Foto omschrijving: Open dag in asielzoekerscentrum azc in Assen.

Scroll naar Samenvatting

Samenvatting

Het CBS volgt sinds 2017 alle asielzoekers die vanaf 2014 bij COA-opvang zijn ingestroomd en de statushouders die vanaf 2014 een verblijfsvergunning asiel hebben ontvangen, inclusief hun nareizigers en gezinsherenigers. Deze vierde jaarlijkse rapportage van dit cohort­onderzoek geeft inzicht in de instroom van asielzoekers bij het COA en in de samenstelling van de nieuwste groep statushouders. Daarnaast wordt in deze webpublicatie een actueel beeld geschetst van hoe het gaat met de statushouders die sinds 2014 een verblijfsvergunning asiel hebben gekregen. Er worden cijfers gepresenteerd over het verblijf in COA-opvang, de wachttijd tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning, huisvesting, inburgering, huishoudenssamenstelling, gezinshereniging, onderwijs, werk en inkomen, zorggebruik en criminaliteit. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van de ministeries Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Justitie en Veiligheid (JenV), Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Actuele ontwikkelingen met betrekking tot nieuwe instroom van asielzoekers bij het COA en de periode van het verblijf in COA-opvanglocaties:

  • Jaarlijkse Instroom COA-opvang iets lager sinds 2018  Het totale aantal asielzoekers dat in de eerste helft van 2019 werd opgevangen is ongeveer gelijk aan het aantal in de eerste helft van 2018. Ten opzichte van 2017 kwamen er in 2018 iets minder asielzoekers binnen bij COA.
  • Opnieuw meer asielzoekers uit veilige landen – Vooral sinds 2018 zien we meer instroom vanuit veilige landen zoals Marokko, Algerije en Turkije. In 2019 was met name het aandeel asielzoekers afkomstig uit Nigeria opvallend groot.
  • Aandeel nareizigers loopt verder terug – Nareis komt vooral voor onder Syriërs en Eritreeërs. Van de ingestroomde Eritrese asielzoekers in 2017 betreft 59 procent een nareiziger. Onder met name Syrische asielzoekers is het aandeel (en ook het absolute aantal) nareizigers in 2019 verder gedaald.
  • Aandeel jonge mannen relatief groot – Nog altijd is ruim driekwart van alle asielzoekers jonger dan 35 jaar op het moment van aankomst in Nederland. Opvallend is dat het aandeel mannen in de eerste helft van 2019, met 66 procent, is gestegen richting het niveau van 2014. Het gaat, net als in de eerste jaren, vooral om jonge mannen.
  • Veel jonge mannen uit Syrië – Het aandeel jonge mannen onder de Syrische asielzoekers is gestegen tot 60 procent in de eerste helft van 2019. Dit beeld lijkt op het beeld van het vroegste cohort uit 2014. Vooral in 2016 en 2017 is het aandeel vrouwen en ook het aandeel jonge kinderen wat hoger dan in de voorgaande en de meest recente jaren. Dit komt vooral doordat het aantal nareizigers onder Syriërs in 2016 en 2017 hoger is.
  • Meer alleenstaande mannen uit Syrië, meer kinderen uit Eritrea – In 2019 reisde 45 procent van alle asielzoekers in gezinsverband naar Nederland. In 2017 was dit aandeel 60 procent. In 2018 en 2019 nam het aandeel alleenstaande mannen onder Syriërs weer toe. Onder Eritreeërs nam juist het aandeel kinderen toe.
  • Minder verhuizingen tijdens eerste 6 maanden in COA-opvang – Asielzoekers die in de periode 2015 bij het COA zijn binnengekomen verhuisden in de eerste 6 maanden gemiddeld ruim één keer naar een andere opvanglocatie. Sindsdien is het aantal verhuizingen in het eerste half jaar steeds iets verder afgenomen.
  • Groter deel asielzoekers uit Iran, Irak en Afghanistan met vergunning na 12 maanden – Van alle asielzoekers uit Iran, Irak en Afghanistan is het aandeel dat na 12 maanden een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gekregen flink toegenomen. Voor instroomcohort 2017 en voor deze nationaliteitennoot1 ligt dit cijfer tussen de 40 en 53 procent.
  • Na vier-en-een-half jaar nog 475 asielzoekers zonder vergunning in COA-opvang – Dit betekent niet dat de IND de aanvraag nog in behandeling heeft voor al deze mensen. Na een afwijzing blijven sommigen in de opvang in afwachting van vertrek, of in afwachting van een uitspraak op beroep. Ook kunnen mensen na een afwijzing opnieuw een asielaanvraag indienen (tweede of volgende aanvraag), bijvoorbeeld wanneer er iets is veranderd in hun situatie, of omdat er nieuwe informatie is over het land van herkomst.
  • Eritreeërs ingestroomd in 2016 en 2017 korter in opvang door meer nareis – Voor de Eritreeërs die zijn ingestroomd in 2016 en 2017 is de situatie wel verbeterd: van deze groep had 80 procent na 12 maanden een eigen woonruimte. Dit komt doordat een aanzienlijk deel van de asielzoekers in de meest recente jaren nareiziger was.
  • Afghanen korter in asielopvang en vaker terugkeer/vertrek – Voor Afghanen geldt dat, ten opzichte van bijvoorbeeld Syriërs en Eritreeërs, relatief vaak de asielaanvraag wordt afgewezen. Een relatief groot aandeel van de Afghaanse asielzoekers is na 12 maanden weer vertrokken.
  • Minder nareis onder recente cohorten – Vergunningen voor nareizigers (mvv’s) moeten door de referent binnen drie maanden na het ontvangen van de verblijfsvergunning worden aangevraagd. De mvv’s zijn vervolgens 90 dagen geldig. Binnen die termijn moet de nareis plaatsvinden.

