Asielaanvraag en opvang
In dit hoofdstuk wordt de instroom van asielzoekers in de periode 2014 tot en met de eerste helft van 2019 besproken. Achtereenvolgens komen de omvang en de samenstelling van de groep, het verkrijgen van een verblijfsvergunning en gezinshereniging aan de orde.
2.1Instroom
Jaarlijkse Instroom COA-opvang iets lager sinds 2018
Ten opzichte van een jaar eerder zijn er in de eerste helft van 2019 ongeveer net zo veel asielzoekers door het COA opgevangen. Ook nareizende familieleden die zijn ingestroomd via COA-opvang worden meegeteld. In 2014 zijn er 27 duizend asielzoekers via COA-opvanglocaties naar Nederland gekomen, in 2015 54 duizend, in 2016 31 duizend, in 2017 36 duizend, in 2018 30 duizend en in de eerste helft van 2019 14 duizend.
2.2Nationaliteiten
Meer asielzoekers uit veilige landen
In alle jaren zijn Syriërs veruit de grootste groep onder asielzoekers die instroomden bij de asielopvang van het COA. De figuur laat zien dat in 2014 en 2015 ongeveer de helft van de ingestroomde asielzoekers de Syrische nationaliteitnoot1 heeft. In 2018 is het aandeel Syrische asielzoekers gedaald naar een kwart en in de eerste helft van 2019 daalde het aandeel nog iets verder naar 21 procent. De op één na grootste groep in die jaren betreft die met de Eritrese nationaliteit. Vooral in de recentere jaren zien we meer instroom vanuit veilige landennoot2, noot3 zoals Marokko en Algerije. In 2019 is de toename van asielverzoeken van Nigerianen opvallend. Ook het aantal Turken dat asiel aanvraagt in Nederland is vooral in 2018noot4 sterk toegenomen. De redenen waarom asielverzoeken toenemen, variëren per land. Dit kan te maken met zaken als een verslechterde veiligheidssituatie (Nigeria), onzekere politieke situaties in combinatie met een slechte economische situatie (Algerije), of veranderingen in de dienstplicht (Marokko).noot5 In Turkije lopen aanhangers van de islamitische geestelijke Fethulla Gülen net als critici van het regime een grote kans om vervolgd te worden door de Turkse overheid.noot6
2.2.1Top vijf van nationaliteiten van ingestroomde asielzoekers in COA-opvang, 2014 tot en met eerste helft 2019
| 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | eerste helft 2019 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Syrië | 13 250 | Syrië | 29 705 | Syrië | 12 760 | Syrië | 17 965 | Syrië | 7 240 | Syrië | 2 885 |
| 2 | Eritrea | 3 935 | Eritrea | 7 875 | Eritrea | 2 955 | Eritrea | 4 790 | Eritrea | 4 710 | Eritrea | 1 370 |
| 3 | Somalië | 1 265 | Irak | 3 345 | Albanië | 1 650 | Irak | 1 525 | Iran | 2 020 | Nigeria | 1 215 |
| 4 | Irak | 1 060 | Afghanistan | 2 655 | Marokko | 1 260 | Marokko | 940 | Turkije | 1 355 | Iran | 1 000 |
| 5 | Afghanistan | 605 | Iran | 2 045 | Joegoslavië | 1 235 | Algerije | 865 | Algerije | 1 240 | Turkije | 630 |
Bron:CBS
2.3Nareizigers
Aandeel nareizigers loopt verder terug
Sinds 2014 kwamen ruim 45 duizend nareizigers naar Nederland. De figuur laat zien dat deze stijging vooral wordt bepaald door instroom van nareizigers van Eritreeërs en Syriërs. Van de ingestroomde Eritrese asielzoekers in 2018 betreft 52 procent een nareiziger.
Van alle ingestroomde asielzoekers was aanvankelijk een steeds groter aandeel nareiziger. Van alle instromers in 2014 gaat het in 15 procent van alle asielzoekers. Dit percentage stijgt via 17 procent in 2015 en 32 procent in 2016, naar 39 procent in de 2017. In 2018 daalde het aandeel naar 21 procent en in de eerste helft van 2019 is het aandeel nareizigers verder gedaald naar 12 procent. Dit komt vooral door het sterk dalende aandeel nareizigers onder Syrische asielzoekers sinds 2017.
Ook in absolute aantallen is het aantal nareizigers afgenomen. In 2017 kwamen ruim 14 duizend nareizigers naar Nederland, in 2018 was dit met 6 235 nareizigers meer dan gehalveerd. In de eerste helft van 2019 kwamen 1 715 nareizigers naar Nederland.
