,5
Lingewaard 13,8
Cranendonck 16,6
Steenwijkerland 16,2
Moerdijk 14,9
Echt-Susteren 21,5
Sluis 9
Drimmelen 14,7
Bernheze 10,7
Alphen-Chaam 24,6
Bergeijk 13,5
Bladel 15,4
Gulpen-Wittem 27,4
Tynaarlo 9,8
Midden-Drenthe 12,7
Overbetuwe 18,9
Hof van Twente 7,7
Neder-Betuwe 16,2
Rijssen-Holten 19,1
Geldrop-Mierlo 11,9
Olst-Wijhe 13,3
Dinkelland 7,6
Westland 16,5
Midden-Delfland 25,8
Berkelland 6,8
Bronckhorst 11,9
Sittard-Geleen 15,9
Kaag en Braassem 16,4
Dantumadiel 20,1
Zuidplas 10,8
Peel en Maas 15,7
Oldambt 20,2
Zwartewaterland 23,1
S�dwest-Frysl�n 19,3
Bodegraven-Reeuwijk 14,8
Eijsden-Margraten 15,6
Stichtse Vecht 18,5
Hollands Kroon 14,4
Leidschendam-Voorburg 15,5
Goeree-Overflakkee 17,1
Pijnacker-Nootdorp 12,9
Nissewaard 21,9
Krimpenerwaard 16,6
De Fryske Marren 20
Gooise Meren 18
Berg en Dal 14,7
Meierijstad 14,5
Waadhoeke 20,6
Westerwolde 21
Midden-Groningen 17,1
Beekdaelen 13,7
Montferland 11,7
Altena 11,7
West Betuwe 13,6
Vijfheerenlanden 10,2
Hoeksche Waard 22,2
Het Hogeland 18,8
Westerkwartier 17,5
Noardeast-Frysl�n 10,8
Molenlanden 10,5

Statushouders wonen steeds een beetje stedelijker

Wel zien we dat de statushouders naarmate ze langer in Nederland verblijven steeds iets stedelijker gaan wonen. Van het cohort 2014 woonde na twee maanden 52,6 procent in sterk of zeer sterk stedelijk gebied, na 60 maanden is dat toegenomen naar 57,5 procent. Voor cohort 2015 zien we een vergelijkbare toename: van 54,5 procent na 2 maanden naar 58,9 procent na 48 maanden. Ook de vergunningscohorten van 2016 en 2017 zijn al iets stedelijker gaan wonen: van 54,4 procent na twee maanden naar 57,5 procent na 36 maanden (cohort 2016) en van 52,9 na 2 maanden naar 55,4 na 24 maanden (cohort 2017). Ter vergelijking: van alle Nederlanders woonde in 2020 49,0 procent in sterk of zeer sterk verstedelijkt gebied.

3.5.5 Aandeel statushouders dat (zeer) sterk stedelijk woont, naar vergunningscohort en aantal maanden na verlaten COA-opvang (%)
Vergunningscohort 2 maanden 12 maanden 24 maanden 36 maanden 48 maanden 60 maanden
2014 52,6 53,4 54,3 56 57,1 57,5
2015 54,5 55,7 57 57,9 58,9 .
2016 54,4 55,5 56,6 57,5 . .
2017 52,9 54,1 55,4 . . .
2018 53,6 54,3 . . . .
2019 55,7 . . . . .

3.6Huishoudenssamenstelling

Steeds meer statushouders thuiswonend kind

De figuur laat zien dat de jongere vergunningscohorten (vanaf 2016) voor een steeds groter deel bestaan uit thuiswonende kinderen en stellen (met en zonder kinderen). Van het vergunningscohort 2014, gemeten in de eerste maand buiten de asielopvang, is 27 procent een thuiswonend kind. Van het vergunningscohort 2020 (de eerste helft) is dit 68 procent.