Actuele ontwikkelingen met betrekking tot huisvesting en integratie van statushouders en hun nareizigers en gezinsherenigers:

  • Aantal verleende vergunningen daalt verder – Sinds 2017 is het aantal verleende verblijfsvergunningen gedaald. Ook nareizigers van statushouders ontvangen een (afgeleide) asielvergunning en behoren net als gezinsherenigers in dit onderzoek tot de statushouders.
  • Top 5 nationaliteitennoot2 recent veranderd – In alle jaren staan de Syrische en de Eritrese nationaliteiten op de plaatsen één en twee. In 2019 zien we voor het eerst Turkije en Jemen in de top 5 verschijnen.
  • Minder nareizigers onder met name Syrische statushouders – In 2014 wordt 27 procent van de verblijfsvergunningen aan een nareiziger verleend. In 2018 is dat aandeel toegenomen tot 38 procent. Vooral onder Syriers is het aandeel verleende vergunningen aan nareizigers na een aanvankelijke toename (van 32 procent in 2014 naar 58 procent in 2017), nu weer sterk teruggelopen (naar 16 procent in de eerste helft van 2019).
  • Gemiddelde wachttijd Eritreeërs laagst door komst van nareizigers – Syriërs en Eritreeërs krijgen relatief snel een verblijfsvergunning. Nareizigers brengen de gemiddelde wachttijd omlaag. Onder het meest recente cohort zijn er vooral onder Eritreeërs relatief veel nareizigers.
  • Weinig regionale verschillen – Er is weinig verschil in spreiding van statushouders over Nederland tussen de diverse nationaliteiten en vergunningscohorten. Ook één of twee jaar na het verlaten van de COA-opvang wonen de statushouders nog steeds verspreid over Nederland.
  • Statushouders wonen steeds een beetje stedelijker – Wel zijn statushouders naarmate zij langer in Nederland verblijven steeds iets stedelijker gaan wonen. Van het vergunningscohort 2014 woonde na 2 maanden 52 procent in sterk of zeer sterk stedelijk gebied, 46 maanden later is dat 56 procent.
  • Steeds meer statushouders thuiswonend kind – De jongere vergunningscohorten bestaan voor een steeds groter deel uit thuiswonende kinderen en stellen (met en zonder kinderen). Deze toename wordt vooral veroorzaakt door de toename van het aantal nareizigers en gezinsherenigers.
  • Steeds meer statushouders volgen onderwijs – Van de mensen die in 2014 een verblijfsvergunning asiel ontvingen volgt een steeds groter aandeel onderwijs (37 procent in 2019). Ook niet-leerplichtige jongeren vanaf 18 jaar oud volgen vaker onderwijs, naarmate ze langer in Nederland zijn.
  • Steeds meer mbo – Statushouders die het voortgezet onderwijs verlaten, stromen met name door naar het middelbaar beroepsonderwijs. In oktober 2019 volgde 54 procent van het totaal aantal onderwijsvolgende statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning asiel ontvingen een mbo-opleiding.
  • Steeds hoger mbo-niveau – Van de statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning asiel ontvingen en een mbo-opleiding volgden, volgde aanvankelijk het grootste deel een opleiding op niveau 1. Sinds 2018 is het deel dat een niveau 2 opleiding volgt groter dan het deel dat een niveau 1 opleiding volgt.
  • 93 procent van de inburgeringsplichtigen cohort 2014 heeft voldaan aan de inburgeringsplicht – Wanneer alleen wordt gekeken naar inburgeringsplichtigen, dan heeft 66 procent van het vergunningscohort 2014 in oktober 2019 het inburgerings­examen behaald (of een vrijstelling gekregen). 26 procent heeft een ontheffing gekregen. 6 procent heeft het examen nog niet gehaald, maar heeft nog wel tijd om dat alsnog te doen. Twee procent heeft het examen nog niet gehaald en heeft daarmee de inburgeringstermijn overschreden.
  • Inhaalslag aandeel werkende Eritrese statushouders – Voor vergunningscohort 2014 zien we dat na vier-en-een-half jaar 38 procent van alle 18- tot 65‑jarige statushouders een baan heeft. Eritreers hadden aanvankelijk het laagste aandeel statushouders met een baan, maar na vier-en-een-half jaar hebben Eritreers het hoogste aandeel: 48 procent. Niet alleen stijgt de arbeidsdeelname van deze statushouders gestaag; we zien ook dat de verschillen in arbeidsdeelname tussen de nationaliteiten kleiner worden. De meeste werkende statushouders werken in deeltijd (75 procent) en met een tijdelijk contract (88 procent).
  • Aandeel bijstandsgerechtigden daalt verder – Anderhalf jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning, ontvangt 90 procent van de 18- tot 65‑jarigen die in 2014 een vergunning hebben gekregen, een bijstandsuitkering. Drie jaar later – vier-en-een-half jaar na het verkrijgen van een vergunning – is dit percentage gedaald naar 50 procent en zijn ook de verschillen tussen nationaliteitennoot3 afgenomen.
  • Nog altijd weinig inkomensverschillen – Dit komt doordat verreweg het grootste deel van de statushouders een bijstandsuitkering ontvangt en dat zijn vaste bedragen, afhankelijk van de gezinssituatie.
  • Zorggebruik neemt niet verder toe – Van alle statushouders (18+) die in 2014 een vergunning hebben ontvangen en eind 2015 niet meer in een COA-opvang verblijven, heeft 80 procent kosten gemaakt voor de huisarts. Van hen heeft 77 procent ook daadwerkelijk een consult gehad en 23 procent heeft alleen inschrijving­skosten gemaakt. Een jaar later (in 2016) heeft bijna 95 procent van de statushouders uit cohort 2014 kosten gemaakt voor de huisarts. Dit wil zeggen dat zij ingeschreven waren bij een huisarts. In 2017, nog een jaar later, is het zorggebruik onder status­houders uit cohort 2014 vrijwel gelijk gebleven. Het zorggebruik onder Eritrese statushouders steeg het sterkst: in 2015 maakte 67 procent kosten voor de huisarts, in 2016 was dat 90 procent.
  • Aandeel jongeren met jeugdzorg neemt toe – Van alle jongeren (tot en met 21 jaar) die in 2014 of 2015 een verblijfsvergunning asiel ontvingen en niet meer bij een opvang­locatie van het COA verblijven maakte ongeveer 3,5 procent in 2016 gebruik van een vorm van jeugdzorg. Twee jaar later is dat percentage gestegen tot 6 procent. Het gaat hier om zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en/of gedrags­problemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedings­problemen van de ouders (jeugdhulp), om het onder voogdij plaatsen van alleenstaande minderjarige statushouders (jeugdbescherming), en om jeugdreclassering.
  • Weinig ontwikkeling in aandeel geregistreerde verdachten – Mannelijke statushouders worden in verhouding (nog steeds) vaker verdacht van een misdrijf dan mannen met een Nederlandse of westerse migratieachtergrond, maar minder vaak dan mannen met een niet-westerse migratieachtergrond.

Noten

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oude nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oude nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oude nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Nathalie Boot

Zoë Driessen

Corina Huisman

Luc Verschuren (projectleider)

Stephan Verschuren

Dankwoord

We danken de medewerkers van de volgende instanties voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van het Asielcohorten onderzoek:

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV)

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)

Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC)