Foto omschrijving: Twee meisjes zitten op bed in het AZC in de wijk Beverwaard in Rotterdam Zuid.

Asielaanvraag en opvang

In dit hoofdstuk wordt de instroom van asielzoekers in de periode 2014 tot en met de eerste helft van 2020 besproken. Achtereenvolgens komen de omvang en de samen­stelling van de groep, het verkrijgen van een verblijfsvergunning en gezins­hereniging aan de orde.

2.1Instroom

Jaarlijkse instroom COA-opvang in 2020 lager

Ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder zijn er in de eerste helft van 2020 ruim 6 duizend minder asielzoekers in het COA ingestroomd. Ook nareizende familieleden die zijn ingestroomd via COA-opvang worden meegeteld. In 2014 zijn er 27 duizend asielzoekers via COA-opvanglocaties naar Nederland gekomen, in 2015 54 duizend, in 2016 31 duizend, in 2017 36 duizend, in 2018 30 duizend, in 2019 eveneens 30 duizend en in de eerste helft van 2020 8 duizend. De afname in de eerste helft van 2020 is een gevolg van COVID-19. Zo werden in tal van herkomstlanden en ook in Nederland grensmaatregelen ingevoerd, maar ook konden asielgehoren en rechterlijke uitspraken niet plaatsvinden en werden asielzoekers in noodopvang geplaatst in plaats van in de COA-opvang. In Ter Apel heeft de identificatie en registratie tijdelijk stilgelegen en konden asielaanvragen niet worden ingediend. Vanaf eind april 2020 werden voor veel tijdelijke maatregelen langzaam aan weer versoepelingen doorgevoerd.noot1 noot2

2.1.1 Ingestroomde asielzoekers in COA-opvang naar nationaliteit, 2014 tot en met eerste helft 2020
Categorie 1 Syrië Irak Afghanistan Eritrea Iran Overig
Eerste helft 2020 2185 195 250 1075 240 3830
2019 6980 785 655 3260 1650 16515
2018 7225 1110 765 4730 2035 14355
2017 17960 1530 485 4800 865 10440
2016 12760 1195 1125 2980 955 12315
2015 29700 3345 2670 7880 2030 8650
2014 13250 1060 605 3940 550 7360

2.2Nationaliteiten

Meer asielzoekers uit veilige landen

In alle jaren zijn Syriërs veruit de grootste groep onder asielzoekers die instroomden bij de asielopvang van het COA. De figuur laat zien dat in 2014 en 2015 ongeveer de helft van de ingestroomde asielzoekers de Syrische nationaliteitnoot3 heeft. In 2018 en 2019 is het aandeel Syrische asielzoekers gedaald naar een kwart en in de eerste helft van 2020 steeg het aandeel weer iets naar 28 procent. De op één na grootste groep in die jaren betreft die met de Eritrese nationaliteit. Vooral in de recentere jaren zien we meer instroom vanuit veilige landennoot4 noot5 zoals Marokko en Algerije. In 2019 is de toename van asielverzoeken van Nigerianen opvallend. Ook het aantal Turken dat asiel aanvraagt in Nederland is vooral in 2018noot6 en 2019 sterk toegenomen. De redenen waarom asielverzoeken toenemen, variëren per land. Dit kan te maken hebben met zaken als een verslechterde veiligheidssituatie (Nigeria), onzekere politieke situaties in combinatie met een slechte economische situatie (Algerije) of veranderingen in de dienstplicht (Marokko).noot7 In Turkije lopen aanhangers van de islamitische geestelijke Fethulla Gülen net als critici van de regering, een grote kans om vervolgd te worden door de Turkse overheid.noot8 Door COVID-19 is de neergang van de economie in veel herkomstlanden nog groter geworden.noot9 noot10

2.2.1Top vijf van nationaliteiten van ingestroomde asielzoekers in COA-opvang, 2014 tot en met eerste helft 2020

2014 2015 2016 2017 208 2019 eerste helft 2020
1 Syrië 13 250 Syrië 29 700 Syrië 12 760 Syrië 17 960 Syrië 7 225 Syrië 6 980 Syrië 2 185
2 Eritrea 3 940 Eritrea 7 880 Eritrea 2 980 Eritrea 4 800 Eritrea 4 730 Eritrea 3 260 Eritrea 1 075
3 Somalië 1 265 Irak 3 345 Albanië 1 650 Irak 1 530 Iran 2 035 Nigeria 2 210 Turkije 355
4 Irak 1 060 Afghanistan 2 670 Marokko 1 260 Marokko 940 Turkije 1 360 Iran 1 650 Algerije 340
5 Afghanistan 605 Iran 2 030 Joegoslavië 1 235 Iran 865 Algerije 1 240 Turkije 1 325 Nigeria 305

Bron:CBS.