Het aandeel alleenstaanden neemt steeds verder af. Een groot deel van de asielzoekers komt als ‘alleenstaande’ naar Nederland. Van de mensen die in 2014 een verblijfsvergunning krijgen, is 39 procent alleenstaand op het moment dat zij worden gehuisvest in een gemeente. Op het moment dat statushouders uit 2017 of 2018 worden gehuisvest in een gemeente (en zij dus uit de COA opvanglocatie vertrekken), is zo’n 13 procent alleenstaand. Voor statushouders uit de eerste helft van 2020, is 8 procent alleenstaand. De afname van het aandeel alleenstaanden wordt veroorzaakt door de nareis van familieleden. Het aandeel partners (zowel met als zonder kinderen) stijgt in de periode tussen het verkrijgen van de vergunning en het moment dat mensen een woning toegewezen krijgen.

3.6.1 Plaats in het huishouden van personen met verblijfsvergunning asiel, op moment van huisvesting in gemeente (eerste maand buiten asielopvang), naar vergunningscohort
Categorie 1 Alleenstaand Thuiswonend kind Partner in paar met kinderen Partner in paar zonder kinderen Ouder in eenouderhuishouden Overig lid huishouden Onbekend
Eerste helft 2020 235 1960 295 135 55 195 0
2019 2385 7175 2360 750 435 780 0
2018 2180 8180 3030 1005 625 850 0
2017 3570 13245 6800 1510 850 1815 0
2016 10110 12430 6330 2555 1215 2685 0
2015 9925 10195 5805 2245 830 2400 0
2014 7505 5285 3420 1210 545 1295 0

3.7Onderwijs

Steeds meer statushouders volgen onderwijs

Van alle statushouders die in 2014 hun vergunning kregen, volgt 28 procent onderwijs op 1 oktober 2015 en drie jaar later (op 1 oktober 2018) volgt 39 procent van hen onderwijs. Dit percentage daalt daarna naar 36 procent in 2020. Van de statushouders die in 2015 een vergunning kregen volgt 43 procent op 1 oktober 2020 onderwijs en voor degenen die in 2016 een vergunning kregen is dit 44 procent. Voor het cohort 2017 is dit 49 procent en voor het cohort 2018 43 procent. Een interessant gegeven is dat niet-leerplichtige jongeren vanaf 18 jaar oud vaker onderwijs volgen naarmate ze langer in Nederland zijn. Zij volgen vaak een opleiding binnen het middelbaar beroepsonderwijs.

3.7.1 Onderwijspositie op 1 oktober 2020 van personen met verblijfsvergunning asiel verkregen in 2016, naar onderwijssoort en leeftijd
Categorie 1 Geen onderwijs Primair onderwijs Voortgezet onderwijs Middelbaar beroepsonderwijs Hoger beroepsonderwijs Wetenschappelijk onderwijs Vertrokken/overleden
5 tot 12 jaar 30 5135 10 0 0 0 55
12 tot 18 jaar 35 815 2445 360 0 0 45
18 tot 23 jaar 1295 15 170 2160 115 60 200
23 jaar of ouder 17760 0 10 1835 485 170 530

Toename mbo gestopt

Naarmate statushouders langer in Nederland zijn, stromen zij van het voortgezet onderwijs vooral uit naar het middelbaar beroepsonderwijs en het praktijkonderwijs. Waar er van de personen die in 2014 een verblijfsvergunning asiel ontvingen ongeveer 340 personen (14 procent) praktijkonderwijs of vmbo volgen in 2015, zijn dat er in 2018 ongeveer 1 015 (24 procent). In 2020 is het percentage gedaald naar 16 procent (695 personen). Het lagere deelname percentage wordt veroorzaakt doordat het cohort 2014 inmiddels wat ouder is geworden en uit het onderwijs is gestroomd. Het praktijkonderwijs is bedoeld voor leerlingen die beter zijn in het opdoen van praktische kennis dan van theoretische kennis, en moeite hebben om een vmbo-diploma te halen vanwege een leerachterstand op de ge­bieden taal en rekenen. Statushouders die het voortgezet onderwijs verlaten, stromen met name door naar het middelbaar beroepsonderwijs. Het aandeel statushouders uit 2014 dat een mbo-opleiding volgt is gestegen van 12 procent in 2015 naar 55 procent in 2018 (en iets gedaald naar 51 in 2020). De daling van het aandeel mbo in de meest recente jaren gaat gepaard met een stijging van het aandeel personen die een brugklas of internationale schakelklas volgen. Dit kan verklaard worden door een toename van kinderen uit cohort 2014 die de brugklasleeftijd hebben bereikt.

3.7.2 Onderwijsniveau vanaf voortgezet onderwijs op 1 oktober 2015, 2016, 2017, 2018, 2019 en 2020 van personen met verblijfsvergunning asiel verkregen in 2014
Categorie 1 Brugklas/internationale schakelklas Praktijkonderwijs Vmbo Havo/vwo Vavo Mbo Hbo Wo
1 oktober 2015 1555 30 310 85 75 285 30 20
1 oktober 2016 765 175 505 145 130 1010 105 70
1 oktober 2017 260 290 620 195 110 1955 230 125
1 oktober 2018 130 300 715 290 60 2385 285 140
1 oktober 2019 275 280 620 315 45 2260 320 120
1 oktober 2020 580 245 450 320 25 2145 350 125

Steeds hoger mbo-niveau

Met betrekking tot het niveau van de mbo-opleiding volgt men in de eerste jaren met name niveau 1 (ca. 75% van alle statushouders van het cohort 2015 die mbo volgen in 2016), maar dat verandert geleidelijk naar niveau 2. In oktober 2019 en 2020 volgen er meer status­houders niveau 2 dan niveau 1. Ook de andere niveaus (3 en 4) nemen in aandeel toe, zij het niet zo hard als niveau 2. Relatief gezien volgen veel statushouders uit Eritrea een mbo-opleiding (63 procent van alle onderwijsvolgende Eritrese (cohort 2015) statushouders in 2019). Dat heeft te maken met de leeftijdsverdeling van de statushouders: er zijn relatief veel Eritrese status­houders in de leeftijd van 18 tot 23 jaar.

3.7.3 Mbo-niveau vanaf 1 oktober 2015 tot en met 1 oktober 2020 van personen met een verblijfsvergunning asiel verkregen in 2014 en 2015
Categorie 1 Categorie 2 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4
2014 1 oktober 2015, 2014 190 60 15 20
2014 1 oktober 2016, 2014 715 200 45 50
2014 1 oktober 2017, 2014 1125 565 115 150
2014 1 oktober 2018, 2014 860 1005 225 295
2014 1 oktober 2019, 2014 500 1010 305 445
2014 1 oktober 2020, 2014 285 910 360 590
2014 , 2014 . . . .
2015 1 oktober 2016, 2015 210 45 5 20
2015 1 oktober 2017, 2015 1295 270 60 125
2015 1 oktober 2018, 2015 1875 1105 220 395
2015 1 oktober 2019, 2015 1365 1740 345 680
2015 1 oktober 2020, 2015 825 1825 515 975

3.8Inburgering

30 procent van cohort 2014 niet inburgeringsplichtig

De meeste personen die een verblijfsvergunning asiel ontvangen en tussen de 18 en 65 jaar oud zijn, zijn inburgeringsplichtig. De figuur laat per nationaliteitnoot10 zien hoe het met de inburgerings­plicht staat op 1 oktober 2020, voor iedereen die in 2014 een vergunning ontving. De groep niet-inburgeringsplichtigen betreft vrijwel altijd kinderen tot 18 jaar of personen die 65 jaar of ouder zijn. Zij zijn uitgesloten van de inburgeringsplicht. Een statushouder krijgt een ontheffing als hij of zij een psychische of lichamelijke beperking of een verstandelijke handicap heeft. Ook is het mogelijk om een ontheffing te krijgen als de inburgeraar aangetoond heeft zich voldoende ingespannen te hebben om aan de inburgerings­vereiste te voldoen. Slechts een klein deel van de statushouders uit het cohort 2014 heeft in oktober 2020 het inburgerings­examen nog niet gehaald: dit gaat om 245 mensen, of 1,3 procent van alle mensen in het totale vergunningscohort van 2014. Deze personen hebben een overschrijding en krijgen een boete. In totaal 425 statushouders (2%) van het totale vergunningscohort 2014 hebben nog niet voldaan aan de inburgeringsplicht, maar hebben ook (nog) geen overschrijding. Zij kregen een verlenging van de inburgerings­termijn. Een statushouder kan bijvoorbeeld een verlenging krijgen als hij of zij bezig is met een alfabetiseringscursus, bij zwangerschap of als de aanmelding van het examen is vertraagd. Verlengingen komen het meest voor bij Eritreeërs. Bijna 70 procent van de Eritreeërs die op 1 oktober 2020 nog moesten voldoen aan hun inburgeringsplicht hebben een verlenging gekregen. Voor de totale groep ligt dit percentage op 63 procent.

3.8.1 Inburgeringsstatus van personen met verblijfsvergunning asiel verkregen in 2014, gemeten oktober 2020
Categorie Inburgeringsexamen behaald (WI of NT2) en vrijstelling Ontheffing Geen examen behaald, geen overschrijding Geen examen behaald, wel overschrijding Niet inburgeringsplichtig Overleden of vertrokken uit Nederland
Syrië 4720 1740 100 75 3320 230
Irak 215 170 10 5 230 10
Afghanistan 250 90 20 10 195 5
Eritrea 2140 995 215 95 370 110
Iran 245 50 10 15 70 15
Overig 1090 530 70 45 1470 110

95 procent van de inburgeringsplichtigen cohort 2014 heeft voldaan aan de inburgeringsplicht

Wanneer alleen wordt gekeken naar inburgeringsplichtigen (inclusief mensen met ont­heffing of vrijstelling), dan heeft 67 procent van het vergunningscohort 2014 in oktober 2020 het inburgeringsexamen behaald of een vrijstelling gekregen. Een vrijstelling kun je bijvoorbeeld krijgen als je een Nederlands diploma hebt van de universiteit, hbo, mbo (vanaf niveau 2), vwo, havo, mavo of vmbo. 28 procent heeft een ontheffing. 3 procent heeft het examen nog niet gehaald, maar heeft nog wel tijd om dat alsnog te doen. 2 procent van de inburgerings­plichtigen heeft het examen nog niet gehaald en heeft daarmee de inburgerings­termijn overschreden. Voor de jongere cohorten liggen de cijfers met ge­slaagden aanzienlijk lager: 64 procent van het vergunningscohort van 2015 en 54 procent van het vergunningscohort van 2016, 23 procent van het vergunningscohort van 2017, en 4 procent van het cohort van 2018 heeft in oktober 2020 het inburgeringsexamen gehaald of een ontheffing of vrijstelling gekregen. Dit komt uiteraard doordat de recentere cohorten minder tijd hebben gehad om het examen te halen. Voor de personen uit de meest recente cohorten is de inburgeringstermijn ook nog niet overschreden in oktober 2020.

3.8.2 Inburgeringsplichtigen (vergunningscohorten 2014, 2015 en 2016) die aan hun inburgeringsplicht hebben voldaan (%)
Examen behaald (of vrijstelling) Ontheffing
2014 1 oktober 2015, 2014 0,8 0
2014 1 oktober 2016, 2014 6,8 0,4
2014 1 oktober 2017, 2014 34,5 4,5
2014 1 oktober 2018, 2014 60,6 16,8
2014 1 oktober 2019, 2014 66,4 26,2
2014 1 oktober 2020, 2014 67,1 27,7
2015 1 oktober 2016, 2015 0,1 0,1
2015 1 oktober 2017, 2015 1,2 0,3
2015 1 oktober 2018, 2015 23,2 4,3
2015 1 oktober 2019, 2015 57 19,5
2015 1 oktober 2020, 2015 63,8 24,6
2016 1 oktober 2017, 2016 0,1 0,1
2016 1 oktober 2018, 2016 4,5 0,4
2016 1 oktober 2019, 2016 36,4 11
2016 1 oktober 2020, 2016 53,7 23,2

Taalniveau vooral A2

Bij het volgen van een inburgeringscursus leren statushouders Nederlands begrijpen, spreken en schrijven op tenminste taalniveau A2. Met dit taalniveau kunnen mensen zich in het dagelijkse leven redden. Statushouders kunnen ook op een hoger taalniveau inburgeren, wanneer zij bijvoorbeeld na hun inburgering willen studeren of werken. Niveau B1 is voor mensen die willen werken of studeren op mbo 3‑niveau of mbo 4‑niveau. Niveau B2 is voor mensen die willen werken of studeren op hbo- of universitair niveau.noot11 Het overgrote deel (86 procent) van de statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning heeft gekregen en hun inburgeringsexamen heeft behaald (gemeten op 1 oktober 2020), deed dat op taalniveau A2. Acht procent deed dat op taalniveau B1 en de resterende 6 procent op taalniveau B2.

Onderscheiden naar nationaliteitnoot12 is onder personen met een Syrische en Iraanse nationaliteit het aandeel met een B2 taalniveau op (9 procent) relatief hoog. Bijna alle personen met een Eritrese nationaliteit behalen het inburgeringsexamen op A2 taalniveau; slechts 4 procent haalt B1 of B2. Van het cohort 2015 zijn de aandelen statushouders die een A2 niveau halen vergelijkbaar met die van het 2014 cohort. Onder Irakezen en Iraniërs is het aandeel met een B2 taalniveau in het 2015 cohort een paar procenten hoger als in het 2014 cohort.

3.8.3 Taalniveau op 1 oktober 2020 van personen met verblijfsvergunning asiel verkregen in 2014 of 2015 naar nationaliteit
Categorie 1 Categorie 2 Niveau A2 Niveau B1 Niveau B2
Syrië 2014, Syrië 3785 465 420
Syrië 2015, Syrië 7275 865 725
Irak 2014, Irak 180 15 5
Irak 2015, Irak 140 5 10
Afghanistan 2014, Afghanistan 180 25 5
Afghanistan 2015, Afghanistan 140 20 5
Eritrea 2014, Eritrea 1990 55 20
Eritrea 2015, Eritrea 2470 85 15
Iran 2014, Iran 185 30 20
Iran 2015, Iran 205 25 30
Overig 2014, Overig 905 85 45
Overig 2015, Overig 1005 65 40

3.9Werk

Stijging aandeel werkenden stagneert

Afghanen die in 2014 een verblijfsvergunning asiel hebben gekregen, hebben tot 4 jaar na het verkrijgen van de vergunning vaker een baan dan statushouders met een andere nationaliteit.noot13 Deze bevinding zagen we eerder terug bij de vluchtelingen uit de jaren negentig. Ook toen waren Afghanen twee jaar na aankomst in Nederland vaker aan het werk dan Irakezen of Iraniërs (Sprangers e.a., 2004). Na vier-en-een-half jaar zijn het juist de Eritrese statushouder uit 2014 die (na een achterstand in de eerste drie jaar) op dit punt vooruit lopen.

Als we de situatie bekijken tweeënhalf jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning asiel dan heeft het vergunningscohort 2016 iets vaker een baan dan het vergunningscohort van 2015 (respectievelijk 19 en 14 procent). De mensen uit het vergunningscohort 2015 hebben op hun beurt weer iets vaker een baan na tweeënhalf jaar dan de mensen uit het vergunnings­cohort van 2014 (respectievelijk 14 en 11 procent). Statushouders gaan dus steeds iets sneller aan het werk. Het cohort van 2017 lijkt te breken met deze trend: na tweeënhalf jaar heeft 16 procent een baan. Dit hangt waarschijnlijk samen met de corona­crisis: 30 maanden na het ontvangen van de verblijfsvergunning valt voor cohort 2017 voor een deel samen met de coronacrisis. Statushouders hebben vaak flexibele contracten, en zijn werkzaam in kwetsbare sectoren.

Kijken we naar de meest recente baan dan hebben de meeste statushouders een baan in deeltijd (73 procent) en met een tijdelijk contract (84 procent). Van de werkenden, werkt gemiddeld drie procent als zelfstandige. Bijna 30 procent van de statushouders met een baan werkt in de uitzendbranche, daarnaast komen banen in de horeca (22 procent) en de handel (19 procent) veel voor. Verschillen tussen nationaliteiten zijn klein. Alleen Eritreeërs vallen op met een hoog aandeel dat een baan heeft in de uitzendbranche (45 procent). Wel zijn er verschillen te zien tussen de cohorten: mensen uit de oudste vergunningscohorten werken minder vaak in de horeca en vaker in de uitzendbranche. Van diegenen die werken uit het vergunningscohort 2019 werkt 37 procent in de horeca en 27 procent in de uitzendbranche. Voor het vergunningscohort 2014 zijn die percentages respectievelijk 16 en 32 procent.

Het vergunningscohort 2014 kunnen we nu het langst in de tijd volgen. Voor dit cohort zien we dat na vijf-en-een-half jaar 41 procent van alle 18- tot 65 jarige statushouders een baan heeft. Niet alleen stijgt de arbeidsdeelname van deze statushouders gestaag; we zien ook dat de verschillen in arbeidsdeelname tussen de nationaliteiten kleiner worden. Tegelijkertijd zien we ook dat het aandeel werkenden in de meest recente maanden juist daalt of zijn minst stagneert. Dit is vermoedelijk een effect van de coronacrisis. Statushouders zijn vaak met flexibele contracten werkzaam in de horeca en in de uitzendbranche. Deze sectoren worden het hardst geraakt.

3.9.1 Aandeel werkenden onder 18- tot 65- jarigen die in 2014 verblijfsvergunning asiel ontvingen, aantal maanden na ontvangen vergunning (%)
maanden na ontvangen vergunning Syrië Irak Afghanistan Eritrea Iran Overig
3 0,3 3,5 5,2 0,2 1,4 3,1
6 0,5 4,3 9,8 0,2 1,7 4,2
12 1,5 5,4 16,2 0,9 2,9 5,6
18 3,1 5,8 19,4 0,9 5,4 7,1
24 5,8 10,5 25,7 2,7 7,4 10,4
30 10,6 13,9 29,5 5,9 12,2 15,1
36 17,2 18,8 34,9 14,6 15,1 21,7
42 23,8 25,5 34,1 24,6 21,6 28,2
48 30,4 30,3 40,8 40,2 26,2 33,1
54 34,1 33,1 44,8 48 29,5 38,8
60 36,4 34,7 43,8 56 34,6 40
66 35,6 33,5 43,7 53,6 37 41,9

3.10Uitkering

Aandeel bijstandsgerechtigden daalt verder

Anderhalf jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning, ontvangt 90 procent van de 18 tot 65 jarigen die in 2014 een vergunning hebben gekregen, een bijstandsuitkering. Drie jaar later – vier-en-een-half jaar na het verkrijgen van een vergunning – is dit percentage gedaald naar 50 procent. Nog eens een jaar later ontvangt 42 procent van het cohort een bijstandsuitkering. Dit kunnen ook statushouders met een (deeltijd)baan zijn. Zoals in de figuur is te zien, ontvangt niet iedereen meteen een bijstandsuitkering. Veel statushouders verblijven de eerste maanden nog in de asielopvang, waar zij geen uitkering ontvangen, maar leefgeld. Pas wanneer status­houders zelfstandig zijn gehuisvest in een gemeente, komen ze in aanmerking voor een bijstandsuitkering. Met het verstrijken van de tijd worden de verschillen tussen de verschillende groepen steeds kleiner. In dit onderzoek is ook gekeken naar werkloosheids- en arbeidsongeschiktheids­uitkeringen, maar die komen, zoals verwacht mag worden wegens het ontbreken van een arbeidsverleden, in de eerste vijf-en-een-half jaar na verkrijgen van de vergunning nauwelijks voor. De daling van de aandelen in de meest recente maanden verloopt minder snel dan in de maanden daarvoor. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de coronacrisis: statushouders hebben vaker een tijdelijk contract en zijn vaker werkzaam in die sectoren die hard door de crisis worden geraakt (horeca, uitzendbranche). Onderscheiden naar nationaliteit zien we dat de daling het sterkst afneemt voor Eritreeërs.

3.10.1 Aandeel uitkeringsgerechtigden onder 18- tot 65-jarigen die in 2014 verblijfsvergunning asiel ontvingen, aantal maanden na ontvangen vergunning (%)
maanden na ontvangen vergunning Syrië Irak Afghanistan Eritrea Iran Overig
3 21,9 35,3 24 12,2 26,1 28,2
6 59 68,2 53,6 43,2 56,6 62,9
12 89,9 84,7 73,1 79 86,2 84
18 92,9 86,1 69,6 91,9 87,4 84,2
24 90,7 86,2 67,2 91,4 84,9 80,5
30 85,9 81,3 63,2 88,7 81,8 72,9
36 77,9 77,4 56,8 79,6 76,6 64,7
42 68,9 70,5 52,5 69,6 69,9 56,3
48 59,5 64,5 46,4 56,2 61,3 49,9
54 52,9 58,7 41,7 46,6 57,1 44,6
60 47,2 56,1 39,8 38,2 50,6 40,4
66 45,4 51,5 37,3 36,3 46,6 37,7

3.11Voornaamste inkomstenbron

Uitkering nog steeds belangrijkste inkomstenbron

Het aandeel statushouders met werk als voornaamste inkomstenbron loopt voor cohort 2014 gestaag op tot 26 procent vijf jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning. Voor de statushouders uit 2015 en 2016 zien we vergelijkbare patronen. Hoewel steeds meer statushouders een (deeltijd) baan hebben, leveren die banen vaak onvoldoende inkomsten op. Hierdoor kan een uitkering ook voor deze groep de voornaamste inkomstenbron zijn. Veel statushouders hebben nog geen inkomsten in de eerste maanden na het verkrijgen van een vergunning. Dit komt doordat veel van hen na het verkrijgen van hun vergunning nog in een opvanglocatie wonen, waar ze leefgeld ontvangen. In de loop van de tijd neemt het aandeel zonder inkomsten af en krijgen steeds meer statushouders een uitkering (of pensioen). Na anderhalf jaar geldt dat voor 63 procent van de statushouders uit 2014 een uitkering of pensioen de voornaamste bron van inkomsten is. Na vier jaar is het percentage gedaald naar 41 procent. Het gaat dan in de meeste gevallen om een bijstandsuitkering. Na 12 maanden is een steeds kleiner deel van opeenvolgende cohorten afhankelijk van een uitkering (60 procent van cohort 2014, dalend naar 41 procent van cohort 2018). Het aandeel schoolgaandennoot14 is na 12 maanden juist hoger voor het meest recente cohort (51 procent voor cohort 2018) dan voor dat van 2015 (37 procent) en die van 2014 (33 procent).

3.11.1 Personen die een verblijfsvergunning asiel ontvingen in 2014 naar voornaamste bron van inkomsten
maanden na ontvangen vergunning Uitkering/pensioen Werk Schoolgaand Geen inkomen Overleden of vertrokken uit Nederland Onbekend
3 4160 115 6195 7860 165 1055
6 8400 125 6315 4490 135 80
12 11680 140 6415 1130 180 5
18 12300 175 6440 365 270 5
24 12155 325 6465 255 355 0
30 11545 635 6660 290 400 0
36 10435 1345 6905 375 455 0
42 9205 2300 6980 500 515 5
48 7925 3460 6895 650 570 0
54 7040 4390 6685 770 620 0
60 6455 5045 6455 900 640 5

Als we naar de verschillen tussen de groepen uit 2014 kijken zien we dat 60 maanden na het verkrijgen van de vergunning het aandeel personen waarvan de voornaamste bron van inkomsten werk is, het hoogst is onder de Eritreeërs (43 procent) en het laagst onder de Irakezen (19 procent). Tegelijkertijd was het aandeel Eritreeërs waarvan de voornaamste bron van inkomsten een uitkering is, ook hoog: ongeveer 83 procent van de statushouders uit Eritrea had twee jaar na het verkrijgen van zijn of haar vergunning een uitkering of pensioen als belangrijkste inkomstenbron. Nog eens drie jaar later is dit aandeel gedaald naar ongeveer het gemiddelde niveau van 34 procent. Een relatief klein deel van de groep Eritreeërs (17 procent) is na vijf jaar schoolgaand.

Van de Afghaanse statushouders heeft na vijf jaar ongeveer 33 procent een uitkering als belangrijkste inkomstenbron en gaat eveneens 33 procent naar school. Syriërs lijken na vijf jaar op de Afghanen wat betreft hun voornaamste bron van inkomsten: voor 22 procent van de Syriërs is dat werk, voor 34 procent een uitkering of pensioen en 36 procent gaat naar school. Hoewel het voor Iraniërs om kleine aantallen gaat, is een uitkering als voornaamste bron van inkomen 60 maanden na het verkrijgen van de vergunning met 44 procent het hoogst voor Iraanse statushouders.

3.11.2 Personen met Eritreese nationaliteit die een verblijfsvergunning asiel ontvingen in 2014 naar voornaamste bron van inkomsten
maanden na ontvangen vergunning Uitkering/pensioen Werk Schoolgaand Geen inkomen Overleden of vertrokken uit Nederland Onbekend
3 685 5 580 2120 10 560
6 1715 5 595 1590 10 45
12 2845 20 570 510 15 5
18 3245 10 555 135 20 0
24 3290 20 570 60 25 0
30 3165 55 670 35 30 0
36 2810 240 810 50 45 0
42 2430 530 875 55 65 0
48 1935 1030 840 75 80 0
54 1585 1395 785 100 90 0
60 1350 1705 685 115 105 0
3.11.3 Personen met Afghaanse nationaliteit die een verblijfsvergunning asiel ontvingen in 2014 naar voornaamste bron van inkomsten
maanden na ontvangen vergunning Uitkering/pensioen Werk Schoolgaand Geen inkomen Overleden of vertrokken uit Nederland Onbekend
3 140 15 220 195 5 20
6 240 20 230 100 0 5
12 300 25 245 30 0 0
18 295 30 255 15 5 0
24 295 40 250 10 5 0
30 280 55 235 15 10 0
36 260 80 235 15 10 0
42 245 95 230 20 10 0
48 220 120 220 20 10 0
54 205 145 210 25 10 0
60 195 165 195 35 10 0

3.12Inkomen

Nog altijd weinig inkomensverschillen

Het gemiddeld gestandaardiseerd besteedbaar huishoudinkomen van statushouders die een vergunning kregen in 2014 bedroeg 12,3 duizend euro in 2015 en is geleidelijk aan gestegen naar 15,9 duizend euro in 2019. Statushouders uit 2015 kregen in 2016 gemiddeld 12,3 duizend euro en 15,1 duizend euro in 2019. Voor het cohort 2016 steeg het inkomen tussen 2017 en 2019 van 12,7 maar 16,6 duizend euro. Zoals in de tabel te zien is, zijn er tussen de verschillende nationaliteitennoot15 geen grote verschillen in het gestandaardiseerd huishoudinkomen. Dit komt doordat een aanzienlijk deel van de statushouders een bijstandsuitkering ontvangt en dat zijn vaste bedragen, afhankelijk van de gezinssituatie. Wel laat de tabel zien dat voor alle cohorten en alle jaren geldt dat Iraniërs het hoogste inkomen hebben. Dit komt overeen met de waar­nemingen in de SCP rapportage (Huijnk e.a., 2021): daar zien we dat Iraniërs later aan het werk gaan, maar wel hogere uurlonen hebben.

3.12.1Gemiddeld gestandaardiseerd huishoudinkomen in duizenden euro's, voor statushouders niet meer in COA-opvang naar nationaliteit, vergunning-cohort en verslagjaar

Cohort 2014 Cohort 2015
2015 N 2016 N 2017 N 2018 N 2019 N 2016 N 2017 N 2018 N 2019 N
Syrië 12,0 4 295 12,6 9 650 13,3 9 900 14,2 9 920 15,5 9 885 12,2 12 815 12,9 20 295 13,6 20 675 14,9 20 675
Irak 12,2 450 13,0 635 13,6 655 14,5 650 15,5 665 12,5 285 13,4 490 14,2 510 15,7 510
Afghanistan 12,9 350 13,4 575 14,2 575 15,5 580 16,6 580 12,5 300 13,3 500 14,2 505 15,8 515
Eritrea 13,0 925 13,0 3 530 13,5 3 855 14,8 3 845 16,7 3 820 12,4 1 340 12,8 5 630 13,7 6 000 15,4 5 990
Iran 13,3 265 13,6 400 14,0 405 15,4 405 16,9 400 13,5 270 14,2 405 14,9 405 16,9 405
Overig/onbekend