2.4Leeftijd/geslacht
Aandeel jonge mannen relatief groot
De meeste asielzoekers zijn jong. Ruim driekwart van de asielzoekers is jonger dan 35 jaar (dit geldt voor alle jaren). Ongeveer de helft van asielzoekers uit 2014 en 2015 is op het moment van aankomst in Nederland jonger dan 25 jaar. Van de asielzoekers uit 2016 is dat bijna 60 procent; in de eerste helft van 2019 is dat weer ongeveer de helft, zoals in 2014 en 2015. Ter vergelijking: van de Nederlandse bevolking is zowel in 2018 als in 2019 28 procent jonger dan 25 en 41 procent is jonger dan 35 jaar. Het aandeel mannen onder asielzoekers is van 68 procent in het cohort 2014, gedaald naar 56 procent in het cohort 2017 en vervolgens weer gestegen naar 66 procent voor het cohort 2019 (eerste helft).
Veel jonge mannen uit Syrië
Uit Syrië en Eritrea zijn het in 2014 en 2015 vooral mannen die bij COA-opvang binnenkomen. In die jaren bestaat twee derde van alle Syrische asielzoekers uit mannen, in 2016 is dat 44 procent en daarna is het aandeel mannen weer gaan toenemen naar 60 procent in de eerste helft van 2019. Vooral in 2016 en 2017 is het aandeel vrouwen en ook het aandeel jonge kinderen wat hoger dan in de voorgaande jaren. Dit komt vooral doordat het aantal nareizigers onder Syriërs in 2016 en 2017 hoger is. Deze groep nareizigers bestaat voor een groter deel uit vrouwen en kinderen dan de groep mensen die in Nederland een eerste asielaanvraag doet (de referenten). Een vergelijking van de piramides tussen 2014, 2017 en 2019 laat duidelijk zien dat de asielverzoeken in 2014 vooral jongvolwassen mannen betroffen, die in 2017 vooral vrouwen en kinderen (nareizigers) en in de eerste helft van 2019 weer meer mannen (60 procent).
2.5Huishoudenssamenstelling
Meer alleenstaande mannen uit Syrië, meer kinderen uit Eritrea
De helft van alle asielzoekers die in 2014 en 2015 in Nederland zijn aangekomen, kwam als alleenstaande asielzoeker bij het COA binnen. In 2016 en 2017 daalde dit aandeel respectievelijk naar 36 en 32 procent. Dit aandeel is vervolgens weer gestegen naar 46 procent in de eerste helft van 2019. Van alle alleenstaande asielzoekers is ongeveer 10 procent minderjarig. Alleenstaand betekent hier overigens dat deze asielzoekers als alleenstaande zijn ingereisd. Het is goed mogelijk dat (een deel van) deze asielzoekers wel een partner of gezin (tijdelijk) hebben achtergelaten.
Een deel van de asielzoekers is gekomen in gezinsverband (als kind of ouder in een gezin met kinderen); in 2014 bijna 40 procent. Dit percentage loopt op naar 60 procent in 2017. Dit aandeel is gedaald naar 45 procent in de eerste helft van 2019. Het kan hierbij gaan om asielzoekers die met het hun gezin in Nederland arriveren, maar ook om nareizigers die zich in de asielopvang bij hun familieleden voegen. Vooral asielzoekers met een Eritrese nationaliteitnoot7 komen steeds vaker dan voorheen in gezinsverband (72 procent in de eerste helft van 2019, ten opzichte van 10 procent in 2014) naar Nederland. Er zijn maar weinig asielzoekers die met partner zonder kinderen in Nederland arriveren (3 tot 5 procent). Ter vergelijking: van de Nederlandse bevolking in 2019 leeft 26 procent met partner zonder kinderen.
2.6COA verhuizingen
Minder verhuizingen tijdens eerste 6 maanden in COA-opvang
Deze figuur laat zien hoe vaak asielzoekers gemiddeld zijn verhuisdnoot8 tussen opvanglocaties, uitgesplitst naar instroomcohort en aantal maanden na instroom in een COA-opvanglocatie. Personen uit het instroomcohort 2014 zijn na zes maanden gemiddeld 1,5 keer verhuisd. Mensen uit de recentere instroomcohorten verhuisden steeds iets minder vaak in de eerste 6 maanden na instroom in een opvanglocatie dan elk voorgaand instroomcohort: instroomcohort 2018 verhuisde iets minder dan één keer. Syriërs en Eritreeërs ingestroomd in 2014 verhuizen in de eerste zes maanden wat vaker (gemiddeld bijna twee keer) dan bijvoorbeeld Afghanen en Irakezen (gemiddeld iets meer dan één keer), maar voor het instroomcohort 2017 is dit verschil verdwenen. Mensen ingestroomd in 2015 en 2016 verhuizen binnen anderhalf jaar vaker dan mensen die in 2014 zijn ingestroomd. Dit komt vermoedelijk doordat eind 2016 en begin 2017 verschillende COA-opvanglocaties (vooral tijdelijke crisisnoodopvanglocaties opgericht in 2015) werden gesloten en de bewoners om die reden moesten verhuizen.noot9 Asielzoekers die in 2017 bij COA-opvang zijn ingestroomd verhuizen juist minder vaak binnen anderhalf jaar.
2.7Verblijfssituatie
Groter deel asielzoekers uit Iran, Irak en Afghanistan met vergunning na 12 maanden
Van alle Syriërs en Eritreeërs die in 2014, 2015, 2016 of 2017 in de asielopvang van het COA zijn ingestroomd, heeft na 12 maanden zo’n 90 procent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit is veel hoger dan onder de groep statushouders met andere nationaliteitennoot10, waar dit cijfer na 12 maanden tussen de 12 tot 57 procent ligt. Voor de asielzoekers uit Irak, Afghanistan, Iran en uit ‘Overig’ die in 2017 zijn ingestroomd zijn de percentages opvallend gestegen. Mogelijk heeft dit te maken met een meer selectieve migratiestroom uit deze landen.
Na vier-en-een-half jaar nog 475 asielzoekers zonder vergunning in COA-opvang
Van het instroomcohort 2014 verblijven na 54 maanden nog steeds 475 personen in de opvang zonder een vergunning. Dit betekent echter niet dat de IND hun aanvraag nog niet heeft afgehandeld. Na een afwijzing blijven sommigen in de opvang in afwachting van vertrek, of in afwachting van een uitspraak op beroep. Ook kunnen mensen na een afwijzing opnieuw een asielaanvraag indienen (tweede of volgende aanvraag), bijvoorbeeld wanneer er iets is veranderd in hun situatie, of omdat er nieuwe informatie is over het land van herkomst. Een groot deel van deze mensen zal geen verblijfsvergunning krijgen. Een aanzienlijk deel van de asielzoekers is bovendien inmiddels vertrokken uit de COA-opvang (of overleden). Wanneer we met deze laatste groep (vertrokken of overleden) rekening houden, zien we dat van het instroomcohort 2014 na 54 maanden nog 2,2 procent ofwel 475 personen zonder een verblijfsvergunning in de COA-opvang verblijven. Van het instroomcohort 2015 verblijven er na 42 maanden nog 1 475 personen (3,4 procent) in de COA-opvang zonder een verblijfsvergunning. Voor meer dan de helft bestaat deze groep uit personen met een Irakese of Afghaanse nationaliteit. Van het instroomcohort 2016 verblijven na 30 maanden nog 1 115 personen in de COA-opvang zonder verblijfsvergunning (5,8 procent). Voor dit laatste instroomstroomcohort bestaat deze groep vooral uit personen in de categorie ‘overig’.
Verder zien we dat bijna alle (98 procent) Syriërs en Eritreeërs van het instroomcohort 2014 binnen anderhalf jaar een verblijfsvergunning hebben gekregen. Syriërs en Eritreeërs ontvangen hun verblijfsvergunning veel sneller dan asielzoekers uit Irak en overige landen. Binnen zes maanden heeft al 92 procent van de Syriërs en 83 procent van de Eritreeërs een verblijfsvergunning. Voor Syriërs die in 2017 zijn ingestroomd, verlopen de procedures nog steeds snel: van hen had 91 procent al binnen zes maanden een verblijfsvergunning. Voor het instroomcohort 2018 zijn de aandelen met verblijfsvergunning binnen een half jaar weer iets lager: van de ingestroomde Syriërs heeft 67 procent binnen een half jaar een verblijfsvergunning ontvangen (dit was 91 procent voor instroomcohort 2017), en van alle nationaliteiten samen is dit 46 procent (79 procent voor instroomcohort 2017).
Eritreeërs ingestroomd in 2016 en 2017 korter in opvang door meer nareis
Voor de Eritreeërs die zijn ingestroomd in 2016 en 2017 is de situatie wel verbeterd: van deze groep had zo’n 80 procent na 12 maanden een eigen woonruimte, terwijl voor Syriërs die in 2016 en 2017 zijn ingestroomd het percentage 87 procent bedraagt. Dit komt doordat een aanzienlijk deel van de asielzoekers in de meest recente jaren nareiziger was. De referent wacht het langst, de nareizigers korter. Vooral alleenstaanden moeten lang wachten op woonruimte. Een deel van deze groep wacht nog op nareis van familieleden, waardoor nog niet altijd duidelijk is welk type woning nodig is.noot11
Afghanen korter in asielopvang en vaker terugkeer/vertrek
Van de Afghanen die instromen in 2014 verblijft 26 procent na 12 maanden nog in een COA-opvanglocatie zonder een verblijfsvergunning. Voor het Afghaanse instroomcohort 2015 is dit duidelijk anders en bedraagt dit percentage na 12 maanden 59 procent. Voor het instroomcohort 2017 ligt het percentage met 27 procent weer op het niveau van instroomcohort 2014. Voor Afghanen geldt dat, ten opzichte van bijvoorbeeld Syriërs en Eritreeërs, relatief vaak de eerste asielaanvraag wordt afgewezen. Zij dienen relatief vaak een herhaalde asielaanvraag in, waardoor zij in totaal vaak langer in een opvanglocatie verblijven. Hoewel Afghanistan (net als Irak en Iran) niet tot de veilige landen behoortnoot12, is de Nederlandse overheid van mening dat provincies en bevolkingsgroepen in Afghanistan van elkaar verschillen en daarom niet elke Afghaan recht heeft op asiel.noot13 In de cijfers zien we dit overheidsstandpunt terug in de stijgende aandelen Afghanen die vertrekken uit Nederland: van het instroomcohort 2014 is na 12 maanden 17 procent al vertrokken uit Nederland, voor cohort 2016 bedraagt dit 24 procent en van het cohort 2017 is zelfs 33 procent na 12 maanden vertrokken uit Nederland (of overleden).
2.8Nareis en gezinshereniging
Minder nareis onder recente cohorten
Van alle asielzoekers (exclusief nareizigers) uit 2014 heeft 21 procent binnen tweeënhalf jaar familieleden laten overkomen via de nareisregeling en 10 procent heeft familie laten overkomen via reguliere gezinshereniging. Dat er meer familieleden komen via de nareisregeling komt doordat bij reguliere gezinshereniging er strengere eisen gelden dan bij nareis.noot14 Deze percentages lopen terug voor de recentere cohorten naar respectievelijk 4 en 3 procent voor de asielzoekers die zijn ingestroomd in 2016. Voor alle nationaliteiten gezamenlijk valt op dat van de jongere instroomcohorten een steeds groter aandeel na 30 maanden weer uit Nederland is vertrokken. Dit betreft voor een belangrijk deel asielzoekers van wie de asielaanvraag is afgewezen.
Onder Syriërs zijn de percentages asielzoekers die familieleden hebben laten overkomen aanzienlijk hoger: het percentage Syrische asielzoekers dat in 2014 is ingestroomd en een nareiziger heeft laten overkomen is na tweeënhalf jaar 36 procent, en via reguliere gezinshereniging 15 procent. Voor jongere instroomcohorten lopen de cijfers verder terug. Van de Syriërs die in 2015 een asielverzoek indienden, heeft 33 procent na tweeënhalf jaar een nareiziger laten overkomen, en voor het instroomcohort 2016 bedraagt dit 7 procent. Het aandeel Syrische asielzoekers dat na tweeënhalf jaar uit Nederland is vertrokken, is toegenomen van 8 procent van het instroomcohort 2014, naar 13 procent van het instroomcohort 2016.
2.9Dashboard
Naast deze rapportage is er een interactief dashboard, met daarin nog meer cijfers over de opvang van asielzoekers. In dit dashboard kunt u zelf kiezen over welke onderwerpen en voor welke nationaliteitennoot15 u cijfers (visueel) gepresenteerd wilt zien.
Noten
Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oude nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.
Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oude nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.
Het aantal verhuizingen is bepaald door het adres op de eerste dag van de maand te vergelijken met het adres een maand eerder. Mensen kunnen op deze manier berekend maximaal één keer per maand verhuizen. Daarmee worden deze cijfers op een andere wijze gegenereerd dan het COA dat doet als onderdeel van de Rapportage Vreemdelingenketen (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2018/01/01/rapportages-vreemdelingenketen) over verhuisbewegingen van minderjarige kinderen die onderdeel zijn van een gezin.
Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oude nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.
https://www.raadvanstate.nl/@9145/afghanistan-op-dit/ en
https://www.raadvanstate.nl/@119189/situatie-in-afghanistan-is-zorgelijk/
Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oude nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.