2.3Nareis

Aandeel nareizigers loopt verder terug

Sinds 2014 zijn er bijna 49 duizend nareizigers naar Nederland gekomen. De figuur laat zien dat het grootste deel bestaat uit instroom van nareizigers van Eritreeërs en Syriërs. Van de ingestroomde Eritrese asielzoekers in 2019 betreft 56 procent een nareiziger.

Van alle ingestroomde asielzoekers was aanvankelijk een steeds groter aandeel nareiziger. Van alle instromers in 2014 gaat het om 15 procent van alle asielzoekers. Dit percentage stijgt via 17 procent in 2015 en 32 procent in 2016 naar 39 procent in 2017. Daarna daalde het aandeel via 20 procent in 2018 naar 14 procent in 2019. In de eerste helft van 2020 is het aandeel nareizigers weer licht gestegen naar 16 procent. Dit komt vooral door het sterk dalende aandeel nareizigers onder Syrische asielzoekers sinds 2017.

Ook in absolute aantallen is het aantal nareizigers afgenomen. In 2017 kwamen 14 duizend nareizigers naar Nederland, in 2018 was dit met 6 150 nareizigers meer dan gehalveerd. In de eerste helft van 2020 kwamen 1 230 nareizigers naar Nederland.

2.3.1 Ingestroomde asielzoekers in COA-opvang, 2014 tot en met eerste helft 2020 onderscheiden naar wel/geen nareis1) en nationaliteit
Categorie 1 2014 2014, nareis 2015 2015, nareis 2016 2016, nareis 2017 2017, nareis 2018 2018, nareis 2019 2019, nareis 2020, eerste halfjaar 2020, eerste halfjaar, nareis
Syrië 10710 2545 21685 8015 4585 8180 8150 9815 4910 2315 5525 1455 1770 415
Irak 860 205 3180 165 1090 110 1070 460 920 185 690 95 185 10
Afghanistan 540 70 2605 65 1080 45 395 90 520 245 555 100 230 20
Eritrea 3840 100 7430 450 2060 920 2035 2760 2330 2400 1445 1815 500 570
Iran 510 40 2005 25 930 25 745 120 1910 120 1590 60 230 10
Overig 6230 1130 7990 660 11720 600 9660 780 13470 885 15855 660 3625 250
1) De onderste (helder gekleurde) balken betreffen niet-nareizigers, de bovenste (donkerdere) balken betreffen nareizigers.

2.4Leeftijd/geslacht

Aandeel jonge mannen relatief groot

De meeste asielzoekers zijn jong. Ruim driekwart van de asielzoekers is jonger dan 35 jaar (dit geldt voor alle jaren). Ongeveer de helft van alle asielzoekers uit 2014 en 2015 is op het moment van aankomst in Nederland jonger dan 25 jaar. Van de asielzoekers uit 2016 en 2017 is dat bijna 60 procent; in de jaren daarna is dat weer ongeveer de helft. Ter vergelijking: van de Nederlandse bevolking is in 2020 28 procent jonger dan 25 jaar en 41 procent is jonger dan 35 jaar. Het aandeel mannen onder asielzoekers is van 68 procent in het cohort 2014 gedaald naar 56 procent in het cohort 2017 en vervolgens weer gestegen naar 65 procent in het cohort 2020 (eerste helft).

2.4.1 Ingestroomde asielzoekers in COA-opvang naar cohort-jaar, leeftijd en geslacht (%)
Leeftijd Mannen, eerste helft 2020 Vrouwen,eerste helft 2020 Mannen, 2017 Vrouwen, 2017 Mannen, 2014 Vrouwen, 2014
80 jaar of ouder -0,1 0,1 0,0 0,0 0,0 -0,1
75 tot 80 jaar 0,0 0,0 0,0 0,1 -0,1 0,1
70 tot 75 jaar 0,0 0,0 -0,1 0,1 -0,1 0,1
65 tot 70 jaar -0,3 0,2 -0,2 0,2 -0,3 0,2
60 tot 65 jaar -0,4 0,3 -0,5 0,3 -0,4 0,3
55 tot 60 jaar -0,9 0,8 -0,9 0,7 -0,8 0,5
50 tot 55 jaar -1,5 1,2 -1,6 1,4 -1,5 0,7
45 tot 50 jaar -2,6 1,9 -2,1 1,7 -2,8 1,1
40 tot 45 jaar -3,2 2,1 -2,5 2,6 -4,5 1,6
35 tot 40 jaar -5,4 2,6 -3,3 3,4 -6,6 2,3
30 tot 35 jaar -9,0 3,3 -5,0 4,2 -9,0 3,4
25 tot 30 jaar -11,0 3,4 -6,6 4,4 -11,5 4,1
20 tot 25 jaar -10,7 2,8 -6,8 4,6 -10,4 3,8
15 tot 20 jaar -7,9 3,6 -8,5 4,3 -7,7 3,0
10 tot 15 jaar -4,5 4,4 -5,4 4,8 -3,5 2,8
5 tot 10 jaar -3,5 3,3 -6,2 5,7 -3,9 3,7
0 tot 5 jaar -4,2 4,7 -6,1 5,7 -4,6 4,5

Opnieuw veel jonge mannen uit Syrië

Uit Syrië en Eritrea zijn het in 2014 en 2015 vooral mannen die bij COA-opvang binnenkomen. In die jaren bestaat twee derde van alle Syrische asielzoekers uit mannen, in 2016 is dat 44 procent en daarna is het aandeel mannen weer toegenomen tot 68 procent in de eerste helft van 2020. Vooral in 2016 en 2017 is het aandeel vrouwen en ook het aandeel jonge kinderen wat hoger dan in de voorgaande jaren. Dit komt vooral doordat het aantal nareizigers onder Syriërs in 2016 en 2017 hoger is. Deze groep nareizigers bestaat voor een groter deel uit vrouwen en kinderen dan de groep mensen die in Nederland een eerste asielaanvraag doet (de referenten). Vanaf 2018 neemt het aandeel vrouwen en kinderen onder Syrische asielzoekers weer af: voor het cohort van de eerste helft van 2020 lijkt de geslachts- en leeftijdsverdeling weer sterk op die van het cohort van 2014. Een vergelijking van de piramides tussen 2014, 2017 en 2020 laat duidelijk zien dat de asielverzoeken in 2014 vooral jongvolwassen mannen betroffen, die in 2017 vooral vrouwen en kinderen (na­reizigers) en in de eerste helft van 2020 weer meer mannen (68 procent).

2.4.2 Ingestroomde Syrische asielzoekers in COA-opvang naar cohort-jaar, leeftijd en geslacht (%)
Leeftijd Mannen, eerste helft 2020 Vrouwen, eerste helft 2020 Mannen, 2017 Vrouwen, 2017 Mannen, 2014 Vrouwen, 2014
80 jaar of ouder -0,1 0,0 -0,1 0 0,0 0,1
75 tot 80 jaar -0,0 0,0 -0,1 0,1 0,0 0,1
70 tot 75 jaar -0,0 0,0 -0,1 0,1 -0,1 0,1
65 tot 70 jaar -0,4 0,2 -0,3 0,1 -0,2 0,1
60 tot 65 jaar -0,6 0,3 -0,8 0,3 -0,4 0,3
55 tot 60 jaar -1,1 1,0 -1,2 0,8 -1,0 0,5
50 tot 55 jaar -1,8 1,0 -2,1 2,1 -2,1 1,6
45 tot 50 jaar -3,0 1,6 -2,4 2,5 -4,2 2,4
40 tot 45 jaar -3,8 2,4 -2 3,4 -6,0 2,6
35 tot 40 jaar -6,4 2,7 -2 4,1 -8,0 3,4
30 tot 35 jaar -9,7 3,2 -2,3 4,5 -10,2 2,8
25 tot 30 jaar -11,7 3,0 -2,3 4,4 -11,0 4
20 tot 25 jaar -10,7 2,8 -3,3 5,6 -8,2 3,3
15 tot 20 jaar -7,0 3,0 -5,7 5,4 -6,2 4,4
10 tot 15 jaar -4,8 3,7 -7,2 6,5 -3,8 4,6
5 tot 10 jaar -3,1 3,1 -7,9 7,4 -4,6 3,9
0 tot 5 jaar -4,1 3,7 -6,7 6,3 -4,3 5,2

2.5Huishoudenssamenstelling

Meer alleenstaande mannen uit Syrië, meer kinderen uit Eritrea

De helft van alle asielzoekers die in 2014 en 2015 in Nederland zijn aangekomen, kwam als alleenstaande asielzoeker bij het COA binnen. In 2016 en 2017 daalde dit aandeel respectievelijk naar 36 en 32 procent. Dit aandeel is vervolgens weer gestegen naar 50 procent in de eerste helft van 2020. In absolute zin werden in 2014 bijna 14 duizend alleenstaande asielzoekers opgevangen. Dit aantal steeg in 2015 naar bijna 26 duizend alleenstaande asielzoekers. In de periode 2016–2019 schommelde het aantal tussen de 11 en 14 duizend, in de eerste helft van 2020 ging het om nog geen 4 duizend alleenstaanden. Van alle alleenstaande asielzoekers is grofweg 10 procent minderjarig. Alleenstaand betekent hier overigens dat deze asielzoekers als alleenstaande zijn opgevangen. Het is goed mogelijk dat (een deel van) deze asielzoekers wel een partner of gezin (tijdelijk) hebben achtergelaten.

Een deel van de asielzoekers is gekomen in gezinsverband (als kind of ouder in een gezin met kinderen); in 2014 bijna 40 procent. Dit percentage loopt op naar 60 procent in 2017. Dit aandeel is daarna weer gedaald naar 42 procent in de eerste helft van 2020. Het kan hierbij gaan om asielzoekers die met het hun gezin in Nederland arriveren, maar ook om nareizigers die zich in de asielopvang bij hun familieleden voegen. Vooral asielzoekers met een Eritrese nationaliteitnoot11 komen steeds vaker dan voorheen in gezinsverband (75 procent in de eerste helft van 2020, ten opzichte van 10 procent in 2014) naar Nederland. Er zijn maar weinig asielzoekers die met partner zonder kinderen in Nederland arriveren (3 tot 5 procent). Ter vergelijking: van de Nederlandse bevolking in 2020 leeft 26 procent met partner zonder kinderen.

2.5.1 Ingestroomde asielzoekers in COA-opvang naar plaats in het huishouden en nationaliteit, 2014, 2017 en eerste helft 2020
Categorie 1 Categorie 2 Meerderjarig alleenstaand Minderjarig alleenstaand Kind in een gezin met ouder(s) Partner in paar met kinderen Partner in paar zonder kinderen Ouder in eenoudergezin Overig lid gezin Onbekend
Syrië '14, Syrië 5870 205 3630 1430 400 620 1100 0
Syrië '17, Syrië 2265 150 9300 2860 415 2055 915 0
Syrië '20, Syrië 1040 55 590 170 40 140 150 0
Irak '14, Irak 475 20 310 100 35 65 55 0
Irak '17, Irak 505 30 610 180 25 100 75 0
Irak '20, Irak 95 15 55 10 5 10 0 0
Afghanistan '14, Afghanistan 225 45 155 70 45 35 30 0
Afghanistan '17, Afghanistan 145 55 160 40 20 35 25 0
Afghanistan '20, Afghanistan 60 15 100 35 10 20 5 0
Eritrea '14, Eritrea 2835 560 240 30 95 120 55 0
Eritrea '17, Eritrea 1085 625 1930 105 40 710 305 0
Eritrea '20, Eritrea 105 45 585 85 5 135 115 0
Iran '14, Iran 295 10 95 35 45 45 20 0
Iran '17, Iran 390 10 195 105 75 65 20 0
Iran '20, Iran 120 5 50 25 20 10 5 0
Overig '14, Overig 2835 345 2070 695 270 520 620 0
Overig '17, Overig 5635 555 2005 950 490 380 410 0
Overig '20, Overig 2160 150 820 285 175 155 95 0

2.6COA verhuizingen

Minder verhuizingen tijdens eerste 6 maanden in COA-opvang

Deze figuur laat zien hoe vaak asielzoekers gemiddeld zijn verhuisdnoot12 tussen opvanglocaties, uitgesplitst naar instroomcohort en aantal maanden na instroom in een COA-opvanglocatie. Personen uit het instroomcohort 2014 zijn na zes maanden gemiddeld 1,5 keer verhuisd. Mensen uit de recentere instroomcohorten verhuisden steeds iets minder vaak in de eerste 6 maanden na instroom in een opvanglocatie dan elk voorgaand instroomcohort: instroom­cohorten 2018 en 2019 verhuisden met 0,6 minder dan één keer. Syriërs en Eritreeërs ingestroomd in 2014 verhuisden in de eerste zes maanden wat vaker (gemiddeld bijna twee keer) dan bijvoorbeeld Afghanen en Irakezen (gemiddeld iets meer dan één keer), maar voor de instroomcohorten van 2017 en later is dit verschil verdwenen. Mensen ingestroomd in 2015 en 2016 verhuisden binnen anderhalf jaar vaker dan mensen die in 2014 zijn ingestroomd. Dit komt vermoedelijk doordat eind 2016 en begin 2017 verschillende COA-opvanglocaties (vooral tijdelijke crisisnoodopvanglocaties opgericht in 2015) werden gesloten en de bewoners om die reden moesten verhuizen.noot13 Asielzoekers die in 2017 en 2018 bij COA-opvang zijn ingestroomd verhuisden juist minder vaak binnen anderhalf jaar.

2.6.1 Gemiddeld aantal verhuizingen tijdens verblijf in COA-opvang, naar instroomcohort en aantal maanden na instroom
Aantal maanden na instroom in COA-opvang 2014 2015 2016 2017 2018 2019 Eerste helft 2020
3 0,83 0,6 0,57 0,61 0,55 0,41 0,36
6 1,53 1,19 1,14 1,04 0,95 0,56 .
12 1,75 2,3 1,88 1,37 1,52 0,88 .
18 1,86 2,59 2,2 1,62 1,78 . .
24 2,01 2,73 2,16 1,72 2,05 . .
30 2,23 2,54 2,17 1,81 . . .
36 2,08 2,46 2,25 1,87 . . .
42 2,19 2,51 2,31 . . . .
48 2,14 2,64 . . . . .
54 1,88 . . . . . .

2.7Verblijfssituatienoot14

Dalende aandelen met vergunning na 12 maanden

Van de Syriërs en Eritreeërs die in 2014, 2015, 2016, of 2017 in de asielopvang van het COA zijn ingestroomd, heeft na 12 maanden zo’n 96 procent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit is veel hoger dan onder de groep statushouders met andere nationaliteitennoot15, waar dit cijfer na 12 maanden tussen de 27 tot 79 procent ligt. Voor de asielzoekers uit Irak, Afghanistan, Iran en uit ‘Overig’ die in 2017 zijn ingestroomd zijn de percentages opvallend gestegen. Voor de Afghaanse instromers uit 2018 geldt dit ook. Deze stijging heeft zeer waarschijnlijk te maken met de relatief hoge aandelen nareizigers in de betreffende instroomcohorten (zie figuur 2.3.1): zij hebben vaak al een verblijfsvergunning op het moment van aankomst in Nederland. Een tweede verklaring is dat dit te maken heeft met een meer selectieve migratiestroom uit deze landen, waarvoor de kans op een toe­kenning van de verblijfsvergunning wat hoger is. Voor de meeste groepen is het aandeel met verblijfsvergunning binnen 12 maanden voor cohort 2018 wat lager dan voor de voor­gaande cohorten. Dit is mogelijk een effect van de opgelopen achterstanden bij de IND, waarvoor in april 2020 een speciale taskforce is opgericht met het doel achterstallige asielaanvragen weg te werken.noot16

2.7.1 Asielzoekers ingestroomd in COA-opvang naar aandeel met verblijfsvergunning op 12 maanden na instroom en naar instroomcohort (%)
2014 2015 2016 2017 2018
Syrië 98,3 97,4 96,6 97,2 93,2
Irak 59,8 38,9 49,6 79,2 51,2
Afghanistan 68,7 27,2 33,5 59,2 79,1
Eritrea 97,1 98,1 96,7 96,0 86,6
Iran 73,7 30,8 31,6 64,3 20,0
Overig 65,4 54,1 49,2 59,6 45,5

Na vijf-en-een-half jaar nog 370 asielzoekers zonder vergunning in COA-opvang

Van het instroomcohort 2014 verblijven na 66 maanden nog steeds 370 personen in de opvang zonder een vergunning. Dit betekent echter niet dat de IND hun aanvraag nog niet heeft afgehandeld. Na een afwijzing blijven sommigen in de opvang in afwachting van vertrek, of in afwachting van een uitspraak op beroep. Ook kunnen mensen na een afwijzing opnieuw een asielaanvraag indienen (tweede of volgende aanvraag), bijvoorbeeld wanneer er iets is veranderd in hun situatie, of omdat er nieuwe informatie is over het land van herkomst. Een groot deel van deze mensen zal geen verblijfsvergunning krijgen. Een aanzienlijk deel van de asielzoekers is bovendien inmiddels vertrokken uit de COA-opvang (of overleden). Wanneer we met deze laatste groep (vertrokken of overleden) rekening houden, zien we dat van het instroomcohort 2014 na 66 maanden nog 1,7 procent (ofwel de eerder genoemde 370 personen) zonder een verblijfsvergunning in de COA-opvang verblijven. Van het instroomcohort 2015 verblijven er na 54 maanden nog 1 010 personen (2,3 procent) in de COA-opvang zonder een verblijfsvergunning. Voor meer dan de helft bestaat deze groep uit personen met een Irakese of Afghaanse nationaliteit. Van het instroomcohort 2016 verblijven na 42 maanden nog 765 personen in de COA-opvang zonder verblijfsvergunning (4,0 procent). Voor dit instroomstroomcohort bestaat deze groep voor meer dan de helft uit personen met ‘overige’ nationaliteiten. Van het instroomcohort 2017 tot slot, zijn er na 30 maanden nog 1 245 personen in de COA-opvang zonder een verblijfsvergunning (4,7 procent). Het aandeel personen zonder een verblijfsvergunning met een Afghaanse nationaliteit is in dit cohort nog 21 procent, met een Irakese nationaliteit 10 procent. Het hele 2017 instroomcohort bestaat voor 5,6 procent uit personen met een Irakese of Afghaanse nationaliteit.

Verder zien we dat bijna alle (98 procent) Syriërs en Eritreeërs van het instroomcohort 2014 binnen anderhalf jaar een verblijfsvergunning hebben gekregen. Syriërs en Eritreeërs ontvangen hun verblijfsvergunning veel sneller dan asielzoekers uit Irak en overige landen. Binnen zes maanden heeft al 92 procent van de Syriërs en 83 procent van de Eritreeërs een verblijfsvergunning. Voor Syriërs die in 2017 zijn ingestroomd, verlopen de procedures nog steeds snel: van hen had 91 procent al binnen zes maanden een verblijfsvergunning. Voor de instroomcohorten 2018 en 2019 zijn de aandelen met verblijfsvergunning binnen een half jaar lager: van de in 2018 ingestroomde Syriërs heeft 67 procent binnen een half jaar een verblijfsvergunning ontvangen, en van de in 2019 ingestroomde Syriërs was dit 47 procent (dit was 91 procent voor instroomcohort 2017), en van alle nationaliteiten samen is dit 46 procent (cohort 2018) en 34 procent (cohort 2019). Voor het cohort 2017 was dit nog 79 procent. De recent lagere aandelen met een verblijfsvergunningen worden vermoedelijk veroorzaakt door opgelopen achterstanden bij de IND.

2.7.2 Asielzoekers ingestroomd in COA-opvang in 2014 naar aandeel zonder verblijfsvergunning en op aantal maanden na instroom (exclusief vertrokken/overleden) (%)
Aantal maanden na instroom in COA-opvang Syrië Irak Afghanistan Eritrea Iran Overig
3 52,5 67,0 66,6 88,7 77,2 73,7
6 8,3 53,2 49,6 16,9 55,0 56,2
12 1,7 40,2 31,3 3,0 26,3 34,6
18 0,6 32,9 21,9 1,8 16,5 25,7
24 0,2 20,7 17,9 1,2 12,2 19,4
30 0,1 15,8 14,0 1,0 10,2 16
36 0,1 11,1 9,9 0,8 9,5 12,7
42 0,1 8,5 7,6 0,7 4,6 10,7
48 0,1 8,9 5,0 0,9 3,6 9,9
54 0,1 6,3 3,9 0,8 3,6 9,1
60 0,1 5,0 3,2 0,7 2,7 8,3
66 0,1 4,2 3,4 0,5 2,4 7,5

Eritreeërs ingestroomd in 2016 en 2017 gemiddeld korter in opvang door meer nareis

Vooral voor Eritreeërs die zijn ingestroomd in 2016 en 2017 is de situatie verbeterd: van deze groep had zo’n 80 procent na 12 maanden een eigen woonruimte, voor in 2014 inge­stroomde Eritreeërs was dit 45 procent. Voor Syriërs die in 2016 en 2017 zijn inge­stroomd bedraagt het percentage 87 procent (70 procent voor in 2014 ingestroomde Syriërs). De verbeterde situatie komt doordat een aanzienlijk deel van de asielzoekers in de recentere jaren nareiziger was. De referent wacht het langst, de nareizigers korter. In 2018 is het aandeel nareizigers afgenomen en daarmee daalden ook de aandelen met een eigen woonruimte binnen een jaar (71 procent voor de Syriërs en 73 procent voor de Eritreeërs). Vooral alleenstaanden moeten lang wachten op woonruimte. Een deel van deze groep wacht nog op nareis van familieleden, waardoor nog niet altijd duidelijk is welk type woning nodig is.noot17 Van de Eritreeërs die zijn ingestroomd in 2018 verblijft na 12 maanden een relatief groot aandeel nog zonder verblijfsvergunning in COA-opvang (12 procent), in de voorgaande instroom­cohorten was dit maximaal 4 procent.

2.7.3 Eritreese asielzoekers ingestroomd in COA-opvang in 2014, 2015, 2016, 2017 en 2018, naar verblijfssituatie op 12 maanden na instroom
Jaar van instroom in COA-opvang Eigen woonruimte in gemeente COA met verblijfsvergunning COA zonder verblijfsvergunning Vertrokken Overleden
2014 1775 1890 110 160 0
2015 4765 2705 140 265 0
2016 2325 230 85 340 0
2017 3880 350 175 395 5
2018 3455 230 570 470 5

Afghanen recent minder vaak terugkeer/vertrek

Van de Afghanen die instromen in 2014 verblijft 26 procent na 12 maanden nog in een COA-opvanglocatie zonder een verblijfsvergunning. Voor het Afghaanse instroomcohort 2015 is dit duidelijk anders en bedraagt dit percentage na 12 maanden 60 procent. Voor het instroom­cohort 2017 ligt het percentage met 28 procent weer op het niveau van instroom­cohort 2014 en voor het instroomcohort van 2018 met 17 procent zelfs lager dan dat van 2014. Voor Afghanen geldt dat, ten opzichte van bijvoorbeeld Syriërs en Eritreeërs, relatief vaak de eerste asielaanvraag wordt afgewezen. Zij dienen relatief vaak een herhaalde asielaanvraag in, waardoor zij in totaal vaak langer in een opvanglocatie verblijven. Hoewel Afghanistan (net als Irak en Iran) niet tot de veilige landen behoortnoot18, is de Nederlandse overheid van mening dat provincies en bevolkingsgroepen in Afghanistan van elkaar verschillen en daarom niet elke Afghaan recht heeft op asiel.noot19 In de cijfers zien we dit overheidsstandpunt terug in de stijgende aandelen Afghanen die vertrekken uit Nederland: van het instroomcohort 2014 is na 12 maanden 17 procent weer vertrokken uit Nederland, voor cohort 2016 bedraagt dit 24 procent en van het cohort 2017 is zelfs 32 procent na 12 maanden vertrokken uit Nederland (of overleden). Voor het cohort 2018 ligt het niveau met 17 procent weer op dat van cohort 2014. Dit suggereert dat in de meest recente cohorten zich meer nareizigers bevinden en/of dat er zich vooral Afghanen bevinden met goede kansen op toekenning van een asielaanvraag.

2.7.4 Afghaanse asielzoekers ingestroomd in COA-opvang in 2014, 2015, 2016, 2017 en 2018, naar verblijfssituatie op 12 maanden na instroom
Jaar van instroom in COA-opvang Eigen woonruimte in gemeente COA met verblijfsvergunning COA zonder verblijfsvergunning Vertrokken Overleden
2014 260 85 155 105 0
2015 370 225 1590 480 0
2016 220 65 565 265 0
2017 160 30 135 155 0
2018 480 20 130 130 0

2.8Nareis en gezinshereniging

Minder nareis onder recente cohorten

Van alle asielzoekers (exclusief nareizigers) uit 2014 heeft 21 procent binnen tweeënhalf jaar familieleden laten overkomen via de nareisregeling en 10 procent heeft familie laten overkomen via reguliere gezinshereniging. Dat er meer familieleden komen via de nareis­regeling komt doordat bij reguliere gezinshereniging er strengere eisen gelden dan bij nareis.noot20 Deze percentages lopen terug voor de recentere cohorten naar 3 á 4 procent voor de asielzoekers die zijn ingestroomd in 2016 en 2017. Voor alle nationaliteiten gezamenlijk valt op dat van de instroomcohorten 2015 en 2016 een steeds groter aandeel na 30 maanden weer uit Nederland is vertrokken. Dit betreft voor een belangrijk deel asielzoekers van wie de asielaanvraag is afgewezen. Voor het cohort 2017 is het aandeel vertrokken weer wat afgenomen, wat waarschijnlijk samenhangt met de instroom van mensen met meer kansrijke asielverzoeken.

2.8.1 Gezinsvorming- en hereniging onder asielzoekers (exclusief nareizigers) ingestroomd in 2014, 2015, 2016 en 2017, 30 maanden na instroom in opvanglocatie COA (%)
Categorie 1 Cohort 2014 Cohort 2015 Cohort 2016 Cohort 2017
Overleden -0,3 -0,1 -0,2 -0,1
Vertrokken -21,4 -22,9 -55,3 -41,9
Overige gezinsherening/
vorming door
immigratie partner/
kinderen
10,4 8,9 3,0 3,5
Nareizigers 21,0 19,4 3,5 4,3
Geen wijziging
in gezinssituatie
52,6 53,2 38,7 51,1

Onder Syriërs zijn de percentages asielzoekers die familieleden hebben laten overkomen aanzienlijk hoger: het percentage Syrische asielzoekers dat in 2014 is ingestroomd en een nareiziger heeft laten overkomen is na tweeënhalf jaar 36 procent, en via reguliere gezins­hereniging 15 procent. Voor jongere instroomcohorten lopen de cijfers verder terug. Van de Syriërs die in 2015 een asielverzoek indienden, heeft 33 procent na tweeënhalf jaar een nareiziger laten overkomen, en voor de instroomcohorten 2016 en 2017 bedraagt dit 7 procent. Het aandeel Syrische asielzoekers dat na tweeënhalf jaar uit Nederland is vertrokken, is toegenomen van 8 procent van het instroomcohort 2014, naar 13 procent van het instroomcohort 2016. Voor het instroomcohort 2017 is het iets gedaald naar 10 procent.

​ ​ ​
​ ​ ​
2.8.2 Gezinsvorming- en hereniging onder Syrische asielzoekers (exclusief nareizigers) ingestroomd in 2014, 2015, 2016 en 2017, 30 maanden na instroom in opvanglocatie COA (%)
Categorie 1 Cohort 2014 Cohort 2015 Cohort 2016 Cohort 2017
Overleden -0,2 -0,1 -0,3 -0,1
Vertrokken -7,8 -8,1 -13,0 -10,4
Overige gezinsherening/
vorming door
immigratie partner/
kinderen
14,8 13,0 6,2 5,6
Nareizigers 36,1 32,7 7,3 6,9
Geen wijziging in gezinssituatie 51,0 54,3 74,5 78,4

2.9Dashboard

Naast deze rapportage is er een interactief dashboard, met daarin nog meer cijfers over de opvang van asielzoekers. In dit dashboard kunt u zelf kiezen over welke onderwerpen en voor welke nationaliteitennoot21 u cijfers (visueel) gepresenteerd wilt zien.

Noten

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.

Het aantal verhuizingen is bepaald door het adres op de eerste dag van de maand te vergelijken met het adres een maand eerder. Mensen kunnen op deze manier berekend maximaal één keer per maand verhuizen. Daarmee worden deze cijfers op een andere wijze gegenereerd dan het COA dat doet als onderdeel van de Rapportage Vreemdelingenketen over verhuisbewegingen van minderjarige kinderen die onderdeel zijn van een gezin.

In figuren 2.7.1 en 2.7.2 zijn de aandelen berekend op de populatie exclusief degenen die zijn vertrokken of overleden, in figuren 2.7.3 en 2.7.4 zijn de aandelen berekend op de populatie inclusief degenen die zijn vertrokken of overleden. Deze keuze hangt samen met de besproken onderwerpen.

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Zoë Driessen

Evelien Ebenau (projectleider)

Corina Huisman

Stephan Verschuren

Dankwoord

We danken de medewerkers van de volgende instanties voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van het Asielcohorten onderzoek:

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV)

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)

Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC)